Centrale Raad van Beroep, 27-02-2015 / 13-4193 ANW


ECLI:NL:CRVB:2015:592

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering ANW, aangezien appellant zijn aanvraag niet heeft ingediend binnen één jaar na beëindiging van de verplichte verzekering. Wat appellant ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft aangevoerd is ook al in beroep aangevoerd. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gebezigde overwegingen en gegeven oordelen en maakt deze tot de zijne. Geen bijzondere omstandigheden.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-02-27
Publicatiedatum
2015-03-05
Zaaknummer
13-4193 ANW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/4193 ANW

Datum uitspraak: 27 februari 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

8 juli 2013, 13/1073 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2015. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.M. Aalders.

OVERWEGINGEN


1.1.

Appellant, geboren [datum] 1952, heeft in Nederland gewoond en is op 30 juli 2009 naar Marokko geremigreerd.

1.2.

Bij brief van 9 september 2012 heeft appellant de Svb verzocht om hem toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Op deze aanvraag heeft de Svb bij besluit van 15 november 2012 afwijzend beslist op de aan artikel 63b van de ANW ontleende grond dat appellant zijn aanvraag niet heeft ingediend binnen één jaar na

31 juli 2009, de dag waarop de verplichte verzekering voor de ANW van appellant is geëindigd. Dit besluit is bij beslissing op bezwaar van 6 februari 2013 (bestreden besluit) gehandhaafd.


2. Het beroep van appellant tegen het bestreden besluit heeft de rechtbank bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat uit de door appellant overgelegde doktersverklaringen niet kan worden afgeleid dat appellant ten tijde van belang buiten staat was om een aanvraag bij de Svb in te dienen of te laten indienen. Aan appellant is slechts rust voorgeschreven. Ondanks dit voorschrift heeft appellant andere formulieren van de Svb wel kunnen retourneren.


3. In hoger beroep heeft appellant uitsluitend de stelling herhaald dat hij ten tijde van belang wel degelijk buiten staat was om een aanvraag bij de Svb in te dienen of te laten indienen.


4. De Raad oordeelt als volgt.


4.1.

Wat appellant ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft aangevoerd is ook al in beroep aangevoerd. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gebezigde overwegingen en gegeven oordelen en maakt deze tot de zijne. Wat appellant naar voren heeft gebracht leidt niet tot de conclusie dat sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat de overschrijding van de aanmeldingstermijn niet aan appellant zou mogen worden tegengeworpen.


4.2.

Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.


5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.




BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.




Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2015.




(getekend) E.E.V. Lenos




(getekend) M. Crum





NK