Rechtbank Midden-Nederland, 25-07-2017 / 659287-17


ECLI:NL:RBMNE:2017:3902

Inhoudsindicatie
Wapenbezit minderjarige.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-07-25
Publicatiedatum
2017-07-28
Zaaknummer
659287-17
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad


Parketnummer: 16/659287-17 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 25 juli 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [2001] te [geboorteplaats] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] [adres] .

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de laatstelijk gehouden terechtzitting van 11 juli 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.J.S. Visser en van hetgeen verdachte en mr. A.J. van der Velden, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 19 maart 2017 te Emmeloord een pistool, namelijk een van origine gas-/alarmpistool dat is omgebouwd naar een scherpschietend pistool, en twee scherpe patronen voorhanden heeft gehad.

3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4WAARDERING VAN HET BEWIJS


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.


4.3

Het oordeel van de rechtbank

Nu verdachte het ten laste gelegde heeft bekend, zij nadien niet anders heeft verklaard en de raadsvrouw geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.


De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:

  • - de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 11 juli 2017;
  • - het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte met nummer PL0900-2017083193-19 opgemaakt op 20 maart 2017 door [A] , inspecteur van politie eenheid […] , district […] , […] , houdende de verklaring van verdachte, blad 2;
  • - het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0900-2017083193-3 opgemaakt op 19 maart 2017 door [B] en [C] , beiden hoofdagent van politie eenheid […] , district […] , […] , houdende het relaas van voornoemde verbalisanten, blad 1;
  • - het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0900-2017083193-30 opgemaakt op 22 maart 2017 door [D] , buitengewoon opsporingsambtenaar van politie eenheid […] , […] , […] , […] , houdende het relaas van voornoemde verbalisant, blad 1 en 2.

5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:


op 19 maart 2017 te Emmeloord, een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool, te weten een van origine gas-/alarmpistool omgebouwd naar scherpschietend, en munitie van categorie III, te weten twee scherpe patronen, telkens voorhanden heeft gehad.


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.


Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:


handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE


Over verdachte is door drs. [E] , GZ-psycholoog, een rapport opgemaakt van 21 juni 2017, dat onder meer het volgende inhoudt.


Er is bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, namelijk een aanpassingsstoornis met een gemengde stoornis van emoties en gedrag. Daarnaast is sprake van systeemproblematiek in de vorm van ouder-kindrelatieproblematiek en van een hoog niveau van gevoelsuitingen binnen het gezin. Deze problematiek speelde ten tijde van het ten laste gelegde en heeft de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte toen ook beïnvloed. Door haar gebrekkige gewetensfunctie, beperkte identiteitsontwikkeling, beperkt oplossend vermogen, beperkte emotieregulatie, zelfbepalende gedrag en het niet kunnen overzien van de gevolgen van haar gedrag, kan er gesproken worden van onvoldoende interne remmingen waardoor verdachte niet over voldoende capaciteiten beschikte om haar gedrag aan te passen of anders te handelen dan zij gedaan heeft. De psycholoog adviseert het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt de conclusie van de psycholoog over, maakt die tot de hare, en is van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend.


Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid geheel uitsluit.

8OPLEGGING VAN STRAF


8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een jeugddetentie van 60 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 28 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daarbij de door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: Samen Veilig) geadviseerde bijzondere voorwaarden:

  • - het meewerken aan reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt ITB Harde Kern, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
  • - het meewerken aan een intensieve vorm van hulpverlening gericht op de thuissituatie, zoals gezinsFACT uitgevoerd door [naam instelling 1] of een soortgelijke intensieve gezinsbegeleiding;
  • - het meewerken aan een individuele vorm van behandeling gericht op identiteitsontwikkeling, emotieregulatie en het verwerken van ingrijpende levensgebeurtenissen bij gezinsFACT/ [naam instelling 1] , bij [naam instelling 2] of soortgelijke ambulante hulpverlening.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de bijzondere voorwaarde van ITB Harde Kern niet op te leggen. De in het rapport van de Raad genoemde indicatiecriteria voor ITB Harde Kern zijn geen van alle op verdachte van toepassing, zodat de inzet van ITB Harde Kern te zwaar is. Verder heeft de raadsvrouw verzocht het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen straf gelijk te stellen aan de duur van het voorarrest en het door de officier van justitie geëiste voorwaardelijk deel te matigen. Ten slotte heeft de raadsvrouw bepleit de proeftijd op één jaar te stellen.


8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.


