Rechtbank Overijssel, 27-02-2015 / C/08/166801 / KG RK 15-29


ECLI:NL:RBOVE:2015:1053

Inhoudsindicatie
Beheersbeding.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-02-27
Publicatiedatum
2015-02-27
Zaaknummer
C/08/166801 / KG RK 15-29
Procedure
Beschikking
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht


Zittingsplaats Zwolle


zaaknummer / rekestnummer: C/08/166801 / KG RK 15-29


Beschikking van 27 februari 2015


in de zaak van


naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verzoekster,

advocaat mr. M.E.G. Murris te Utrecht,


tegen


1[verweerder],

wonende te [woonplaats],

2. [verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerders,

advocaat mr. J. Witvoet te De Bilt.



Partijen zullen hierna SNS Bank en [verweerder] c.s. genoemd worden.


1De procedure

1.1.

SNS Bank heeft een verzoekschrift ingediend ex artikel 3:264 lid 5 Burgerlijk Wetboek (BW).


1.2.

Bij brieven van de griffier van 16 januari 2015 zijn de belanghebbenden tot en met 2 februari 2015 in de gelegenheid gesteld een mondelinge behandeling te verzoeken, indien van hun zijde bezwaar zou bestaan tegen de ingediende verzoeken.


1.3.

Bij brief van 28 januari 2015 heeft [verweerder] c.s. verzocht een mondelinge behandeling te bepalen.


1.4.

Bij brieven van de griffier van 9 februari 2015 is aan belanghebbenden meegedeeld dat het verhoor is bepaald op 23 februari 2015.


1.5.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 februari 2015. Namens SNS Bank zijn verschenen mr. Murris, mr. S.W. van Herpen en de heer [naam], werkzaam bij de afdeling Bijzonder Beheer van SNS Bank. Ook [verweerder] c.s. is verschenen.

1.6.

De beschikking is bepaald op heden.


2Het verzoek

2.1.

Het verzoekschrift heeft betrekking op de onroerende zaak:

het woonhuis plaatselijk bekend [adres] te [plaats], gemeente [gemeente], met ondergrond, tuin, erf en verder aanbehoren, kadastraal bekend gemeente [plaats], [sectie], [nummer], groot 15 are en 41 centiare.


2.2.

SNS Bank verzoekt om haar een machtiging te verlenen om de onroerende zaak in beheer en onder zich te mogen nemen c.q. te ontruimen. Tevens verzoekt SNS Bank [verweerder] c.s. te veroordelen de onroerende zaak binnen drie dagen na betekening van de beschikking te ontruimen en te verlaten met de zijnen en al het zijne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan SNS Bank.


2.3.

SNS Bank stelt daartoe dat [verweerder] c.s. in ernstige mate tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen. [verweerder] c.s. voldoet niet aan zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van de hypothecaire geldlening. In 2013 is SNS Bank al tot aanzegging van de executie en het inroepen van het beheers- en ontruimingsbeding overgegaan, maar uiteindelijk is dat verzoekschrift ingetrokken en is de veiling geannuleerd, omdat partijen nadere afspraken hadden gemaakt. [verweerder] c.s. heeft zich echter niet aan de gemaakte afspraken gehouden. Ook schiet [verweerder] c.s. tekort in zijn verplichting tot het verlenen van medewerking aan inpandige taxatie van de onroerende zaak en bestaat bij SNS Bank het vermoeden dat [verweerder] c.s. tevens geen medewerking zal verlenen aan bezichtigingen. Voorts merkt SNS Bank op dat [verweerder] c.s. de onroerende zaak naar alle waarschijnlijkheid onbewoond en onbeheerd laat. De executoriale verkoop van de onroerende zaak is reeds aangezegd en SNS Bank wil het beheer gebruiken om ervoor zorg te dragen dat het onderpand inpandig kan worden getaxeerd en bezichtigingen kunnen plaatsvinden met het oog op de veiling. Hiervoor is vereist dat het onderpand eerst leeg en ontruimd is.


2.4.

[verweerder] c.s. verzet zich daartegen en stelt dat SNS Bank toerekenbaar tekort is geschoten in haar wettelijke zorgplicht, omdat [verweerder] c.s. door toedoen van SNS Bank gedwongen was om een hypotheekofferte te accepteren met veel hogere maandlasten dan een eerder door SNS Bank uitgebrachte hypotheekofferte, waardoor [verweerder] c.s. in betalingsproblemen is geraakt. Ook heeft SNS Bank volgens [verweerder] c.s. gehandeld in strijd met artikel 15 van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen, omdat geen gesprek heeft plaatsgevonden dat was gericht op het vinden van een oplossing voor de gerezen problemen. SNS Bank was tijdens de gevoerde gesprekken enkel gericht op de verkoop van de onroerende zaak.


