Centrale Raad van Beroep, 24-03-2015 / 14-4717 BBZ


ECLI:NL:CRVB:2015:882

Inhoudsindicatie
Niet betaald griffierecht.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-03-24
Publicatiedatum
2015-06-24
Zaaknummer
14-4717 BBZ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Datum uitspraak: 24 maart 2015

14/4716 BBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 8 juli 2014, 13/7755 (aangevallen uitspraak)







Partijen:


[appellant] en [appellante] te [woonplaats], gemeente Bronckhorst (appellanten)


het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst


PROCESVERLOOP


Namens appellant hebben hoger beroep ingesteld.



OVERWEGINGEN


In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.


Bij brief van 26 augustus 2014 zijn appellanten erop gewezen dat een griffierecht van € 122,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.


Bij aangetekende brief van 29 september 2014 zijn appellanten nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellanten er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.


Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.


Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellanten niet in verzuim zijn geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.


Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. van Schut, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2015.




(getekend) E.C.R. Schut




(getekend) P.A.M. Hulsdouw




Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.






MK