Rechtbank Midden-Nederland, 08-12-2017 / C/16/448648 / KG ZA 17-788


ECLI:NL:RBMNE:2017:6562

Inhoudsindicatie
Kort geding. Vordering tot ontruiming strook grond wordt toegewezen. Geen erfdienstbaarheid op dat stuk grond gevestigd. Evenmin erfdienstbaarheid door verjaring ontstaan.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-12-08
Publicatiedatum
2017-12-27
Zaaknummer
C/16/448648 / KG ZA 17-788
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer


locatie Utrecht


zaaknummer / rolnummer: C/16/448648 / KG ZA 17-788


Vonnis in kort geding van 8 december 2017


in de zaak van


de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WOERDEN,

zetelend te Woerden,

eiseres,

advocaat mr. H.J. Doelman te Alphen aan den Rijn,


tegen


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam.



Partijen zullen hierna gemeente Woerden en [gedaagden c.s.] genoemd worden.


1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - de dagvaarding,
  • - de akte van gemeente Woerden van 21 november 2017, houdende producties 1 tot

en met 6,

  • - de mondelinge behandeling op 24 november 2017, waarvan door de griffier aantekening is gehouden,
  • - de pleitnota van [gedaagden c.s.]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

2.1.

Gemeente Woerden is eigenaar van het perceel kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie [sectie] , nummer [nummer] . De [straat] en het [straat] zijn onderdeel van dit perceel.


2.2.

[gedaagden c.s.] is gevestigd aan [adres] te [vestigingsplaats] , op het perceel kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie [sectie] , nummer [nummer] . [gedaagden c.s.] exploiteert een bedrijf in de verhuur en lease van onder andere vrachtwagens, alsmede een garagebedrijf.


2.3.

Het perceel waar [gedaagden c.s.] gevestigd is, is achtereenvolgens eigendom geweest van de gemeente Woerden, van [gedaagde sub 1] (vanaf 14 juni 1988) en (sinds 13 november 1997) van [gedaagde sub 1] b.v., gedaagde sub 1.


2.4.

In de akte van 14 juni 1988 (hierna te noemen: de akte), waarbij [gedaagde sub 1] door middel van grondruil het perceel grond (heden genoemd sectie [sectie] , nummer [nummer] ) van de gemeente in eigendom heeft verkregen, is onder meer het volgende bepaald:


"De comparanten (…) verklaarden vervolgens dat terzake van de (…) vermelde verkoop en koop en de (…) eigendomsoverdracht de navolgende bedingen gelden:

(…)

hh . De gemeente verbindt zich om voor haar rekening het gedeelte sloot, gelegen langs het aan de comparant sub 3 overgedragen onroerend goed (zijnde dat slootgedeelte schetsmatig in gele kleur aangegeven op een aan deze akte gehechte, door de comparanten gewaarmerkte tekening, voorzien van letter B) te dempen en te voorzien van een verharding.

ii . Bij deze wordt gevestigd, ten behoeve van het aan de comparant (…) bij deze overgedragen onroerend goed (…) als heersend erf en ten laste van het hiervoor onder hh. bedoelde (te dempen) slootgedeelte, deel uitmakende van gemeld kadastraal perceel (…) als lijdend erf, de erfdienstbaarheid van weg, om te komen van- en te gaan naar de nieuw aan te leggen weg, geprojecteerd ten westen van het sub I b gemelde onroerend goed, komende het onderhoud van het lijdend erf, na aanleg van de hiervoor onder hh bedoelde verharding, voor rekening van de eigenaar van het heersend erf."


2.5.

In het kader van een reconstructie van de [straat] , ten behoeve van de aanleg van de Zuidelijke randweg Woerden, zal – onder andere – de rotonde op de [straat] worden vergroot en de [straat] worden verbreed. De toekomstige uitrit is gepland op een strook grond gelegen aan de westzijde van het perceel van [gedaagden c.s.] Deze strook grond (hierna: 'de strook grond' ) is gelegen op perceel [sectie] , nummer [nummer] en behoort dus de gemeente Woerden in eigendom toe.