De ernst van het feit

Verdachte, een 15-jarig meisje, heeft een pistool en twee scherpe patronen voorhanden gehad, omdat zij zich, zo heeft zij verklaard, bedreigd voelde. Zij heeft dit wapen met de munitie gedurende enige tijd bij zich gedragen. Het onbevoegd voorhanden hebben van een dergelijk wapen en van daarbij behorende munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich. De rechtbank vindt dit een ernstig feit.


De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 8 mei 2017 betreffende verdachte. Daaruit volgt dat verdachte in 2014 en 2015 met justitie in aanraking is gekomen, maar niet ter zake van soortgelijke feiten.


De rechtbank heeft kennisgenomen van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 6 juli 2017, opgemaakt door [F] , dat onder meer het volgende inhoudt. Er is sprake van een zeer zorgelijke situatie, waarbij verdachte zichzelf in gevaarlijke situaties heeft gebracht. Daarnaast is het feit waar verdachte van verdacht wordt, het in het bezit hebben (op straat) van een wapen met munitie, zeer zorgelijk. De Raad is van mening dat het belangrijk is dat in de thuissituatie intensieve begeleiding van gezinsFACT door [naam instelling 1] wordt geboden om verdachte en haar moeder verder te begeleiden en te kijken naar de rol en mogelijkheden van vader, met name gericht op contact met verdachte. De Raad acht het niet wenselijk dat verdachte, een kwetsbaar meisje, uit haar thuisomgeving wordt gehaald nu ze daarin juist positieve stappen zet.

Verder is het volgens de Raad van belang dat verdachte individuele hulpverlening aangeboden krijgt, zo mogelijk binnen gezinsFACT dan wel [naam instelling 1] en anders bij [naam instelling 2] . Van belang is dat verdachte leert accepteren en verwerken wat zij in haar jonge leven heeft meegemaakt, dat zij vaardigheden aangeleerd krijgt om met haar emoties om te gaan en dat haar seksuele ontwikkeling aandacht krijgt. Om zicht te houden op alle andere risicofactoren en om de positieve lijn voort te kunnen zetten, acht de Raad Toezicht en Begeleiding en ITB Harde Kern (de rechtbank begrijpt dat hiermee wordt bedoeld ITB Plus) noodzakelijk. De strakke regels, de structuur en het toezicht maken dat er op dit moment veel zorgen weggenomen kunnen worden. Op gecontroleerde wijze zal aan de ouders en aan verdachte weer regie moeten worden gegeven, waarbij intensieve begeleiding nodig is. Ook kan er binnen Toezicht en Begeleiding en ITB Harde Kern aandacht zijn voor de vriendenkeuze en vrijetijdsbesteding van verdachte. Gezien de ernst van het delict acht de Raad een jeugddetentie op zijn plaats met een voorwaardelijk deel als forse stok achter de deur.


De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het rapport van Samen Veilig Midden-Nederland van 7 juli 2017, opgemaakt door [G] . Dat rapport houdt onder meer het volgende in. Er is de laatste maanden veel onrust geweest in de thuissituatie, hetgeen behoorlijke impact op het functioneren van verdachte heeft gehad. Wanneer de situatie niet verandert, zal verdachte bedreigd worden in haar ontwikkeling wat betreft haar autonomie en het op gezonde wijze aangaan en vormgeven van relaties met anderen. Een onveilige thuissituatie kan eveneens nadelige gevolgen hebben voor de schoolgang en vrijetijdsbesteding van verdachte.

Samen Veilig adviseert de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van het voorarrest op te leggen en een voorwaardelijk strafdeel. Daarnaast de maatregel Toezicht en Begeleiding waaraan de volgende bijzondere voorwaarden worden gekoppeld: 1) ITB Plus voor de duur van zes maanden, 2) behandeling bij [naam instelling 2] of een soortgelijke instelling en 3) intensieve gezinsbegeleiding. ITB Plus wordt noodzakelijk geacht nu verdachte de afgelopen periode – de rechtbank begrijpt: ten tijde van de schorsing van de voorlopige hechtenis – onder strikte controle heeft gestaan door middel van elektronische controle en ITB Plus. Verdachte zal binnen ITB Plus weer moeten leren vrijheden te krijgen en hier goed mee om te gaan. Daarnaast zal ook moeder gesterkt moeten worden in haar rol als gezagsdrager, waarbij ITB Plus een passend middel is om dit stap voor stap op te bouwen. Behandeling van verdachte zal gericht moeten zijn op haar identiteitsontwikkeling, emotieregulatie en het verwerken van heftige gebeurtenissen. Intensieve gezinsbegeleiding wordt geadviseerd omdat Samen Veilig nog mogelijkheden ziet om de thuis- en opvoedingssituatie te verbeteren en het van belang is dat verdachte haar plek op school, hetgeen een goede en stabiele plek voor haar is, kan vasthouden.


