Rechtbank Midden-Nederland, 10-10-2017 / 659253-16


ECLI:NL:RBMNE:2017:5100

Inhoudsindicatie
Vrijspraak heling
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-10-10
Publicatiedatum
2017-10-18
Zaaknummer
659253-16
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad


Parketnummer: 16/659253-16 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 10 oktober 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [1954] te [geboorteplaats] (Jamaica)

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 september 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.J.S. Visser en van hetgeen mr. P.R. de Korte, advocaat te Amsterdam, namens verdachte, alsmede van hetgeen mr. A. Verbruggen, advocaat te Amsterdam, namens de benadeelde partij [benadeelde partij] B.V. naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


in de periode van 4 februari 2015 tot 8 juli 2015 te Almere en/of [plaatsnaam] 1100 geheugensticks Micron 16 GB, 250 geheugensticks Micron 8 GB en 236 harde schijven Sandisk SSD 960 GB heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4VRIJSPRAAK


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen. Hij heeft aangevoerd dat het ongebruikelijk is om dergelijke grote partijen geheugensticks en harde schijven telefonisch van een particulier te kopen. Verdachte heeft niet gecontroleerd waar de goederen vandaan kwamen, terwijl de veiligheidszegels waren verbroken en de goederen een grote waarde vertegenwoordigden. Daarmee heeft verdachte niet voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Bovendien waren de unieke codes op de goederen afgeplakt op het moment dat ze te koop werden aangeboden op de site en heeft verdachte slechts 22% van de marktwaarde voor de goederen betaald, hetgeen een indicatie is dat hij wist dat deze goederen door misdrijf verkregen waren.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat verdachte voor tweedehands hardware een marktconforme prijs heeft geboden. Daarnaast is sprake van een transparante geldstroom en handel, nu er een papieren spoor is van betalingen en de goederen, voorzien van een foto, op de website van [bedrijfsnaam] – het bedrijf van verdachte – en op Marktplaats werden aangeboden. Verdachte was te goeder trouw en heeft de nodige zorgvuldigheid in acht genomen om te voorkomen dat hij van diefstal afkomstige goederen kocht.


4.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit het dossier volgt dat verdachte gedurende een periode van een aantal maanden in 2015 in totaal bijna 1500 geheugensticks en harde schrijven heeft gekocht van medeverdachte [medeverdachte] . Hij heeft dit in verschillende partijen gekocht en geleverd gekregen en daarvoor in totaal € 78.050,- aan [medeverdachte] betaald.

[medeverdachte] had deze goederen uit het magazijn van zijn werkgever – [benadeelde partij] B.V. – gestolen en vervolgens aan verdachte te koop aangeboden. Tussen verdachte en [medeverdachte] zijn via de telefoon, dan wel via een berichtenserver, prijsafspraken gemaakt en [medeverdachte] heeft de goederen bij het bedrijf van verdachte, [bedrijfsnaam] , afgeleverd. De goederen zijn in ontvangst genomen door een medewerker van [bedrijfsnaam] . Daarna zijn de goederen door verdachte op de website van [bedrijfsnaam] en op Marktplaats te koop aangeboden. Betalingen van de goederen door verdachte aan [medeverdachte] hebben plaatsgevonden via de bank onder vermelding van hoeveelheden en specificaties. Verdachte heeft verklaard niet te hebben geweten dat deze goederen door misdrijf verkregen waren.


Verkoopprijs

Voor de vraag of verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de goederen ten tijde van het verwerven of voorhanden krijgen door misdrijf verkregen waren, is naar het oordeel van de rechtbank ten eerste van belang om te bepalen of de prijs die verdachte voor de goederen heeft betaald aan [medeverdachte] ongebruikelijk laag was.


Uit het dossier volgt dat de inkoopwaarde van de weggenomen goederen, die nieuw waren, omgerekend ruim € 500.000,- bedroeg. Daar staat een veel lagere koopprijs van verdachte aan [medeverdachte] van € 78.050,- tegenover.


Ten tijde van de inbeslagname bij [bedrijfsnaam] waren de verpakkingen van de geheugensticks en harde schijven niet meer verzegeld. [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat de goederen die hij bij [bedrijfsnaam] bracht niet meer verzegeld waren. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat bij de aan verdachte geleverde goederen de veiligheidszegels verbroken waren. Onderzoek van de politie op dit punt wijst uit dat het in deze branche wel voorkomt dat bij partijen het zegel wordt verbroken, met name bij oudere partijen, hoewel dit niet gebruikelijk is. Als dit gebeurt heeft dit invloed op de prijs, die dan stukken lager is.


Verder heeft verdachte aangegeven dat in deze branche de inkoopprijzen voor partijhandel niet vergelijkbaar zijn met normale inkoopprijzen. Dit komt de rechtbank niet onaannemelijk voor, te meer daar ook door getuige [getuige] , een medewerker van [benadeelde partij] , is verklaard dat de prijs verschilt per order aangezien de kortingen hoger zijn naarmate de bestelling groter is.


Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook niet komen vast te staan dat de door verdachte aan [medeverdachte] betaalde prijzen voor de goederen ongebruikelijk laag zijn.


Betaling

De rechtbank stelt vast dat verdachte de goederen zowel op de website van zijn eigen bedrijf als op Markplaats te koop heeft aangeboden. Ook heeft hij [medeverdachte] per bank onder zijn eigen naam betaald en blijkt uit de omschrijvingen bij die betalingen expliciet om welke goederen en welke hoeveelheden het gaat. Deze omstandigheden pleiten voor de stelling van verdachte dat hij de goederen te goeder trouw heeft gekocht en niet heeft getwijfeld aan de herkomst van de goederen.


Conclusie

De rechtbank is op grond van voornoemde omstandigheden van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de door hem verworven goederen gestolen waren. Dit wordt niet anders door de overige door de officier van justitie aangevoerde omstandigheden en geldt ook als alle omstandigheden in onderlinge samenhang worden bekeken. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het aan hem ten laste gelegde feit.

5BENADEELDE PARTIJ


[benadeelde partij] B.V. (hierna: [benadeelde partij] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van USD 225.011,- aan materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Daarnaast heeft [benadeelde partij] USD 40.141,62 aan proceskosten gevorderd.


5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van rechtstreekse schade en de benadeelde partij om die reden in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De proceskosten moeten volgens de officier van justitie worden afgewezen.


5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, gelet op de door hem bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering.


5.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.


Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van de verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

6BESLISSING


De rechtbank:


Vrijspraak

- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Benadeelde partij

  • - verklaart [benadeelde partij] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.



Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.L. Beljaars, voorzitter, mrs. K.G. van de Streek en A.A. Renken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.



Bijlage: de tenlastelegging


Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 februari 2015 tot 8 juli 2015 te Almere en/of [plaatsnaam] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, een goed te weten

- 1100 geheugensticks (Micron, 16 GB) en/of

- 250 geheugensticks (Micron, 8 GB) en/of

- 236 harde schijven (Sandisk, SSD, 960 GB)

heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.