2.6.

De planologische vrijstellingsbesluiten ten behoeve van de reconstructiewerkzaamheden met bijbehorende tekeningen van de toekomstige verkeerssituatie hebben in 2009 en 2011 ter inzage gelegen en zijn vervolgens vastgesteld door het bevoegde gezag. [gedaagden c.s.] heeft daartegen geen zienswijze of beroep ingediend.


2.7.

[gedaagden c.s.] heeft in februari 2017 aan gemeente Woerden bezwaren geuit tegen de toekomstige verkeerssituatie. [gedaagden c.s.] heeft gesteld dat meer ruimte nodig zou zijn voor het keren en manoeuvreren met vrachtwagens en een oplegger en heeft voorgesteld dat de toekomstige uitrit enkele meters zou worden verplaatst. Gemeente Woerden en [gedaagden c.s.] zijn in overleg getreden, maar zijn niet tot een vergelijk gekomen.



3Het geschil


3.1.

Gemeente Woerden vordert – samengevat – uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden c.s.] te veroordelen de strook grond (perceel [sectie] [nummer] , plaatselijk bekend [straat] ) te ontruimen en ontruimd te houden, alsmede iedere maatregel die inbreuk maakt op het eigendomsrecht van de gemeente van de betreffende strook grond achterwege te laten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,00 per dag, met een maximum van € 500.000,00, althans een dwangsom op te leggen die de voorzieningenrechter vermeent in goede justitie te behoren, althans de gemeente te machtigen de strook grond die benodigd is voor de aanleg van de uitrit van de [straat] zo nodig zelf vrij toegankelijk te doen maken op kosten van [gedaagden c.s.] , eventueel met inschakeling van de sterke arm der wet, alsmede [gedaagden c.s.] te veroordelen in de kosten van deze procedure.


3.2.

Gemeente Woerden legt aan deze vordering ten grondslag dat zij eigenaar is van de betreffende strook grond (die in de door haar overgelegde productie 2 rood is gekleurd) dat zij deze strook grond nodig heeft voor de reconstructie van de [straat] en dat [gedaagden c.s.] deze strook grond blokkeert. [gedaagden c.s.] maakt daarmee inbreuk op het eigendomsrecht van gemeente Woerden, aldus gemeente Woerden. Gemeente Woerden betwist dat op de strook grond een erfdienstbaarheid is gevestigd, althans dat [gedaagden c.s.] gedurende een periode van 20 jaren het ondubbelzinnig bezit heeft gehad van de strook grond. Daargelaten dat het parkeren van vrachtwagens onvoldoende is om het te kwalificeren als ondubbelzinnig bezit, is van een termijn van twintig jaren geen sprake, nu de strook grond vóór de aanleg van de [straat] in 1997/1998 onderdeel was van de openbare weg ter ontsluiting van de [straat] , aldus gemeente Woerden.


3.3.

[gedaagden c.s.] voert verweer. [gedaagden c.s.] beroept zich op de akte van overdracht van 14 juni 1988 (zie hiervóór 2.4) en stelt dat de strook grond ten behoeve van [gedaagden c.s.] is belast met een erfdienstbaarheid, te weten het recht om te komen van en te gaan naar de (destijds nieuw aan te leggen) weg. [gedaagden c.s.] stelt dat haar recht door de geplande uitrit volledig wordt verstoord. Voor zover op de strook grond geen erfdienstbaarheid is gevestigd, is deze door verjaring ontstaan, aldus [gedaagden c.s.]


3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



4De beoordeling

het spoedeisend belang
4.1.

