Rechtbank Midden-Nederland, 27-10-2017 / 16/800234-12 (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:5968

Inhoudsindicatie
Mensenhandel. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van twee vrouwen. Hij heeft er door zijn handelwijze aan bijgedragen dat zij tegen betaling seks met anderen hebben gehad. De slachtoffers verkeerden tijdens de prostitutiewerkzaamheden in een uitbuitingssituatie, waarbij zij het door hen verdiende geld of een gedeelte daarvan moesten afstaan aan verdachte en/of zijn medeverdachten. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 43 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in overleveringsdetentie en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-10-27
Publicatiedatum
2017-12-01
Zaaknummer
16/800234-12 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht


Parketnummer: 16/800234-12 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 27 oktober 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte]

geboren op [1989] te [geboorteplaats] (Bulgarije)

wonende te [woonplaats] (Bulgarije), aan de [adres] .

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 augustus 2014, 18 november 2014, 10 oktober 2016, 11 oktober 2016, 18, 19, 21 en 22 september 2017 en 13 oktober 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. drs. M.R.A van IJzendoorn en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. S. Urcun, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is op de zitting van 10 oktober 2016 op vordering van de officier van justitie aangepast. De aangepaste tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


feit 1

in de periode van 7 maart 2012 tot en met 13 juli 2013 te Utrecht, Eindhoven, Amsterdam en/of elders in Nederland, Bulgarije of Duitsland samen met (een) ander(en) ten aanzien van [slachtoffer 1] (hierna te noemen: “ [slachtoffer 1] ”) en [slachtoffer 2] (hierna te noemen: “ [slachtoffer 2] ”) schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door hen seksueel uit te buiten;


feit 2

in de periode van 13 juli 2013 tot en met 21 januari 2014 te Utrecht en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Bulgarije zich zodanig via [slachtoffer 1] heeft geuit richting [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] (hierna te noemen: “ [slachtoffer 4] ”) en [slachtoffer 5] (hierna te noemen: “ [slachtoffer 5] ”) om hun verklaring als getuige te beïnvloeden of hun verklaringen te sturen.




3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4WAARDERING VAN HET BEWIJS


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten, gelet op het dossier, wettig en overtuigend te bewijzen.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verdediging een andere lezing heeft van het dossier dan de officier van justitie. Ten aanzien van feit 1 zijn er volgens de verdediging geen handelingen, geen dwangmiddelen en is er geen oogmerk van uitbuiting. De verdediging meent dat op grond van dit dossier de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de beide tenlastegelegde feiten kan komen.


4.3

Het oordeel van de rechtbank


4.3.1

Wettelijk kader


Aan de rechtbank ligt de vraag voor of bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel in de zin van artikel 273f, eerste lid, subonderdelen 1, 4, 6 en 9 van het Wetboek van Strafrecht (hierna te noemen: “Sr”) van de in de tenlastelegging genoemde vrouwen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Bij de beoordeling of sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f, eerste lid Sr wordt gekeken naar drie bestanddelen, te weten (een) dwangmiddel(en), (een) handeling(en) en het oogmerk van uitbuiting. Voor niet alle subonderdelen geldt dat de vaststelling van al deze bestanddelen nodig is om tot een bewezenverklaring te komen.


Wezenlijk bestanddeel van diverse varianten van het delict mensenhandel is dat sprake is van uitbuiting en/of dat het oogmerk van verdachte daarop is gericht. Het bestanddeel ‘(oogmerk van) uitbuiting’ is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de (niet limitatieve) opsomming in artikel 273f, tweede lid Sr van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting en gedwongen of verplichte arbeid of diensten. De vraag of en, zo ja, wanneer sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van voornoemde vraag komt in elk geval betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald.


Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat instemming met seksuele uitbuiting niet in de weg hoeft te staan aan bewezenverklaring van die uitbuiting, indien één van de in de wet omschreven dwangmiddelen is gebruikt. De beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is voldoende om een gedwongen karakter van prostitutie aan te nemen. Er hoeft geen sprake te zijn geweest van een zodanige dwang of druk dat voor het slachtoffer geen andere keuze meer mogelijk was. Tot slot mag de rechter (mede) uit de omstandigheden afleiden dat er sprake is van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misbruik van een kwetsbare positie. Daarbij geldt als criterium de "gemiddelde mondige prostituee in Nederland", die zelf bepaalt voor wie, maar ook waar, wanneer, met wie en onder welke omstandigheden zij werkt. Vereist is wel dat de verdachte zich bewust moet zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de betrokkene, waaruit het overwicht voortvloeit.


4.3.2

Vaststelling bijnamen en gebruikers telefoonnummers


In het onderzoek is veel gebruik gemaakt van tapgesprekken tussen de verdachten en de vrouwen zoals genoemd in de tenlastelegging. De rechtbank zal hieronder eerst vaststellen wie de gebruikers van de verschillende telefoonnummers waren en vaststellen onder welke bijnamen de verdachten en de vrouwen bekend stonden.


Stemherkenning en bijnamen verdachte en medeverdachten


[medeverdachte 1] (hierna te noemen: “ [medeverdachte 1] ”)

Vanaf 21 december 2012 wordt het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij “ [bijnaam] ” middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt. Het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , in gebruik bij “ [bijnaam] ”, wordt vanaf 18 januari 2013 middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt. Door de Bulgaarse en Turkse tolk en de verbalisant is geluisterd naar tapgesprekken afkomstig van het bovengenoemde telefoonnummer en IMEI-nummer en daarbij zijn zij tot de conclusie gekomen dat het gaat om één en dezelfde manspersoon welke zowel “ [bijnaam] ” als “ [medeverdachte 1] ” wordt genoemd. Gezien de grote overeenkomst in klank en toonhoogte van de stemmen alsmede de inhoud van de tapgesprekken concluderen de verbalisanten dat één en dezelfde manspersoon gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] en IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Tevens vermelden de verbalisanten dat op basis van de inhoud van de tapgesprekken dat de manspersoon zowel “ [bijnaam] ” als “ [medeverdachte 1] ” wordt genoemd en zowel de Turkse als Bulgaarse taal spreekt. In het bijzonder wordt in het tapgesprek van 20 januari 2013 de naam [medeverdachte 1] genoemd. Uit bovenstaande kan worden opgemaakt dat het hierbij gaat om [medeverdachte 1] , geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije.


[medeverdachte 2] (hierna te noemen: “ [medeverdachte 2] ”)

Zoals hierboven beschreven zijn de nummers die worden toegeschreven aan [medeverdachte 1] getapt. Daaruit is gebleken dat diverse afgeluisterde gesprekken zijn gevoerd met de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en de IMEI-nummers [IMEI-nummer] en [IMEI-nummer] . De stem van de manspersoon is één en dezelfde persoon. Deze manspersoon wordt na een uitgevoerde stemvergelijking [medeverdachte 2] genoemd. In de gesprekken wordt deze persoon ook wel genoemd “ [bijnaam] ”, “ [bijnaam] ”, “ [bijnaam] ”, “ [bijnaam] ” en “ [bijnaam] ”.


[verdachte] (hierna te noemen: “ [verdachte] ”)

In het onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] veelvuldig telefonisch contact hebben met een man genaamd “ [bijnaam] ” (fonetisch), “ [bijnaam] ” (fonetisch), “ [bijnaam] ” (fonetisch), “ [bijnaam] ” (fonetisch), “ [bijnaam] ” (fonetisch) of “ [bijnaam] ” (fonetisch). Na een stemvergelijking, met gebruikmaking van Bulgaarse en Turkse tolken, blijkt dat deze persoon gebruikt maakt van de Duitse telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] , de Bulgaarse telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] , het Nederlandse telefoonnummer [telefoonnummer] en het IMEI-nummers [IMEI-nummer] . Op basis van een BPS-mutatie, een Blueview mutatie en tapgesprek van 11 mei 2013 waarin de naam [verdachte] wordt genoemd, wordt opgemaakt dat het hier voortdurend betreft [verdachte] , geboren op [1989] te [geboorteplaats] (Bulgarije).


[medeverdachte 3] (hierna te noemen: “ [medeverdachte 3] ”)

Tijdens het onderzoek zijn telefoonnummers en IMEI-nummers die worden gebruikt door [medeverdachte 1] middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt. Uit de opgenomen, afgeluisterde en uitgewerkte tapgesprekken blijkt dat [medeverdachte 1] veelvuldig contact heeft met telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij een man genaamd “ [medeverdachte 3] ”(fonetisch). De personen noemen elkaar tijdens de gesprekken “broer”. Door verbalisanten, een Bulgaarse tolk en een Turkse tolk is een aantal tapgesprekken van de manspersoon welke gebruikt maakt of heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] en de IMEI-nummers [IMEI-nummer] en [IMEI-nummer] beluisterd. Zij zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat het gaat om één en dezelfde manspersoon welke zowel “ [medeverdachte 3] ” als “broer” wordt genoemd. Uit informatie afkomstig van Europol blijkt dat [medeverdachte 3] de broer is van verdachte [medeverdachte 1] . Tijdens een observatie van 15 februari 2013 is [medeverdachte 3] samen met [medeverdachte 1] aangetroffen in een groene Opel Corsa. Tijdens deze observatie is een IMSI-catcher ingezet waarbij de volgende gegevens naar voren zijn gekomen: IMEI [IMEI-nummer] en IMEI [IMEI-nummer] . Uit bovenstaande kan worden opgemaakt dat de manspersoon die in de afgeluisterde gesprekken “ [medeverdachte 3] ” wordt genoemd de persoon [medeverdachte 3] , geboren op [1988] te [geboorteplaats] , Bulgarije, betreft.


Overweging van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat door verdachte en de raadsman niet is betwist dat het verdachte was die in de tapgesprekken te horen is en ook is niet betwist dat genoemde bijnamen namen zijn onder welke de verdachte ook wel bekend stond.


Stemherkenning en bijnamen van de vrouwen


[slachtoffer 3]

Het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [slachtoffer 3] werd tussen 28 november 2012 en 7 januari 2013, middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt.

Doordat het vermoeden is gerezen dat [slachtoffer 3] gebruik maakt van meerdere telefoonnummers heeft de verbalisant verschillende gesprekken van bovengenoemd telefoonnummer van [slachtoffer 3] en van de twee aan [medeverdachte 1] gelinkte telefoonnummers opnieuw laten beluisteren door een beëdigde tolk. Na het beluisteren van de gesprekken deelde de tolk de verbalisant mede dat ze grote overeenkomsten hoorde in klank en toonhoogte van de stemmen. Hieruit kan worden opgemaakt dat één en dezelfde persoon, zijnde [slachtoffer 3] ofwel “ [bijnaam] ”, gebruik maakt van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] .

Uit diverse opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken welke zijn gevoerd met de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] , is gebleken dat de stem van [slachtoffer 3] één en dezelfde persoon is. In de gesprekken wordt [slachtoffer 3] ook wel “ [bijnaam] ” en “ [bijnaam] ” genoemd. Uit de bevindingen kan worden opgemaakt dat deze persoon de Bulgaarse taal spreekt, verblijft op het [adres] te [woonplaats] , werkzaam is op het [naam] te [woonplaats] , zich bij het Prostitutie Controle Team op 15 juli 2012 heeft gelegitimeerd met haar paspoort en dat het gaat om [slachtoffer 3] , geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije.


[slachtoffer 1]

Op 3 januari 2012 werd door de politie een auto gecontroleerd waarin [slachtoffer 1] één van de inzittenden was. Zij gaf toen het volgende telefoonnummer op: [telefoonnummer] . Op 29 april 2012 is bij een zedencontrole door de Politie Utrecht gesproken met [slachtoffer 1] . Zij verklaarde onder andere dat haar werknaam “ [bijnaam] ” is. Op 6 februari 2013 is bij een reguliere controle op de rijksweg A12 de identiteit van [slachtoffer 1] middels haar getoonde identiteitskaart vastgesteld.

In het kader van het onderzoek zijn onder andere [A] en [slachtoffer 3] getapt middels een machtiging van de rechter-commissaris. In de opgenomen gesprekken is veelal de Bulgaarse taal gebruikt. Een aantal gesprekken is dan ook door een tolk Bulgaars beluisterd en geanalyseerd. Naar aanleiding van de door de Bulgaarse tolk en verbalisanten beluisterde gesprekken kan worden opgemaakt dat de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] in gebruik zijn bij één en dezelfde vrouwspersoon met dezelfde stem, namelijk [slachtoffer 1] , geboren op [1990] te [geboorteplaats] . Door middel van de gespreksnummers [nummer] en [nummer] van het getapte telefoonnummer [telefoonnummer] kon een stemherkenning van [slachtoffer 1] worden opgemaakt, omdat ze bijna jarig was en over de genoemde telefoonlijn werd gefeliciteerd. Naar aanleiding van de bevindingen en beluisterde tapgesprekken kan worden opgemaakt dat [slachtoffer 1] meerdere bijnamen en/of pseudoniemen heeft, waaronder: “ [bijnaam] ” (fonetisch) of “ [bijnaam] ” (fonetisch) en [bijnaam].


[slachtoffer 2]

Vanaf 11 november 2013 werd na een machtiging van de rechter-commissaris de gevoerde telecommunicatie over het IMEI-nummer [IMEI-nummer] afgeluisterd. Uit de opgenomen, afgeluisterde en verwerkte tapgesprekken is gebleken dat het IMEI-nummer [IMEI-nummer] in combinatie met het telefoonnummer [telefoonnummer] wordt gebruikt, welke in het verleden tevens in gebruik was bij [slachtoffer 2] . Middels een tolk heeft er een stemvergelijking van een aantal tapgesprekken plaatsgevonden en is er vastgesteld dat de gebruiker van het IMEI-nummer [IMEI-nummer] en telefoonnummer [telefoonnummer] betreft.

In het onderzoek zijn meerdere telefoonnummers en IMEI-nummers getapt, onder meer het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , dat in gebruik is bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Onder meer is gebleken dat [medeverdachte 1] contact onderhoudt met een persoon die [bijnaam] wordt genoemd. [medeverdachte 1] krijgt van deze [bijnaam] instructies met betrekking tot het aansturen van de gebruiker van het nummer [telefoonnummer] . In gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [bijnaam] wordt er gesproken over een prostituee “ [bijnaam] ”, “ [bijnaam] ” en “ [slachtoffer 2] ”. Op 28 februari 2013 te 20:06:05 uur wordt het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , gebeld door het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer] . Daarin wordt tegen [medeverdachte 1] gezegd dat hij het nummer maar naar “ [bijnaam] ” moet sturen. Op 28 februari 2012 te 20:13:08 uur wordt er vanaf IMEI-nummer [IMEI-nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , naar het nummer [telefoonnummer] een sms-bericht gestuurd met de tekst: “Smsu: [telefoonnummer] ”. De rechtbank leidt hieruit af dat het telefoonnummer [telefoonnummer] wordt gebruikt door de persoon die “ [bijnaam] ” wordt genoemd.

Op 20 april 2013 is er een gesprek, waarbij IMEI-nummer [IMEI-nummer] wordt gebeld door telefoonnummer [telefoonnummer] , afgeluisterd. In dat gesprek wordt er door de vrouw gezegd dat zij net is gecontroleerd, dat zij documenten heeft moeten laten zien en dat ze moest zeggen wat ze aan het doen was en waar ze naar toe ging. Uit registratie PL1300_2013095875_BVH Amsterdam-Amstelland van 20 april 2014 blijkt dat twee agenten een vrouw zagen lopen op de Ruysdaelkade in Amsterdam waarvan zij vermoedden dat het een prostituee was. Zij hebben haar staande gehouden. Het bleek te gaan om [slachtoffer 2] , geboren op [1991] te [geboorteplaats] , Bulgarije.

Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat [slachtoffer 2] degene is die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] en door de verdachte(n) ook wel “ [bijnaam] ”, “ [bijnaam] ” en “ [slachtoffer 2] ” wordt genoemd.


[slachtoffer 4]

Het telefoonnummer [telefoonnummer] , opgegeven door [slachtoffer 4] bij de KvK bij het oprichten van haar eenmanszaak en in gebruik bij haar, werd sinds 4 juni 2013 middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt. Gedurende het onderzoek komen behalve het telefoonnummer [telefoonnummer] , ook de nummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] in de telefoontaps naar voren. Op deze telefoonnummers is, door tolken, een stemvergelijking toegepast om te beoordelen of deze telefoonnummers in gebruik zijn bij één en dezelfde persoon. De opgenomen, beluisterde en uitgewerkte tapgesprekken zijn hoofdzakelijk in de Bulgaarse taal gevoerd. Naar aanleiding van de bevindingen en de opgenomen, beluisterde en uitgewerkte tapgesprekken kan worden opgemaakt dat de gebruikster van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] één en dezelfde vrouwspersoon is met dezelfde stem. Hieruit kan worden opgemaakt dat [slachtoffer 4] , geboren op [1984] te [geboorteplaats] in Bulgarije, de gebruikster is van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Uit opgenomen, beluisterde en verwerkte tapgesprekken is gebleken dat de gebruikster van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] zichzelf ‘ [slachtoffer 4] ’ of ‘ [bijnaam] ’ noemt of zo door anderen wordt genoemd.


[slachtoffer 5]

Uit diverse opgenomen en afgeluisterde gesprekken van telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en het IMEI-nummer [IMEI-nummer] , is gebleken dat de opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken door één en dezelfde vrouwspersoon worden gevoerd in de Bulgaarse taal en dat deze vrouwspersoon zowel “ [bijnaam] ”, “ [bijnaam] ” als “ [bijnaam] ” wordt genoemd. Op 19 maart 2013 wordt [slachtoffer 5] gecontroleerd tijdens haar werk op boot [nummer] op het [naam] , door het Prostitutie Controle Team. Zij verklaart gebruik te maken van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de bevindingen kan opgemaakt worden dat de gebruiker van bovengenoemde telefoonnummers en IMEI-nummer [slachtoffer 5] , geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije betreft.


4.3.3

Feiten 1 en 2


De beslissing dat verdachte de beide feiten heeft begaan steunt op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel van het vonnis uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


4.3.3.1 [slachtoffer 1]


Bewijsoverwegingen


Middelen (artikel 273f lid 1 sub 1,4 en 9 Sr)

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in nauwe samenhang bezien, blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten gebruik hebben gemaakt van de middelen dwang, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie.


Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 1] en [verdachte] samen een relatie hebben, ook ten tijde van de ten laste gelegde periode. [verdachte] had daarnaast een relatie met [slachtoffer 2] , terwijl [slachtoffer 1] daar niet van op de hoogte was. [slachtoffer 1] was in de ten laste gelegde periode een tweeëntwintig jaar jonge vrouw. Zij was afkomstig uit Bulgarije, een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij bevond zich in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak. Daarmee was [slachtoffer 1] afhankelijk van [verdachte] en was er sprake van een ongelijkwaardige relatie. Verdachte en zijn medeverdachten hebben daarvan misbruik gemaakt. Zo werd [slachtoffer 1] door [verdachte] onder druk gezet om te werken als prostituee, ook als zij ongesteld was of zich anderszins niet lekker voelde. [slachtoffer 1] werd tijdens haar werkzaamheden als prostituee door [slachtoffer 3] , in opdracht van [medeverdachte 1] , en door [medeverdachte 3] , in opdracht van [verdachte] gecontroleerd op hoe druk het was, hoeveel klanten zij had en hoe zij erbij stond.


Handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 1 Sr)

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 1] door [medeverdachte 1] werd gehuisvest in een woning aan het [adres] te [woonplaats] . Op datzelfde adres woonde ook de vriendin van [medeverdachte 1] , [slachtoffer 3] .


Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat de boekhouding en administratie van

[slachtoffer 1] werd geregeld door [B] . In de in beslag genomen administratie bij de boekhouder is te zien dat de naam van [medeverdachte 1] achter de naam van [slachtoffer 1] genoteerd staat. En uit de verklaring van boekhouder [B] volgt dat [medeverdachte 1] de stukken kwam brengen voor [slachtoffer 1] .


De rechtbank acht niet bewezen dat [slachtoffer 1] van en naar haar werkplek is gebracht door verdachte of zijn medeverdachten, zodat voor dat deel van de tenlastelegging verdachte zal worden vrijgesproken.


Oogmerk van uitbuiting / uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 1, 6 Sr jo. artikel 273 f lid 2 Sr)

De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 1] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte daardoor heeft behaald.


Uit de tapgesprekken die verdachte en/of medeverdachten hebben gevoerd maakt de rechtbank op dat verdachte en zijn medeverdachten voor ogen hadden om zoveel mogelijk geld te verkrijgen en te verzamelen uit de door [slachtoffer 1] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. Zoals al eerder besproken, blijkt uit tapgesprekken dat [slachtoffer 1] werd gecontroleerd door [medeverdachte 1] , via [slachtoffer 3] , door [verdachte] en door [medeverdachte 3] , in opdracht van [medeverdachte 1] , op hoeveel klanten zij had, op hoeveel zij al had verdiend en op hoe zij erbij stond. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte en zijn medeverdachten vooral bezig waren met hoeveel geld er op een dag verdiend kon worden.


Niet aannemelijk is geworden dat verdachte en zijn medeverdachten zelf enige bron van inkomsten hadden. Uit tapgesprekken blijkt wel dat [verdachte] [medeverdachte 1] opdracht geeft om bij [slachtoffer 1] geld op te halen en op een ander moment geeft [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] juist weer opdracht om geld bij [slachtoffer 1] op te halen. De rechtbank stelt daaruit bovendien vast dat verdachte en zijn medeverdachten niet alleen het oogmerk van uitbuiting hebben gehad, maar ook dat [slachtoffer 1] daadwerkelijk is uitgebuit.


Dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen (artikel 273 f lid 1 sub 4 Sr)

De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten [slachtoffer 1] hebben bewogen zich beschikbaar te (blijven) stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr.

Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen.


Voordeel trekken en dwingen of bewegen hem te bevoordelen (artikel 273 f lid 1 sub 6, 9 Sr)

Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1] alsmede dat verdachte en zijn medeverdachten als gevolg van het door hen gemaakte misbruik, [slachtoffer 1] hebben bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van [slachtoffer 1] ’s seksuele handelingen.


Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.


Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hierboven is overwogen, leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij het tenlastegelegde af dat zowel [verdachte] , [medeverdachte 1] als [medeverdachte 3] betrokken zijn geweest bij het dwingen of bewegen van [slachtoffer 1] zich beschikbaar te stellen als prostituee, bij de uitbuiting van [slachtoffer 1] en dat zij dus allen voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1] . [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] voerden controles uit op het werk van [slachtoffer 1] . [medeverdachte 3] krijgt daar vaak opdracht toe van [verdachte] maar ook van [medeverdachte 1] .

In zijn algemeenheid wijst de rechtbank ten aanzien van de werkwijze en de bewuste en nauwe samenwerking van verdachten op een tapgesprek dat is gevoerd tussen [medeverdachte 3] en zijn oom op 24 mei 2013 (pagina 14252, map 17, bijgevoegd in de lijst van bewijsmiddelen). In dit gesprek zet [medeverdachte 3] nauwgezet uiteen het groepsverband (het zijn allemaal vrienden van ons, Turken uit [woonplaats] ), de handelwijze (“tja ze moeten versierd worden begrijp je”),”de misleiding van de vrouwen (“je moet onthouden aan wie je wat gezegd hebt, ze weten het niet van elkaar”), in hoeverre er sprake is van meerdere vrouwen per verdachte (“hij heeft drie geweren, mijn broer heeft 1 geweer”), over het geld dat met de vrouwen wordt verdiend (“joh alles is voor hem joh”), over de controlerende taken (“ik ben een bewaker, dan laten zij mij maar heen en weer rijden oom, ga dit doen, ga dat doen, dit is nodig”) en over de kwetsbare positie van de vrouwen (“het meisje lijdt honger”).

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.


Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat de onder 1 ten laste gelegde vorm van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, 4°, 6° en 9° Sr kan worden bewezen.


4.3.3.2 [slachtoffer 2]


Bewijsoverwegingen


Middelen (artikel 273f lid 1 sub 1,4 en 9 Sr)

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in nauwe samenhang bezien, blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten gebruik hebben gemaakt van de middelen dwang, geweld, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie van [slachtoffer 2] .


Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 2] een relatie had met [verdachte] .


[slachtoffer 2] was in de ten laste gelegde periode een eenentwintig jaar jonge vrouw. Zij was afkomstig uit Bulgarije, een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij bevond zich in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak. Daarmee was [slachtoffer 2] afhankelijk van [verdachte] en was er sprake van een ongelijkwaardige relatie waarvan misbruik werd gemaakt. Zij werd tevens misleid door [verdachte] doordat deze naast haar ook nog een relatie had met [slachtoffer 1] , terwijl zij daarvan niet op de hoogte was. [slachtoffer 2] werd tijdens haar werkzaamheden als prostituee gecontroleerd. Zo werd haar gevraagd naar de hoeveelheid werk, werd bepaald met welke telefoon ze moest bellen, hebben verdachte en zijn medeverdachten de beschikkingsmacht over haar paspoort en bankpasje en is er geweld tegen haar gebruikt.


Handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 1 Sr)

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer 2] vervoerd werd van en naar haar werk. Verdachte en/of zijn medeverdachten bepaalden ook wánneer zij werd opgehaald van haar werk.

Tevens bemoeide [medeverdachte 1] zich met de werkplek van [slachtoffer 2] . Zo gaf [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] opdracht contact op te nemen met een bepaald persoon bij wie zij moest vragen naar vrije kamers in Alkmaar en moest vragen naar wat daarvoor de minimumleeftijd is.


Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat [medeverdachte 1] de boekhouding en administratie van [slachtoffer 2] regelde of liet regelen. In de in beslag genomen administratie is te zien dat de naam van [medeverdachte 1] achter de naam van [slachtoffer 2] genoteerd staat. En uit de verklaring van boekhouder [B] volgt dat [medeverdachte 1] dames die werkzaam waren als prostituee naar hem mee nam om de boekhouding te laten doen. Uit tapgesprekken tussen [medeverdachte 1] en [slachtoffer 2] volgt dat zij met [medeverdachte 1] spreekt over hoe zij een rekening die ze heeft ontvangen moet betalen. [medeverdachte 1] heeft haar gezegd dat zij via internetbankieren moet betalen, maar [slachtoffer 2] weet niet of zij dat heeft, aangezien [medeverdachte 1] haar bankpasje heeft geregeld.


De rechtbank acht niet bewezen dat [slachtoffer 2] door verdachte en/of zijn medeverdachten in een woning is ondergebracht of dat voor haar woonruimte is geregeld, zodat voor dat deel van de tenlastelegging verdachte zal worden vrijgesproken.


Oogmerk van uitbuiting / uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 1, 6 Sr jo. artikel 273 f lid 2 Sr)

De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 2] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte en/of zijn medeverdachten daardoor hebben behaald.


Uit de tapgesprekken die verdachte en/of zijn medeverdachten hebben gevoerd maakt de rechtbank op dat verdachte en zijn medeverdachten voor ogen hadden om zoveel mogelijk geld te verkrijgen en te verzamelen uit de door [slachtoffer 2] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. Zo blijkt uit tapgesprekken dat [verdachte] controleerde hoeveel werk [slachtoffer 2] had gehad. In een tapgesprek is te horen dat hij haar zegt dat hij blij is hoe zij de dag ervoor had gewerkt en dat hij hoopt dat het voortaan zo zal zijn. Op een andere dag heeft hij haar juist weer gezegd dat zij het beter moet gaan doen dan de twee dagen ervoor. Tot slot blijkt uit een tapgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] dat [medeverdachte 3] [slachtoffer 2] is gaan controleren op haar werk, een half uur lang, om te checken of zij klanten had.


De rechtbank stelt bovendien vast dat verdachte en zijn medeverdachten niet alleen het oogmerk van uitbuiting hebben gehad, maar ook dat verdachte en zijn medeverdachten [slachtoffer 2] daadwerkelijk hebben uitgebuit. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte of de medeverdachten zelf enige bron van inkomsten hadden. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat [verdachte] [medeverdachte 1] opdracht geeft om geld te halen bij [slachtoffer 2] . Ook heeft [medeverdachte 3] [slachtoffer 2] gezegd dat zij klaar moest staan omdat hij geld zou komen halen.


Dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen (artikel 273 f lid 1 sub 4 Sr)

De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten [slachtoffer 2] hebben bewogen zich beschikbaar te (blijven) stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr.

Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen.


Voordeel trekken en dwingen of bewegen hem te bevoordelen (artikel 273 f lid 1 sub 6, 9 Sr)

Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2] alsmede dat verdachte en zijn medeverdachten als gevolg van het door hen gemaakte misbruik, [slachtoffer 2] hebben bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van [slachtoffer 2] ’s seksuele handelingen.


Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.


Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hierboven is overwogen, leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij het tenlastegelegde af dat zowel [verdachte] , [medeverdachte 1] als [medeverdachte 3] betrokken zijn geweest bij het dwingen of bewegen van [slachtoffer 2] zich beschikbaar te stellen als prostituee, bij de uitbuiting van [slachtoffer 2] en dat zij dus allen voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2] . [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] voerden controles uit op het werk van [slachtoffer 2] . [medeverdachte 3] krijgt daar vaak opdracht toe van [verdachte] maar ook van [medeverdachte 1] .


Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Ook verwijst de rechtbank naar het tapgesprek dat [medeverdachte 3] met zijn oom heeft gevoerd. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.


Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat de onder 1 ten laste gelegde vorm van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, 4°, 6° en 9° Sr kan worden bewezen.


4.3.3.3 Bewijsoverweging over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de slachtoffers


De vrouwen in dit onderzoek hebben zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris meerdere verklaringen afgelegd. Daarin hebben zij allen verklaard geen slachtoffer te zijn geweest van mensenhandel. De rechtbank is echter van oordeel dat aan deze verklaringen geen waarde kan worden gehecht, nu deze verklaringen aantoonbaar niet juist zijn.


[slachtoffer 3] heeft in haar verklaring bij de rechter-commissaris op 2 december 2013 ontkend slachtoffer te zijn van mensenhandel en dat haar man [medeverdachte 1] in eerste instantie boos was dat zij als prostituee ging werken. Zij doet bedreigingen van zijn kant af als grapjes en heeft een onduidelijk en niet te verifiëren verhaal over een liedje met cijfers als zij wordt geconfronteerd met de tapgesprekken waarin zij volgens de politie verantwoording aflegt over haar verdiensten. Verder doet zij het voorkomen dat [medeverdachte 1] haar op haar verzoek controleert tijdens haar werkzaamheden. Deze verklaring is dusdanig in strijd met de inhoud van de (aan haar voorgehouden) tapgesprekken dat de rechtbank ook haar verklaring als ongeloofwaardig bestempelt.


[slachtoffer 4] heeft op 12 december 2013 bij de rechter-commissaris verklaard dat zij niet is gedwongen of gecontroleerd door verdachte en/of zijn medeverdachten, maar naar het oordeel van de rechtbank is deze verklaring, gelet op de inhoud van de tapgesprekken, ongeloofwaardig.


Verder verklaart [C] dat zij zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] niet kent, terwijl er tapgesprekken tussen hen plaatsvinden en [medeverdachte 2] bovendien zelf erkent een seksuele relatie met haar te hebben gehad. [C] zegt zich ook niet te kunnen herinneren geld te hebben overgemaakt naar [medeverdachte 2] . Verder zou [C] [medeverdachte 1] niet kennen terwijl [medeverdachte 1] zelf erkent een auto van [C] te hebben gekocht, haar te hebben geholpen met de woning, documenten van [C] op zijn slaapkamer zijn gevonden en hij erkent met haar naar de boekhouder te zijn geweest.


[slachtoffer 1] verklaart bij de rechter-commissaris op vrijwel alle vragen dat zij zich dit niet kan herinneren. Zo kan zij zich niets van de gesprekken herinneren die zij met [verdachte] heeft gevoerd nadat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn opgepakt. Zij beweert voorts dat zij niet tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] heeft gezegd wat zij moesten doen. Verder ontkent zij dat [medeverdachte 1] zich bemoeide met haar administratie en kan zij zich niet herinneren dat ze bij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft gewoond. Gelet op de tapgesprekken en overige bewijsmiddelen in het dossier is de verklaring van [slachtoffer 1] ongeloofwaardig.


[slachtoffer 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij geen van de vier verdachten kent, hetgeen gelet op de bewijsmiddelen aantoonbaar onjuist is. Ook de verklaring van [slachtoffer 5] dat zij geen van de vier verdachten kent is gelet op de tapgesprekken, haar eigen verklaring bij een controle dat zij een vriendin was van [medeverdachte 2] (pagina 02443, map 5.1) en de erkenning van [medeverdachte 2] dat hij een seksuele relatie met haar had, aantoonbaar onjuist. Ook aan deze verklaringen zal de rechtbank, bij gebrek aan geloofwaardigheid, voorbij gaan.


4.3.4

Feit 2


Bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt dat artikel 285a Sr niet vereist dat de getuige die wordt benaderd daadwerkelijk in zijn verklaringsvrijheid is belemmerd. Uit de tekst van voornoemd wetsartikel en de wetsgeschiedenis volgt dat voor een bewezenverklaring voldoende is dat komt vast te staan dat de uiting kennelijk was bedoeld om de vrijheid van de betrokken persoon, om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen, te beïnvloeden en dat niet is vereist dat die bedoeling ook daadwerkelijk dat effect heeft gehad.


Op 13 juli 2013 zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangehouden. Op diezelfde dag hebben verdachte en [slachtoffer 1] meerdere gesprekken waarin wordt gesproken over de aanhouding. Kort daarna, diezelfde dag nog, volgt een gesprek tussen [verdachte] en [slachtoffer 1] waarin hij haar opdracht geeft om naar de “ [bijnaam] ” te gaan en haar onder hun hoede te nemen. Niet veel later laat [slachtoffer 1] weten aan verdachte dat zij de “ [bijnaam] ” heeft gesproken en dat de “ [bijnaam] ” alles heeft ontkend, heeft gezegd dat zij niemand kent, dat de nummers die zij stuurde kredieten zijn en dat zij die lijn alleen gebruikte om haar moeder te bellen. [verdachte] zegt daarop: “Bravo”. Op 14 juli 2013 stuurt verdachte een sms aan [slachtoffer 1] met het verzoek haar naar hem te laten komen. Op diezelfde dag hebben verdachte en [slachtoffer 1] vervolgens een gesprek waarin verdachte [slachtoffer 1] opdracht geeft na te gaan of iemand haar achtervolgt als [slachtoffer 5] naar hem toekomt. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat met de “ [bijnaam] ” [slachtoffer 5] wordt bedoeld, hetgeen door de verdediging ook niet is betwist.

Uit de tapgesprekken kan worden opgemaakt dat verdachte [slachtoffer 1] de opdracht gaf om [slachtoffer 5] onder hun hoede te nemen, dat zij naar hem toe moet komen en dat hij tevreden is als hij verneemt wat [slachtoffer 5] bij de politie heeft verklaard, te weten dat zij alles heeft ontkend en heeft verklaard niemand te kennen.


Uit een tapgesprek van 15 juli 2013 tussen verdachte en [slachtoffer 1] volgt dat verdachte [slachtoffer 1] opdracht geeft om naar [bijnaam] (verkleinwoord voor [bijnaam] ) te gaan. Het is de rechtbank, op grond van het dossier, bekend dat “ [bijnaam] ” de bijnaam van [slachtoffer 3] is. Verdachte zegt [slachtoffer 1] dat zij voor de “S” moet gaan staan. Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 4] op dat moment de woning van [slachtoffer 3] onderhuurde van haar. Tevens is de bijnaam van [slachtoffer 4] “ [slachtoffer 4] ”. De rechtbank stelt dan ook vast dat met “S” [slachtoffer 4] wordt bedoeld, hetgeen door de verdediging niet is betwist.

Verdachte heeft [slachtoffer 1] dus gezegd dat zij naar [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] moet gaan en heeft aan [slachtoffer 1] doorgegeven wat zij dan moeten zeggen, namelijk onder andere dat zij op alles nee moeten zeggen, dat zij het zich niet kunnen herinneren en dat het kan zijn dat iemand anders hun telefoon heeft gebruikt Verdachte heeft daarbij gezegd dat [slachtoffer 1] hen erop moet wijzen dat zij dit moeten doen als zij om hun familie geven. De rechtbank merkt daarbij op dat uit de verklaringen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] blijkt dat hun families niet op de hoogte waren van hun prostitutiewerkzaamheden in Nederland.

Als [slachtoffer 1] terug is, heeft zij opnieuw contact met verdachte. Verdachte vraagt dan of zij zich iets van de woorden van [slachtoffer 1] hebben aangetrokken waarop [slachtoffer 1] onder andere zegt dat zij vertrouwd klonken en dat ze geen verraad zullen plegen.

