Rechtbank Midden-Nederland, 03-02-2017 / 16.706416-15 (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:468

Inhoudsindicatie
Een 31-jarige man uit Soest is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De man dwong een vrouw tot prostitutiewerkzaamheden. Een 32-jarige man uit Hilversum is vrijgesproken. Prostitutie De verdachte ging een liefdesrelatie met de vrouw aan. Na een tijd dwong hij haar om in de prostitutie te gaan werken. De verdachte zette de vrouw onder druk en hij dreigde anderen te vertellen dat ze in de prostitutie werkte. Het geld dat zij verdiende met de prostitutiewerkzaamheden moest zij voor een groot deel aan de verdachte afstaan. Hij ging van het geld gokken en kocht onder andere kleding. Beïnvloedbaar en laag IQ De man wist dat de vrouw een laag IQ heeft en makkelijk beïnvloedbaar was. Ondanks dat heeft hij de kwetsbare vrouw gedurende een aantal maanden voor eigen gewin gedwongen als prostituee te werken. Verdachte heeft zijn slachtoffer daarbij op een doortrapte manier gemanipuleerd en akelig vernederd, aldus de rechtbank. Contactverbod Naast de gevangenisstraf moet de verdachte ook een schadevergoeding van ruim 25.000 euro aan het slachtoffer betalen en mag hij gedurende zijn proeftijd (3 jaar) op geen enkele wijze contact opnemen met het slachtoffer. Vrijspraak voor medeverdachte Hoewel de medeverdachte soms condooms kocht en na verloop van tijd ook wist dat het slachtoffer in de prostitutie werkte kan de rechtbank niet vaststellen dat hij het slachtoffer heeft gedwongen om prostitutiewerkzaamheden te doen. Daarnaast is ook niet gebleken dat de medeverdachte zo geprofiteerd zou hebben dat hij voordeel genoten heeft uit het prostitutiewerk van het slachtoffer De rechtbank spreekt de man daarom vrij.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-02-03
Publicatiedatum
2017-02-03
Zaaknummer
16.706416-15 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad


Parketnummer: 16.706416-15 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 3 februari 2016


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [1986] te [geboorteplaats 1] ,

wonende te [woonplaats 1] , [adres]

thans verblijvende in de P.I. Nieuwegein.


1HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting dat is aangevangen op 30 september 2016. Het onderzoek ter terechtzitting is hervat op 9 december 2016 en op 20 januari 2017. Op deze laatste datum heeft de inhoudelijke behandeling van de strafzaak plaatsgevonden. Verdachte is verschenen op 30 september 2016 en 20 januari 2017. Verdachte is telkens bijgestaan door mr. I.N. Güçlü, advocaat te Amsterdam.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.M.A. van der Zwan, van hetgeen door de raadsman en verdachte en namens de benadeelde partij door mr. A. Koopsen naar voren is gebracht.


2DE TENLASTELEGGING


De verdachte is, na een nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:


hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 01 juni 2015 te Hilversum en/of Huizen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,


A. een ander of anderen, te weten [slachtoffer] ,


(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding, dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie


sub1

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] en/of


sub 4

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en/of


sub 9

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van zijn/haar/hun, die [slachtoffer] , seksuele handelingen met en/of voor een derde en/of


sub 6

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting (van die/een ander of anderen, te weten die [slachtoffer] ,


immers is/zijn en/of heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn, verdachte’s mededader(s)


- een (exclusieve) (liefdes)relatie met die [slachtoffer] aangegaan en/of onderhouden en/of

- met een man genaamd “ [X] ”, althans een derde, en die [slachtoffer] een trio gedaan en/of

- (telkens) geld van die [slachtoffer] geleend, terwijl hij verdachte wist dat die [slachtoffer] reeds een schuld van (ongeveer) 25.000, - Euro had en/of

- gevraagd om/maar de pincode behorende bij de betaalpas ten name van die [slachtoffer] aan hem, verdachte, te geven en/of

- (telkens) de betaalpas ten name van die [slachtoffer] geleend en/of (telkens) met die betaalpas (een) geldbedrag(en) gepind en/of het geld gehouden en/of

- gevraagd aan die [slachtoffer] of zij snel en makkelijk geld wilde verdienen met betaalde seks en/of

- die [slachtoffer] ertoe bewogen zich te prostitueren en/of

- de [slachtoffer] beloofd dat zij van de opbrengst van deze werkzaamheden haar rijbewijs kon halen en/of zij samen op vakantie konden gaan en/of

