Rechtbank Midden-Nederland, 23-11-2017 / 16/659690-17 (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:7042

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft – al dan niet met voorbedachten rade – geprobeerd partner van het leven te beroven. Het slachtoffer heeft bewust geen aangifte willen doen, vanwege het vooropgestelde belang van goed contact tussen beide ouders en de kinderen. Om dit te bereiken zijn verdachte en slachtoffer gestart met het mediationtraject en hebben zij daartoe een vaststellingsovereenkomst ondertekend. De rechtbank wijkt bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden; stelt als bijzondere voorwaarden: * meldplicht; * contactverbod met slachtoffer, met de volgende aanvullingen: - toewerken naar contactherstel, waarbij ‘face-to-face’ gesprekken tussen de verdachte en het slachtoffer louter plaats vindt in het bijzijn van een professionele derde partij (toevoeging: waarbij contact in het kader van de opvoeding en verzorging van de gezamenlijke kinderen wordt beoordeeld door Samen Veilig/Veilig Thuis); - telefonisch contact kunnen beide partijen (verdachte en slachtoffer) wel met elkaar hebben, zonder tussenkomst van een derde partij; * meewerken aan ambulante forensische behandeling door De Waag of een dergelijke instelling; * meewerken aan schuldhulpverlening.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-11-23
Publicatiedatum
2019-03-04
Zaaknummer
16/659690-17 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht


Parketnummer: 16/659690-17 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 23 november 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [1990] te [geboorteplaats] (Afghanistan),

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:

[adres] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein.

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 17 augustus 2017 en 9 november 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. drs. T. van Haaren-Paulus en van hetgeen verdachte en mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal, naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


Primair

op 16 juni 2017 te Veenendaal – al dan niet met voorbedachten rade – heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven;


Subsidiair

op 16 juni 2017 te Veenendaal geprobeerd heeft aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.


4WAARDERING VAN HET BEWIJS


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van het primair ten laste gelegde partieel dient te worden vrijgesproken voor zover het de onderdelen ‘voorbedachten rade’ en ‘na kalm beraad en rustig overleg’ betreft. De officier van justitie acht de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend te bewijzen.


4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. De raadsman heeft aangevoerd dat geen sprake was van ‘voorbedachten rade’ en ‘na kalm beraad en rustig overleg’ en er ook geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet op de dood van [slachtoffer] . Met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.


4.3

Het oordeel van de rechtbank


Bewijsmiddelen


[slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte op 15 augustus 2017 ’s avonds weg ging en ’s nachts om 3 à 4 uur thuis kwam. Zij hoorde verdachte thuis komen en keek toen op haar telefoon hoe laat het ongeveer was.


Over wat zich vervolgens heeft afgespeeld heeft [slachtoffer] de volgende verklaring afgelegd. (V staat voor de vraag van de verbalisant; A voor het antwoord van [slachtoffer] )


“Toen werd ik wakker, ik dacht eerst, [verdachte] die was dronken en dat hij lekker achter me wilde kruipen, maar toen voelde ik al heel snel iets op m’n keel. Toen zei hij je gaat dood, je bent vreemd gegaan he.

V: dus je wordt wakker en dan voel je als eerste.

A: Ja ik werd al wakker omdat hij achter me (…) kroop.

V: En wat voelde je dan ?

A: Ja die mes in m’n keel gedrukt.


A: Maar ik schrok dus ik ging gelijk op m’n rug liggen en hij klom bovenop en hij ging duwen en ik gelijk m’n vingers. (…) Ik dacht dan moet hij eerst mijn vingers nog doorsnijden voordat hij bij mijn m’n nek is, (…) maar ik voelde dus wel die pijn in m’n handen want dat voelde ik dus wel dat het echt werd gesneden. Dat hij echt aan het snijden was ja. Toen zei hij gewoon dat ik hier niet levend uit kom. (…) En ik zag dat hij een mes in z’n kontzak had, die zag ik uitsteken, en daarnaast voelde ik ook een mes, hij zegt zo van één keer proberen hier weg te rennen of wat dan ook, hij zegt dan ben je er geweest.