Ter zitting van 11 juli 2017 is door deskundige [G] verklaard dat de maatregel ITB Plus hem, vergeleken met de overige geadviseerde voorwaarden, de mogelijkheid geeft tot meer toezicht op verdachte. Verdachte staat nu onder strikte controle en binnen de maatregel ITB Plus kunnen vrijheden en verantwoordelijkheden gefaseerd worden teruggegeven en, indien nodig, ook weer worden beperkt.


De straf

Voor het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het LOVS-oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een vuurwapen, namelijk een jeugddetentie vanaf zes weken. Als strafverzwarende omstandigheden weegt de rechtbank mee dat verdachte bij dit wapen passende munitie voorhanden heeft gehad en dat zij het wapen en de munitie gedurende enige tijd bij zich heeft gedragen. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat het bewezen verklaarde haar in verminderde mate kan worden toegerekend.


Gelet op de ernst van het feit acht de rechtbank een vrijheidsbenemende straf passend en geboden. De rechtbank zal de officier van justitie volgen in zijn strafeis en verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Daarnaast acht de rechtbank de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel noodzakelijk, om verdachte er op die manier van te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan. Alles afwegende is de rechtbank, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat een voorwaardelijk strafdeel van 28 dagen jeugddetentie passend is.


De rechtbank zal bij dit voorwaardelijk strafdeel de door de Raad en Samen Veilig geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen. Hoewel de indicatiecriteria voor ITB Harde Kern – die naar de rechtbank begrijpt hebben te gelden als interne criteria voor de Raad betreffende het al dan niet adviseren van ITB Harde Kern c.q. ITB Plus – niet allemaal op verdachte van toepassing zijn, staat dit er niet aan in de weg dat de rechtbank deze bijzondere voorwaarde kan opleggen. De rechtbank ziet met de deskundigen het belang van deze modaliteit nu verdachte reeds onder strenge controle staat, hier baat bij blijkt te hebben en een intensieve vorm van begeleiding nodig is om gefaseerd vrijheden en verantwoordelijkheden aan verdachte terug te geven. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de overige bijzondere voorwaarden daarin onvoldoende voorzien. Daarnaast acht de rechtbank de bijzondere voorwaarden van hulpverlening gericht op de thuissituatie zoals gezinsFACT, uitgevoerd door [naam instelling 1] en een individuele vorm van behandeling binnen gezinsFACT/ [naam instelling 1] dan wel [naam instelling 2] aangewezen.


Anders dan de raadsvrouw ziet de rechtbank geen aanleiding de proeftijd te verkorten tot de duur van één jaar, zodat zij een proeftijd van twee jaren zal vaststellen.

9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen

  • - 27, 77a, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 91 van het Wetboek van Strafrecht en
  • - 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10BESLISSING


De rechtbank:


Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;


Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 60 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 28 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waaronder begrepen huisbezoeken, en waarvan de eerste 6 maanden zullen bestaan uit de maatregel van ITB Plus, binnen vijf dagen na onherroepelijk worden van dit vonnis zich zal melden bij Samen Veilig Midden-Nederland op het adres [adres] te [vestigingsplaats] , en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;

* zich onder behandeling zal stellen van gezinsFACT/ [naam instelling 1] dan wel [naam instelling 2] of een soortgelijke instelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor het verwerken van ingrijpende levensgebeurtenissen, emotieregulatie en identiteitsontwikkeling;

* zich zal houden aan een intensieve vorm van hulpverlening gericht op de thuissituatie, zoals gezinsFACT uitgevoerd door [naam instelling 1] of soortgelijke gezinsbegeleiding door een soortgelijke instelling;

- waarbij Samen Veilig Midden-Nederland opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;


- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.








Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter tevens kinderrechter,

mrs. M.N. Noorman en A.A. Renken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de terechtzitting van 25 juli 2017.


Mr. M.N. Noorman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging


Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


zij op of omstreeks 19 maart 2017 te Emmeloord, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool (te weten een van origine gas-/alarmpistool omgebouwd naar scherpschietend) en/of munitie van categorie III, te weten twee scherpe patronen, telkens voorhanden heeft gehad.