- gevraagd aan die [slachtoffer] met één (rijke) klant en/of met één of meer klant(en) betaalde seks te hebben terwijl hij verdachte die sekspartij(en) zou filmen, waarna hij, verdachte, die (rijke) klant(en) met de door hem gemaakte film(s) zou afpersen en/of

- die [slachtoffer] gevraagd/aan die [slachtoffer] opgedrongen te blowen vóór het hebben van betaalde seks met mannen zodat die [slachtoffer] makkelijker hiertoe overging en/of

- die [slachtoffer] in persoon en/of via een of meer digitale berichten zoals zogeheten app-bericht(en) en/of sms-bericht(en) aangezet om betaalde seks met mannen te hebben en/of die [slachtoffer] gedwongen door te gaan met het hebben van betaalde seks en/of

- die [slachtoffer] (telkens) via sms en/of whats app en/of chats benaderd en/of

- aanwijzingen met betrekking tot de omschrijving en/of een/de foto(‘s) van het profiel en/of de advertentie van die [slachtoffer] op sekssites als [site 1] en/of [site 2] en/of [site 3] en/of [site 4] en/of [site 7] gegeven en/of door die [slachtoffer] gevraagde prijs van de verschillende seksuele handelingen met klanten in dat/die profiel(en) en/of die advertentie(s) mede bepaald en/of

- (meermalen) een sms naar een/de sekssites als [site 1] en/of [site 2] en/of [site 3] en/of [site 4] en/of [site 7] waar het profiel en/of de advertentie van die [slachtoffer] stond, verstuurd zodat het profiel of de advertentie van die [slachtoffer] (weer) bovenaan stond en/of

- voor/met die [slachtoffer] een pruik gekocht welke pruik zij droeg/opzette terwijl zij betaalde seks met (een) derde(n) had en/of

- condooms voor die [slachtoffer] gekocht welke condooms bestemd waren voor de klanten, althans derden, met wie die [slachtoffer] betaalde seks had en/of

- (meermalen) die [slachtoffer] geslagen en/of (meermalen) geschopt en/of mishandeld en/of

- die [slachtoffer] opgesloten op haar eigen balkon en/of

- die [slachtoffer] afgeraden/verboden naar buiten te gaan zodat die [slachtoffer] voor klanten direct bereikbaar en beschikbaar was voor het hebben van betaalde seks met mannen en/of

- die [slachtoffer] seks laten hebben met zijn vrienden/bekenden en/of van die seks filmjes gemaakt en/of

- (meermalen) aan die [slachtoffer] gevraagd: “Hoeveel snoepjes heb je gehad?” waarmee hij, verdachte, vroeg naar het aantal klanten en/of

- aangeboden het door die [slachtoffer] met betaalde seks verdiende geld afgepakt en/of laten afgeven en/of direct ontvangen van geld van klanten met wie die [slachtoffer] betaalde seks had en/of

- het door die [slachtoffer] met betaalde seks verdiende geld uitgeven aan gokken en/of kopen van kleding en/of etenswaren en/of

-(meermalen) gezegd tegen die [slachtoffer] “We doen het toch samen.” en/of “Ja je moet geld verdienen om die auto te kopen en/of om een/de vakantie te boeken en betalen en/of om lekker te leven.”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (in aanwezigheid van een derde) (meermalen) boos op die [slachtoffer] geworden en/of ingepraat op die [slachtoffer] : “Ik moet vastzitten door jou, omdat je mij dat geld niet geeft.” en/of “Ik moet politierekeningen betalen, geef gewoon dat geld”, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) gedreigd om seksfilmpjes of seksfoto’s van haar op internet te plaatsen en/of haar ouders over haar werkzaamheden als prostitué te informeren en/of de raad voor de kinderbescherming te informeren hierover,

terwijl hij en zijn mededader wisten dat die [slachtoffer] verstandelijk beperkt was/een laag IQ had en/of makkelijk te beïnvloeden was en/of geen werk had en/of schulden had en/of haar dochter uit huis was geplaatst;

3DE VOORVRAGEN


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


4DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde bewezen verklaard kan worden met dien verstande dat zij een periode van 1 januari 2015 tot 1 juni 2015 bewezen acht. Voor de bewezenverklaring heeft zij onder meer verwezen naar het intakegesprek en de aangifte van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), de verklaring van getuige [getuige 1] , de diverse processen-verbaal van bevindingen, het onderzoek aan de telefoon van [slachtoffer] , de getuigenverklaringen en de tapgesprekken.

De officier van justitie heeft betoogd dat het ten laste gelegde medeplegen enkel bewezen kan worden ten aanzien van sub 6 het voordeel trekken uit de uitbuiting.


Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde, omdat er geen sprake is van dwang en uitbuiting. Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer] heeft gedwongen en uit de aangifte blijkt evenmin dat [slachtoffer] gedwongen is. Van seksuele uitbuiting is geen sprake omdat de eerste keer betaalde seks vrijwillig was en er niet is voldaan aan de drie criteria die het gerechtshof Amsterdam in zijn arrest 8 december 2016 heeft geformuleerd. Daarnaast is er volgens de raadsvrouw geen sprake geweest van medeplegen, nu dit niet uit de verklaring van [slachtoffer] noch uit de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] voortvloeit. De raadsvrouw heeft in het geval de rechtbank van oordeel is dat er wel sprake is van een uitbuitingssituatie ten aanzien van de ten laste gelegde periode opgemerkt dat slechts de periode van februari 2015 tot en met 21 mei 2015 bewezen verklaard kan worden.


Het oordeel van de rechtbank


Bewijsmiddelen

Op 23 mei 2015 verklaart [slachtoffer] tijdens een intakegesprek dat ‘ [verdachte] ’ haar pasje heeft meegenomen en € 370, - heeft gepind, terwijl hij slechts € 20, - mocht pinnen. Hij wilde haar weer in de thuisprostitutie hebben. Zij heeft toen echter aangegeven dat zij niet meer wilde werken. [slachtoffer] verklaart verder dat zij ‘ [verdachte] ’ ergens in oktober of november 2014 heeft leren kennen via een datingsite. Eerst was er contact via WhatsApp en later kwam hij langs en hebben ze seks gehad. [slachtoffer] geeft aan dat hij met Oud en Nieuw [van 2014 op 2015] langs kwam en voorstelde dat hij en [slachtoffer] snel geld zouden verdienen door seks te hebben met andere mannen. [slachtoffer] heeft eerst nee gezegd, maar ‘ [verdachte] ’ heeft net zo lang op haar ingepraat dat zijh uiteindelijk ja heeft gezegd. Hij beloofde haar het halen van haar rijbewijs en vakanties. Vanwege de bescherming wilde hij 20% van de opbrengst hebben. Op de sekswebsite [site 1] moest zij een bericht plaatsen en daardoor had zij minimaal twee klanten per dag. Na twee weken heeft [slachtoffer] aangegeven dat zij het niet meer wilde doen en toen is ‘ [verdachte] ’ heel boos geworden. Ze heeft ongeveer vier maanden in de prostitutie gewerkt. [slachtoffer] had toen per dag ongeveer 4 klanten en dit zeven dagen in de week. ‘ [verdachte] ’ heeft haar in die tijd geslagen, gestompt en geschopt.


Op 25 juni 2015 verklaart [slachtoffer] tijdens het studioverhoor dat zij een laag IQ heeft en dat zij ongeveer € 25.000, - aan schulden heeft. Ook verklaart zij dat zij is begonnen in de prostitutie omdat zij geld nodig had. Zij had € 500, - geleend aan ‘ [verdachte] ’ en hij gaf dit niet terug. Hij pinde geld met haar pinpas. Zij noemde [verdachte] ‘ [verdachte] ’. Via [site 5] had zij hem leren kennen. Later in het contact heeft [slachtoffer] verteld dat haar IQ lager was. Tijdens Oud en Nieuw [2014 op 2015]stelde [verdachte] voor dat [slachtoffer] seks met mannen zou hebben en dat dit gefilmd werd, zodat ze de mannen konden afpersen. In eerste instantie moest dit met een rijke man. [verdachte] wist dat [slachtoffer] schulden had. Hij gaf [slachtoffer] aanwijzingen om het profiel op [site 1] aan te passen. Ook had zij een profiel op de website [site 2] . [verdachte] noemde de klanten snoepjes. Hij vroeg hoeveel [slachtoffer] er had gehad. Ze gaf de helft van de opbrengst aan [verdachte] . In eerste instantie was dit op vrijwillige basis. Later moest zij het afstaan. Hij zei dat ze niet naar buiten mocht, omdat ze geld moest verdienen. Hij haalde de spullen die zij nodig had. Hij zei haar dat hij vast kwam te zitten als zij hem geen geld gaf om rekeningen van de politie te betalen. Op een gegeven moment kwam [verdachte] met zijn voetbalteam langs en moest [slachtoffer] seks met een aantal mannen hebben. Toen ze dat niet wilde, zei [verdachte] dat ze maar eerst moest blowen. Hier werd door [medeverdachte] een filmpje van gemaakt. Als [verdachte] vond dat [slachtoffer] niet genoeg verdiend had of als ze het geld niet af wilde geven, gaf hij haar een stomp. [verdachte] kwam het verdiende geld altijd ophalen. Op het moment dat [slachtoffer] wilde stoppen met werken in de prostitutie haalde [verdachte] haar over om door te gaan door te zeggen dat ze het samen deden, dat ze geld moest verdienen voor een auto en om een vakantie te boeken en lekker te leven. [verdachte] heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat hij de kinderbescherming zou bellen en inlichten over haar prostitutiewerkzaamheden en dat hij seksfilmpjes op het internet zou zetten. Ook heeft [slachtoffer] voor straf een keer half naakt op het balkon moeten staan en kon zij niet meer naar binnen.