Gemeente Woerden stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de vordering, nu zij de strook grond per direct nodig heeft ten behoeve van de reconstructiewerkzaamheden aan de [straat] . Gemeente Woerden dient de voor de reconstructie benodigde gronden aan de Provincie ter beschikking te stellen. Doordat [gedaagden c.s.] het perceel blokkeert met vrachtwagens, althans opleggers, kan de gemeente Woerden niet beschikken over haar eigendom. Indien de strook grond niet per direct wordt ontruimd, zullen de werkzaamheden (verdere) vertraging oplopen en dat zal schade meebrengen.


4.2.

[gedaagden c.s.] betwist het spoedeisend belang. [gedaagden c.s.] stelt dat het verplaatsen van de uitrit met enkele meters, planologisch en feitelijk mogelijk is. [gedaagden c.s.] stelt dat de daarvoor benodigde wijziging van de bestemming van "groen" naar "verkeer" niet veel tijd hoeft te kosten omdat het een zogenaamd kruimelgeval betreft als bedoeld in artikel 2.12 lid 1a sub 2 WABO. Daarnaast was de gemeente Woerden volgens [gedaagden c.s.] ook bereid mee te werken aan het verplaatsen van het uitrit, indien [gedaagden c.s.] de extra kosten zou vergoeden.


4.3.

De rechtbank overweegt over de spoedeisendheid als volgt. In een procedure als de onderhavige, waarbij een voorlopige voorziening wordt gevraagd, is een spoedeisend belang bij die vordering vereist in die zin dat van eisende partij niet verlangd kan worden dat zij een bodemprocedure afwacht. Het verweer van [gedaagden c.s.] , dat met name ziet op de stelling dat een alternatieve uitvoering van de reeds geplande wegreconstructie slechts een week of acht behoeft te duren, doet geen afbreuk aan het spoedeisend belang van gemeente Woerden. Het spoedeisend belang bij toewijzing van haar vordering tot ontruiming is er immers in gelegen dat de planning van de reconstructie – die is vastgesteld nadat alle bestuursrechtelijke stappen volledig zijn doorlopen – in het gedrang komt (en vertragingsschade mee zal brengen) indien gemeente Woerden niet de beschikking heeft over de strook grond. Het spoedeisend belang van gemeente Woerden is daarmee gegeven.


de erfdienstbaarheid


4.4.

De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of een erfdienstbaarheid in de weg staat aan de vordering van gemeente Woerden tot ontruiming.


4.5.

[gedaagden c.s.] heeft een akte (zie 2.4) in het geding gebracht, waaruit blijkt dat een erfdienstbaarheid is gevestigd op een deel van het perceel van gemeente Woerden, om te komen van en te gaan van de nieuw aan te leggen [straat] .

Partijen zijn het erover eens dat ten tijde van het opmaken van die akte (in 1988), de wegsituatie ter plaatse was zoals blijkt uit de door gemeente Woerden als productie 4 overgelegde kaartuitsnede. De weg gelegen direct aan de westzijde van het perceel van [gedaagden c.s.] (komend vanaf de [straat] ) liep dus rechtdoor, in het verlengde van de brug. De huidige afgebogen weg, die toegang geeft tot de rotonde en gelegen is ten westen van het perceel van [gedaagden c.s.] , bestond ten tijde van het opmaken van de akte nog niet. In de akte is opgenomen dat de plek waar de sloot gedempt zal worden (en waar derhalve de erfdienstbaarheid is gevestigd) in de kleur geel is aangegeven op een aan de akte gehechte tekening.


4.6.

Gemeente Woerden heeft ter zitting een tekening uit het gemeentelijk archief in het geding gebracht, waarvan zij stelt dat deze tekening bij de akte hoort. Op die tekening is een gele kleur aangebracht aan het meest westelijke stuk van de noordzijde, te weten de lange zijde, van het perceel van [gedaagden c.s.] Uitgaande van deze tekening in samenhang met de akte, heeft [gedaagden c.s.] derhalve een erfdienstbaarheid verkregen om te gaan van zijn perceel naar het noorden. Het tegenwerpen van een met de akte gevestigde erfdienstbaarheid door [gedaagden c.s.] aan gemeente Woerden treft dan geen doel, nu dit niet de strook grond betreft waar het in deze procedure over gaat, aldus gemeente Woerden.


