Rechtbank Midden-Nederland, 25-10-2017 / 16/659935-16 en 16/659732-14 (vordering tenuitvoerlegging) (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:5362

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich gedurende ongeveer 4 maanden schuldig gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderpornografie. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar. De rechtbank zal daarbij, om het recidiverisico terug te dringen, aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden verbinden, zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-10-25
Publicatiedatum
2017-10-26
Zaaknummer
16/659935-16 en 16/659732-14 (vordering tenuitvoerlegging) (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • NJFS 2017/212
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht


Parketnummers: 16/659935-16 en 16/659732-14 (vordering tenuitvoerlegging) (P)



Vonnis van de meervoudige kamer van 25 oktober 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [1947] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en mr. A.J.M. Mohrmann, advocaat te Bussum, naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


Feit 1: in de periode van 1 januari 2016 tot en met 2 april 2016 te Zaandam en/of IJsselstein, met [slachtoffer] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd;


Feit 2: in de periode van 1 januari 2016 tot en met 2 april 2016 te Zaandam en/of IJsselstein, aan [slachtoffer] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, afbeeldingen van seksuele gedragingen heeft verstrekt;


Feit 3: in de periode van 1 januari 2016 tot en met 2 april 2016 te Zaandam en/of IJsselstein, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven en/of in zijn bezit heeft gehad.


3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4WAARDERING VAN HET BEWIJS


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd ten aanzien van feit 3, wegens het ontbreken van bewijs voor het bezit van kinderporno. Er zijn immers onder verdachte geen afbeeldingen van kinderpornografische aard aangetroffen.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld bepleit. De verdediging heeft aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte [slachtoffer] heeft bewogen tot het verzenden van foto’s dan wel video’s, alsmede dat hem van zijn handelen geen enkele vorm van schuld kan worden verweten.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 vrijspraak bepleit omdat niet bewezen kan worden dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] minderjarig was. De raadsman heeft feit 3, gelet op de gevorderde vrijspraak, onbesproken gelaten.


4.3

Het oordeel van de rechtbank


Ten aanzien van feit 2

Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) zich in eerste instantie heeft voorgedaan als een meerderjarige vrouw. Uit het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte op het moment dat hij de ten laste gelegde afbeelding en/of film of video zou hebben gestuurd, al wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] op dat moment de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verstrekken van afbeeldingen van seksuele gedragingen aan [slachtoffer] , terwijl hij wist of moest vermoeden dat zij de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt. Verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken.


Ten aanzien van feit 1 en 3

[slachtoffer] , geboren op [2000] , heeft begin januari 2016 Wordfeud, een spel, op haar telefoon gezet en kwam zo in contact met verdachte. Verdachte heeft om haar nummer gevraagd zodat ze op WhatsApp verder konden praten. [slachtoffer] heeft haar nummer aan hem gegeven. Op WhatsApp begonnen de gesprekken steeds meer seksueel getint te worden.


Verdachte stuurde haar een foto van een blote penis en vroeg of zij een foto wilde sturen waar zij helemaal op stond. [slachtoffer] heeft op enig moment eerlijk verteld dat zij 15 jaar oud was. Verdachte werd boos en zei dat hij naar de politie zou gaan en zou vertellen dat zij had gelogen over haar leeftijd en had gezegd dat ze 26 was. Omdat [slachtoffer] bang was dat ze problemen zou krijgen bleef ze met hem door praten. [slachtoffer] stuurde een foto van haar gezicht om te laten zien dat ze echt 15 jaar oud was. Verdachte vroeg aan haar om een foto van haar borsten. [slachtoffer] heeft vervolgens een foto gemaakt van haar blote borsten en deze naar verdachte gestuurd. Verdachte zei tegen [slachtoffer] dat hij haar mooi vond.

Verdachte heeft [slachtoffer] vervolgens gevraagd om foto’s te sturen van haar kont en vagina. [slachtoffer] heeft deze gemaakt en naar verdachte verstuurd. [slachtoffer] heeft ook een filmpje van zichzelf gemaakt waarop zij zichzelf aan het vingeren was en dit naar verdachte doorgestuurd. Verdachte wilde ook een filmpje terwijl ze op het toilet aan het plassen was, [slachtoffer] heeft dat gedaan en naar verdachte doorgestuurd.


Uit onderzoek van de mobiele telefoon van verdachte bleek dat [slachtoffer] hem op 6 maart 2016 een sms-bericht stuurde met de tekst: ‘Heey [verdachte] ik ga het zo aan me ouders vertellen.’ Verdachte heeft diezelfde dag geantwoord naar [slachtoffer] : ‘NEE, Nix vertellen het over, Heb al je foto’s video’s.’