V: Wat voor mes was het die hij op je keel drukte ?

A: Het was de broodmes. Van zo’n set (…) je hebt dan van die hele scherpe messen, van die langwerpige ook en dan die kartel broodmes.

A: (…) en dan krijg ik een kopstoot (…)

V: Iedere keer een kopstoot.

A: Ja

V: En waar raakt hij je dan ?

A: Vooral m’n neus (…) en (…)

V: Dan kreeg je hem wat meer op je voorhoofd. A: Ja precies.

V: En op de voorkant van je haren.

A: Ja (…)

A: Ja dat was echt met kracht (…)

V: Want terwijl hij die kopstoten geeft drukt hij nog steeds met dat mes richting

A: Ja ja

V: Je nek

A: Ja


A: (…) hij zei van je gaat sowieso dood zei hij, je gaat vanavond dood. Dat zei hij toen hij achter me kwam liggen.

A: Ja dat hij zei dat ik er niet levend vandaan kwam. Dat heeft hij toen hij bovenop zat gezegd.

V: En hoe vaak heeft hij dat gezegd ?

A: Misschien twee keer dan.


V: Hoe veel kopstoten heb je wel niet gekregen ?

A: (…) Ik heb eerder gezegd tien (…) ik denk echt wel zeker tien.


In een geneeskundige verklaring van 16 juni 2017 wordt vermeld dat bij [slachtoffer] het volgende uitwendig letsel is waargenomen:

1. blauwe plekken gelaat, behaarde hoofdhuid en linkerschouder

2. zwelling neusbrug

3. schaaf- en snijwonden hals, schouder rechts en beide handen inclusief vingers.

Er is vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel.


Bij de doorzoeking op 16 juni 2017 van de woning aan de [adres] , [woonplaats] is in de keuken onder meer aangetroffen: een broodmes.


De verbalisanten hebben bij de insluiting van verdachte gezien dat de broek en het horloge van verdachte bloedsporen bevatten.


Bewijsoverwegingen


Vrijspraak poging moord


Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte met voorbedachten rade heeft gepoogd [slachtoffer] van het leven te beroven. Uit de bewijsmiddelen is niet vast komen te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn daad heeft kunnen nadenken en zich daarvan rekenschap heeft kunnen geven. De rechtbank zal verdachte dan ook van de ten laste gelegde poging tot moord vrijspreken.


Poging doodslag


Om te komen tot een bewezenverklaring voor een poging tot doodslag moet sprake zijn van opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, op dit gevolg. Nu verdachte heeft verklaard zich niets van deze nacht te kunnen herinneren, zal de vraag naar het opzet van verdachte moeten worden beantwoord aan de hand van de verklaringen van [slachtoffer] alsmede de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte.


Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte, terwijl hij meerdere scherpe messen bij zich heeft, [slachtoffer] tijdens haar slaap heeft overvallen. Verdachte is bovenop haar gaan zitten, heeft een kartelmes in haar halsstreek gedrukt en gehouden, en heeft toen [slachtoffer] het mes trachtte af te weren, snijwonden toegebracht aan haar handen. Tevens zijn diverse schaaf- en snijwonden geconstateerd in de hals van [slachtoffer] . [slachtoffer] heeft verklaard dat zij zag dat verdachte met beide handen aan het mes op haar keel duwde, dus vast hield aan het lemmet en het heft en dat zij voelde dat verdachte aan het snijden was. Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer] meermalen met kracht kopstoten gegeven op haar hoofd en heeft hij meermalen tegen haar gezegd dat zij dit niet zou overleven. [slachtoffer] heeft over het mes verklaard dat dit een broodmes was van ongeveer 30 cm groot en dat zij zag dat verdachte dit met beide handen aan het mes op haar keel duwde, dus vast hield aan het lemmet en het heft.


