Centrale Raad van Beroep, 20-01-2015 / 13-2569 WWB


ECLI:NL:CRVB:2015:70

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand toe te kennen voor de eigen bijdrage in de kosten van het geneesmiddel Concerta. Geen sprake van dringende redenen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-01-20
Publicatiedatum
2015-01-22
Zaaknummer
13-2569 WWB
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/2569 WWB

Datum uitspraak: 20 januari 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

3 april 2013, 12/11025 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S. Salhi, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2014. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Salhi. Het college is, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Appellante heeft op 27 juli 2012 bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage in de kosten van het geneesmiddel Concerta ten behoeve van twee van haar kinderen. Zij heeft in haar aanvraag vermeld dat haar ziektekostenverzekeraar maximaal € 400,- per jaar vergoedt. Bij besluit van 14 augustus 2012 heeft het college de aanvraag van appellante afgewezen.


1.2.

Bij besluit van 26 november 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 14 augustus 2012 ongegrond verklaard op de grond dat voor kosten van medische zorg de Zorgverzekeringswet (Zvw) als een passende en toereikende voorziening wordt gezien. Het geneesmiddel Concerta wordt binnen het Geneesmiddelen Vergoedingen Systeem deels vergoed. Er is geen noodzaak voor deze medicatie omdat het geneesmiddel Ritalin een adequaat alternatief is. Daarom kan geen bijzondere bijstand worden toegekend. Het college heeft geen zeer dringende redenen gezien om hiervan af te wijken.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft, onder verwijzing naar verklaringen van R.J. van Breugel (Van Breugel), behandelend psychiater, A.E.F.N.N. Smeekens (Smeekens), arts-assistent in opleiding tot kinder- en jeugdpsychiater en drs. M. van Dijke (Van Dijke), Pz-psycholoog, aangevoerd dat Ritalin bij de kinderen niet aanslaat en Concerta daarom noodzakelijk is. Volgens appellante zijn er dringende redenen aanwezig voor het gebruik van Concerta omdat haar kinderen zonder dit middel niet meer welkom zijn op school, nu zij zonder deze medicatie, of indien zij Ritalin innemen, onbehandelbaar zijn, wat heeft geleid tot een aantal levensbedreigende situaties.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) bestaat geen recht op bijstand, voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Op grond van artikel 15, eerste lid, tweede volzin, strekt het recht op bijstand zich niet uit tot de kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk zijn aangemerkt.


4.2.

Vaststaat dat het geneesmiddel Concerta op grond van de Zvw en de daarop gebaseerde regelgeving werd vergoed. De ziektekostenverzekeraar van appellante voerde een beleid, waarbij Ritalin geheel werd vergoed en voor Concerta een eigen bijdrage in rekening werd gebracht. Appellante had een aanvullende verzekering op basis waarvan de eigen bijdrage voor de aanschaf van Concerta tot een bedrag van € 400,- per kind per jaar werd vergoed.


4.3.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 28 juli 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR3948) dient voor kosten van geneesmiddelen de Zvw in beginsel als een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening te worden beschouwd. Daaraan doet volgens vaste rechtspraak er niet aan af dat de gemaakte kosten niet volledig door de voorliggende voorziening worden vergoed. Dit brengt met zich mee dat artikel 15, eerste lid, van de WWB aan toekenning van de gevraagde bijstand in de weg staat. Voor zover uit de verklaringen van Van Breugel en Smeekens valt af te leiden dat het geneesmiddel Concerta noodzakelijk is, wordt dit niet anders.


4.4.

Artikel 16, eerste lid, van de WWB biedt de mogelijkheid om in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de WWB in bedoelde kosten bijstand te verlenen indien, gelet op alle omstandigheden, zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Blijkens de Memorie van Toelichting dient vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen.


4.5.

Uit de door appellante ingebrachte verklaringen kan niet worden opgemaakt dat sprake was van een acute noodsituatie als onder 4.4. bedoeld. Dit betekent dat het beroep op artikel 16, eerste lid, van de WWB niet slaagt.


4.6.

Uit wat in 4.2 tot en met 4.5 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.




BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van

C.M.A.V. van Kleef, als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

20 januari 2015.




(getekend) A.B.J. van der Ham




(getekend) C.M.A.V. van Kleef






MK