Op 24 maart 2015 wordt er een onderzoek ingesteld naar de advertenties van [slachtoffer] . Op www. [site 1] , www. [site 2] en www. [site 3] worden advertenties van [slachtoffer] met de werknaam [werknaam] aangetroffen. Via google werd er met de zoekvraag “ [zoekvraag 1] ” een pagina op www. [site 4] gevonden en met de zoekvraag “ [zoekvraag 2] ” een pagina op www. [site 6]


De telefoon van [slachtoffer] wordt onderzocht op 1 maart 2016. Hieruit komen diverse WhatsApp gesprekken tussen haar en verdachte naar voren. Op 1 februari 2015 stuurt [slachtoffer] naar verdachte dat zij een profiel aangemaakt heeft op [site 1] . Op 3 februari 2015 vraagt verdachte via WhatsApp onder meer aan [slachtoffer] waar ze gaat werken, wanneer ze geld hebben of ze maar 1 afspraak heeft en hoe ze geld gaan regelen. Ook stuurt verdachte haar een appbericht dat ze € 200,- moet vragen en dat hij geld nodig heeft. Op de telefoon van [slachtoffer] worden diverse screenshots aangetroffen van de sekssite [site 1] , maar ook van [site 3] . Op deze afbeeldingen is [slachtoffer] door [Y] herkend. Op 23 mei 2015 voert [slachtoffer] een WhatsApp gesprek met verdachte waarin naar voren komt dat verdachte tegen de afspraak in 370 euro van haar gepind heeft. Verdachte reageert met: “Ik kom morgen als jij beloofd dat je gaat werken dingen worden zoals ze waren.” Ook stuurt verdachte naar [slachtoffer] dat hij de Kinderbescherming zal bellen, video’s van haar zal laten zien en weet waar haar ouders wonen. In het WhatsApp gesprek tussen verdachte en [slachtoffer] is te horen dat [slachtoffer] zegt dat zij onder druk gezet wordt om weer te gaan werken en dat verdachte al € 2000, - van haar heeft geleend.


Getuige [getuige 1] , gezinsbegeleidster bij Sherpa, heeft op 19 mei 2015 verklaard dat zij sinds 9 maart 2015 [slachtoffer] ondersteunt. [slachtoffer] is volgens haar erg beïnvloedbaar, heeft een verstandelijke beperking en een laag IQ van 68. Ook heeft zij schulden. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij gebruikte en niet gebruikte condooms, seksspeeltjes en sexy kleding in de woning van [slachtoffer] heeft gezien en dat [slachtoffer] continu berichten kreeg op haar mobiele telefoon. [slachtoffer] had de getuige verteld dat zij los probeerde te komen van een vriend genaamd [verdachte] . [getuige 1] zag en hoorde dat ze voornamelijk contact had met twee mannen van Turkse afkomst. Zij waren begin 30 en een daarvan heette [verdachte] .


Diverse gesprekken tussen leden van het team van de voetbalvereniging [vereniging] uit [plaats] zijn getapt. Op 8 februari 2016 om 12:00 uur belt [W] met [Z] . [Z] zegt dan tegen [W] : “serieus, je weet toch die tijd. Hun ware alle twee werkloos en leefden van elkaar”. Om 15:03 uur zegt [Z] tegen [W] : “ze is niet honderd joh.”. [W] antwoordt: “Nee gek wijf man”. Op 8 februari 2016 belt [Z] ook met [V] om 15:13 uur. [Z] zegt tegen [V] : “Zij hebben daar flink wat geld gepakt, [medeverdachte] en [verdachte] …Ze zijn daar 3 a 4 maanden geweest. Ik weet dat man. Ze hebben de vrouw op [site 1] geplaatst en laten werken. [medeverdachte] en [verdachte] waren daar elke avond, aten en dronken, pakten ook geld en hadden ’s morgens weer zakgeld.”

Op 11 februari 2016 belt [U] met [T] om 15:59 uur. [U] zegt tegen [T] : “Waar het eigenlijk om gaat is: ‘Het slaan van het meisje..euh….’. De [T] vraagt vervolgens of [verdachte] degene is die dat deed? Waarop [U] ja antwoordt.