De rechtbank concludeert dat wat verdachte heeft gezegd in de afgeluisterde telefoongesprekken tegen [slachtoffer 1] kennelijk bedoeld was om de vrijheid van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] , om naar waarheid of geweten een verklaring af te leggen tegenover de politie, te beïnvloeden. Verdachte heeft met betrekking tot [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] daarbij aan [slachtoffer 1] aangegeven dat zij moest wijzen op de gevolgen die het een en ander voor hun familie heeft. Voor [slachtoffer 5] bevindt zich in het dossier geen bewijs dat gewezen is op de gevolgen voor haar familie, zodat de rechtbank verdachte voor dat gedeelte van de tenlastelegging zal vrijspreken. Tot slot merkt de rechtbank, ten overvloede, op dat gelet op de verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] kort daarna aan de opsporingsambtenaren die in lijn zijn met de instructies van [verdachte] aan [slachtoffer 1] de (indirecte) beïnvloeding van [verdachte] ook daadwerkelijk effect heeft gehad.


Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen ten laste is gelegd onder feit 2 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.



5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:


feit 1

op tijdstippen in de periode van 07 maart 2012 tot en met

13 juli 2013 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland

en/of Bulgarije en/of Duitsland tezamen en in vereniging met anderen,

A. anderen, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [1991] te [geboorteplaats]

, Bulgarije) en [slachtoffer 1] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] ,

Bulgarije), (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of

fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen,

met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] (sub 1°)

en

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid

of diensten (van seksuele aard) dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige

handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en verdachtes mededaders

wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zich

daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van

seksuele aard) (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en verdachtes mededaders te

bevoordelen uit de opbrengst van hun, [slachtoffer 2] ’s en [slachtoffer 1] ’s, seksuele

handelingen met en/of voor (een) derde(n) (sub 9°)

en

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die anderen, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [1991] te [geboorteplaats]

, Bulgarije) en [slachtoffer 1] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] ,

Bulgarije) (sub 6°),

hebbende verdachte en/of verdachtes mededaders (telkens)

- met betrekking tot voornoemde [slachtoffer 2] (in voornoemde periode):

- met die [slachtoffer 2] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [slachtoffer 2] ingepalmd

en (aldus) (emotioneel) van hem, verdachte afhankelijk gemaakt en

- voor die [slachtoffer 2] (een) werkplek(ken)/cabine(s) gezocht en/of geregeld en/of laten

zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [slachtoffer 2] naar haar

werkplek(ken)/cabine(s) gebracht en/of laten brengen en/of van haar

werkplek(ken)/cabine(s) opgehaald en/of laten ophalen en

- die [slachtoffer 2] als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over

(de) door haar verrichte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en

- toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede

(aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 2] als prostituee en/of die [slachtoffer 2] (verder) in

de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact

gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en

(aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 2] als prostituee ingeperkt en/of

laten inperken en

- de beschikking gehad over de bankpas van die [slachtoffer 2] en/of die

[slachtoffer 2] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij

bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [slachtoffer 2] met/in de

prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of

door die [slachtoffer 2] aan hen, verdachte en verdachtes mededaders, doen

afstaan en/of doen afdragen en die [slachtoffer 2] (aldus) in een (verder) van hen,

verdachte en verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en

- die [slachtoffer 2] geslagen en/of onder druk gezet en/of in (een) positie/situatie(s)

gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en

verdachtes mededaders uitgaande (groeps)dwang

en

- met betrekking tot voornoemde [slachtoffer 1] (in de periode van 08 december

2012 tot en met 13 juli 2013):

- met die [slachtoffer 1] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [slachtoffer 1] ingepalmd

en (aldus) (emotioneel) van hem, verdachte,

afhankelijk gemaakt en

- voor die [slachtoffer 1] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen, en

- die [slachtoffer 1] - ook tijdens ongesteldheid - als prostituee laten werken en/of

verantwoording laten afleggen over (de) door haar verrichtte werkzaamheden en/of

haar verdiensten als prostituee en

- toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede

(aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 1] als prostituee en/of die [slachtoffer 1] (verder) in

de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact

gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en

(aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 1] als prostituee ingeperkt en/of

laten inperken en

- ( de) bank- en/of administratieve zaken van die [slachtoffer 1] geregeld en/of laten regelen, en/of door die [slachtoffer 1] met/in

de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk opgehaald en/of laten ophalen en/of

onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 1] aan hen, verdachte en

verdachtes mededaders, doen afstaan en/of doen afdragen en die [slachtoffer 1]

(aldus) in een (verder) van hen, verdachte en verdachtes mededaders,

afhankelijke positie gebracht/gehouden en

- die [slachtoffer 1] onder druk gezet en/of in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij

zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en verdachtes

mededaders uitgaande (groeps)dwang;


feit 2

op meer tijdstippen in de periode van 13 juli 2013 tot en met 15 juli 2013, te Utrecht

en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Bulgarije zich opzettelijk mondeling

jegens [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft geuit, kennelijk om

hun vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar

(een) verklaring(en) af te leggen te beïnvloeden, terwijl verdachte wist of ernstige reden had

te vermoeden dat die verklaring(en) zou(den) worden afgelegd, hebbende verdachte

(telkens) middels (een of meer telefonische opdrachten aan) [slachtoffer 1] voornoemde

[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gewezen op eventuele gevolgen voor hun,

[slachtoffer 3] ’s en [slachtoffer 4] ’s, familie(leden) indien zij op een bepaalde

wijze als getuigen zouden verklaren en die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en

[slachtoffer 5] (aldus) geïnstrueerd en/of bewerkt met betrekking tot (de) door hen af te

leggen getuigenverklaringen;


Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.


Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:


feit 1

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personene, meermalen gepleegd.


feit 2

opzettelijk mondeling zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om een verklaring naar waarheid of geweten ten overstaan van een ambtenaar af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd, meermalen gepleegd.

7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE


Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8OPLEGGING VAN STRAF


8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 4 jaren, met aftrek van het voorarrest.



8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Mocht de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komen, dan heeft de verdediging ten aanzien van de strafmaat het volgende aangevoerd. Verdachte heeft vierenhalve maand vastgezeten in Bulgarije om overgeleverd te worden. Hij heeft de detentie in erbarmelijke omstandigheden moeten ondergaan. Daar dient de rechtbank rekening mee te houden. Als de rechtbank verdachte zou willen straffen, dan is de tijd die hij nu heeft vastgezeten voldoende geweest. De raadsman verzoekt dan ook een straf op te leggen die het voorarrest niet overstijgt. Ook zou een forse voorwaardelijke straf kunnen worden opgelegd of een maximale taakstraf.

Als de rechtbank het feitencomplex in deze zaak zou vergelijken met dat van andere zaken, dan zou er een veel mildere straf moeten worden opgelegd dan de eis van de officier van justitie.


8.3

Het oordeel van de rechtbank


Strafbepaling

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.


De rechtbank acht voor de strafoplegging van mensenhandelzaken de volgende omstandigheden van belang:

  • - de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting;
  • - het aantal slachtoffers dat is uitgebuit;
  • - de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband;
  • - de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutiewerkzaamheden te doen;
  • - de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer;
  • - het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden;
  • - de werkzaamheden die verricht moesten worden;
  • - de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom);
  • - de hoeveelheid geld die werd afgedragen;
  • - het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen;
  • - overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen;
  • - de rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend);
  • - de houding van de verdachte (heeft hij inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag);
  • - relevante recidive.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van twee vrouwen. Hij heeft er door zijn handelwijze aan bijgedragen dat zij tegen betaling seks met anderen hebben gehad. De slachtoffers verkeerden tijdens de prostitutiewerkzaamheden in een uitbuitingssituatie, waarbij zij het door hen verdiende geld of een gedeelte daarvan moesten afstaan aan verdachte en/of zijn medeverdachten. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog gedurende lange tijd de psychische en emotionele schade ondervinden. Mensenhandel is een zeer vergaande manier van uitbuiting waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van vrouwen geheel ondergeschikt wordt gemaakt aan geldelijk gewin. Naar het oordeel van de rechtbank verdient mensenhandel een forse bestraffing, gelet op de inbreuk die daarbij wordt gemaakt op fundamentele rechten als de menselijke waardigheid en de persoonlijke vrijheid. Daarbij komt dat verdachte direct en indirect instructies heeft gegeven aan een aantal vrouwen hoe te verklaren als zij door justitie gehoord zouden worden.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij de slachtoffers, die zich in een zeer kwetsbare positie bevonden, gedurende een lange periode vele dagen achter elkaar prostitutiewerkzaamheden heeft laten verrichten. Dit ging zelfs zo ver dat de vrouwen gepusht werden méér uren of zo veel mogelijk uren te blijven werken. Ook betrekt de rechtbank in haar strafoplegging dat verdachte de slachtoffers controleerde of liet controleren. Verdachte bekommerde zich daarbij niet om het welzijn van de slachtoffers. Het is de rechtbank niet gebleken dat verdachte gedurende die periode zelf werkte of inkomsten had.

Voorts heeft de rechtbank meegewogen dat de manier van spreken tegen de slachtoffers commanderend, intimiderend, dreigend en beledigend was. De rechtbank weegt tevens mee dat uit het dossier volgt dat verdachte vanuit Duitsland een sturende rol had binnen het samenwerkingsverband. Tot slot rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij op geen enkele wijze inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn gedrag. Verdachte heeft daarentegen een beeld van de gebeurtenissen gepresenteerd dat in schril contrast staat met hetgeen de rechtbank bewezen acht.


Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 20 juli 2017, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld.


De rechtbank acht gelet op het bovenstaande een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur op zijn plaats. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om in strafmatigende zin af te wijken van de eis van de officier van justitie gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de straffen die in soortgelijke feiten worden opgelegd.


Redelijke termijn

Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak sprake van bijzondere omstandigheden, te weten de ingewikkeldheid van de zaak en de omvang van het onderzoek. Het onderzoek zag op vier verdachten en meerdere slachtoffers. Zij hebben de Bulgaarse nationaliteit en zijn niet (meer) in Nederland woonachtig. Het traceren en horen van de verdachten en de slachtoffers zowel in Nederland als in het buitenland heeft tijd gekost. Omdat de zaak vroeg om een gelijktijdige berechting van de vier verdachten heeft dit eveneens aan een snellere afhandeling van de zaak in de weg gestaan. De rechtbank zal derhalve de redelijke termijn vaststellen op drie jaar.


De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De aanhouding van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de onderhavige zaak op 21 januari 2014 aangehouden door de Bulgaarse autoriteiten. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.


Tussen 21 januari 2014 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van 3 jaar en 9 maanden. In de onderhavige zaak is er dan ook sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM van 9 maanden. Deze overschrijding dient gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf met vijf maanden.


In het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een gevangenisstraf hebben opgelegd voor de duur van 48 maanden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf van 43 maanden opleggen met aftrek van de tijd die verdachte in overleveringsdetentie en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.


Voorlopige hechtenis

In lijn met artikel 72, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering heft de rechtbank de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis op. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding de schorsing van de voorlopige hechtenis te continueren.

9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen 27, 27a, 47, 57, 273f en 285a van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10BESLISSING


De rechtbank:


Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;


- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;


- verklaart verdachte strafbaar;


Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 43 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in overleveringsdetentie en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;


Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.







Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. de Stigter, voorzitter, mrs. E. Akkermans en R.L.M van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Passchier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 oktober 2017.


Mr. E. Akkermans is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage 1: de tenlastelegging


Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 maart 2012 tot en met

13 juli 2013 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland

en/of Bulgarije en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

A. een ander of anderen, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [1991] te [geboorteplaats]

, Bulgarije) en/of [slachtoffer 1] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] ,

Bulgarije), (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of

fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het

geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een)

perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]

had/hadden,

- heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen,

met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (sub 1°)

en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid

of diensten (van seksuele aard) dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige

handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s)

wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] zich

daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van

seksuele aard) (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te

bevoordelen uit de opbrengst van hun/haar, [slachtoffer 2] ’s en/of [slachtoffer 1] ’s, seksuele

handelingen met en/of voor (een) derde(n) (sub 9°)

en/of

B. (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die/een

ander of anderen, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [1991] te [geboorteplaats]

, Bulgarije) en/of [slachtoffer 1] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] ,

Bulgarije) (sub 6°),

hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

- met betrekking tot voornoemde [slachtoffer 2] (in of omstreeks voornoemde periode):

- met die [slachtoffer 2] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [slachtoffer 2] ingepalmd

en/of (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s),

afhankelijk gemaakt en/of

- die [slachtoffer 2] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die

[slachtoffer 2] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen, en/of

- voor die [slachtoffer 2] (een) werkplek(ken)/cabine(s) gezocht en/of geregeld en/of laten

zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [slachtoffer 2] naar haar

werkplek(ken)/cabine(s) gebracht en/of laten brengen en/of van haar

werkplek(ken)/cabine(s) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [slachtoffer 2] als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over

(de) door haar verrichtte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en/of

- toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede

(aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 2] als prostituee en/of die [slachtoffer 2] (verder) in

de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact

gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en/of

(aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 2] als prostituee ingeperkt en/of

laten inperken en/of

- de beschikking gehad over de bankpas van die [slachtoffer 2] en/of (de) bank- en/of

administratieve zaken van die [slachtoffer 2] geregeld en/of laten regelen, althans die

[slachtoffer 2] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij

bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [slachtoffer 2] met/in de

prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of

door die [slachtoffer 2] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen

afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 2] (aldus) in een (verder) van hen/hem,

verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of

- die [slachtoffer 2] geslagen en/of onder druk gezet en/of in (een) positie/situatie(s)

gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of

verdachtes mededader(s) uitgaande (groeps)dwang

en/of

- met betrekking tot voornoemde [slachtoffer 1] (in of omstreeks de periode van 08 december

2012 tot en met 13 juli 2013):

- met die [slachtoffer 1] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [slachtoffer 1] ingepalmd

en/of (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s),

afhankelijk gemaakt en/of

- die [slachtoffer 1] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die

[slachtoffer 1] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen, en/of

- die [slachtoffer 1] - ook tijdens ongesteldheid - als prostituee laten werken en/of

verantwoording laten afleggen over (de) door haar verrichtte werkzaamheden en/of

haar verdiensten als prostituee en/of

- die [slachtoffer 1] naar haar werkplek(ken)/cabine(s) gebracht en/of laten brengen en/of

van haar werkplek(ken)/cabine(s) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede

(aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 1] als prostituee en/of die [slachtoffer 1] (verder) in

de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact

gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en/of

(aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 1] als prostituee ingeperkt en/of

laten inperken en/of

- ( de) bank- en/of administratieve zaken van die [slachtoffer 1] geregeld en/of laten regelen,

althans die [slachtoffer 1] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of

aansturen bij bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [slachtoffer 1] met/in

de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk opgehaald en/of laten ophalen en/of

onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 1] aan hen/hem, verdachte en/of

verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 1]

(aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededaders,

afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] onder druk gezet en/of in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij

zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of verdachtes

mededader(s) uitgaande (groeps)dwang;

art 273f lid 1 ahf/sub 10 Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 juli 2013 tot en met

21januari 2014, althans de periode van 13 juli 2013 tot en met 15 juli 2013, te Utrecht

en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of Bulgarije zich opzettelijk mondeling

jegens [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft geuit, kennelijk om

haar/hun vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar

(een) verklaring(en) af te leggen te beïnvloeden, terwijl verdachte wist of ernstige reden had

te vermoeden dat die verklaring(en) zou(den) worden afgelegd, hebbende verdachte

(telkens) middels (een of meer telefonische opdrachten aan) [slachtoffer 1] voornoemde

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] gewezen op eventuele gevolgen voor haar/hun,

[slachtoffer 3] ’s en/of [slachtoffer 4] ’s en/of [slachtoffer 5] ’s, familie(leden) indien zij op een bepaalde

wijze als getuige(n) zou(den) verklaren en/of die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5] (aldus) geïnstrueerd en/of bewerkt met betrekking tot (de) door haar/hen af te

leggen getuigenverklaring(en);

art 285a Wetboek van Strafrecht


Bijlage 2: de bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het procesdossier van de Koninklijke Marechaussee, District Landelijke en Buitenlandse Eenheden, Brigade Recherche, onderzoek Krobia. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De bewijsmiddelen worden, ook in hun onderdelen, gebruikt ter bewijs van de slachtoffers waarop ze gezien hun inhoud betrekking hebben.


Feit 1


[slachtoffer 1]


Liefdesrelatie / afhankelijke positie


1. Een geschrift, te weten een proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris van 20 november 2014, inhoudende, zakelijk weergegeven:


[verdachte] en ik hebben een relatie met elkaar.


2. De verklaring verdachte [verdachte] zoals afgelegd ter terechtzitting van 19 september 2017, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Ik heb een relatie met [slachtoffer 1] en wij hebben samen een kind.


3. Een geschrift, te weten een meldingsformulier signalen mensenhandel, pag. 14839 e.v. (bijlage 12, map 18), inhoudende, zakelijk weergegeven:


Op 27 mei 2013 kwam [slachtoffer 1] langs voor verlening van haar registratie. Door opsteller werd volgende bevindingen beschreven/reden signaal:

- [slachtoffer 1] zag er uitgeput uit met grote wal/en onder haar ogen.

- [slachtoffer 1] zag er mager uit.

- Ongezond vermoeide uitstraling.

- Sprak geen Nederlands ondanks dat zij al een paar jaar hier is


Huisvesting


4. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14775 (map 18)

16 maart 2013, 07:36:57 uur

Beller: [bijnaam] (B)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


B vraagt of E op is. Ja.

B: [bijnaam] (NG) zei dat ze met mij naar ons huis gaat.

E: Ja.

B: Is het de bedoeling dat zij bij mij woont, of?

E: Ik weet het niet, wij zullen vandaag zien. Ik ben draaierig, baby.

B: Dus jij weet niet of zij bij ons thuis komt wonen. Wie weet het dan?

E: Waarom, is er een probleem, nu in de ochtend.

B: Nee, ik vraag het gewoon.

E: Ik weet het niet, baby, wij zullen vandaag zien, wij zijn op zoek naar dinges, je weet het.

(...)


5. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14776 (map 18)

18 maart 2013, 00:16:59 uur

Beller: [bijnaam] (B)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


(...)

E zegt dat het niet zo is. B wil iets vragen:

B: Blijft [bijnaam] (NG) bij ons thuis?

E: Ja.

B: Blijft ze bij ons wonen, of is het tijdelijk tot ze een woning vindt.

E: Weet ik niet, wij zullen morgen zien.

B: Je bent een kluns, weet je dat?

E: Waarom?

B: Je bent wanhopig.

E: Nee, ik lig hier, ik heb veel gegeten en voel me niet lekker, daarom.

B: Goed.

Zij nemen afscheid.


6. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14777 (map 18)

SMS-bericht

18 maart 2013, 00:23:11 uur

Met nummer: [telefoonnummer]

Tenaamstelling: [slachtoffer 3]


Vertaling:

Baby, ik wil dat jullie met elkaar afspreken wie met wie gaat wonen,

ik wil het weten, ik raak in de war, omdat thuis een grote chaos is.


7. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14778 (map 18)

SMS-bericht

18 maart 2013, 00:26:40 uur

Met nummer: [telefoonnummer]

Tenaamstelling: [slachtoffer 3]


Vertaling:

Baby, [bijnaam] zal bij ons blijven tot ze geld sparen voor een woning.

Begrijp je, mijn liefje.


Laten werken (ook tijdens ongesteldheid) / verantwoording afleggen / controle / dwang


8. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2014, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


Pagina 14931 (map 18)

Uit de van [bedrijf 1] verkregen gegevens kan worden opgemaakt dat [slachtoffer 1] vanaf 26 mei 2011 tot 17 juli 2013, met uitzondering van 5 weken in 2011 en 11 weken in 2012, een peeskamer heeft gehuurd bij [bedrijf 1] .


9. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14963 (map 18)

5 juli 2013, 00:50:57 uur

Beller: [slachtoffer 1] (M)

Gebelde: NNMan2216 (N)


M: Poesje, ik weet het niet, ik voel me niet helemaal lekker.

N: Ik verzoek je, alstublieft, als je van me houdt, [bijnaam] . Als je morgen ziek wordt, zal dit een groot verraad tegenover mij zijn, moet je weten. Ik heb jou echt nodig, begrijp me.


10. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14965 (map 18)

11 juli 2013, 00:50:57 uur

Beller: [slachtoffer 1] (M)

Gebelde: [verdachte] (Z)


M vertelt over een vreemde klant met een damestas. Deze man is de hele nacht daar geweest. Z gaat naar bed en vraagt of M hem wil wakker maken. Z vraagt of M is geweest om te protesteren. Z vraagt of M naar het centrum wil gaan om te vragen of zij daar kan werken. M zegt dat deze straat onder dezelfde licentie valt.

(…)


11. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14974 (map 18)

2 juni 2013, 23:19:05 uur

Beller: [slachtoffer 1] (M)

Gebelde: [slachtoffer 3] (B)


M klaagt over haar ongesteldheid, het lijkt alsof zij een bloeding heeft, met bloedstolsels. 8 klaagt over de lichten van de auto’s. De dames vragen zich af hoe ze deze nacht zullen doorbrengen. M zegt dat zij morgen 450 euro moet betalen aan rekeningen 170 voor elektriciteit, ongeveer 200 voor de andere dingen, 85 voor de boekhouder.

(…)


12. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14938 (map 18)

25 januari 2013, 05:07:32 uur

Beller: [bijnaam] (B)

Gebelde: [bijnaam] (M)


B: [bijnaam] is nu bij haar 4-e coursen. Ik sta bij 2.

M: die stommeling...


13. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14939 (map 18)

27 januari 2013, 05:55:07 uur

Beller: [bijnaam] (B)

Gebelde: [bijnaam] (M)


M slaapt.

M: verveel je je?

B: ik sta op 1 en 5.

M: en [bijnaam] heeft zij werk?

B: zij is nu op een rit ingegaan... Net had zij ook een.

(…)


14. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14940 (map 18)

30 januari 2013, 01:17:19 uur

Beller: [bijnaam] (M)

Gebelde: [medeverdachte 1] (B)



(…)

M: [bijnaam] … heeft zij in de course geweest?

B: 2 of 3 coursen heeft zij gedaan... ik kan me niet herinneren.

M: Goed. Dus zo komt niemand naar binnen bij jou en jij doe de gordijnen dicht en sluit af.

(…)


15. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14945 (map 18)

16 februari 2013, 23:24:19 uur

Beller: [bijnaam] (M)

Gebelde: [medeverdachte 1] (B)


M: Wat doe je?

B: Niets. Wij zitten maar...

M: Fuck... is er niets?

B: Nee. [bijnaam] (FON NO) heeft ook niets.

M: Wat gebeurt het hier, fuck!

B: Wij zitten maar.

M: Is er geen beweging?

B: Wel is er beweging... maar niets. En wat doe je?

M: Niets. Ik zit ook. Wat moet ik doen?

B: Later zal het op gang komen, neem ik aan. Vandaag is het zaterdag. Wij zullen niet wanhopig worden.

(…)


16. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14947 (map 18)

22 februari 2013, 05:27:21 uur

Beller: [bijnaam] (M)

Gebelde: [medeverdachte 1] (B)


M: Wat gebeurt daar?

B: 1.

M: Uuuh, Goed.

B: Wat is goed.

M: Heeft [bijnaam] (FON NO) werk?

B: Nee. Zij staat al 4-5 uren lang.

M: Zij heeft misschien 300-400 euro.

B: 300.

(…)


17. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14951 (map 18)

6 juli 2013, 20:21:31 uur

Beller: [slachtoffer 3] (B)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


E: Muisje, kijk wat er is, ik wil iets met je bespreken.

Kijk, bel vandaag die [slachtoffer 1] (NG), omdat de mensen nemen mij

kwalijk. Weet je wat ze zeggen? Ik heb vandaag met mijn

broer gesproken, [bijnaam] (NG) heeft gezegd dat ik jou verboden zou

hebben met haar te bellen. Hij zei, waarom doen jullie zo,

hij neemt mij kwalijk. Waarom spreek die van jou niet, waarom

heb jij het haat verboden. Zij denken dat ik het verboden

heb. Ik zei: Die van jou neemt niet op, mens, die van mij

heeft sms-en geschreven. Bel haar vandaag, omdat zij denken

dat ik het verbied, terwijl ik jou nooit heb verboden met

haar te spreken, toch?

B: Ja.

E: Kijk daar, bel elkaar vandaag, zodat zij niet denken dat

ik dingesen, begrijp je?

E: zegt dat B [slachtoffer 1] moet bellen en vragen wat.de reden is dat zij niet opneemt. Vraag het maar, ik wil alleen het antwoord weten, zeg het dan tegen mij, zodat ik mijn werk weet te doen, zegt E. E vraagt of de Italiaan op is. Ja, zegt B.

(…)


18. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14952 (map 18)

24 maart 2013, 19:21:19 uur

Beller: [bijnaam] (H)

Gebelde: [medeverdachte 3] (F)


F: Wat ik je wilde vertellen.. Ik ben gisterenavond op

dinges gegaan... op controle.. Jouw vriend(in) zat daar en

bij hem/haar zaten nog twee vriend(inn)en.. geklets en al..

H: Is goed broer.

F: Ik zeg het je zodat je het weet.

H: is goed broer, is goed.

F: Ik ben daar een half uur gebleven.. Hij/zij stond niet

op.

H: Is goed broer.. ik kom daarheen. Liepen er mensen langs?

F: Ja joh het was er vol broer, vol!

H: Is goed broer. Is goed.

Einde gesprek.



19. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14955 (map 18)

10 april 2013, 23:39:49 uur

Beller: [medeverdachte 1] (E)

Gebelde: [medeverdachte 3] (F)


Desgevraagd zegt F dat hij thuis aan het slapen is.

E: Gaan jullie maar eens ‘revize (fon. Bulgaars?) doen bij

die.. [bijnaam] heeft namelijk gebeld.. bij zijn ‘çava’.

F: Bij dinges..? Welke? Mijn..

E: Ja

F: Mijn vriend(in)?

E: Niet ‘ [bijnaam] ’ maar die andere.

F: die andere?

E: ‘ [bijnaam] ’

F: Is goed.

E: Gaan jullie maar kijken hoe zij erbij staat

F: Ok is goed.

E: Ok.


20. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14956 (map 18)

8 mei 2013, 12:20:14 uur

Beller: [bijnaam] (H)

Gebelde: [medeverdachte 2] (K)


H: Diens broer schijnt naar dinges te komen.. ehh.. naar

Bulgarije?

K: Ja..

H: Wanneer komt hij op vakantie?

K: Ehh.. 15’de...eehh.. 16’de zullen wij daar zijn...

H:.... (stilte)..

K: Ik wilde jou ook al bellen om te vragen of jij daar wil

kijken wat de prijzen van de tickets zijn..!

H: Ik ga daar naar wel naar kijken maar ik zat zelf te

denken om hem bij [bijnaam] achter te laten..!

K Ja dat weet ik niet, diens broer maar die jongen wilde nu

komen..

(…)

K: Dat weet ik niet broer..die jongen wilde dus met ons

meekomen. .met.. ntv..

H: Met wie heeft hij dat overlegd dan?

K: dat weet ik niet.. dat weet ik dus niet. Hij komt straks hier

naar toe, laat hij anders met jou bellen zodat jullie elkaar

kunnen spreken om uit te komen/met elkaar eens worden.

H: Ik zal met hem praten..

(…)

H: Dat is goed.. [bijnaam] komt morgen.. Hij/zij moet wel

opgehaald worden. Laat [medeverdachte 3] hem/haar gaan ophalen..

K: Waar?

H: Bij het koffiehuis/cafe

K: Dat is goed maar hoe laat?

H: Hij moet om half negen of negen uur daar zijn...!

K: Hij moet dus om negen uur daar zijn?

H: Volgens mij komt hij/zij om acht uur al…. vertrek zes uur

en zal om acht uur al daar zijn..!

K: Vraag er eerst naar

H: Ik laat het wel weten

Einde gesprek.


21. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14958 (map 18)

8 mei 2013, 12:37:00 uur

Beller: [medeverdachte 3] (F)

Gebelde: [verdachte] (Z))


Z: Hallo..

F: Hallo.

Z: Jij/jullie schijnen terug te komen maar tegen mij zeggen

jullie niks.

F: Jouw vriend heeft met jou gesproken toch..!

Z: Ja maar hij heeft mij niks verteld dat je zou komen..!

F: Heeft hij dat niet gezegd?

Z: Nee, want ik had andere gedachten.. dat er nog twee

weken langer daar gebleven zou worden..

F: Oh, wie zou er moeten blijven, de vriend?

Z: Ja.. dinges zou komen.. dinges(Praten door elkaar, wat niet

te verstaan is)..

Z: Ik had toch tegen jou gezegd dat ik augustus zou komen..!

F: Hij zei tegen mij: Ik heb met hem gesproken zus en zoen

ik dacht dat er al gesproken was en daarom heb ik ook niet

gebeld..!

Z: Zie maar of je nog wil komen dan moet je dat maar doen ik

zal naar een mogelijkheid zoeken/oplossing vinden. Je kunt

komen als je dat wil.. ntv..

F: Ja.ja. .

dinges maar gaat mijn vriend weg of zegje dat hij

moet blijven voor twee weken he..

Z: Nee die/de vriend zal gaan..

F:Ja..ja..

Z: Ja die zal gaan en daarna zal [bijnaam] komen..!

F:Ja..ja..

Z: Die is dan alleen [bijnaam] is zal dan alleen zijn daar

bij het huurplaats.. daarom

F:Ja..

Z: Begrijp je het?

F:Ja..ja..

Z: Ja daarom zeg ik het! Maar als je wil dan kan karlo (Fon)

gaan, om samen met [bijnaam] te zijn

F: Ja..moet ik dan in dat geval blijven..

Z zegt dat F dat zelf moet beslissen en anders moet ik

iemand sturen. Ik wist niet dat je zou komen, zegt Z Daar

wist ik niks van af, zeg Z F:Ja hij zei dat hij met jou

gesproken had en ik dacht daarom dat het al geregeld was,

zegt F. Hij had mij niks daarover gezegd, zegt F. Z vraagt

of F andere plannen heeft, dan moet je dat tegen mij zeggen

zodat ik dat weet, zegt Z. Z zegt dat hij het verder ook

niet weet en dat hij nu buitenspel is (Zegt in het

Bulgaars). Nee dat is het niet, in dat geval zal ik maar

blijven, het is niet anders, zegt F. Z zegt dat zij alleen

zal zijn en dat zij/vrouw bang is om daar alleen te blijven.

Het is oke voor mij is het geen probleem zegt F. Ja zo zal

er getraind worden en jij moet dan alleen in die stad

blijven Ik zal het verder zien hoe ik het verder ga doen,

zegt Z Ik zal jou vanavond bellen om door te geven hoe wij

het gaan doen/regelen zegt H. Dat is goed, F.

Einde gesprek.


22. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14967 (map 18)

13 juli 2013, 03:53:07 uur

Beller: [slachtoffer 1] (M)

Gebelde: [verdachte] (Z)


M vraagt waarom hij haar zo schrijft.

Z vraagt waarom zij niet opneemt.

Z is boos omdat hij aan tafel met veel mensen is. Waarom neemt zij niet op. Hij heeft 10 keer gebeld.

Zij zegt dat zij bezig is.

Hij blijft drammen waarom zij niet opgenomen heeft. Hij wordt woedend:

Z: Waarom kon jij niet opnemen?

M: Ik heb het niet gehoord?

Z: Waarom kon jij niet opnemen? Wat deed jij?

M: Ik zal nu ophangen. Jij wilt ruzie.


23. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14968 (map 18)

13 juli 2013 om 07:27:10 uur,

Beller: [slachtoffer 1] (M)

Gebelde: [verdachte] (Z)

Z had geen slaap. M zit zonder werk.

Z vraagt of zij nog niemand heeft.

M zegt dat zij wel iets heeft maar met 2-3 uren daartussen.

Z zegt dat het zo zal gaan en zij zullen in Bulgarije

uitrusten.

M vraagt of zij niet deugt meer. Zodat hij niets anders kan

verzinnen en haar zal met een andere vervangen.


Boekhouding en administratie


24. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] en [verbalisant 3] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 1 augustus 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende de verklaring van getuige [B] :


Pagina 01546 (map 4.1)

V: Hoe bepaalt u de omzetbelasting voor een prostituee?

A: Zij voeren een kasboek op. Zij houden naar eigen zeggen dit dagelijks bij. (…) Zij komen met een kasboek. Dit leveren zij aan in een Tetradca, dit betekent schrift. Dit betreft een Bulgaars woord.


Pagina 01548 (map 4.1)

De naam [medeverdachte 1] . Die kwam met [slachtoffer 3] mee. Hij kwam met de dames mee. Onder andere met [slachtoffer 3] . Dit is de handelsnaam. Ik ken alleen de handelsnaam en met [slachtoffer 2] .


Pagina 01549 (map 4.1)

Hij kwam samen met dames [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] naar mijn kantoor. Ik weet niet wat voor werk hij doet, ik heb er nooit naar gevraagd, volgens mij is hij werkloos. Hij is ’s middags altijd vrij. Hij kwam altijd ‘s middags dossiers afgeven. Ik heb hem een keer gevraagd of hij een firma had en of hij een boekhouder nodig had. Hij had geen firma naar eigen zeggen. Geen idee waar hij woont.

Met [slachtoffer 3] sprak ik Engels en Turks. Met [slachtoffer 2] Engels en Turks.

Meestal kwam hij met de BTW aangiftes, om de drie maanden.

(…)

V: In dit document “Btw planning 4e kwartaal 2012 en 1e kwartaal 2013” staat de naam [slachtoffer 3] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld.

A: [slachtoffer 3] is de handelsnaam. De naam erachter is de contactpersoon.

(…)


Pagina 01550 (map 4.1)

V: In het document “BTW-planning” staat ook de naam [slachtoffer 5] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld.

A: Zij is ook een cliënt van ons. Zij is ook bekende van [medeverdachte 1] . [slachtoffer 5] was op non actief. In het begin was zij actief daarna 8 maanden heb ik haar niet gezien en 4 maanden geleden is zij weer gestart en ik heb aangegeven om zich KvK te laten inschrijven en bij GGD en zo. Toen was [medeverdachte 1] erbij met nog een blonde jongen met blauwe ogen, maar niet Nederlands. [medeverdachte 1] wilde [slachtoffer 5] helpen met inschrijven. [slachtoffer 5] luisterde alleen. Ik weet niet hoe het komt dat [medeverdachte 1] erbij was. Mogelijk komen zij uit hetzelfde dorp. De eerste keer heeft [slachtoffer 5] zelf stukken aangeleverd en de tweede keer bracht [medeverdachte 1] deze stukken.

(…)

V: in het document “BTW-planning” staat ook de naam [C] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld. Waarom is dit?

A: [C] , dit is een klant. Haar bedrijf heet [bedrijf 2] . Zij is een klant van [D] . Ik kan niet alles doen.


Pagina 01551 (map 4.1)

Haar volledige naam is [C] , dit is een hele dunne slanke meid. De laatste drie, vier kwartalen komt zij de stukken persoonlijk brengen. Daarvoor was het [medeverdachte 1] volgens mij.

(…)

Het zijn allemaal dames die bij het [naam] werkte en ik vroeg mij wel af hoe dit zou zitten. Hij heeft geen werk en komt iedere keer met verschillende dames. Ik heb dit ook vorig jaar zomer aan [slachtoffer 3] gevraagd. Zij gaf aan dat hij een vriend was en dat hij haar hielp omdat zij de taal niet sprak en de regels niet kende.


Pagina 01552 (map 4.1)

V: Zijn er nog meer dames die te linken zijn aan [medeverdachte 1] ?

A: Ja, [slachtoffer 1] .

V: In het document “BTW-planning” staat ook de naam [slachtoffer 1] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld.

A: [medeverdachte 1] kwam samen met [slachtoffer 3] ook de stukken brengen voor [slachtoffer 1] . [medeverdachte 1] was erbij en [slachtoffer 3] overhandigde de documenten.


(…)

V: In heet document “BTW-planning” staat ook de naam [slachtoffer 2] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld.

A: ik heb EU toetsing gedaan. Zij kwam telkens vragen wanneer de uitslag kwam. Zij kwam strikt een keer per kwartaal samen met [medeverdachte 1] . De laatste keer heeft [medeverdachte 1] alleen het dossier gebracht en hij gaf aan dat zij op vakantie was.


Pagina 01553 (map 4.1)

[slachtoffer 2] is een prostituee, een klant van mij. [medeverdachte 1] is verbonden aan de dames en contactpersoon van hen. Hij belt mij op en komt in persoon langs met het dossier.


Pagina 01559 (map 4.1)

V: Wat kunt u vertellen over [medeverdachte 2] ?

A: Deze was een keer met [medeverdachte 1] langsgekomen, dit was een maand of 3 a 4 geleden. Hij heeft alleen in de wachtruimte plaatsgenomen en is niet in mijn kantoor gekomen. [medeverdachte 1] gaf aan dat dit een vriend van hem was.


25. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14975 (map 18)

25 januari 2012 om 22:06:34 uur,

Beller: [bijnaam] (B)

Gebelde: [bijnaam] (E)



B zegt dat zij een groene brief kreeg van [bijnaam] de brief

moet naar de boekhouder gebracht worden. Men moet 160

euro betalen.

M zal morgen de brief zien.


26. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pag. 14976 (map 18)

25 januari 2012 om 22:19:05 uur,

Beller: [bijnaam] (B)

Gebelde: [bijnaam] (E)


27. Een geschrift, te weten de uitwerking van een sms, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14979 (map 18)

Door het IMEI-nummer [IMEI-nummer] in

gebruik bij [medeverdachte 1] wordt op 18 april 2013 om 21:56:35 uur,

een sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [slachtoffer 1] . Inhoud van deze sms was:


me o6te do kraq na meseca blast±nga trqbva dase plat±

utre 6tetA± ka


Vertaling:

De belasting moet betaald worden tot het eind van de maand,

ik zal het je morgen vertellen


28. Een geschrift, te weten de uitwerking van een sms, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14980 (map 18)

Door het IMEI-nummer [IMEI-nummer] in

gebruik bij [medeverdachte 1] wordt op 18 april 2013 om 21:56:44 uur,

een sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [slachtoffer 1] . Inhoud van deze sms was:


ja kolko trqbva da plat±6 no m± trqbvat tvo±te f±ksove

spe6o za utr


Vertaling:

Zal je vertellen hoeveel je moet betalen, maar ik heb jouw

fix-en nodig met spoed voor morgen


29. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14982 (map 18)

09 mei 2013 om 16:08:06 uur,

Beller: [medeverdachte 1] (E)

Gebelde: [bijnaam] (H)

E en H begroeten elkaar.

E: Luister wat ik jou ga zeggen..!

H: Ja..

E: Er zijn daar dinges bij mij.. Ik heb daar geld voor de

huur, benzine en voor de boekhouder aan jouw vriend betaald.

moet ik dat van hem terugvragen/nemen of moet ik dat opschrijven en

dat zo aan jou geven.?

(Vanaf hier Bulgaars 00.00.27)

H: Van [bijnaam] , broer,

Es Nee, niet van [bijnaam] , van [bijnaam]

(..)

E: Ik zal morgen de belastingen van [bijnaam] betalen

van de dinges, dat jij het weet.

H: Goed, goed, regel alle deze dingen zodat zij rustiger

zijn. En dat wij geen schulden/onbetaalde rekeningen hebben

dat wij niet schuldig zijn aan onbetaalde... .betaal die.

E: Goed, zoals jij wilt... ik heb die van me niet betaald

omdat ... na de vacantie, broer, ik heb nu niet om te

geven.., beter dat ik 50 euro boete betaal dan ... wat kan ik doen?

H: Betaal die van me, dat ik niet verschuldig ben..

E: Goed, ik zal die van jou betalen. Ik zal nu kijken of er

betaald is van [bijnaam] en dinges.... [bijnaam] .

H: Goed, broer. Praat daar met hun...

E: Ik zal dan opschrijven en aan jou geven...

H: Goed, broer, en wij praten later daarover, maak jij geen

zorgen. Maar kijk als iets te betalen is, wat me kan

schaden/moeilijkheden bezorgen - betaal het, broer.

E: Goed, broer.

H: jij weet wel.

E: Ja.

Afscheid

Einde


Geld onder zich houden


30. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14948 (map 18)

19 januari 2013, 17:59:28 uur

Beller: [bijnaam] (M)

Gebelde: [bijnaam] (H)


(...)

M: Maar, wil je dat ik hier iets ophaal bij [bijnaam] en zo?

H: Wat zou je kunnen halen?

M: Misschien heb je iets nodig!

(…)

H: Steen. Haal gewoon op wat er is, broer. Ik heb niets meer.

M: Maar moet ik aan [bijnaam] vragen? Deze van hier heeft het niet! Ik zou niet weten hoeveel er is. Moet ik vragen?

H: Ja. Doe dat!

M: Moet ik aan de beide vragen?

H: Haal bij [bijnaam] 5 stenen.

M: Ik geloof dat [bijnaam] 5 stenen heeft.

H: Ja, haal dat op. Voor alle zekerheid, moetje ze bij je hebben. Steen... [onv]

M: Oke, geen probleem, ik zal wel (op)halen, ik laat haar/hem wel praten.


31. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14953 (map 18)

6 april 2013

Beller: [medeverdachte 1] (E)

Gebelde: [medeverdachte 3] (F)


(…)

E: [slachtoffer 5] (fon) komt [medeverdachte 3] .. ..neem geld van de andere

kant, want deze heeft geen geld, begrijp je, daarom heeft

hij/zij jou gezegd dat hij/zij het geld zal geven.

Neem van [bijnaam] het geld.

F: Ja

(…)

E: Ja broer. Ik heb 250 Euro uitgeleend. Gisteren heeft [bijnaam] (fon) mij het geld (onv,).

F: Dat weet ik.

E: Omdat hij/zij [bijnaam] (fon) boos heeft gemaakt.

Hij/zij heeft in 3 dagen 2000 Lev uitgegeven.

(…)

E: Is goed. En ik zal tegen hem zeggen dat ik hem 50 euro geef en of hij tegen [bijnaam] wil zeggen om 70 euro aan mijn broer te geven.


32. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 april 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


Pagina 16201 (map 19.1)

Uit de opgenomen, uitgeluisterde en verwerkte telecommunicatie is gebleken dat [medeverdachte 3] spreekt met andere personen over zogenaamde “stenen”.

Uit tapgesprekken is op te maken dat met “stenen” geld wordt bedoeld. Hieronder enkele gesprekken en/of samenvattingen dan wel delen van gesprekken waarin over “stenen” wordt gesproken.


Op 26 december 2012 omstreeks 15:55:41 uur heeft NNMan0768 (M), die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] een inkomend gesprek met een NNMan4536 (N) die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek zegt de NNMan4536 tegen NNMan0768 dat hij “zij” een bericht moet sturen dat zij het geld moeten gaan halen thuis. Hierop zegt de NNMan4536 dat NNMan0768 de telefoon aan een derde persoon moet geven en deze derde persoon dan de opdracht krijgt van NNMan4536: “de stenen te ophalen en deze naar de bank te brengen”.


Pagina 16202 (map 19.1)

Op 4 januari 2013 omstreeks 00:47:22 uur belt [medeverdachte 1] (M), die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] met een [bijnaam] (H), die gebruik maakt van het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer] . Hieronder een deel van het tapgesprek waarin [medeverdachte 1] zegt dat hij bundels gaat maken en deze gaat opsturen voor de huur.

M: Ja. Weet dat ik voor jou vanaf daar stenen zal sturen naar dinges. Van de huur… (onv), ik zal de huur proberen.

H: De huur?

M: Ja.

H: Krijgen we geld?

M: Je kan het krijgen/nemen. Als we deze maand zouden sturen.

(…)


Op 22 januari 2013 omstreeks 12:48:23 uur wordt [medeverdachte 1] (E) gebeld door [naam] (S), die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] en zegt tegen [medeverdachte 1] (E) dat hij van die 50 stenen moet achterhalen wat zij met het geld / stenen heeft gedaan:


S: k wil dat je iets achterhaalt.

E: Wat zeg je?

S: Ik wil dat je voor mij iets achterhaalt.

E: Wat?

S: Die van mij… Ik had gezegd geef haar / hem geld euh, stenen geven.

E: Ja.

S: Ik zei 50 stenen geven. Die heeft iets met die 50 stenen gedaan, uitgegeven of zo. Weet niet waaraan uitgegeven. Vraag even aan haar / hem … (onv).

(…)

Op 25 februari 2013 omstreeks 20:36:31 uur belt [medeverdachte 1] (E) die gebruik maakt van het IMEI-nummer [IMEI-nummer] naar [bijnaam] (K) die gebruik maakt van het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer] en zegt tegen [medeverdachte 1] (E) dat hij de controle zal aanscherpen door middel van bedreigen. Tevens zegt [bijnaam] dat hij haar 400 stenen heeft gegeven en dat zij dat allemaal heeft uitgegeven.


Pagina 16203 (map 19.1)

K: En trouwens weet je zij is even eruit gaan om wat te gaan kopen… wat ze nodig heeft… Ik heb haar 400 stenen gegeven en ze heeft alles uitgegeven.

E: Godverdomme. Kennelijk heeft ze een gat in haar hand.

K: En wat heb ik gedaan broer, zij heeft mij al mijn geld ’s avonds al gegeven. Ik heb haar het geld gegeven en gezegd dat zij haar geld kon houden…

(…)

E: En hoe… kun je tenminste wat stenen sparen tot zij / hij gaat…


(…)


Pagina 16204 (map 19.1)

Uit de context van bovenstaande tapgesprekken is bij het onderzoeksteam het vermoeden ontstaan dat wanneer in de tapgesprekken wordt gesproken over “stenen” hiermee wordt bedoeld geld c.q. geldbedragen.




[slachtoffer 2]


Liefdesrelatie


33. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15861 (map 19)

12 maart 2013, 19:21:03 uur

Beller: [bijnaam] (H)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


H vraagt of er nog een bloemist open is.

E zegt dat Albert Heijn er is maar dat die al gesloten zal zijn.

H zegt 100 rozen te willen halen.

E zegt een winkel in gedachten te hebben en daar te zullen kijken.

H zegt al te zijn vertrokken en onderweg te zijn.

E vraagt of H naar ‘ [bijnaam] ’ gaat.

H bevestigt dat.

E vraagt of H vanavond al direct naar ‘ [bijnaam] ’ zal gaan of ‘hierheen’ (bij E) zal

komen.

H zegt dat hij naar E zal komen.

E zegt dat het goed is.

H zegt dat zij dan om 12 uur vannacht de bloemen zullen gaan afgeven.

E vraagt “Op het werk!?”.

H bevestigt dat.

E vraagt of H helemaal gek is geworden.

H zegt dat hij gewoon verliefd is en wil trouwen.

E lacht hierop.


34. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15862 (map 19)

12 maart 2013, 23:26:04 uur

Beller: NNVrouw 2122 (V)

Gebelde: [medeverdachte 3] (F)


F geeft de telefoon aan een andere NNman (N) die V feliciteert met haar verjaardag

en wenst dat zij heel braaf blijft en de beste vrouw en dochter en zus is.

V vraagt waar hij is, N zegt dat hij heeft de [naam] (FON NG) opgehaald en hij vertrekt

naar België om het “geld te krijgen” en hij probeert morgen middag terug te zijn.

Ven N noemen elkaar “eindje” en hij zegt dat hij van haar houdt.


35. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15863 (map 19)

18 maart 2013, 19:22:06 uur

Beller: [bijnaam] (H)

Gebelde: [medeverdachte 3] (F) / NNVrouw)


(...)

Hierna komt NNvrouw (V) aan de lijn en praat in het Bulgaars met [bijnaam]

(vanaf 00:26)

H vraagt aan de NNVrouw hoe het met haar gaat, hij noemt haar ‘pate” (eendje).

V: Goed, “pate”, maar ik heb vandaag de ding niet meegenomen.

H: Het geeft niet, je neemt het morgen.

V vertelt dat ze het horloge heeft laten repareren.

H vraagt of... (onv) past.

V zegt dat het past en V vindt het mooi. V vertelt dat ze buiten is geweest, gegeten,

koffie gedronken en naar huis gegaan.

H vraagt nogmaals of alles goed gaat met de gezondheid van V.

Desgevraagd zegt H dat hij zal reizen en wilde V spreken, omdat ze geen telefoons

hebben.

V: Heb jij eentje genomen?

H: Ja, ik heb het gehaald, maar wij kunnen niet vanuit hier veranderen/ruilen. Wij

moeten ze op een andere manier veranderen.

V zegt dat als het niet anders kan, wordt het donderdag.

H zegt dat hij niet met V kan praten tot donderdag, maar hij zal iets verzinnen.

V: Pate, ik wil in je mond plassen.

H: Eerst ik.

V: Nee, niet jij, ik wil eerst.

H: Ik zal plassen en tevens poepen in je mond.

V: Oh, ik zal hetzelfde bij je doen.

H: Ik zal in je mond poepen en je zal het opeten.

V: Ik zal iets bedorven eten, dan zal je het zien.

Kijk hoe hij tegen me praat (lachen) Mooi, pate, als je iets bedenkt, zeg het.

H zegt dat hij van V houdt, V houdt ook van H.

H zegt dat V heel voorzichtig moet zijn.

V zegt dat ze dat zal doen en noemt H - mijn liefde-.


Werkplek regelen


36. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15885 (map 19)

28 februari 2013, 20:06:50 uur

Beller: NNMan0050 (N)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


(…)

N: Joh [bijnaam] wat is de leeftijd voor Alkmaar?

E: Daar waren volgens mij geen problemen.. Maar hoe het nu is weet ik niet.

N: Er waren er geen problemen toch?

E: Nee

N: Hmmm..

E: Er is daar een nummer maar iemand moet het vragen..

N: Stuur het nummer dan maar naar dinges..

E: Naar wie?

N: Stuur het nummer maar naar (Bulgaars] [bijnaam] ’..

E: Is goed ik zal hem/haar bellen. zodra hij/zij is gekomen vraag ik het.

N: Laat hem/haar naar een dinges vragen voor onze vriend.

E: Wie is dat?

N: Onze vriend joh.. [naam] .

E: Ok is goed ik ga het meteen vragen.


37. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15886 (map 19)

28 februari 2013, 20:14:15 uur

Beller: [medeverdachte 1] (E)

Gebelde: NNVrouw 2122 (V)


E: Ik heb je een sms gestuurd, heb je het gezien?

V: Nee, ik heb geen sms ontvangen.

E: Je kunt het elk moment ontvangen. Je gaat dit nummer bellen, het is van Alkmaar.

Je kunt vragen naar vrije kamers, vragen of 21 jaar nodig is etc.

V: Goed, als ik het niet krijg, stuur het me nog een keer.

E: Als ze vragen hoe je heet, zegje [naam] , hoor je?

V: Oh, zo, goed, mooi. Ik zal zien, als ik het ontvangen heb, ga ik bellen.

E: Kijk nu, terwijl je met me spreekt, of je het ontvangen hebt.

V heeft het niet ontvangen, E gaat het nog een keer versturen.


38. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15887 (map 19)

28 februari 2013, 20:21:04 uur

Beller: NNVrouw 2122 (V)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


V zegt dat het nummer wat ze ontvangen heeft niet te bereiken is, het staat op dat het

buiten bereik is.

E zegt dat ze misschien het nummer hebben verandert.

V zegt dat ze 6 keer heeft gebeld en het lukt niet.

V: Ik heb hier geprobeerd, maar het lukt niet. Ik heb op 4 verschillende plaatsen gebeld. Het minimumleeftijd is 21 en er zijn geen plaatsen, alleen voor overdag.

E: Dus zij willen 21 jaar, he? Ik moet er naar toe gaan voor het goede nummer.


39. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15890 (map 19)

17 april 2013, 21:17:40 uur

Beller: [slachtoffer 2] (Y)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


E vraagt of bij de werkkamers beneden er vrije kamers zijn. En of Y als zij naar haar werk gaat geen borden met “Kamers te huur” heeft gezien.

Y zegt dat men zulke borden niet ophangt.

E: Toen jij daar werd aangenomen, hebben zij bij jou in de paspoort naar stickers gekeken?

Y: Ik denk van wel maar zij gingen niet controleren. Zij hebben het alleen gekopieerd.

E: Dus het is geen probleem, geen probleem dus... die zal zeggen dat zij de rode

paspoort thuis heeft achtergelaten... zo iets...

Y: De laatste keer dat ik heb gebeld toen jij me hebt gevraagd, toen hadden zij alleen

een kamer voor dagwerk en trouwens hier waar ik zit is ook een kamer voor overdag

en is voor permanent... hier vooraan waar ik ook zit...

E: Wacht even (E herhaalt voor iemand naast hem dat er een kamer voor overdag wel

beschikbaar is) En deze dagkamer van hoe laat tot hoe laat is?

Y: Van 9 tot 7.

E Herhaalt het voor de aanwezige daar naast hem.

E: Heb jij een idee hoe het is daar om overdag te werken?

Y: Er zijn vrouwen die heel tevreden zijn van overdag werken... omdat overdag heel

lelijke monsters werken en de mooie meisjes wel werk hebben.

E: Goed, 0K, [slachtoffer 2] (FON NG). En wat kunnen wij daar doen?


Vervoeren naar en van werkplek


40. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 28 maart 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


Pagina 16140 (map 19)

Op dinsdag 26 maart 2013 werden de navolgende waarnemingen gedaan.


Pagina 16141

(…)

20.10

uur: Wij, 142 en 208, zagen de Golf stoppen in de directe omgeving van perceel [adres] te [woonplaats] , hierna te noemen [adres] . Wij zagen [slachtoffer 2] , vrouw1 en een onbekende vrouw, hierna vrouw2, uit de Golf stappen. Wij zagen de Golf wegrijden.


Pagina 16142

20.11

uur: Ik, 110, zag [slachtoffer 2] een deur rechts van [adres] betreden.

(…)

21.04

uur: Wij zagen [slachtoffer 2] zitten acht een raam in de directe omgeving van [adres] .

(…)


41. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 16 mei 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


Pagina 16165 (map 19)

Op maandag 13 mei 2013 werden de navolgende waarnemingen gedaan.


Pagina 16169

(…)

17.35

uur: Ik, 191, zag [medeverdachte 3] gebruik maken van een mobiele telefoon en staan voor [adres] . (...) Ik zag [medeverdachte 3] de sleutel vangen en met gebruik van de sleutel [adres] betreden.

(…)

18.33

uur: Wij, 158 en 192, zagen [medeverdachte 3] als bestuurder in de Xsara stappen.

(…)

18.38

uur: Wij, 158 en 192, zagen [slachtoffer 2] als bijrijder in de Xsara stappen en zagen de Xsara wegrijden.

19.27

uur: Wij, 107 en 127, zagen de Xsara stoppen op de Cornelis Anthoniszstraat te Amsterdam. Wij zagen [slachtoffer 2] uit de Xsara stappen en weglopen.

19.32

uur: Wij, 061 en 192, zagen [slachtoffer 2] perceel [adres] te [woonplaats] betreden.


42. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15880 (map 19)

22 januari 2013, 16:00:20

Beller: [medeverdachte 1] (M)

Gebelde: [bijnaam] (H)


(...)

M: Vraagt wie morgenochtend [bijnaam] gaat ophalen.

H: Met dinges, met de auto, wat moeten we anders?

M: Met [naam] ? (FON, NG)

H:Ja.