Naar algemene ervaringsregels levert het met kracht snijden met een mes in de hals- en nekstreek, waar zich vitale (slag)aderen bevinden, de aanmerkelijke kans op dat het slachtoffer daaraan komt te overlijden. Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat verdachte met beide handen met kracht een groot, scherp broodmes in haar halsstreek heeft gedrukt. Daar komt nog bij dat verdachte, terwijl hij het mes op haar hals heeft gedrukt en gehouden, meerdere malen heeft geroepen dat [slachtoffer] het niet zou overleven en haar meerdere malen met kracht kopstoten heeft gegeven. Door aldus te handelen heeft verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet gehad op de aanmerkelijke kans dat hij [slachtoffer] zou doden. Deze geweldshandelingen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het veroorzaken van de dood dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust heeft aanvaard. De stelling van de raadsman dat uit de afloop blijkt dat verdachte [slachtoffer] niet daadwerkelijk heeft willen doden verwerpt de rechtbank onder verwijzing naar de weergegeven omstandigheden. Hetzelfde geldt voor de conclusie van verdachte dat hij [slachtoffer] kennelijk alleen bang heeft willen maken.

5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:


op 16 juni 2017 te Veenendaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met meerdere messen zichzelf naar de slaapkamer heeft begeven waar die [slachtoffer] lag te slapen, alwaar hij tegen die [slachtoffer] aan is gaan liggen en vervolgens op [slachtoffer] is gaan zitten en een kartelmes tegen de keel van die [slachtoffer] aan heeft gedrukt en gedrukt heeft gehouden en

die [slachtoffer] meerdere kopstoten heeft gegeven, terwijl hij constant het voornoemde mes tegen haar keel drukte en hij die [slachtoffer] meerdere keren vertelde dat zij die avond dood zou gaan, althans woorden van gelijke strekking zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.


Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.


Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:


poging tot doodslag

7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE


Over verdachte is een rapport van 21 september 2017 van psychologisch onderzoek, opgemaakt door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog.


Het rapport houdt onder meer het volgende in.

Verdachte is niet lijdende aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Hiervan was evenmin sprake ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. Als gevolg van de toegenomen stress in de periode voorafgaand aan het ten laste gelegde is verdachte vastgelopen en de controle over (opgepotte) negatieve emoties en impulsen op een gegeven moment verloren. Ofschoon onder hevige stress disfunctionele trekken in de persoonlijkheid zichtbaar worden, bereiken deze trekken niet het niveau van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Evenmin zijn deze trekken dusdanig invaliderend dat er van een doorwerking in het ten laste gelegde kan worden gesproken. Daarom wordt geadviseerd betrokkene het ten laste gelegde volledig toe te rekenen.

De rechtbank is gelet op de conclusie van de deskundige van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde volledig aan verdachte kan worden toegerekend.


Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8OPLEGGING VAN STRAF


8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als (bijzondere) voorwaarden:

• Meldplicht

• Contactverbod met [slachtoffer] , met de volgende aanvullingen:

- Toewerken naar contactherstel, waarbij ‘face-to-face’ gesprekken tussen de verdachte en het slachtoffer louter plaats vindt in het bijzijn van een professionele derde partij (toevoeging: waarbij contact in het kader van de opvoeding en verzorging van de gezamenlijke kinderen wordt beoordeeld door Samen Veilig/Veilig Thuis).

- Telefonisch contact kunnen beide partijen (verdachte en slachtoffer) wel met elkaar hebben, zonder tussenkomst van een derde partij.

• Meewerken aan ambulante forensische behandeling door De Waag of een dergelijke instelling.

• Meewerken aan schuldhulpverlening.


8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de detentie zo snel mogelijk te beëindigen vanwege de belangen die op het spel staan. Als verdachte vrij komt zal hij weer inkomen kunnen verwerven en zal de woning mogelijk kunnen worden behouden, wat onder meer voor de kinderen van belang is. Hoewel het om een schokkend feit gaat, heeft het zich in een zeer beperkte kring voorgedaan en heeft het slachtoffer geen aangifte willen doen. Verder hebben verdachte en het slachtoffer in het mediationtraject afspraken gemaakt. Verdachte is bereid zich te houden aan de bijzondere voorwaarden.


8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.


De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.