[medeverdachte] heeft op 18 augustus 2016, als verdachte, verklaard dat verdachte eind 2014, begin 2015 [slachtoffer] heeft ontmoet via [site 5] . Samen met verdachte chillde hij 3 à 4 avonden in de week bij [slachtoffer] thuis. De eerste keer had hij seks met haar. Verdachte had tegen hem gezegd dat hij seks met [slachtoffer] kon hebben. Hij zag dat verdachte en [slachtoffer] bezig waren met [site 1] . Verdachte gaf dan aanwijzingen. [medeverdachte] hoorde van [slachtoffer] en verdachte dat er regelmatig klanten kwamen en heeft in een periode van 2 à 3 maanden gezien dat [slachtoffer] contant geld aan verdachte gaf. [medeverdachte] verklaarde dat dit 8 keer was, maar ook 15 keer kon zijn. Het waren bedragen van € 200, - of € 300, - per keer, ongeveer twee keer per week. Verdachte griste het geld ook wel eens uit de handen van [slachtoffer] . Verdachte gebruikte dit geld volgens [medeverdachte] om te gokken of om kleren van te kopen. Verdachte kocht wel eens een broodje voor hem van het geld. Ook heeft [medeverdachte] verklaard over de avond dat het voetbalteam bij [slachtoffer] langsging. In ieder geval één van hen heeft toen seks gehad met [slachtoffer] zonder dat er betaald werd. Samen met verdachte en [slachtoffer] heeft [medeverdachte] een pruik voor haar gekocht, die zij droeg als er klanten kwamen. [medeverdachte] verklaarde dat [slachtoffer] niet echt stabiel was en heel zwak en beïnvloedbaar was. Zij was verliefd op verdachte. Als verdachte iets vroeg, deed zij het. Verdachte en hij haalden samen condooms met het geld van [slachtoffer] .


De telefoon van [medeverdachte] is onderzocht. Daarop is een film aangetroffen waarop te zien is dat [slachtoffer] door verdachte en [medeverdachte] wordt opgesloten op een balkon, terwijl zij alleen een zwart jurkje aanheeft.


Verdachte heeft ter zitting op 20 januari 2017 verklaard dat hij [slachtoffer] via [site 5] heeft leren kennen in oktober 2014. Hij verklaarde 2 à 3 keer in de week bij haar langs te gaan en via telefoon en berichten contact met haar onderhield. Ook verklaarde verdachte dat hij met [slachtoffer] een pruik heeft gekocht en dat hij af en toe € 20, - van haar kreeg om langs te kunnen komen. Verdachte pinde wel eens met haar pinpas en heeft een keer € 370, - opgenomen tegen de wil van [slachtoffer] . Verdachte heeft verklaard dat hij met een aantal mannen uit zijn voetbalteam bij [slachtoffer] langs is geweest en dat er in ieder geval seks is geweest tussen [slachtoffer] en [U] .


Dwangmiddelen

De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat er sprake is van de middelen geweld, dreigen met een feitelijkheid, misbruik maken van een kwetsbare positie en misbruik maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.

Verdachte heeft [slachtoffer] geslagen, gestompt en geschopt. Daarnaast heeft hij misbruik gemaakt van het feit dat [slachtoffer] een laag IQ heeft, schulden had en dat haar kind uit huis was geplaatst. Door te dreigen haar ouders dan wel de Raad voor de Kinderbescherming te informeren over haar prostitutiewerkzaamheden heeft verdachte eveneens gedreigd met andere feitelijkheden. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw, onder meer gebaseerd op een WhatsAppgesprek dat ter zitting is beluisterd, dat [slachtoffer] een mondige prostituee was. Uit het misbruik maken van haar kwetsbare positie en uit het feit dat zij niet over haar eigen verdiensten kon beschikken, blijkt immers van het tegendeel. Verdachte heeft weliswaar ontkend dat hij wist dat [slachtoffer] een laag IQ had en beïnvloedbaar was, maar gelet op de getuigenverklaringen in het dossier kan het niet anders dat hij dit moet hebben gemerkt en geweten.


Handelingen

Het werven van [slachtoffer] als prostituee is wettig en overtuigend bewezen. Met Oud en Nieuw 2014/2015 heeft verdachte aan [slachtoffer] voorgesteld om in de prostitutie te werken. Dit om snel geld te verdienen en om verdachte ook van geld te voorzien. De verklaring van [slachtoffer] vindt steun in de hiervoor genoemde bewijsmiddelen.