In een telefoongesprek met de politie verklaarde verdachte dat [slachtoffer] hem naaktfoto’s heeft gestuurd.


Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij een filmpje heeft ontvangen van [slachtoffer] waarop zij aan het plassen was en waarbij er twee of drie vingers naar binnen werden gestoken.


Overwegingen met betrekking tot feit 1

In zijn arrest van 30 november 2004 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat er onder omstandigheden ook sprake kan zijn van ontucht met een minderjarige als bedoeld in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht, als er geen lichamelijke aanraking tussen verdachte en de minderjarige heeft plaatsgevonden (ECLI:NL:HR:2004:AQ0950). In dat geval is wel van belang dat sprake is van “enige voor het plegen van ontucht met die minderjarige relevante interactie tussen de verdachte en die minderjarige”.


De rechtbank overweegt dat het enkele contact zoeken en onderhouden via Wordfeud en WhatsApp en het voeren van een seksueel getint gesprek met [slachtoffer] geen ontuchtige handelingen oplevert in de zin van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht. Wat betreft de foto van een ontbloot geslachtsdeel en/of de film/video waarin iemand zich aftrekt, die door verdachte zijn verzonden, ontbreekt het aan de vereiste daadwerkelijke interactie tussen verdachte en [slachtoffer] vlak voor, na of tijdens het verzenden van de betreffende foto/film/video.


Wat betreft de door [slachtoffer] aan verdachte gezonden seksueel getinte foto’s en films, zoals ten laste gelegd onder het tweede aandachtstreepje, overweegt de rechtbank als volgt. [slachtoffer] heeft op verzoek van verdachte foto’s en video’s gemaakt van de seksuele handelingen die zij pleegde bij zichzelf. Deze situatie wijkt daarmee af van de situatie waarbij een slachtoffer seksuele handelingen bij zichzelf verricht, terwijl de verdachte via de webcam meekijkt en/of instructies geeft. In dit laatste geval is de relevante interactie tussen verdachte en het slachtoffer een gegeven. [slachtoffer] heeft echter, zij het op verzoek van verdachte, zelfstandig opnames gemaakt van seksuele handelingen die zij bij zichzelf verrichtte. Uit het dossier blijkt niet en is niet vast te stellen dat er op dat moment sprake was van enige vereiste interactie (via communicatiemiddelen) tussen verdachte en [slachtoffer] . Gelet op deze omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank dan geen sprake van het plegen van ontuchtige handelingen met iemand, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.


Overweging met betrekking tot feit 3:

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat het proces-verbaal van bevindingen gedateerd op 11 april 2016 moet worden uitgesloten van het bewijs omdat verdachte de cautie niet heeft gekregen voorafgaand aan het afleggen van zijn verklaring.


De rechtbank verwerpt dit verweer. In dit geval was geen sprake van een verhoorsituatie. Op het moment dat verdachte door de betreffende verbalisant werd gebeld, merkte verdachte direct nadat de verbalisant haar naam en functie had genoemd op, zonder dat hem enige vraag was gesteld, dat hij wist waarover het ging en dat het slachtoffer hem naaktfoto’s had gestuurd. Aldus is er geen sprake geweest van een verhoorsituatie, zodat de cautie niet vereist was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Wetboek van Strafvordering.


[slachtoffer] verklaart dat zij verdachte op zijn verzoek foto’s en films/video’s van zichzelf heeft gestuurd waarop zij seksuele handelingen verrichtte bij zichzelf. Deze verklaring vindt gedeeltelijk steun in de verklaring van verdachte ter terechtzitting waarin hij verklaart over een filmpje dat zij hem heeft gestuurd en waarop seksuele handelingen zichtbaar zijn. Daarnaast heeft verdachte in het telefoongesprek met de politie gezegd dat hij naaktfoto’s van [slachtoffer] heeft ontvangen en blijkt uit het hiervoor aangehaalde sms-bericht dat hij aan [slachtoffer] heeft gestuurd dat hij foto’s en video’s van haar in zijn bezit heeft (gehad). Op basis van deze bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] in de tenlastelegging genoemde foto’s en filmpjes aan verdachte heeft gestuurd.


De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 januari 2016 tot en met 2 april 2016 opzettelijk kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit had. Immers bevatten de afbeeldingen en video’s die [slachtoffer] aan verdachte stuurde seksuele handelingen en betrof het iemand, namelijk [slachtoffer] zelf, die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt. Aan het bovenstaande doet niet af dat de afbeeldingen niet onder verdachte zijn aangetroffen.





