Rechtbank Midden-Nederland, 27-12-2017 / 6420219 AC EXPL 17-4073 mc/936


ECLI:NL:RBMNE:2017:6575

Inhoudsindicatie
Verstekvonnis. De vordering is volstrekt onvoldoende onderbouwd, nu de dagvaarding en de nadere akte geen eenduidig beeld van de gevorderde bedragen biedt en de facturen zelf ook onduidelijk zijn.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-12-27
Publicatiedatum
2017-12-29
Zaaknummer
6420219 AC EXPL 17-4073 mc/936
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 6420219 AC EXPL 17-4073 mc/936

Verstekvonnis van 27 december 2017


inzake


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ziggo B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,


tegen:


[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij.



De overwegingen van de kantonrechter


De eisende partij heeft een vordering ingesteld.

De gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend.


Bij vonnis van 15 november 2017 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen, waarin zij alle in de inleidende dagvaarding gevorderde nota’s overlegt.


Op 13 december 2017 heeft de eisende partij een akte uitlating eiseres tevens akte vermindering van eis ingediend.


De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij in de dagvaarding betaling van een bedrag aan hoofdsom van € 886,96 vordert. Daartoe heeft de eisende partij gewezen op de volgende facturen:

factuurnummer datum bedrag

299708050 30-11-2016 € 446,05

303989882 28-12-2016 € 62,59

308722489 26-01-2017 € 206,20

313004334 25-02-2017 € 90,85

317244378 28-03-2017 € 61,27

321436187 28-04-2017 € 20,00

In haar akte heeft de eisende partij gesteld dat zij thans een bedrag van € 872,97 van de gedaagde partij te vorderen heeft. Zij heeft daartoe gewezen op het volgende overzicht:



Uit de door de eisende partij bij de akte gevoegde producties leidt de kantonrechter het volgende af:

- de factuur van 30 augustus 2016 ziet op een bedrag van € 127,22;

- de factuur van 29 september 2016 ziet op een bedrag van € 121,57;

- de factuur van 28 oktober 2016 ziet op een bedrag van € 124,59;

- de factuur van 30 november 2016 ziet op een bedrag van € 474,69, waarin begrepen een bedrag van € 373,38 aan “Eenmalige kosten”;

- de factuur van 28 december 2016 ziet op een bedrag van € 597,23, waarin begrepen een bedrag van € 474,69 aan “Openstaand saldo”;

- de factuur van 26 januari 2017 ziet op een bedrag van € 739,84, waarin onder meer begre-pen € 597,23 aan “Openstaand saldo” en € 166,09 aan “Overige abonnementen”;

- de factuur van 25 februari 2017 ziet op een bedrag van € 830,69 (€ 739,84 aan openstaand saldo + € 90,85 aan abonnementen);

- de factuur van 28 maart 2017 ziet op een bedrag van € 923,54 (€ 830,69 aan openstaand saldo + € 92,85 aan abonnementen);

- de factuur van 28 april 2017 ziet op een bedrag van € 1.010,83 (€ 923,54 aan openstaand saldo + € 74,15 aan abonnementen + € 20,00 aan eenmalige kosten -/- € 6,86 aan verrekeningen);

- de factuur van 27 mei 2017 ziet op een bedrag van € 911,96 (€ 1.010,83 aan openstaand saldo -/- € 98,87 aan verrekeningen).


Gelet op al het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de eisende partij haar vor-dering volstrekt onvoldoende heeft onderbouwd. Hiertoe wordt er in de eerste plaats op ge-wezen dat in de dagvaarding zes facturen aan de vordering ten grondslag worden gelegd en in de akte tien facturen. Verder worden bij deze facturen verschillende bedragen vermeld, terwijl ook de facturen zelf aan duidelijkheid te wensen overlaten. Als voorbeeld wijst de kantonrechter hierbij op de factuur van 26 januari 2017, waarin een bedrag van € 166,09 aan “Overige abonnementen” wordt vermeld. In de specificatie van deze factuur wordt dit bedrag niet nader toegelicht.


Ten slotte wordt overwogen dat het niet aan de kantonrechter is om facturen nader te bestu-deren, ten einde te proberen te begrijpen wat bedoeld zou kunnen worden.


De vordering zal derhalve worden afgewezen.


De eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gedaagde partij worden begroot op nihil.



De beslissing


De kantonrechter:


wijst de vorderingen af;


veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de gedaagde partij, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.



Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 27 december 2017.