Oogmerk van seksuele uitbuiting

Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte [slachtoffer] seksueel heeft uitgebuit. Hij is een liefdesrelatie met haar aangegaan, heeft haar geholpen met seksadvertenties, heeft condooms en een pruik gekocht en heeft door middel van geweld, het dreigen met het bekend maken van het prostitutiewerk aan haar ouders en de Raad voor de Kinderbescherming bewerkstelligd dat zij zich beschikbaar heeft gesteld voor prostitutie en dit ook bleef doen. Het oogmerk van seksuele uitbuiting is gelegen in het feit dat het verdachte te doen was om financieel gewin. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte 70% van het verdiende geld kreeg en dat zij dit moest afstaan aan hem. Haar verklaring wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte] , de WhatsAppgesprekken en tapgesprekken.

De rechtbank merkt op dat een uitbuitingssituatie het ontbreken van vrijwilligheid veronderstelt. Dit is niet anders als de relatie aanvankelijk op vrijwillige basis is aangegaan. In dat geval moet namelijk worden aangenomen dat die vrijwilligheid het gevolg is van de toegepaste dwangmiddelen.


Voordeel trekken

Verdachte heeft voordeel getrokken uit de seksuele uitbuiting van [slachtoffer] . Zij heeft verklaard dat zij de eerste twee weken vrijwillig geld afstond aan verdachte, maar dat dit niet veel later niet meer zo was. [medeverdachte] heeft ook verklaard dat verdachte het geld wel eens uit de handen van [slachtoffer] griste. Verdachte heeft met het geld uit haar prostitutiewerkzaamheden gegokt, kleding, etenswaren en drinken gekocht.


Dwingen of bewegen tot bevoordeling

De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat verdachte [slachtoffer] heeft bewogen tot het afgeven van haar verdiensten. Verdachte kwam twee à drie keer in de week geld ophalen. [slachtoffer] stond dit geld af, omdat verdachte haar vakanties en een rijbewijs beloofde.


Nauwe en bewuste samenwerking

De rechtbank overweegt dat de feiten en omstandigheden die uit het dossier naar voren komen onvoldoende zijn om te kunnen aannemen dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel.


Pleegperiode en pleegplaatsen

Voorgaande heeft plaatsgevonden in de periode van 1 januari 2015 tot 1 juni 2015 in Huizen dan wel elders in Nederland. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte tijdens Oud en Nieuw 2014/2015 aan haar voorgesteld heeft om geld te verdienen in de prostitutie. Deze werkzaamheden vonden plaats in Huizen. Buiten Huizen werden er door verdachte berichten gestuurd die betrekking hadden op de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer] . De laatste berichten zijn door verdachte verstuurd op 23 mei 2015.


5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:


hij op tijdstippen in de periode van 01 januari 2015 tot en met 01 juni 2015 te Huizen en elders in Nederland,


A. een ander, te weten [slachtoffer] ,


(telkens) door dwang, geweld of door dreiging met een feitelijkheid, dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie


sub1

- heeft geworven met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] en


sub 4

- heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en


sub 9

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, die [slachtoffer] , seksuele handelingen met en voor een derde en


sub 6

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer] ,


immers is en heeft hij, verdachte,


- een (exclusieve) (liefdes)relatie met die [slachtoffer] aangegaan en onderhouden en

- (telkens) geld van die [slachtoffer] geleend, terwijl hij verdachte wist dat die [slachtoffer] reeds een schuld van (ongeveer) 25.000, - Euro had en

- gevraagd om/naar de pincode behorende bij de betaalpas ten name van die [slachtoffer] aan hem, verdachte, te geven en

- (telkens) de betaalpas ten name van die [slachtoffer] geleend en/(telkens) met die betaalpas een geldbedrag gepind en het geld gehouden en

- gevraagd aan die [slachtoffer] of zij snel en makkelijk geld wilde verdienen met betaalde seks en

- die [slachtoffer] ertoe bewogen zich te prostitueren en

- de [slachtoffer] beloofd dat zij van de opbrengst van deze werkzaamheden haar rijbewijs kon halen en zij samen op vakantie konden gaan en

- gevraagd aan die [slachtoffer] met één rijke klant en met klanten betaalde seks te hebben terwijl hij verdachte die sekspartijen zou filmen, waarna hij, verdachte, die (rijke) klanten met de door hem gemaakte films zou afpersen en

- die [slachtoffer] gevraagd/aan die [slachtoffer] opgedrongen te blowen vóór het hebben van betaalde seks met mannen zodat die [slachtoffer] makkelijker hiertoe overging en

- die [slachtoffer] in persoon en via een of meer digitale berichten zoals zogeheten app-berichten en sms-berichten aangezet om betaalde seks met mannen te hebben en die [slachtoffer] gedwongen door te gaan met het hebben van betaalde seks en