4.7.

[gedaagden c.s.] heeft hiertegen aangevoerd dat de tekening onjuist is en dat er een erfdienstbaarheid is gevestigd aan de westzijde van haar perceel, te weten de korte kant. [gedaagden c.s.] zet uiteen dat de tekening niet kan kloppen omdat op de plek waar de tekening geel is gekleurd geen sloot liep en daar derhalve ook geen sloot gedempt kon worden. Daarnaast heeft [gedaagden c.s.] aangevoerd dat er aan de noordzijde van het perceel geen toegang tot de [straat] kon ontstaan, nu de toegangsweg aan de westzijde van het perceel van [gedaagden c.s.] is aangelegd. Bovendien staat in de akte omschreven dat de erfdienstbaarheid is bedoeld om te komen van en te gaan naar de destijds nieuw aan te leggen weg, geprojecteerd ten westen van het perceel van [gedaagden c.s.] stelt derhalve dat de erfdienstbaarheid is gevestigd aan de westzijde van haar perceel, zoals zij met arcering heeft aangegeven in de door haar als productie 2 overgelegde kaart.


4.8.

Partijen twisten dus over de plek waar met de akte de erfdienstbaarheid is gevestigd. De voorzieningenrechter overweegt daarover als volgt. Een notariële akte levert dwingend bewijs op van hetgeen de ambtenaar binnen de kring van zijn bevoegdheid omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen heeft verklaard (artikel 157 lid 2 Rv). Hiertegen staat echter tegenbewijs open. Nu een kortgedingprocedure zich niet leent voor nadere bewijslevering, kan vooralsnog niet worden vastgesteld of op de door gemeente Woerden overgelegde kaart de erfdienstbaarheid met de gele kleur op de juiste plek is aangegeven.


4.9.

Indien echter zou worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [gedaagden c.s.] in die zin dat met de akte – in tegenstelling tot hetgeen uit de door gemeente Woerden overgelegde tekening valt op te maken – een erfdienstbaarheid is gevestigd aan de westzijde van het perceel van [gedaagden c.s.] , dan nog is met die akte geen erfdienstbaarheid gevestigd op de strook grond waarvan gemeente Woerden ontruiming vordert, gelet op het volgende. De erfdienstbaarheid is gevestigd op een stuk grond dat vroeger een sloot was, opdat daarmee de toegang tot de openbare weg zou ontstaan. Zoals hiervoor reeds uiteengezet liep de oorspronkelijke weg (vanaf de [straat] naar het noorden) rechtdoor, parallel aan de westelijke (korte) zijde van het perceel van [gedaagden c.s.] De sloot lag dan – zo heeft [gedaagden c.s.] in de onderhavige procedure uiteengezet – aan de westelijke zijde van het perceel van [gedaagden c.s.] en daarmee dus (oostelijk) parallel aan de oorspronkelijke weg. Nu de erfdienstbaarheid enkel op het gedempte slootgedeelte is gevestigd en de vordering van gemeente Woerden in de onderhavige procedure slechts ziet op de strook grond waar voorheen de doorgaande weg vanuit de [straat] liep – zoals zij heeft aangegeven met de rode kleur in blad 1 van productie 2 – staat de met de akte gevestigde erfdienstbaarheid niet aan toewijzing van de vordering van gemeente Woerden in de weg. Dit verweer van [gedaagden c.s.] treft dan ook geen doel.


4.10.

[gedaagden c.s.] heeft verder als verweer aangevoerd dat er door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan op de strook grond – te weten de plek waar vroeger de doorgaande weg vanuit de [straat] naar het noorden liep – omdat zij die grond gedurende twintig jaren heeft gebruikt voor het parkeren van haar vrachtwagens.