M: Hm. Goed, ok. Dan zullen we afspreken/overeenkomen. Als hij/zij wil, kan hij/zij bij

ons blijven. Laat hem/haar dan bij ons blijven.

(...)


Laten werken / verantwoording afleggen / controle


43. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 31 januari 2014, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


Pagina 16136 (map 19)

Uit de van [bedrijf 1] verkregen gegevens kan worden opgemaakt dat [slachtoffer 2] vanaf 3 mei 2012 tot 24 januari 2013, met uitzondering van 5 weken, een peeskamer heeft gehuurd bij [bedrijf 1] .


44. Een geschrift, te weten online inzage uittreksel KvK, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16029 (map 19)

KvK-nummer [nummer]

Handelsnaam: [slachtoffer 2]

Rechtsvorm: eenmanszaak

Startdatum onderneming: 13 maart 2012

Bezoekadres: [adres] , [woonplaats]

Telefoonnummer: [telefoonnummer]

Activiteiten: Overige dienstverlening n.e.g. Prostitutiebedrijif


45. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15865 (map 19)

16 maart 2013, 01:06:09 uur

Beller: NNMan (n)

Gebelde: NNVrouw 2122 (V)


N vraagt wat V doet. Zij zit nu ...niet veel werk, mensen vragen haar alleen of zij anaal

doet. N lacht dat daar is al iemand voor. N vraagt of ook geen pijpen waren.

N zegt dat hij gaat slapen en zij nemen afscheid.


46. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15866 (map 19)

18 maart 2013, 00:01:02 uur

Beller: NNVrouw 2122 (V)

Gebelde: NNMan (M)


N vraagt hoe het gaat.

V zegt dat het heel vroeg is en nog niets. Morgen gaat zij om haat identiteitskaart in

ontvang te nemen.

N is heel blij hoe zij gewerkt had gisteren. Hij hoopt dat voortaan zo zal zijn.

(…)


47. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15868 (map 19)

20 april 2013 23:20:12 uur

Beller: [slachtoffer 2] (Y)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


F: Alo.

Y: Geef me dinges.

De telefoon wordt overgenomen door [medeverdachte 1] (SH,E)

E: Alo.

Y: Hij wil niet naar me luisteren en mijn beltegoed is op. Jullie kunnen vertrekken.

E: Goed, kom dan, hoe laat, kijk...

Y: Nee, gaan jullie maar.

E: Waarom?

Y: Daarom, ik zal hier blijven.

E: Hij heeft gezegd dat je terug moet gaan, joh. Wij wachten op je.

Y: Hij heeft me nu niets dergelijks gezegd.

E: Hij zei dat je terug moet gaan naar de Amazon(fon). Heb jij geen beltegoed op het

zakelijke nummer?

Y: Nee, mijn beltegoed is opgegaan, terwijl wij aan het praten waren.

E: Heeft hij tegen jou gezegd - ga maar.

Y: Nee, hij zei dat binnen 1-2 dagen zal hij mijn ticket brengen.

E: Wij wachten hier op je, begrijp je, hij zei dat wij je naar huis moesten brengen in

Den Haag.

Y: Oh, bel hem, spreek even met hem en bel me terug.

E: Goed, maar dat heeft hij gezegd, ik heb hem zojuist gebeld, joh. Hij zei dat je terug

moet.

Y: Waarom doet hij nu zo?

E: Weet ik niet, ga met hem praten als je komt, ik zal je een telefoon geven, ik weet

het niet.

Y: Hij neemt niet op, het wordt niet opgenomen.

E: Hij zei dat je moet komen, ik wacht op je, kom op.

Y: Waarom moet ik nu teruggaan?

E: Doe het maar, kleed je aan, ik wacht op je. Wij wachten op je, waarom begrijp je

het niet, kom op, hoor je het?

Y: (zucht) Maar ik moet hier mijn kamer betalen. Waarvan moet ik geld halen om te

betalen?

E: Heb je nu helemaal geen geld bij je?

Y: Nee, ik betaal de kamer ‘s ochtends.

E: Laat het aan het meisje daar.

Y: Zij dragen geen geld bij zich, ik heb ook geen geld, ik betaal ‘s ochtends, wij

betalen niet ‘s avonds.

E: Heb jij geen geld bij je van gisteren avond?

Y: Nee, niet bij me.

E: (zucht) Wacht maar, ik zal hem bellen.


48. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15869 (map 19)

20 april 2013 23:31:44 uur

Beller: [medeverdachte 1] (E)

Gebelde: [slachtoffer 2] (Y)


E: Alo, kom op, ik wacht op je, kom.

Y: Waarom?

E: Wie heeft je gezegd...

Op de achtergrond begint NNMan(N), te schreeuwen:

N: Kom sneller hier naar toe, joh!

Y: Deze man moet niet zo schreeuwen tegen me!

N: Hey, kom snel hier!

E: (rustig) Kom maar, ik wacht op je.

Einde gesprek.


49. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:



Pagina 15869 (map 19)

2 mei 2013, 11:07:48 uur

Beller: [medeverdachte 2] (K)

Gebelde: [slachtoffer 2] (Y)


K vraagt waar haar telefoon is.

Y: Welke telefoon?

K: De telefoon waarmee jij met de dinges praat...?

Y: Ja, ik heb het vergeten maar hij weet het.

K: Waar heb jij het vergeten?

Y: Wat maakt het uit? Hij weet daarover...

K: Hij belt en werd gek... Jij neemt hem in de maling...

Y: Nee, hij weet daarover.

K:Aha... Waar is die...

Y: Allo... wat is het probleem?

In de achtergrond een mannelijke stem: Zeg: Goed, goed.. .hij zal jou (onv)

K Goed, goed, hij zal jou dingesen...


50. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14277 (map 17)

31 december 2012, 19:10

Beller: [bijnaam]

Gebelde: [medeverdachte 1]


[bijnaam] zegt tegen [medeverdachte 1] letterlijk:” [naam] , laat hem naar [bijnaam] toe gaan”.

zegt hierop dat hij wel bij hem is geweest.

Later in het gesprek zegt [bijnaam] dat [medeverdachte 1] het moet zeggen als het niet gaat, [medeverdachte 1] moet bellen en aan [bijnaam] denken. Als [medeverdachte 1] niet aan [bijnaam] denkt moet [bijnaam] iemand anders vinden die daar blijft.

zegt hierop dat hij verontwaardigd is nu [bijnaam] dit zegt: “Laat ik een andere persoon vinden” enzo.

[bijnaam] zegt hierop letterlijk: ‘Wat zeg je nou..Het is normaal..Jij praat zo zonder dat ik dit denk, dommerd. Het is nodig dat we het aan elkaar zeggen. Je doet alsof ik jou alleen laat dat je gaat en wat je gaat bespreken..We zijn een team, joh.

zegt hierop dat hij het heeft verteld, [medeverdachte 1] heeft het hem/haar verteld. [medeverdachte 1] zegt dat [bijnaam] het dan ook maar moet zeggen.

Hierop zegt [bijnaam] dat het niet uit maakt of of [medeverdachte 1] het zegt of [bijnaam] het zegt.

zegt dat hij zal gaan praten.


In de gaten houden / instructie geven


51. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15839 (map 19)

20 april 2013, 23:35:44 uur

Beller: [medeverdachte 1] (E)

Gebelde: [slachtoffer 2] (Y)


Eerst een computerstem die zegt dat de beltegoed 0 is.

E: Jij hebt ook geen beltegoed, broer.

Vervolgens gaat de telefoon, Y neemt op.

E Zegt dat zij verder dan de koffieshop moet lopen.

E is iets verderop, Y zal hem zien.

Y Vraagt of dat het de 2-de zijstraat is.

E legt het uit.

Y Zucht.

Einde gesprek.


52. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15890 (map 19)

20 april 2013, 23:43:27 uur

Beller: [slachtoffer 2] (Y)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


Y: Zij zijn gestopt bij de eerste zijstraat, ik zal even wachten tot ze weggaan, ik kan niet daar langs lopen.

E: Wie zijn daar gestopt, de politie?

Y:Ja.

E: Bij de zijstraat van de koffieshop?

Y: Nee, ervoor, maar ik moet bij ze langslopen.

E: Nee, ga naar beneden, sla bij de koffieshop af.

Y: Maar zij zijn precies hier naast me, op de eerste zijstraat.

E: Goed, je zal me bellen, als zij er zijn, je zal niet in de auto stappen maar doorlopen en 100 meter verderop op me wachten. Je houdt je telefoon, je ziet me, je loopt door en ik zal je verderop ophalen.

Y: Maar zij zijn... ik moet langs ze lopen.

E: Luister nu naar mij. Ik ga uit de auto, jij zult me zien lopen bij de koffieshop en je zal achter mij gaan lopen. Heb je gehoord wat ik tegen je zei? Ga naar de koffieshop, je ziet me en als je ziet dat de politie naar ons komt, loopje de auto voorbij en na 700 m. stop je, je stapt in en wij vertrekken.

Y: Goed.


53. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15841 (map 19)

20 april 2013, 23:50:44 uur

Beller: [medeverdachte 1] (E)

Gebelde: [slachtoffer 2] (Y)


E zegt dat Y terug moet lopen en het straatje in moet gaan.

Y vraagt of zij (de politie) zijn gaan lopen.

E zegt dat zij zijn gaan lopen en dat Y om zich heen moet kijken.

Y zal het doen.


54. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15842 (map 19)

20 april 2013, 23:51:16 uur

Beller: [slachtoffer 2] (Y)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


Y zegt dat de politie is gaan rijden, maar zij rijden precies achter haar.

E zegt dat Y moet doorlopen, als de politie in een zijstraatje gaat, moet ze niet daarin

gaan.

E zegt dat Y rechtdoor moet lopen.

E zegt dat zij (E en de andere man) kunnen alleen rechtdoor rijden de rest is afgesloten, dus Y

moet ook rechtdoor lopen.

Y zegt dat zij loopt langs een aantal horeca gelegenheden.

E zegt dat Y iets terug moet lopen.

Y zegt: Hier, zij gaan tegenover mij.


55. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15843 (map 19)

20 april 2013, 23:59:01 uur

Beller: [slachtoffer 2] (Y)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


E: Wat gebeurt er?

Y: Niets, zij hebben me gecontroleerd.

E: Dus, zij hebben je gecontroleerd, he?

Y: Ja, zij hebben gezegd dat ik alles moest laten zien.

E: Wat moest je laten zien?

Y: Documenten, zeggen wat ik aan het doen ben, waar ik naar toe ga, waarom ik naar toe ga. Zij hebben blijkbaar gezien waaruit ik gekomen ben.

E: Vraagt waar Y op dit moment is en zegt tegen haar dat ze terug moet lopen omdat zij (hij en de andere man) nu op een heel andere plek zijn gestopt. Y moet terug naar de zijstraat bij de koffieshop. E wacht op de kruising. Dat zal Y doen.


56. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15844 (map 19)

21 april 2013, 00:09:43 uur

Beller: [slachtoffer 2] (Y)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


Y: Waar ben je?

E: [slachtoffer 2] (NG), kijk, hij heeft me gezien, terwijl ik kwam, hij heeft gestopt en is uit de auto gestapt. Hij achtervolgt je, 100%. Ga naar je werk, roep een taxi, ik zal je een adres sturen. Kom op dit adres, omdat anders wij allemaal tegelijk worden opgepakt, hoor je het?

(…)

Goed, ik zal je nu een sms sturen met de naam van een straat. Je zal het tegen de taxi zeggen en je zal daar naar toe komen.


57. Een proces-verbaal inhoudende een mutatierapport waaruit blijkt dat op zaterdag 20 april 2013 om 23:50 een prostituee genaamd [slachtoffer 2] is staande gehouden op de Ruysdaelkade te Amsterdam (pag 16046, map 19).


58. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15855 (map 19)

15 maart 2013, 22:03:11 uur

Beller: NNMan (vermoedelijk [bijnaam] ) N

Gebelde: NNVrouw 2122 (V)


N vraagt wat V aan ‘t doen is. V zegt niets. Op de vraag wat N aan ‘t doen is, zegt N

dat V morgen een andere telefoon krijgt. V wist het, het is haar verteld. N zegt dat hij

morgen langs zal komen om spullen aan V te geven. V zegt dat het goed is, omdat ze

het gisteren nodig had.

(…)


59. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15884 (map 19)

SMS-bericht

23 februari 2013, 10:33:02 uur

Met nummer: [telefoonnummer]

Tenaamstelling: [slachtoffer 2]


Vertaling:

Ik ben [bijnaam] . Nu ben jij 2 dagen thuis maak overall schoon ok


Bankpas, boekhouding en administratie


60. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15812 (map 19)

30 maart 2013, 19:45:29

Beller [medeverdachte 1] (E)

Gebelde: [verdachte] (H)


H: Je had me gebeld.. wat is er?

E: Ik heb ruzie gemaakt met ‘ [bijnaam] ’ joh. Zij heeft mij zeer boos gemaakt [bijnaam] . Ik

ga haar niet bellen om iets met haar te bespreken hoor.

H: Wat is er?

E: Ik heb tegen haar gezegd ‘Geef dat ding aan dinges..’, zoals wij het vanochtend

hebben besproken.

H:Ja..

E: Zij zegt tegen mij ‘waarom moet ik het geven?’, Ik zei “Ik zeg je dat je het moet

geven! Iemand heeft gezegd dat je het moet afgeven., laat ik nu niet hier vertellen wie

dat heeft gezegd”. Zegt zij: ‘waarom dan?’. Ik zei “Wat gaat jou dat aan.. de man zei

dat je het moet geven omdat hij iets moet doen “. ‘Waarom dan.. ik geef het niet’ en dat

soort dinges.. ze maakte mij boos!

H: nee joh ..[ntv].. daarom is het.

E: Ja. Ik zei “denk je dat ik een oplichter ben? Wees niet bang, ik doe niets met je

kaart/pasje. “.

H: Ik heb gezegd dat zij samen met [bijnaam] moest gaan kijken.

E: Ze schijnen het nu opgenomen te hebben.. 960 stenen..

H: Is er nog meer?

E: Nee er is niet meer.. Hoe moet er nog meer zijn joh. Dat betekent dat ze jou het

geheel hebben gestuurd.

H: Hmm..

E:Ja. O kis goed dan.

H: Laat haar de stenen aan dinges geven., aan [bijnaam] .

E: Ja joh.. ja. Ik zal hem morgenochtend zien.

H: Is goed.

E: is goed. Er is trouwens nog iets.. Ik zal dat bespreken als ik er ben.

(...)


61. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] en [verbalisant 3] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 1 augustus 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende de verklaring van getuige [B] :


Pagina 01546 (map 4.1)

V: Hoe bepaalt u de omzetbelasting voor een prostituee?

A: Zij voeren een kasboek op. Zij houden naar eigen zeggen dit dagelijks bij. (…) Zij komen met een kasboek. Dit leveren zij aan in een Tetradca, dit betekent schrift. Dit betreft een Bulgaars woord.


Pagina 01548 (map 4.1)

De naam [medeverdachte 1] . Die kwam met [slachtoffer 3] mee. Hij kwam met de dames mee. Onder andere met [slachtoffer 3] . Dit is de handelsnaam. Ik ken alleen de handelsnaam en met [slachtoffer 2] .


Pagina 01549 (map 4.1)

Hij kwam samen met dames [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] naar mijn kantoor. Ik weet niet wat voor werk hij doet, ik heb er nooit naar gevraagd, volgens mij is hij werkloos. Hij is ’s middags altijd vrij. Hij kwam altijd ‘s middags dossiers afgeven. Ik heb hem een keer gevraagd of hij een firma had en of hij een boekhouder nodig had. Hij had geen firma naar eigen zeggen. Geen idee waar hij woont.

Met [slachtoffer 3] sprak ik Engels en Turks. Met [slachtoffer 2] Engels en Turks.

Meestal kwam hij met de BTW aangiftes, om de drie maanden.

(…)

V: In dit document “Btw planning 4e kwartaal 2012 en 1e kwartaal 2013” staat de naam [slachtoffer 3] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld.

A: [slachtoffer 3] is de handelsnaam. De naam erachter is de contactpersoon.

(…)


Pagina 01550 (map 4.1)

V: In het document “BTW-planning” staat ook de naam [slachtoffer 5] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld.

A: Zij is ook een cliënt van ons. Zij is ook bekende van [medeverdachte 1] . [slachtoffer 5] was op non actief. In het begin was zij actief daarna 8 maanden heb ik haar niet gezien en 4 maanden geleden is zij weer gestart en ik heb aangegeven om zich KvK te laten inschrijven en bij GGD en zo. Toen was [medeverdachte 1] erbij met nog een blonde jongen met blauwe ogen, maar niet Nederlands. [medeverdachte 1] wilde [slachtoffer 5] helpen met inschrijven. [slachtoffer 5] luisterde alleen. Ik weet niet hoe het komt dat [medeverdachte 1] erbij was. Mogelijk komen zij uit hetzelfde dorp. De eerste keer heeft [slachtoffer 5] zelf stukken aangeleverd en de tweede keer bracht [medeverdachte 1] deze stukken.

(…)

V: in het document “BTW-planning” staat ook de naam [C] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld. Waarom is dit?

A: [C] , dit is een klant. Haar bedrijf heet [C] . Zij is een klant van [D] . Ik kan niet alles doen.


Pagina 01551 (map 4.1)

Haar volledige naam is [C] , dit is een hele dunne slanke meid. De laatste drie, vier kwartalen komt zij de stukken persoonlijk brengen. Daarvoor was het [medeverdachte 1] volgens mij.

(…)

Het zijn allemaal dames die bij het zandpad werkte en ik vroeg mij wel af hoe dit zou zitten. Hij heeft geen werk en komt iedere keer met verschillende dames. Ik heb dit ook vorig jaar zomer aan [slachtoffer 3] gevraagd. Zij gaf aan dat hij een vriend was en dat hij haar hielp omdat zij de taal niet sprak en de regels niet kende.


Pagina 01552 (map 4.1)

V: Zijn er nog meer dames die te linken zijn aan [medeverdachte 1] ?

A: Ja, [slachtoffer 1] .

V: In het document “BTW-planning” staat ook de naam [slachtoffer 1] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld.

A: [medeverdachte 1] kwam samen met [slachtoffer 3] ook de stukken brengen voor [slachtoffer 1] . [medeverdachte 1] was erbij en [slachtoffer 3] overhandigde de documenten.


(…)

V: In heet document “BTW-planning” staat ook de naam [slachtoffer 2] met daarachter de naam [medeverdachte 1] vermeld.

A: ik heb EU toetsing gedaan. Zij kwam telkens vragen wanneer de uitslag kwam. Zij kwam strikt een keer per kwartaal samen met [medeverdachte 1] . De laatste keer heeft [medeverdachte 1] alleen het dossier gebracht en hij gaf aan dat zij op vakantie was.