- die [slachtoffer] (telkens) via sms of WhatsApp of chats benaderd en

- aanwijzingen met betrekking tot de omschrijving en de foto‘s van het profiel en de advertentie van die [slachtoffer] op sekssites als [site 1] en [site 2] en [site 3] en [site 4] en [site 7] gegeven en door die [slachtoffer] gevraagde prijs van de verschillende seksuele handelingen met klanten in die profielen en die advertenties mede bepaald en

- (meermalen) een sms naar sekssites als [site 1] en [site 2] en [site 3] en [site 4] en [site 7] waar het profiel en de advertentie van die [slachtoffer] stond, verstuurd zodat het profiel of de advertentie van die [slachtoffer] (weer) bovenaan stond en

- voor/met die [slachtoffer] een pruik gekocht welke pruik zij droeg/opzette terwijl zij betaalde seks met derden had en

- condooms voor die [slachtoffer] gekocht welke condooms bestemd waren voor de klanten, met wie die [slachtoffer] betaalde seks had en

- (meermalen) die [slachtoffer] geslagen en geschopt en

- die [slachtoffer] opgesloten op haar eigen balkon en

- die [slachtoffer] afgeraden/verboden naar buiten te gaan zodat die [slachtoffer] voor klanten direct bereikbaar en beschikbaar was voor het hebben van betaalde seks met mannen en

- die [slachtoffer] seks laten hebben met zijn vrienden/bekenden en

- (meermalen) aan die [slachtoffer] gevraagd: “Hoeveel snoepjes heb je gehad?” waarmee hij, verdachte, vroeg naar het aantal klanten en

- aangeboden het door die [slachtoffer] met betaalde seks verdiende geld afgepakt en laten afgeven en direct ontvangen van geld van klanten met wie die [slachtoffer] betaalde seks had en

- het door die [slachtoffer] met betaalde seks verdiende geld uitgeven aan gokken of kopen van kleding of etenswaren en

-(meermalen) gezegd tegen die [slachtoffer] “We doen het toch samen.” en “Ja je moet geld verdienen om die auto te kopen en om een vakantie te boeken en betalen en om lekker te leven.” en

- (meermalen) boos op die [slachtoffer] geworden en ingepraat op die [slachtoffer] : “Ik moet vastzitten door jou, omdat je mij dat geld niet geeft.” en “Ik moet politierekeningen betalen, geef gewoon dat geld” en

- die [slachtoffer] (meermalen) gedreigd om seksfilmpjes of seksfoto’s van haar op internet te plaatsen en haar ouders over haar werkzaamheden als prostituee te informeren en de raad voor de kinderbescherming te informeren hierover,

terwijl hij wisten dat die [slachtoffer] verstandelijk beperkt was een laag IQ had en makkelijk te beïnvloeden was en geen werk had en schulden had en haar dochter uit huis was geplaatst.

De rechtbank verbetert in de bewezenverklaring een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.


Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.


6KWALIFICATIE


Het bewezene levert op:


Mensenhandel.


7STRAFBAARHEID


Het feit en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.


8STRAFOPLEGGING


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.


Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van een op te leggen straf opgemerkt dat gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie een straf conform de duur van het voorarrest van verdachte afdoende is. De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de grove schending van de redelijke termijn, het feit dat verdachte een first offender is en zijn persoonlijke omstandigheden.


Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Hij heeft een kwetsbare en makkelijk te beïnvloeden vrouw gedurende een aantal maanden voor eigen gewin gedwongen als prostituee te werken. Verdachte heeft zijn slachtoffer daarbij op een doortrapte manier gemanipuleerd en akelig vernederd. . Deze gedwongen prostitutie heeft een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Dit valt ook af te leiden uit de verklaring die het slachtoffer ter zitting voorgelezen heeft, waarin zij haar gevoel misbruikt en uitgebuit te zijn heeft onderstreept. Verdachte heeft zich geen enkele rekenschap gegeven van de mogelijke gevolgen die het slachtoffer van zijn handelen zou ondervinden.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het reclasseringsadvies van 26 september 2016 en het uittreksel justitiële documentatie van 18 oktober 2016. Daaruit blijkt dat verdachte geen afgeronde schoolopleiding en nauwelijks werkervaring heeft en dat hij voor detentie geen zinvolle dagbesteding had en evenmin regulier inkomen. Daarnaast is sprake geweest van middelengebruik, schulden en mogelijk problematisch gokken. Het valt de reclassering op dat verdachte de neiging heeft zich te presenteren als slachtoffer, waarbij hij van mening is dat zaken hem overkomen en hij zijn eigen aandeel niet herkent. De reclassering ziet geen aanknopingspunten voor toezicht of interventies, mede gezien de ontkenning van verdachte. Bovendien heeft hij al hulp bij zijn financiën en het vinden van betaald werk. Het rapport bevat geen advies over een sanctie. De rechtbank houdt rekening op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht met een tegen verdachte op 6 april 2015 uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van belediging aangedaan aan en ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.