4.11.

Gemeente Woerden heeft daartegenin gebracht, dat nog geen twintig jaren verstreken zijn sinds het aanleggen van de [straat] , en dus van verjaring geen sprake kan zijn omdat er twintig jaar geleden nog sprake was van een doorgaande weg op die plek. Daarnaast heeft gemeente Woerden gesteld dat het stuk grond dat voorheen de doorgaande weg naar het noorden was, altijd een openbare weg is gebleven, ook nadat de [straat] was aangelegd. De strook grond heeft volgens gemeente Woerden altijd de bestemming verkeer gehouden, waarbij parkeren is toegestaan en er dus geen sprake kan zijn van inbezitneming.


4.12.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagden c.s.] beide stellingen van gemeente Woerden onvoldoende heeft betwist. [gedaagden c.s.] heeft niet betwist dat in 1997/1998, althans twintig jaar geleden, de weg die in het verlengde van de brug rechtdoor liep, nog aanwezig was en als openbare (doorgaande) weg in gebruik was. Van inbezitneming door [gedaagden c.s.] destijds kan derhalve geen sprake zijn, omdat zij dan een openbare weg zou hebben geblokkeerd.

Maar ook indien de weg al sinds twintig jaren niet meer als doorgaande weg in gebruik is, kan nog geen erfdienstbaarheid zijn ontstaan op de strook grond, nu [gedaagden c.s.] niet, althans niet gemotiveerd, heeft betwist dat de strook grond de bestemming 'verkeer' heeft behouden, waarbij parkeren is toegestaan. Immers het enkele parkeren op openbare grond is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van ondubbelzinnig bezit. Dat [gedaagden c.s.] de enige is geweest die dit stuk grond gebruikte maakt het voorgaande niet anders.


4.13.

Gelet op al het voorgaande is geen erfdienstbaarheid op de strook grond ontstaan door vestiging of verjaring. Het verweer van [gedaagden c.s.] treft geen doel en de vordering van gemeente Woerden tot ontruiming van de strook grond zal worden toegewezen.


4.14.

Voor zover [gedaagden c.s.] heeft willen stellen dat de vordering tot ontruiming dient te worden afgewezen, omdat met de geplande wegreconstructie levensgevaarlijke situaties zouden ontstaan, is dit een verweer dat niet ziet op de vordering tot ontruiming in dit kort geding, maar een verweer dat [gedaagden c.s.] had dienen in te brengen in de bestuursrechtelijke procedure die heeft opengestaan bij bekendmaking van de plannen. Het verweer treft in de onderhavige procedure geen doel.


4.15.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge art. 556 lid 1 en art. 557 Rv overbodig is.


4.16.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als weergegeven in het dictum.


4.17.

[gedaagden c.s.] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gemeente Woerden worden begroot op:

- dagvaarding € 105,08

- griffierecht 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.540,08



5De beslissing

De voorzieningenrechter


5.1.

veroordeelt [gedaagden c.s.] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de strook grond (gelegen op perceel [sectie] [nummer] ) die benodigd is voor de uitvoering van de reconstructiewerkzaamheden, meer in het bijzonder voor de aanleg van de uitrit van de [straat] en die in de door gemeente Woerden overgelegde productie 2 rood is gekleurd, te ontruimen en ontruimd te houden, alsmede iedere maatregel die inbreuk maakt op het eigendomsrecht van de gemeente van de betreffende strook grond achterwege te laten;


5.2.

veroordeelt [gedaagden c.s.] om aan Gemeente Woerden een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 500.000,00 is bereikt,


5.3.

veroordeelt [gedaagden c.s.] in de proceskosten, aan de zijde van Gemeente Woerden tot op heden begroot op € 1.540,08,


5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,


5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Loots en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.

1 type: JS (4072) coll: