Rechtbank Midden-Nederland, 17-10-2017 / 660296-16


ECLI:NL:RBMNE:2017:5252

Inhoudsindicatie
Vrijspraak van diefstal met (bedreiging met) geweld dan wel medeplichtigheid daaraan.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-10-17
Publicatiedatum
2017-11-17
Zaaknummer
660296-16
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad


Parketnummer: 16/660296-16 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 17 oktober 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte]

geboren op [1997] te [geboorteplaats]

wonende te [postcode] [woonplaats] [adres]

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 oktober 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.M. van Collenburg en van hetgeen verdachte en mr. E.I.B. Hoffman, advocaat te Hilversum, naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


op 26 april 2016 te Blaricum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, op de [straatnaam] een jas van het merk Canada Goose, van [slachtoffer] , met geweld of bedreiging met geweld heeft gestolen, waarbij het geweld of de bedreiging met geweld bestond uit

  • - het toelopen en/of achterna lopen van [slachtoffer] ;
  • - het tonen van een pistool aan [slachtoffer] ;
  • - tegen [slachtoffer] zeggen: “Waar is je geld, geef je geld” en/of “Geef je jas” en/of “Als je nu die jas niet geeft, ga ik schieten”;
  • - het meermalen met het pistool slaan in het gezicht van [slachtoffer] ;
  • - het trekken aan de linkermouw van de jas van [slachtoffer] en het vervolgens uittrekken van die jas.

Subsidiair luidt de verdenking dat verdachte medeplichtig is geweest aan deze diefstal met (bedreiging met) geweld door op 26 april 2016 te Blaricum de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te vervoeren en/of af te zetten in de buurt van de plaats delict en/of in de nabijheid daarvan in de auto te blijven wachten en/of [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] na het plegen van het delict (wederom) vervoer te verschaffen en/of te trachten in een achtervolging door de politie te ontkomen.

3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig en de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde.


Met betrekking tot de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging is door de raadsvrouw aangevoerd dat op pagina 136 van het proces-verbaal relaas einddosier staat vermeld “dat de data van de mobiele telefoon van verdachte niet nader zijn onderzocht, omdat het openbaar ministerie geen verdere vervolgstappen tegen hem gaat ondernemen”. Verdachte mocht er volgens de raadsvrouw op vertrouwen dat hij niet verder zou worden vervolgd, zodat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet de bedoeling is geweest dat deze mededeling in het dossier terecht zou komen en dat zij het aan de rechtbank laat om te bepalen of het door verdachte in die mededeling gestelde vertrouwen gerechtvaardigd is geweest.


De rechtbank overweegt dat gesteld noch gebleken is dat verdachte op enig moment vóór de zitting op de hoogte was van de inhoud van het proces-verbaal relaas einddossier en van voornoemde mededeling daarin, zodat niet gebleken is dat verdachte daar het vertrouwen aan heeft ontleend dat hij niet zou worden vervolgd. De officier van justitie is derhalve ontvankelijk in de vervolging van verdachte.


Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4VRIJSPRAAK


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft eveneens vrijspraak bepleit voor het primaire en subsidiaire feit.


4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het primair en subsidiair ten laste gelegde. De rechtbank overweegt dat over het tijdstip waarop de diefstal van de jas zou hebben plaatsgevonden verschillend – met bijna twee uur tijdsverschil – is verklaard door aangever en de getuigen. Ook is door twee getuigen verklaard dat de daders zo’n vijf minuten na de diefstal op een scooter voorbijreden. Als dit juist is, klopt dit niet met de andere bevindingen in het dossier, die inhouden dat de daders direct na de diefstal in een klaarstaande auto zijn gestapt, korte tijd daarna door de politie zijn gesignaleerd en achtervolgd, waarna verdachte en zijn medeverdachten zijn aangehouden. Over de auto waarmee de daders zijn weggereden, hebben de getuigen verklaard dat dit een kleine (zilver)grijze auto betrof, terwijl verdachte en zijn medeverdachten zijn aangehouden in een zwarte Renault Megane. Tijdens een fotoconfrontatie waarin de foto’s van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren opgenomen, twijfelde aangever en heeft getuige [getuige] verklaard dat de door hem bedoelde persoon zich niet in de selectie bevond. Ten slotte is van de jas van het merk Canada Goose, die is aangetroffen in de auto waarin de verdachten zijn aangehouden, niet onderzocht of dit daadwerkelijk de jas van aangever is.


Al met al is de rechtbank van oordeel dat het dossier teveel onduidelijkheden bevat en de mogelijkheid openlaat dat iemand anders dan verdachte de diefstal heeft gepleegd, dan wel de medeverdachten vervoer heeft geboden naar en vanaf de plaats delict, zodat vrijspraak dient te volgen.

5BENADEELDE PARTIJ


[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 675,- bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.


5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheidverklaring van de benadeelde partij in zijn vordering.


5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.


5.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.


Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

6BESLISSING


De rechtbank:


Vrijspraak

- verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Benadeelde partij

  • - verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.



Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. K.G. van de Streek en A.A. Renken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 oktober 2017.



Bijlage: de tenlastelegging


Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


Primair

hij op of omstreeks 26 april 2016 in de gemeente Blaricum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, op of aan de openbare weg de [straatnaam] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een jas (merk: Canada Goose), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), meermalen in ieder geval éénmaal,

- naar die [slachtoffer] is/zijn toegelopen en/of die [slachtoffer] is/zijn achterna gelopen en/of

- die [slachtoffer] een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, heeft/hebben getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben vastgehouden, en/of

- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd:

* "Waar is je geld, geef je geld." en/of

* "Geef je jas." en/of

* "Als je nu die jas niet geeft, ga ik schieten." en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met dat pistool, in ieder geval met dat soortgelijke voorwerp, (meermalen) in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of

- aan de linkermouw van de jas van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken en/of (vervolgens de jas van die [slachtoffer] heeft/hebben uitgetrokken);


Subsidiair

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op of omstreeks 26 april 2016 in de gemeente Blaricum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, op of aan de openbare weg de [straatnaam] , tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een jas (merk: Canada Goose), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 2] , en/of die [medeverdachte 1] , meermalen in ieder geval éénmaal,

- naar die [slachtoffer] is/zijn toegelopen en/of die [slachtoffer] is/zijn achterna gelopen en/of

- die [slachtoffer] een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, heeft/hebben getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben vastgehouden, en/of

- ( daarbij) die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd:

* "Waar is je geld, geef je geld." en/of

* "Geef je jas." en/of

* "Als je nu die jas niet geeft, ga ik schieten." en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] met dat pistool, in ieder geval met dat soortgelijke voorwerp, in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of

- aan de linkermouw van de jas van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken en/of (vervolgens de jas van die [slachtoffer] heeft/hebben uitgetrokken


tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 april 2016 in de gemeente Blaricum opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, bestaande dat verschaffen van gelegenheid, en/of die middelen en/of die inlichtingen uit en/of bestaande die behulpzaamheid daarin, dat verdachte opzettelijk die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] heeft vervoerd en/of heeft afgezet in de

buurt van het plaats delict en/of (vervolgens) in de nabijheid van de plaats delict in zijn auto is blijven wachten en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] na het plegen van het delict (wederom )vervoer heeft verschaft en/of heeft getracht in een achtervolging door de politie aan de politie te ontkomen.