In de avond van 15 juni 2017 heeft verdachte er niet voor gekozen om zijn echtgenote te confronteren met zijn vermoeden dat zij vreemd ging, maar heeft hij de woning verlaten en is naar een café gegaan om zijn nare gevoel weg te drinken. Hij is in het holst van de nacht naar huis teruggekeerd. Hoewel verdachte, naar eigen zeggen, geen herinnering heeft aan wat er zich vervolgens in hun woning heeft afgespeeld, acht de rechtbank bewezen dat hij meerdere messen uit het messenblok heeft gepakt en [slachtoffer] tijdens haar slaap heeft aangevallen. . Verdachte is op [slachtoffer] gaan zitten en heeft haar geconfronteerd met zijn vermoeden dat zij vreemd ging, terwijl hij een mes tegen haar hals heeft gedrukt en gehouden. Hij heeft haar ook meerdere kopstoten gegeven en meermalen gezegd dat zij het niet zou overleven. Dit heeft ongeveer drie uur geduurd. Uit de letselfotografie blijkt dat verdachte [slachtoffer] flink heeft toegetakeld. Omstreeks 8:00 uur heeft verdachte [slachtoffer] en de kinderen in de woning achtergelaten terwijl hij de telefoon van [slachtoffer] heeft meegenomen, waarschijnlijk om te voorkomen dat zij alarm zou slaan.

De rechtbank acht dit een bijzonder schokkend en ernstig feit en neemt dit verdachte bijzonder kwalijk, te meer omdat er in de woning twee jonge kinderen aanwezig waren, die van het onderhavige feit het één en ander hebben meegekregen.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte d.d. 28 september 2017;

- een reclasseringsadvies van 23 oktober 2017, uitgebracht door E. le Mair, reclasseringswerker;

- een psychologisch rapport van 21 september 2017, uitgebracht door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog;

- de vaststellingsovereenkomst, het resultaat van het mediationtraject waaraan op basis van vrijwilligheid is deelgenomen.


De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur van de vrijheidsbenemende straf in het

bijzonder ook rekening gehouden met het feit dat verdachte geen (relevante) justitiële

documentatie heeft. Hij is voorts volgens de deskundigen gebaat bij psychotherapeutische

behandeling voor het omgaan met spanningen, het verbeteren van contact met zijn

gevoelsleven en het omgaan met negatieve emoties. Tevens moet er aandacht zijn voor hulp

bij praktische zaken, zoals onder meer de bestaande schulden.

Het slachtoffer heeft verklaard dat verdachte haar niet eerder agressief en/of gewelddadig

heeft behandeld. Ook uit de verklaringen van familieleden van verdachte komt geen

gewelddadig beeld van verdachte naar voren. Het slachtoffer heeft bewust geen aangifte

willen doen, vanwege het vooropgestelde belang van goed contact tussen beide ouders en de

kinderen. Om dit te bereiken zijn verdachten gestart met het mediationtraject en hebben zij

daartoe een vaststellingsovereenkomst ondertekend. Verdachte heeft ter terechtzitting blijk

gegeven van oprecht berouw en schuldbesef Tijdens de mediation is naar voren gekomen dat

de gebeurtenissen van 16 juni 2017 zo heftig zijn geweest dat verdachte en het slachtoffer

niet meer samen verder kunnen. In het belang van de kinderen (van 2 en 7 jaar oud) willen

zij zich richten op de toekomst met respect voor elkaar en hulp over en weer.


Gelet op de weergegeven feiten en omstandigheden kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.


Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden wijkt de rechtbank bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie.

9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10BESLISSING


De rechtbank:


Vrijspraak

- verklaart het impliciet onder het primaire feit ten laste gelegde (de poging tot moord) niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Bewezenverklaring

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Strafbaarheid

- verklaart het onder rubriek 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;


Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 5 (vijf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;


- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;


- stelt als bijzondere voorwaarden:

* meldplicht;

* contactverbod met [slachtoffer] , met de volgende aanvullingen:

- toewerken naar contactherstel, waarbij ‘face-to-face’ gesprekken tussen de verdachte en het slachtoffer louter plaats vindt in het bijzijn van een professionele derde partij (toevoeging: waarbij contact in het kader van de opvoeding en verzorging van de gezamenlijke kinderen wordt beoordeeld door Samen Veilig/Veilig Thuis);

- telefonisch contact kunnen beide partijen (verdachte en slachtoffer) wel met elkaar hebben, zonder tussenkomst van een derde partij;

* meewerken aan ambulante forensische behandeling door De Waag of een dergelijke instelling;

* meewerken aan schuldhulpverlening.