3De beoordeling

3.1.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat SNS Bank niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht. Hiertoe wordt overwogen dat [verweerder] c.s. begin mei 2010 een hypotheekaanvraag bij SNS Bank heeft ingediend en dat SNS Bank vervolgens op 31 mei 2010 een hypotheekofferte heeft uitgebracht. Dat [verweerder] c.s., gelet op de geplande notariële levering van de onroerende zaak op 1 juni 2010, vervolgens te weinig tijd had om de financiering bij een andere geldverstrekker rond te krijgen en hij zich daardoor genoodzaakt zag om de offerte van SNS Bank te aanvaarden, is niet aan SNS Bank te wijten. Omdat de hypotheekaanvraag van [verweerder] c.s. van geheel andere aard was dan zijn eerdere hypotheekaanvraag, bevatte deze offerte andere voorwaarden dan de op 15 oktober 2009 door SNS Bank uitgebrachte offerte.


3.2.

Voorts wordt overwogen dat partijen in verband met de ontstane betalingsachterstand verschillende malen met elkaar hebben gesproken en dat zij in september 2013 nadere afspraken hebben gemaakt. Dat deze gesprekken waren gericht op de verkoop van de onroerende zaak, betekent niet dat geen sprake was een overleg in de zin van artikel 15 van de Gedragscode Hypothecaire Financiering.


3.3.

Gelet op de inhoud van het verzoekschrift en de overgelegde stukken is in voldoende mate aannemelijk dat [verweerder] c.s. in ernstige mate tekort is geschoten in zijn verplichtingen jegens SNS Bank. [verweerder] c.s. is al meerdere jaren in verzuim van zijn betalingsverplichtingen en heeft al ruim een jaar in het geheel geen betalingen meer aan SNS Bank gedaan. De betalingsachterstand bedroeg eind 2014 € 91.674,56, waarna SNS Bank op 4 december 2014 de geldlening heeft opgezegd en het volledig uitstaande saldo ten bedrage van € 421.867,83 heeft opgeëist. Daarnaast diende het afgesloten overbruggingskrediet ten bedrage van € 200.300,00 uiterlijk 13 november 2013 te zijn terugbetaald, hetgeen niet is gebeurd. Door [verweerder] c.s. is bovendien erkend dat hij geen medewerking heeft verleend aan een inpandige taxatie van de onroerende zaak en is door hem niet weersproken dat de onroerende zaak thans onbewoond en onbeheerd is.


3.4.

Uit de bij het verzoekschrift overgelegde hypotheekakte is gebleken dat voldaan is aan het vereiste dat tussen partijen is bedongen dat SNS Bank bevoegd is om de onroerende zaak in beheer te nemen, indien [verweerder] c.s. in zijn verplichtingen jegens SNS Bank in ernstige mate tekort schiet. Dit onderdeel van het verzoek is derhalve toewijsbaar.


3.5.

In onderhavige zaak heeft de aanzegging plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van de Wet van 1 oktober 2014 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek in verband met het transparanter en voor een breder publiek toegankelijk maken van de executoriale verkoop van onroerende zaken, op 1 januari 2015. Ingevolge artikel 114a van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, brengt dit met zich dat bij de beoordeling van deze zaak van toepassing is het bepaalde in artikel 3:267 BW, zoals dit artikel luidde voor 1 januari 2015.


3.6.

In de overgelegde hypotheekakte is eveneens een ontruimingsbeding opgenomen, op basis waarvan SNS Bank -indien zulks met het oog op de executie is vereist- bevoegd is de onroerende zaak onder zich te nemen en te verlangen dat vervolgens ontruiming plaats vindt. De voorzieningenrechter leidt uit de wettekst en de parlementaire geschiedenis van artikel 3:267 BW af dat, anders dan voor het in beheer nemen van het verhypothekeerde goed, geen verlof van de voorzieningenrechter is vereist om de zaak waarop de hypotheek rust onder zich te nemen. De deurwaarder kan -indien zulks met het oog op de executie is vereist- op grond van de grosse van de hypotheekakte na betekening daarvan tot ontruiming van hypotheekgever overgaan, conform de artikelen 555 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Dit betekent dat het verzoek van SNS Bank dat daartoe strekt, bij gebrek aan belang wordt afgewezen.


3.7.

Anders dan SNS Bank heeft verzocht zal de voorzieningenrechter bij de machtiging tot het in beheer nemen van de onroerende zaak niet tevens bepalen dat dit “zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm” kan geschieden. Het verzoek zal in zoverre worden afgewezen. SNS Bank heeft bij de door haar gevraagde toevoeging geen belang nu zij op grond van het tevens in de hypotheekakte en daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden opgenomen ontruimingsbeding bevoegd is de onroerende zaak onder zich te nemen, indien de uitoefening van dat beding met het oog op de executie is vereist. In geval van ontruiming behoeft de deurwaarder geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm in te roepen. Die bevoegdheid ontleent hij immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.


3.8.

De voorzieningenrechter ziet, gelet op het karakter van deze procedure, geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.


4De beslissing

De rechtbank


4.1.

machtigt SNS Bank om de onroerende zaak: het woonhuis plaatselijk bekend [adres] te [plaats], gemeente [gemeente], met ondergrond, tuin, erf en verder aanbehoren, kadastraal bekend gemeente [plaats], [sectie], [nummer], groot 15 are en 41 centiare, in beheer te nemen;


4.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;


4.3.

wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2015.