Pagina 01553 (map 4.1)

[slachtoffer 2] is een prostituee, een klant van mij. [medeverdachte 1] is verbonden aan de dames en contactpersoon van hen. Hij belt mij op en komt in persoon langs met het dossier.


Pagina 01559 (map 4.1)

V: Wat kunt u vertellen over [medeverdachte 2] ?

A: Deze was een keer met [medeverdachte 1] langsgekomen, dit was een maand of 3 a 4 geleden. Hij heeft alleen in de wachtruimte plaatsgenomen en is niet in mijn kantoor gekomen. [medeverdachte 1] gaf aan dat dit een vriend van hem was.


62. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15846 (map 19)

22 februari 2013, 14:28:02 uur

Beller: [bijnaam] (M)

Gebelde: NNVrouw 2122 (V)


V vraagt welke papieren van de verzekering zij moet meenemen.

M: Waar is die brief, heeft mijn broer dat aan jou gegeven.

V: Ja, maar moet ik met de check of met de twee bonnen, die betaald zijn gaan?

M: Nee, met de check (Acceptgiro) ga, het bedrag staat daarop en de nummer van het

document staat erop en de bank staat daarop beneden.

V zegt dat zij alles heeft gezien en zij gaat nu betalen.

M: Ga betalen, ja.


63. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15850 (map 19)

28 januari 2013, 21:49:22 uur

Beller: [bijnaam] NG (H)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E)


(…)

E: Ze vragen van alles en nog wat.

H: … ze zijn gisterenavond gekomen, vandaag krijgen ze (identiteitskaart BUL / 21:50:03).

E: Dat is een andere gemeente, dit is een andere gemeente. Er is nu weer een brief gekomen. Ze vragen voor 2012 hoe lang hij/zij gewerkt heeft, ze willen alles.

H: Regelt de (Boekhouder BUL / 21:50:06) niet alles (dat ik hem / haar in de mond neuk

(Bul))

E: Hij doet (regelt?) het wel. Ik ben gisteren nog naar toe gegaan en heb aangedrongen. Ze schrijven alles op en regelen alles.

H: Is dat niet de taak van de boekhouder?

E: Het is zijn taak. Hij doet dat allemaal. Voor vorig jaar zijn weinig dingen betaald. Nu

hebben ze gevraagd om (verrekening Bul: 21:50:36). Mocht er een betaling verricht

worden, dan gaan we dat betalen zodat er (verrekening Bul: 21:50:38) plaatsvindt.

(…)


Pagina 15851

(…)

H: Het is gevaarlijk zonder deze documenten. Als wij die niet hebben…

H: Hoe is het afgelopen met het document, het paspoort van [bijnaam] ?

E: [bijnaam] heeft het nog maar pas opgestuurd.

H: Hij wacht nu op Paspoort (ntv)?

E: Ja hij wacht daarop. Kijken wat er gaat gebeuren. Hij heeft het pas verstuurd, een

maand of twee geleden heeft hij het opgestuurd.

H: Inkomsten bewijzen van hoeveel jaar?

E: Kijk eens, vorige maand euh, ik heb alle bonnetjes,..... toen deze vriend, Ali (FON)

ermee begon, hebben we altijd betaald 150 stuks, 110 stuks, 200 stuks. Je weet dat

allemaal.


64. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15857 (map 19)

10 mei 2013, 18:15:54 uur

Beller: [medeverdachte 3] (F)

Gebelde: [slachtoffer 2] (Y)


Y: Hallo.

F: Hol baby. Ben je al opgestaan?

Y: Ja. Ik ben net opgestaan.

F: Luister. Als je naar beneden gaat zal ik beneden zijn. Als je naar beneden komt

moet je jouw paspoort en lD-kaart meenemen.

Y: De lD- kaart van hier, bedoel je?

F: Ja, de ID-kaart. Ik heb alleen een kopie nodig.

Y: Is goed. Is goed.

F: Oke.

Y: Maar wanneer kom jij?

F: Ik ben beneden. Ik ben aan het tanken bij het benzinestation.

Y:ls goed. (n.t.v)

F: Ik kom zo. Ik ben over 10 min beneden.

Y: Is goed.

Afscheid


65. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15858 (map 19)

23 juni 2013, 14:09:15 uur

Beller: [medeverdachte 1] (E) en [medeverdachte 2] (D)

Gebelde: [medeverdachte 3] (M) en [verdachte] (Z)


M: Hallo!

E: Wat doe jij?

M: ... (onv)

E: Luister eens, ik moet je wat vragen: hebben we hier de sleutels van Den haag

liggen.

M: Die liggen bij me.

E: Om hoe laat gaat die chava dan huis uit?

M: Ik denk dat zij al vertrokken is. Ze vertrekt meestal rond 77:00 uur.

E: Om 11uur, dus?

M: Ja. Waarom moet je dat weten?

E: Ik moet daarheen gaan om het document van [bijnaam] dat daar ligt op te halen en

naar de boekhouder brengen. Bulgaars: Voor de eind van het jaar/aanslag

M:Hmm... Ik snap het.

E: Hoe laat zou zij dan ‘s avonds terugkomen? kan je dat even aan die vragen?

M: Die is nu niet hier.

E: Waar is die dan?

M: Weet ik niet.

E: hmm

M: 11 a 12 (uur)

E: hmm... goed... ik zal kijken... ik moet erheen gaan.


66. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15849 (map 19)

9 mei 2013, 16:13:47 uur

Beller: [slachtoffer 2] (Y)

Gebelde: [medeverdachte 1]


E vraagt of Y heeft betaald. Zij zegt dat vandaag alles gesloten is.

E: Wacht even... Waarom heb jij niet betaald?

Y: Omdat gisteren regende en vandaag toen ik naar het centrum ging was alles

gesloten... Morgen ga weer ik omdat ik moet ook voor de elektriciteit betalen...

E: Stuur morgen aan me, ik zal dat regelen...

Y: Maar men wil toch met de identiteitskaart betalen, niet met een giro...

E: Maar ik weet via een andere manier... Jij stuur me dat ding... bij internetbankieren

moet jij via internet betalen...

Y: Goed, maar hoe zal ik de elektriciteit betalen als zij me een giro opsturen.,.

E: Heb jij internet bankieren?

Y: Ik weet niet... Jij had mijn bankkaart/bankpasje geregeld. Heb ik wel?

E: Nee, Jij hebt niet.

Y: Goed.


Geld onder zich houden


67. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15875 (map 19)

12 januari 2013, 16:54:18 uur

Beller: [bijnaam] (H)

Gebelde: [medeverdachte 1] (M)


M Zegt desgevraagd dat hij zich aan het aankleden is.

H informeert naar “ [bijnaam] ”.

M zegt dat “ [bijnaam] ” naar huis zal komen.

H informeert naar stenen (onduidelijke vraag).

M zegt ja.

H: Hoe zijn de stenen?

M: Vijf en half.

H: Nou, wel goed

M: Kralen.. (onv) verzamelen.. (onduidelijk.)

H: Heeft hij/zij je 850 stenen gegeven.

M: Nee, [bijnaam] , er is niets wat hij/zij me gegeven heeft.

H: Hoezo, ik heb gezegd dat hij/zij het aan jou geeft.

M: Hij/zij heeft mij niets gegeven. Jij zou gezegd hebben dat jij het daar recht gaat

zetten.

(…)


68. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15849 (map 19)

15 april 2013

Beller: [medeverdachte 3] (F)

Gebelde: NNVrouw 2122 (V)


F zegt dat hij beneden is, V moet geld meenemen.

V vraagt waar voor zij geld moet nemen.

F zegt- en voor mij en voor [naam] (fon,NG).

V zegt - voor jou, goed maar voor.., goed, mooi tot zo.


69. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 april 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:


Pagina 16201 (map 19.1)

Uit de opgenomen, uitgeluisterde en verwerkte telecommunicatie is gebleken dat Hamdiev spreekt met andere personen over zogenaamde “stenen”.

Uit tapgesprekken is op te maken dat met “stenen” geld wordt bedoeld. Hieronder enkele gesprekken en/of samenvattingen dan wel delen van gesprekken waarin over “stenen” wordt gesproken.


Op 26 december 2012 omstreeks 15:55:41 uur heeft NNMan0768 (M), die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] een inkomend gesprek met een NNMan4536 (N) die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek zegt de NNMan4536 tegen NNMan0768 dat hij “zij” een bericht moet sturen dat zij het geld moeten gaan halen thuis. Hierop zegt de NNMan4536 dat NNMan0768 de telefoon aan een derde persoon moet geven en deze derde persoon dan de opdracht krijgt van NNMan4536: “de stenen te ophalen en deze naar de bank te brengen”.


Pagina 16202 (map 19.1)

Op 4 januari 2013 omstreeks 00:47:22 uur belt [medeverdachte 1] (M), die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] met een [bijnaam] (H), die gebruik maakt van het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer] . Hieronder een deel van het tapgesprek waarin [medeverdachte 1] zegt dat hij bundels gaat maken en deze gaat opsturen voor de huur.

M: Ja. Weet dat ik voor jou vanaf daar stenen zal sturen naar dinges. Van de huur… (onv), ik zal de huur proberen.

H: De huur?

M: Ja.

H: Krijgen we geld?

M: Je kan het krijgen/nemen. Als we deze maand zouden sturen.

(…)


Op 22 januari 2013 omstreeks 12:48:23 uur wordt [medeverdachte 1] (E) gebeld door [naam] (S), die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] en zegt tegen [medeverdachte 1] € dat hij van die 50 stenen moet achterhalen wat zij met het geld / stenen heeft gedaan:


S: k wil dat je iets achterhaalt.

E: Wat zeg je?

S: Ik wil dat je voor mij iets achterhaalt.

E: Wat?

S: Die van mij… Ik had gezegd geef haar / hem geld euh, stenen geven.

E: Ja.

S: Ik zei 50 stenen geven. Die heeft iets met die 50 stenen gedaan, uitgegeven of zo. Weet niet waaraan uitgegeven. Vraag even aan haar / hem … (onv).

(…)

Op 25 februari 2013 omstreeks 20:36:31 uur belt [medeverdachte 1] (E) die gebruik maakt van het IMEI-nummer [IMEI-nummer] naar [bijnaam] (K) die gebruik maakt van het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer] en zegt tegen [medeverdachte 1] (E) dat hij de controle zal aanscherpen door middel van bedreigen. Tevens zegt [bijnaam] dat hij haar 400 stenen heeft gegeven en dat zij dat allemaal heeft uitgegeven.


Pagina 16203

K: En trouwens weet je zij is even eruit gaan om wat te gaan kopen… wat ze nodig heeft… Ik heb haar 400 stenen gegeven en ze heeft alles uitgegeven.

E: Godverdomme. Kennelijk heeft ze een gat in haar hand.

K: En wat heb ik gedaan broer, zij heeft mij al mijn geld ’s avonds al gegeven. Ik heb haar het geld gegeven en gezegd dat zij haar geld kon houden…

(…)

E: En hoe… kun je tenminste wat stenen sparen tot zij / hij gaat…

(…)


Geweld


70. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 15878 (map 19)

22 februari 2013, 19:51:56 uur

Beller: [bijnaam] (H)

Gebelde: [medeverdachte 1] (E) [medeverdachte 1] : Ja.. Ik kan wellicht wel komen.. Maar wat ga je met dinges doen.. met ‘de

[bijnaam] ’ doen. Zij zou aan het rusten zijn of zo..?

[bijnaam] : Laat haar daar maar blijven! Ik neuk haar moeders kut!

[medeverdachte 1] : In haar eentje?

[bijnaam] : Ja laat haar maar in haar eentje blijven .

.[ntv]

[medeverdachte 1] : Rot op.. Jij .

.[ntv]..

[bijnaam] : Ja.. ik heb haar gezegd.. Ik heb haar onlangs geslagen..

[medeverdachte 1] : Daar heb je goed aan gedaan.

[bijnaam] : Ja moet je nu zien hoe zij zich dinges voelt., schuldig.

[medeverdachte 1] : 0! Mijn broer heeft het verteld dat je tegen haar schreeuwde.. Zij zou blijven

staan (fon.) als een dinges. .

.[ntv].. Ik zal je morgen zeker bellen joh. Wanneer gaan

zij morgen vertrekken?

[bijnaam] : Laat hem/haar (derde persoon) morgen vertrekken en hem/haar (vierde

persoon) ophalen.

[medeverdachte 1] : Ja..

(...)


Medeplegen algemeen


71. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 14253 (map 17)

24 mei 2013, 16:06:38 uur

Beller: [naam]

Gebelde: [medeverdachte 3]


(M) belt met een oom van moederszijde genaamd “ [naam] ” (N)

Oom vraagt of hij heeft gewerkt waarop [medeverdachte 3] zegt dat zijn werk thuis is, hij een

bewaker is.

Oom vraagt wanneer hij naar hem zal komen.

zegt wanneer hij wil. Komende week komen ook zijn broer en consorten.

zegt dat zijn chefs ook komen en hij weet niet wat er dan gaat gebeuren, wat ze

willen. Volgens [medeverdachte 3] was er twee maanden niemand.

zegt letterlijk: “

Ze zijn nu begonnen met te komen. Eens kijken wat zij gaan

zeggen....

zegt letterlijk:”Ze eten en drinken en willen dan iemand hebben die hen rond

brengt..begrijp je .. En ik ben de chauffeur toch..? Dan begint het van ‘

breng mij hierheen,

breng mij daarheen en zus en zo’. “

Ga mijn vrouw neuken..’Zo dus’.

zegt later in het gesprek dat hij het vervelend vindt dat ze komen job.

Oom vraagt waarom dat is?

antwoordt hierop dat ze hem dan maar heen en weer laten rijden oom.

Letterlijk:” Begrijp je ..zo van ‘ga dit doen..ga dat doen, dit is nodig..dat is nodig’.

Gedeelte uit tapgesprek letterlijk;

“N: Wat voor mensen zijn het?

M:Wat?

N:Wat voor..?

M: Het zijn goede jongens..

N: Zijn het Bulgaren?

M: Het zijn allemaal vrienden van ons.. nee joh.. ze zijn

één van ons.. één van ons!

N:Turken?

M: Ja Turken.. ze zijn allemaal Turken.

Ns ..[ntv]..

M: Ja we kennen ze van jongs af aan, begrijp je?

N: Uit [woonplaats] ?

M:Ja.

N: Hmm.. Hoe oud zijn ze?

M: Dezelfde leeftijd als ik en ouder dan ik..

N:Zooudalsik?

M:Jajaja..

N: Zijn er nog oudere?

M: Ja er zijn nog oudere maar die gaan ons niet aan.

N: Is dat zo.

M: ja die horen niet bij ons.

N: Hoeveel verdienen/maken zij ongeveer per maand?

M: Ik weet het niet.. Een van hen, die net zo oud is als ik,

‘schiet met drie geweren’..

N: Wat zeg je?

M: Hij heeft drie geweren.. Hij schiet er bam.. bam.. mee!

N: Ja ik begrijp..

M: Drie stuks.. Begrijp je wat geweren zijn?

N: Oh ja ja ja..

M: Ja.. 2.. 2 a 2,5 euro per dag!

N: Uhmm.. ..[ntv].. werken mijn beste?

M:Wat?

N: Is het werk niet ..[woord valt weg].. dan?

M: Zijn werk is mooi oom.

N: Maar is dat alleen voor hemzelf of moet hij het delen?

M: Joh alles is voor hem joh!

N: Schoon aan de haak bedoel je?

M: Schoon aan de haak.. schoon.. komt het allemaal..

N:Aha..

M: 2.. 2 per dag is zeker schoon aan de haak.

N: Wat zeg je mijn beste?

M:2.

N:Ja..

M: Per dag zeker 2 schoon aan de haak!

N: Hmm.. dus zij verdienen zeker 60 per maand.

M: Ja dat doen ze.. 50 a 60. Maar hij is erg dinges.. hoe

zal ik het zeggen.. Hij houdt het niet vast., hij houdt het

niet vast.. De man houdt van leven..

N: Ik begrijp het.. ik begrijp het. Maar dan nog is het erg

veel.. 50 a 60 per maand is veel joh!

M: Ja ja het is veel., dat zeg ik je toch. Maar ja het zijn

er drie.. die elke dag bam bam schieten.

N: Tja ik ga soms ook naar de kermis om te schieten maar..

M: Wat ik wil zeggen is dus..

N: Wat je wil zeggen is zo dus..[ntv).. Hoeveel haal jij

eruit? Wat geven ze jou dan?

M: ..[ntv].. oom.

N:Watzegje?

M: Ik krijg per week 200 a 250.

N: Hmm. Dat is wel goed.

M: Hij geeft dus 1000 per maand.

N: Dat is wel goed mijn beste.

M: Maar ik heb geen kosten.. noch huur, noch eten..

N: Dat bedoel ik ook.

M: Alles is gratis.. het is dus schoon in mijn handen.

N: Spaar het mijn beste.

M: Dat is zo..

N: Potverdikkeme..

M: Tja.. Ik ben ook alles aan het sparen.. wat moet ik

anders.

N: We zullen wel dingesen als ik daar ben..

M:Ja..

N: Wat ik wil zeggen is ehhh.. als hij het kan.. als zij het

kunnen waarom wij dan niet!?

M:Wat?

N: Waarom kan hij het wel en waarom zouden wij het niet

kunnen.

M: Tja mijn broer doet het ook!

N: Hmm..

M: Maar die doet het met 1 geweer..

N:Wat?

M: Mijn broer doet het met 1 geweer.. met 1 stuk.

N: Ik begrijp het.. ik begrijp het.. De tweede, de derde...

Wanneer komt dat?

M: Tja ze moeten versierd worden begrijp je?

N:Aha..

M: het gebeurt niet zomaaar tjaka..

N: Nee?

M: Nee. Het is moeilijk.. moeilijk., zeer moeilijk! Maar je

moet er tegen kunnen.. het is niet uit te houden.

N: Hoezo? Hoe bedoel je ertegen kunnen’?

M: Ze bellen om de minuut! Zo van ‘Waar ben je, wat doe je..

dit en dat..”. Begrijp je?

N:Wie?

M: Liefde! Liefde!

N: Uhmm.. uhmm..

M: Jouw geliefde belde jou toch ook elke dag?

N: Uhmm..

M: Nou deze zijn precies zo!

Ns Ik begrijp het.

M: Die wil dat, die andere wil dit.. maken ruzie zo van dit

zo, dat zo.. dan wordt het een chaos!

N: Rot toch op.. Wat zegt je broer dan tegen die dinges..

tegen zijn zus?