Dit vonnis is gewezen door mr. J. Spee, voorzitter, mrs. G. Perrick en E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen-van der Hoek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 november 2017.


Mr. J. Spee is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.




Bijlage: de tenlastelegging


Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


Primair


hij op of omstreeks 16 juni 2017 te Veenendaal, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om opzettelijk en met voorbedachten rade

althans opzettelijk

[slachtoffer] van het leven te beroven,

met dat opzet

en na kalm beraad en rustig overleg,

met één of meerdere mes(sen) zichzelf naar de (slaap)kamer heeft begeven waar

die [slachtoffer] lag te slapen,

alwaar hij tegen die [slachtoffer] aan is gaan liggen en/of

(vervolgens) op de [slachtoffer] is gaan zitten en/of

(vervolgens) een (kartel)mes tegen de keel van die [slachtoffer] aan heeft gedrukt

en/of gedrukt heeft gehouden en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] meerdere kopstoten heeft gegeven, terwijl hij

constant het voornoemde mes op/tegen haar keel drukte en/of

hij die [slachtoffer] meerdere keren vertelde dat hij die [slachtoffer] zou vermoorden

en/of meedeelde dat zij die avond dood zou gaan, althans woorden van gelijke

strekking

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 287 wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht



Subsidiair


hij op of omstreeks 16 juni 2017 te Veenendaal, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om opzettelijk en met voorbedachten rade,

althans opzettelijk aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet

met één of meerdere mes(sen) zichzelf naar de (slaap)kamer heeft begeven waar

die [slachtoffer] lag te slapen,

alwaar hij tegen die [slachtoffer] aan is gaan liggen en/of

(vervolgens) op die [slachtoffer] is gaan zitten en/of

(vervolgens) een (kartel)mes tegen de keel van die [slachtoffer] aan heeft gedrukt

en/of gedrukt heeft gehouden en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] meerdere kopstoten heeft gegeven, terwijl hij

constant het voornoemde mes op/tegen haar keel drukte

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, genummerd 2017182113, opgemaakt door politie Midden-Nederland, - van 18 juni 2017, doorgenummerd pagina 1 tot en met 84; - van 26 juni 2017, doorgenummerd pagina 85 tot en met 200; - van 5 september 2017, doorgenummerd pagina 201 tot en met 237. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2 Het proces-verbaal van 16 juni 2017 van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van verhoor van [slachtoffer] , pagina 34.
3 Het proces-verbaal van bevindingen van 18 juni 2017 van verbalisant [verbalisant 3] betreffende het verhoor van [slachtoffer] , pagina 38.
4 Het proces-verbaal van 23 juni 2017 van verbalisant [verbalisant 4] van verhoor van het slachtoffer (woordelijk uitgewerkt), pagina 134.
5 Het proces-verbaal van 23 juni 2017 van verbalisant [verbalisant 4] van verhoor van het slachtoffer (woordelijk uitgewerkt), pagina 135.
6 Het proces-verbaal van 23 juni 2017 van verbalisant [verbalisant 4] van verhoor van het slachtoffer (woordelijk uitgewerkt), pagina 137.
7 Het proces-verbaal van 23 juni 2017 van verbalisant [verbalisant 4] van verhoor van het slachtoffer (woordelijk uitgewerkt), pagina 138.
8 Het proces-verbaal van 23 juni 2017 van verbalisant [verbalisant 4] van verhoor van het slachtoffer (woordelijk uitgewerkt), pagina 140.
9 Het proces-verbaal van 23 juni 2017 van verbalisant [verbalisant 4] van verhoor van het slachtoffer (woordelijk uitgewerkt), pagina 141.
10 Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van 16 juni 2017 van een niet met name genoemde arts van ziekenhuis De Gelderse Vallei te Ede, pagina 42.
11 Het proces-verbaal van 16 juni 2017 van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 77 en 79.
12 Het proces-verbaal van 16 juni 2017 van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] , pagina 64.