5BEWEZENVERKLARING



De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:


Feit 3

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2016 tot en met 2 april 2016 in Nederland, meermalen, telkens afbeeldingen, te weten foto’s en een films/videobestanden en een gegevensdrager, te weten een telefoon merk Samsung, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij telkens iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, in bezit heeft gehad

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel en gedeeltelijk naakt poseren van die [slachtoffer] , die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer] poseert in een

erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en/of waarna door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose van die [slachtoffer] nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer] in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbare seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.


Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.


Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:


Feit 3

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE


Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.


8OPLEGGING VAN STRAF



8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan een gedeelte van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als (bijzondere) voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandelverplichting.



8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte zelf door wil gaan met zijn behandeling bij De Waag. Subsidiair heeft de raadsman gepleit voor het opleggen van een taakstraf.


8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.


De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.


Verdachte heeft zich gedurende ongeveer 4 maanden schuldig gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderpornografie. Dit is een ernstig feit. Seksueel misbruik van jeugdigen moet worden tegengegaan en daarom ook de digitale exploitatie van dergelijk misbruik.


Verdachte is op zeer geraffineerde wijze te werk gegaan door zich voor te doen als een ander persoon, het slachtoffer onder druk te zetten en opdrachten te geven. Wat voor het slachtoffer eerst begon als onschuldig contact met de verdachte, ontaardde stapsgewijs in een voor het slachtoffer dwingende en beklemmende situatie waarbij verdachte het slachtoffer controleerde en op manipulatieve wijze dwong tot het verstrekken van onzedelijke foto’s en video’s van haarzelf. Hierbij is het slachtoffer onder druk gezet om te voldoen aan de wensen en eisen van verdachte door haar er onder andere op te wijzen dat hij anders naar de politie zou gaan. Door op dergelijke wijze misbruik te maken van het nog zeer jeugdige slachtoffer heeft verdachte in zijn contact met het slachtoffer in verregaande mate de grenzen van het betamelijke overschreden.


Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 september 2017, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een strafbaar feit. Verdachte is op 9 december 2014 veroordeeld voor belaging en bedreiging waarbij het slachtoffer een kind was. Van die veroordeling liep verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde in deze zaak nog in een proeftijd. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij nog tijdens zijn proeftijd opníeuw een strafbaar feit heeft begaan, waarbij het slachtoffer opnieuw een minderjarige is. Gezien zijn eerdere veroordeling en de hem daarbij (deels) opgelegde voorwaardelijke straf, was verdachte letterlijk een gewaarschuwd man die – ondanks deze stok achter de deur – kennelijk zichzelf er niet van kon weerhouden om opnieuw de fout in te gaan.


Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsrapport van Leger des Heils, uitgebracht door P.H.M. van Wijk, op 15 mei 2017. De reclassering noemt overeenkomsten tussen de totstandkoming van het delict uit 2014 (belaging van een minderjarige) en het huidige feit, namelijk de wijze van contactlegging (Wordfeud), de mate van contact, de leeftijd van het slachtoffer (veertien à vijftien jaar oud) en de vaderrol die betrokkene aanneemt, hetgeen de reclassering zorgen baart. Het valt op dat verdachte zijn eigen rol bagatelliseert, en dat (wanneer het onderhavige bewezen wordt verklaard) hij een gering probleembesef heeft. De reclassering acht bij verdachte een gemiddeld tot hoog recidiverisico aanwezig. De reclassering adviseert verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden op te leggen, waarbij de bijzondere voorwaarden inhouden: een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandelverplichting bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg.


Gelet op de ernst van het feit en de eerdere veroordeling voor een strafbaar feit, waarbij verdachte op vergelijkbare wijze bij een minderjarige te werk is gegaan, acht de rechtbank oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Voor oplegging van een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt, ziet de rechtbank onder deze omstandigheden geen ruimte.


Nu de rechtbank verdachte vrijspreekt voor feit 1 en 2, ziet de rechtbank wel aanleiding af te wijken van de eis van de officier van justitie.


Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar, een passende en geboden sanctie. De rechtbank zal daarbij, om het recidiverisico terug te dringen, aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden verbinden, zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering.

9VORDERING TENUITVOERLEGGING


9.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging deels toe te wijzen, namelijk voor een maand. Ten aanzien van de overige drie maanden heeft de officier van justitie gevorderd om de proeftijd te verlengen met 1 jaar.


9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte te weten zijn leeftijd, broze gezondheid en psychische problematiek.


9.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de stukken bevindt zich de op 17 januari 2017 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland in de zaak met parketnummer 16/659732-14, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 9 december 2014 van de meervoudige strafkamer in het arrondissement Midden-Nederland, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 4 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op drie jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.


Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis.


De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijke strafdeel te gelasten. De rechtbank acht, net als de officier van justitie, gelet op de specifieke persoonlijke omstandigheden van veroordeelde het niet wenselijk de gehele tenuitvoerlegging te gelasten. Daarom zal de rechtbank de vordering voor de duur van één maand toewijzen en voor het overige deel, te weten drie maanden, de proeftijd verlengen met 1 jaar.



10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 57, 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.


11BESLISSING


De rechtbank:


Vrijspraak

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;


- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;


Strafbaarheid

- verklaart het onder 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;


- verklaart verdachte strafbaar;


Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden;


- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;


- beveelt dat een gedeelte, groot 2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;


- stelt daarbij een proeftijd van drie jaren vast;


- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder

begrepen;


- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

* zich binnen vijf dagen na zijn invrijheidstelling zal melden bij Reclassering Leger des Heils, op het volgende adres Weesperzijde 70, 1091 EH te Amsterdam, en zich zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich zal laten behandelen door De Waag, of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;


- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.;


Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/659732-14

- wijst de vordering gedeeltelijk toe;


- gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de door de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 9 december 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, te weten voor een gedeelte van 1 (één) maand;


- verlengt voor het resterende (voorwaardelijke) strafdeel de proeftijd met één jaar.






Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. A. Blanke, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. M.C. van Reenen en F.H. Batavier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2017.



Bijlage: de tenlastelegging


Aan [verdachte] is tenlastegelegd dat:


1.


hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2016 tot en met 2 april 2016 te Zaandam en/of IJsselstein, in elk geval in

Nederland,

(telkens) met [slachtoffer] , geboren op [2000] , die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd bestaande

hierin dat hij, verdachte, meermalen, althans éénmaal (telkens) ontuchtig

-via Wordfeud en/of Whatsapp contact heeft gezocht en/onderhouden met die

[slachtoffer] en/of

-die [slachtoffer] ertoe heeft bewogen om één of meer foto('s) van haar naakte

borsten en/of bil(len) en/of vagina en/of één of meer film(s)/video('s)

waarin die [slachtoffer] zich vingert en/of plast, in ieder geval een seksueel

getinte afbeelding, te maken en/of (vervolgens) aan hem, verdachte, te

verzenden (via telefoon) en/of

-een foto van een/verdachtes ontblote geslachtsdeel (in erecte staat) en/of

een film/video waarin verdachte/iemand zich aftrekt en/of ejaculeert, althans

waarop een/verdachtes ontblote geslachtsdeel (in erecte staat) is te zien, in

ieder geval een seksueel getinte afbeelding, aan die [slachtoffer] heeft verzonden

(via de telefoon) en/of

-(ondertussen) een seksueel getint gesprek (via de telefoon) met die [slachtoffer]

heeft gevoerd;

art 247 Wetboek van Strafrecht


2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2016 tot en met 2 april 2016 te Zaandam en/of IJsselstein, althans in

Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens) aan [slachtoffer] , geboren op [2000]

, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat

deze de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt,

-een afbeelding van een/verdachtes ontblote geslachtsdeel (in erecte staat)

en/of

-een film/video waarin verdachte/iemand zich aftrekt en/of ejaculeert,

althans waarop een/verdachtes ontblote geslachtsdeel (in erecte staat) is te

zien,

in ieder geval (een) afbeelding(en) en/of film/video welke schadelijk zijn/is

te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar,

heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond (via internet en/of telefoon);

art 240a Wetboek van Strafrecht




3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2016 tot en met 2 april 2016 te Zaandam en/of IJsselstein, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, meermalen, althans

eenmaal,

(telkens)

afbeelding(en), te weten (een) foto('s) en/of (een) film(s)/videobestand(en)

en/of

(een) gegevensdrager(s), te weten een laptop (merk PEAQ) en/of een telefoon

(merk Samsung),

bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij (telkens) iemand die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of

schijnbaar is betrokken,

heeft verworven en/of

in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


het geheel en/of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer]

, die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

waarbij die [slachtoffer] gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een

(erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van die [slachtoffer] en/of de uitsnede van de foto's/films

nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die

[slachtoffer] in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbare seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 juli 2016, genummerd PL0900 2016103237, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 121. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2 Een proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2016, pagina 11.
3 Een proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2016, pagina 12.
4 Een proces-verbaal van bevindingen van 28 juni 2016, pagina 88.
5 Een proces-verbaal van bevindingen van 11 april 2016, pagina 10.
6 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 oktober 2017.