M: Wat moet ie zeggen?

N: Hij kan zeker niets zeggen..

M: Wat moet zou die moeten zeggen.

N: Dat is zo..

M: Hoofd. .Hoofd/Baas.. baas..

N: Wat ik bedoel als er twee stuks zijn., dan zijn er twee

hoofden.. die shit is moeilijk uit te houden.

M: Bijvoorbeeld tegen de ene zeg je ‘ik ben daar en daar’ en

als de andere vraagt zeg je ‘Ik ben aan de andere kant’. Je

moet onthouden aan wie je wat hebt gezegd, begrijp je? En

zij vragen het je later weer..

N: Meen je niet!

M: Ja. Soms gebeurt het dat het in de war raakt..

N:Tjadatiszo..

M: Dan moeten we .[onbekend woord].. doen? [lacht]

N: Mijn beste ik.. weet je wat.. ehh.. wacht maar tot ik er

ben.

M: ..[Iacht]..

N: We moeten gewoon praten.. er komen nu wat ideeën in mij

op.. Misschien kan ik ehh.. een paar geweren voor je vinden.

M: Ja maar dat gaat zo niet.. Je moet het vinden en

op je eigen hand zetten, begrijp je?

N: Ja maar ik wil het niet voor mijzelf.. Ik wil dat jij

dinges doet.

M: Ja maar zo gaat het niet oom.. kijk ik zal het je

uitleggen.. Je moet het aan jezelf dingesen.. Hoe zal ik

het je zeggen.. Die persoon moet van je houden.. begrijp je?

N: Uhmm..

M: Zodat zij dit wil doen!

N: Uhmm..

M:Begrijpje?

N: Uhmm.. [zucht].. Die van [medeverdachte 1] .. weten zij van het bestaan

van die andere?

M:Wie?

N: Die van [medeverdachte 1] .

M: Nee joh.. mijn broer heeft enkel die.. er is geen andere!\

N: Ja maar thuis (land van herkomst) heeft ie toch dinges..

Niet dan?

M: Wat heeft hij?

N: Dinges.. is er geen meisje? Hij ging toch met een meisje

uit?

M: Nee joh! Enkel deze is er.

N: o het is dezelfde?

M: Ja, ja deze.. er is geen andere. Die anderen komen en

gaan, begrijp je?

N: uhmm.. Ik dacht dat [medeverdachte 1] dinges had.. dat hij een zus of

zo had..

M: Nee nee die is er niet.

N: Nee niet zus.. ik bedoel een vriendin..

M: Nee die is er niet.

N: Aha.. ik dacht dat het zo was.. aha...

M:Waarvandaan..

N: Ik dacht ‘daarom heeft die jongen zorgen aan zijn kop’..

Maar nu begrijp ik het.

M: Nee nee.. Begrijp je nu.. daar waar brood in zit, daar

kijken we naar!

N: Datiszo.

M: Die anderen kunnen ons niets schelen! [lacht]

N: ..[ntvJ..

M:Ja.

N: ..[zucht].. Mijn beste ik kan ..[ntv]..

M: ..[lacht]. Moeilijk.. moeilijk., het is moeilijk.

N:Hmm..

M: Die ..[ntv].. is niet moeilijk., maar het is moeilijk een

vriend(in) te vinden, begrijp je.

N: Hmm.. Hoe heeft die pooier er dan drie stuks kunnen

vinden!?

M: Tja zo gaat dat oom.. het meisje heeft niets (letterlijk:

het meisje lijdt honger).

N: Weten zij het van elkaar trouwens?

M: Nee!

N: [lacht].. Anders wordt het een kermis!

M: ja anders wordt het ..[ntv].. Nee nee..

N: ..[lacht en mompelt]..

M: Zo is het dus oom.. Ik verveel me. Ze hebben mij alleen

achtergelaten..

later in het gesprek wordt er letterlijk tegen elkaar gezegd;

N: We zijn er toen toch een paar in Varna tegengekomen..

M: Ja ja ja! Zo gaat het dus.. zoals jij toen hebt gedaan!

Jullie zijn toen toch naar dinges gegaan.. naar een hotel en

dergelijke. Dat weet je toch nog wel?

N:Ja

M: Zo gaat het dus.. zo!

N: Dat ..[ntv].. Dat weet ik wel.. ik begrijp het wel..

ehh.. wat ik wil zeggen.. ehh.. Herinner jij je nog dat we

daar liepen, nadat we de auto hadden geparkeerd..

M:Jajaja..

N: Toen kwam er iemand.. herinner jij het je nog.. die moet

je pakken en meenemen..

M: Ja zo gaat dat oom.. zo dus. Je gaat op stap, eet wat

drinkt wat, vrijen., begrijp je? Je gaat haar lekker maken

naar jezelf toe..

N: Ja dat begrijp ik wel maar.. ik heb dinges nodigh..

‘kogels’ nodig.

M: Ja ja dat is zo.. daar heb je gelijk is.. Voor dit soort

zaken heb je dinges nodig.. ja.. Voor dit soort zaken heb je

‘kogels’ nodig joh! Ik ga het nu ook proberen..



Feit 2


72. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16606 (map 20)

13 juli 2013, 20:02:50 uur

Beller: [slachtoffer 1] (M)

Gebelde: [verdachte] (Z)


(…)

M: Om 10 uur in de ochtend zijn zij aangehouden.

Z: In het huis? In hun ... huis? Verdomme!

(…)


73. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16608 (map 20)

13 juli 2013, 21:21:52 uur

Beller: [verdachte] (Z)

Gebelde: [slachtoffer 1] (M)


(…)

M: De telefoongespreken van A tot Z afgeluisterd.

Z: Maar met wie - alleen tussen hun...

M: Ja. Alleen tussen hun maar ik weet niet... Op dinsdag hebben zij een afspraak, zij moeten dan ergens verschijnen… voor verklaringen en dinges...

(...)


74. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16610 (map 20)

13 juli 2013, 23:13:54 uur

Beller: [verdachte] (Z)

Gebelde: [slachtoffer 1] (M)


Z: Jij kent ons niet, jij bent alleen, jij weet heel goed wat jij doet, jij bent niet te beïnvloeden... die kunnen jou niet op andere gedachten zetten... en omdat zij in jouw

persoonlijke leven zich inmengen zal jij naar de rechter gaan... tegen hun...

En jij moet de [bijnaam] (fon) vinden daar…

M: Ja, maar... ja, ik luister naar jou...

Z: Ga naar buiten en vind de [bijnaam]

(...)

Z: Goed. Vind haar. Vind haar en neem haar onder onze hoede.

(…)


75. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16612 (map 20)

13 juli 2013, 23:29:54 uur

Beller: [verdachte] (Z)

Gebelde: [slachtoffer 1] (M)


(…)

M: Zij is dus vandaag aangehouden.

Z: De [bijnaam] ?

M: Ja. Zij is weer vrij om 7 uur.

Z: Waar is zij nu?

M: Zij is nu thuis. Maar dezelfde dinges: Hij is zo. zo. zo... Alles is bij haar weggenomen. Zij was hier in de office. Zij heeft daar verteld wat gebeurd is. Omdat daar

wist men van tevoren - alles was hier afgesloten... Met pistolen en zo... je moet naar buiten... camera’s, journalisten.., alles was op internet...

(...)


76. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16614 (map 20)

Sms-bericht

14 juli 2013, 00:50:47 uur

Met nummer: [telefoonnummer]

Ik heb gesproken met P zij heeft alles ontkend, zij kent niemand heeft zij gezegd. Zij wil een advokaat. Morgen zal zij contact opnemen zodat met B afgesproken wordt.

(…)


77. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16616 (map 20)

14 juli 2013, 07:03:07 uur

Beller: [slachtoffer 1] (M)

Gebelde: [verdachte] (Z)


Z vraagt of M met de [bijnaam] heeft gesproken. M zegt dat zij hier bij haar was en zij zal ook morgen weer komen omdat zij weet niet wat zij moet doen.

Z: Stuur haar naar me toe.

M: zij zal morgen avond komen.

Z: Goed.

(…)

M vertelt wat die dinges gevraagd is. Over mensen met dure auto’s en zo... Zij heeft gezegd dat zij deze mensen niet kent.

(...)

De dinges heeft gezegd als zij geconfronteerd werd dat zij toch die

mannen niet kent - zij heeft gewoon gezegd dat zij op dit moment aan het werk

was. Toen zij werd gevraagd wat voor nummers zij stuurt zei zij dat dit crediten zijn: En dat zij via deze lijn met haar moeder belt.

Z zegt: “Bravo”.

(…)


78. Een geschrift, te weten de uitwerking van een sms gesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16620 (map 20)

14 juli 2013, 19:29:34

SMS van [verdachte] naar [slachtoffer 1] :


Laat (haar/hem) hier naar toe komen


79. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16622 (map 20)

14 juli 2013, 23:38:16 uur

Beller: [verdachte] (Z)

Gebelde: [slachtoffer 1] (M)


(...)

Z: Wat zal hij doen?

M: Hij is naar huis gegaan. Zij heeft gisteren niet geslapen.

Z: Normaal. Iedereen heeft niet geslapen.

M: Zij hebben vandaag weer gedingest. Ik weet het niet, zij

moet dinsdag ook daar zijn.

Z: Check als [slachtoffer 5] (NG) hier naar toe komt, of iemand met haar mee komt,

of iemand haar achtervolgt.

(...)


80. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16624 (map 20)

15 juli 2013, 21:13:44 uur

Beller: [verdachte] (Z)

Gebelde: [slachtoffer 1] (M)


M: Alo?

Z: Hoor je het nu, luister je?

M: Ik luister, ja.

Z: Je gaat straks bij [bijnaam] (NG, verkleinwoord van [bijnaam] ).

M: Ja.

Z: Jullie zien elkaar daar, bespreken het met elkaar, praten met elkaar en je gaat staan voor de S.

M: Wacht, wat zal ik staan?

Z: Voor S.

M: Ja.

Z: En je begint te zeggen: Kijk nu, het is niet zo ingewikkeld, niet zo moeilijk. Zeg - Als jij om al deze mensen geeft, als je geeft om de familie, als je niet wilt dat dinges gebeurt, dat wij allemaal… Je zegt - wij hebben geleerd om te ontkennen, omdat het om onze best wil is, zeg je, begrijp je?

M: Aha.

Z: Het gaat zo gebeuren, zeg je. Dus, als je morgen gaat, als zij gaan vragen, al laten ze je zien dat je met een roze iets aan hebt, zeg je - ik ben het niet, ik denk dat ik het niet

ben, ik droeg een zwarte.

M: Goed.

Z: Begrijp je? Dus voor alle dingen - nee, nee, nee, nee, nee. In deze situatie was het, ik weet helemaal niet wanneer, ik kan het me niet herinneren, ik heb het niet geschreven, het kan zijn dat iemand in de kamer is geweest, mijn telefoon heeft gebruikt, begrijp je?

M: Goed.

Z: Nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee. Maar dit staat hier het – het staat hier niet, ik weet niet waarom het staat, ik heb geen idee. Nee, nee, nee, nee, nee, nee, ik heb dit niet, ik heb dat niet, nee, nee, nee, nee, nee, nee - tot het einde. Begrijp je?

M: Goed.

Z: Maar daar staat 1, 2, 1, 3, 1, 5 etc. Zij hebben een bericht geschreven, misschien hebben zij... ik kan niet antwoorden ... en dat is het.

M: Goed.

Z: Ga haar gewoon toespreken, enthousiast maken. Zeg tegen haar: Er is niet veel tijd, zij hebben op dit moment middelen nodig, begrijp je?

M: Waar moet ik gaan?

Z: Je gaat naar hun woning.

M: In ... ik weet niet waar zij wonen.

Z: Je gaat contact maken en je gaat er naar toe.

M: Goed.

Z: Je gaat snel en kordaat praten, begrijp je? Je zegt - Er is niets om je zorgen te maken. Je zegt nee, nee, nee, nee, nee. Dit is het, zeg je tegen haar. Als je denkt dat je het niet

kunt, kan je beter helemaal niet gaan, omdat anders het leven van de hele familie zwart wordt, zijn leven ook en die van alle anderen.


Pagina 16625:

M: Goed.

Z: Zeg maar dat je niet gelooft dat het leuk is als je moeder achter komt dat je aangehouden bent, dat zij huilt. Het is beter dat iedereen vrij is.

(…)

M: Goed

Z: Dus, ik wil dat je haar deze aanwijzingen geeft: nee, wij ontkennen alles, ontkennen alles, nee, nee, nee, nee, tot het eind, begrijp je? Op elke vraag - nee, het is niet zo,

hou jullie me niet bezig, ik zal jullie voor de rechter halen, ik zal gaan rechten, ik zal jullie het laten zien, begrijp je?

M: Ja, ik weet, maar zeg me alleen...

Z: Al deze dingen - dit en zo is geschreven - iedereen kan het geschreven hebben, ik weet dit nummer niet, begrijp je - wat dan ook is geschreven - ontkennen dat het er niet is.

(…)

Z: Aanwijzingen, volledige aanwijzingen, volledige

aanwijzingen. Je moet zeggen - Je moet strijdbaarheid demonstreren, strijdbaarheid, dit is het.

M: Goed.

Z: Goed? Je gaat en je praat meer kordaat, meer kordaat, je zegt gewoon wat er gedaan moet worden, begrijp je?

M: Goed.

Z: Ga maar en het hangt van af hoe je het gaat uitleggen, ook uitleggen over de percentages, heel snel, begrijp je? Zeg maar - ondanks alles, de persoon beweert dat er niets is. Leg uit hoe te ontkennen, ondanks wat er is.

M: Goed.

Z: Goed, wees voorbereid, ga en bam, bam, bam, breng het in het hoofd van deze persoon.

(…)


81. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16629 (map 20)

15 juli 2013, 23:37:43 uur

Beller: [slachtoffer 1] (M)

Gebelde: [verdachte] (Z)


M zegt dat zij thuis is. Z vraagt wat er gebeurd is.

M: Ik heb gezegd wat moest, zij ziet er vertrouwd uit.

Zij maakt zich momenteel zorgen over andere dingen, niet dat zij er van af ziet, maar zij is gespannen. Dat zij iets niet verkeerd zal doen, zo. Zij voelt zich dus schuldig, zoiets.

Maar niet in de zin dat zij zal verraden.

(…)

Z: Je hebt dit ding uitgelegd, toch?

M: Ja.

Z: Datgene wat ik tegen je heb gezegd, hoe werkte het?

(…)

Z: Zeg tegen haar - Het hangt van jou af, van jou.

M: Ik heb dit tegen haar gezegd. Als het moet, zie er van af, heb ik gezegd. Het is beter dat jij weggaat, dan ons allemaal verraden, ons voor joker zetten, in die zin.

Z: Ja, en hebben zij zich van deze woorden aangetrokken?

M: Ik weet het niet, zij klinkt rustig, zij klinkt vertrouwd, begrijp je?

(…)


82. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven:


Pagina 16631 (map 20)

16 juli 2013, 18:13:42

Beller: [verdachte] (Z)

Gebelde: [slachtoffer 1] (M)


(…)

Z: Jij zal komen en maak straks het telefoontoestel kapot omdat daar met haar getelefoneerd is...

M: Goed.

Z: Maak dat ding kapot en gooi het in het water... Maak het in 6-7 stukjes kapot en gooi het weg

M: Goed...

Z: En kijk dat waarmee een connectie met haar is geweest, kom met de Blondine samen en blijf samen. Luister jij?

M: 0K

(…)

1 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [medeverdachte 1] van 25 januari 2013, pagina 01114 (map 4).
2 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [medeverdachte 1] van 25 januari 2013, pagina 01115 (map 4).
3 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [medeverdachte 1] van 25 januari 2013, pagina 01116 (map 4).
4 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [medeverdachte 1] van 25 januari 2013, pagina 01120 (map 4).
5 Proces-verbaal van bevindingen – identificatie van [medeverdachte 2] van 15 mei 2013, pagina 03119 (map 6).
6 Proces-verbaal van bevindingen – identificatie en stemherkenning [bijnaam] is verdachte [verdachte] van 15 mei 2013, pagina 14569 (map 18).
7 Proces-verbaal van bevindingen – identificatie en stemherkenning [bijnaam] is verdachte [verdachte] van 15 mei 2013, pagina 14570 en 14571 (map 18).
8 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [medeverdachte 3] van 28 maart 2013, pagina 14613 (map 18).
9 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [medeverdachte 3] van 28 maart 2013, pagina 14614 (map 18).
10 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [medeverdachte 3] van 28 maart 2013, pagina 14619 (map 18).
11 Proces-verbaal van bevindingen stemvergelijking [slachtoffer 3] van 30 januari 2013, pagina 01156 (map 4).
12 Proces-verbaal van bevindingen stemvergelijking [slachtoffer 3] van 30 januari 2013, pagina 01157 (map 4).
13 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [slachtoffer 3] van 14 mei 2013, pagina 01168 (map 4).
14 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning, stemvergelijking en identificatie [slachtoffer 3] van 14 mei 2013, pagina 01171 (map 4).
15 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 1] van 28 februari 2013, pagina 14664 (map 18).
16 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 1] van 28 februari 2013, pagina 14665 (map 18).
17 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 1] van 28 februari 2013, pagina 14666 (map 18).
18 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 1] van 28 februari 2013, pagina 14667 (map 18).
19 Proces-verbaal van bevindingen aanvulling –identificatie van [slachtoffer 1] = [bijnaam] (zich bevindende in het zaaksdossier [verdachte] , niet genummerd).
20 Proces-verbaal van bevindingen stemvergelijking [slachtoffer 2] van 15 november 2013, pagina 16009 (map 19).
21 Proces-verbaal van bevindingen identificatie van [slachtoffer 2] van 3 mei 2013, pagina 15983 (map 19).
22 Proces-verbaal van bevindingen identificatie van [slachtoffer 2] van 3 mei 2013, pagina 15984 (map 19).
23 Proces-verbaal van bevindingen identificatie van [slachtoffer 2] van 3 mei 2013, pagina 15986 (map 19).
24 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 4] van 28 juni 2013, pagina 03238 (map 6).
25 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 4] van 28 juni 2013, pagina 03239 (map 6).
26 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 4] van 28 juni 2013, pagina 03240 (map 6).
27 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 4] van 28 juni 2013, pagina 03241 (map 6).
28 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 5] van 14 mei 2013, pagina 02399 (map 5.1).
29 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 5] van 14 mei 2013, pagina 02403 (map 5.1).
30 Proces-verbaal van bevindingen – stemherkenning en identificatie [slachtoffer 5] van 14 mei 2013, pagina 02405 (map 5.1).