Gelet op het feit dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Strafverzwarend weegt de rechtbank mee dat er sprake is geweest van seks zonder voorbehoedsmiddelen. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat geweld is toegepast, zij het in beperkte mate. Echter, nu de rechtbank tot vrijspraak van het strafverzwarende element van medeplegen komt, zal zij een straf opleggen die lager is dan geëist is door de officier van justitie. Zij zal een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren opleggen. Als bijzondere voorwaarde legt de rechtbank een contactverbod op met het slachtoffer. Dit is noodzakelijk nu hij contactverzoeken naar [slachtoffer] gestuurd heeft nadat hij door de politie was benaderd om het slachtoffer met rust te laten en zelfs nog berichten naar haar heeft verstuurd vanuit de penitentiaire inrichting .


9DE BENADEELDE PARTIJ


Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer] – daartoe vertegenwoordigd door mr. A. Koopsen – zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van

€ 30.489,15. Ter zitting op 20 januari 2017 heeft mr. Koopsen ter onderbouwing van de immaterieel geleden schade een verklaring van psycholoog Kloosterman overgelegd.


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Daarnaast heeft zij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair gelet op de door haar betoogde vrijspraak bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat de gevorderde materiële schade niet eenvoudig te berekenen is en een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Ten aanzien van de hoogte van de immateriële schade heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.


Het oordeel van de rechtbank

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 25.489,15, vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil. De rechtbank acht de gevorderde materiële schade van € 15.489,15 bestaande uit de verdiensten van de benadeelde partijen die verdachte meegenomen heeft gelet op de onderbouwing van de benadeelde partij toewijsbaar nu de verdediging deze verdiensten niet heeft betwist en de gehanteerde berekening de rechtbank niet onredelijk voorkomt. Voor wat betreft de gevorderde immateriële schade acht de rechtbank, de informatie van M. Kloosterman, psycholoog van [slachtoffer] in ogenschouw nemende, het redelijk om de schade tot € 10.000, - toe te wijzen. Die informatie houdt in dat de traumaklachten van de benadeelde partij voor een groot deel een direct gevolg zijn van het bewezenverklaarde feit.

De vordering van de benadeelde partij levert in dat licht naar het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de meer gevorderde immateriële schade een onevenredige belasting op van het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in de vordering voor dat deel niet-ontvankelijk is en dat de vordering ter zake dit deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.


Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36 f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.


10TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.



























11BESLISSING


De rechtbank:


Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;


Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde feit strafbaar en kwalificeert dit zodanig als hierboven onder 6 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;


Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;


- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;


- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;



- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaar niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;


- stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd (van 3 jaar):

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren [1985] te [geboorteplaats 2] (Brazilië), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;


- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;


Benadeelde partij

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , wonende te [woonplaats 2] , van een bedrag van € 25.489,15 (zegge: vijfentwintigduizend vierhonderdnegenentachtig euro en vijftien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij ten einde is gekomen, te weten 1 juni 2015, tot die van de voldoening;


- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 25.489,15 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, inclusief wettelijke rente zoals hiervoor is bepaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 162 dagen hechtenis;


- bepaalt dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;


- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.




Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mr. drs. H. Vegter en mr. W.S. Ludwig, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2017.


Drs. mr. H. Vegter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Gerechtshof Amsterdam 8 december 2016 ECLI:NL:GHAMS:2016:5236.
2 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2015093702, doorgenummerd 1 tot en met 848.
3 Pagina’s 133 en 134.
4 Pagina’s 147, 148, 149, 151, 153, 155, 156, 160, 161, 162, 163, 168, 170, 172, 174, 175, 178
5 Pagina 468.
6 Pagina 476.
7 Pagina’s 188, 190, 191, 192.
8 Pagina 280.
9 Pagina’s 281, 285 en 291.
10 Pagina 324.
11 Pagina’s 331 tot en met 334, 336.
12 Pagina 697.
13 Pagina 699.
14 Pagina 727.
15 Pagina 710.
16 Pagina’s 801, 803, 804, 805, 806, 809, 815, 816 en 818.
17 Pagina 529.
18 De verklaring van verdachte afgelegd ter zitting op 20 januari 2017.