Rechtbank Overijssel, 03-03-2015 / 08/770039-14, 18/930334-13 (vnvv)


ECLI:NL:RBOVE:2015:1085

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging waarbij hij en zijn mededader willekeurige slachtoffers pijn en/of letsel hebben toegebracht zonder dat hiertoe enige aanleiding bestond. Verdachte heeft daarbij ook een van de slachtoffers bedreigd door deze een mes op de keel te zetten. Het risico op recidive van agressie is hoog. Behandeling en begeleiding zijn geïndiceerd om het hoge risico op een geweldsdelict af te wenden. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest passend en geboden is.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-03
Publicatiedatum
2015-03-03
Zaaknummer
08/770039-14, 18/930334-13 (vnvv)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08/770039-14,

18/930334-13 (vnvv)

Datum vonnis: 3 maart 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] (Somalië),

verblijvende in PI Arnhem.


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 september 2014, 2 december 2014 en 17 februari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Tromp en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. M.N. Maris, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


Aan de verdachte is tenlastegelegd:


1.

hij op of omstreeks 30 mei 2014, te Zwolle,


tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,


met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas met

daarin een portemonnee met geld en/of een identiteitskaart en/of een

openbaarvervoerkaart, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geld, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2],


gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat


hij, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

-meermalen, althans éénmaal, slaande bewegingen heeft/hebben gemaakt in de

richting van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

-die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de weg heeft/hebben versperd en/of

(vervolgens) die [slachtoffer 2] de woorden toe heeft/hebben gevoegd: "I'm gonna slap

you", en/of (met kracht) tegen de mond en/of de kaak, althans in het gezicht

van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen, en/of

-(vervolgens) een mes heeft/hebben gepakt en/of dit mes heeft/hebben getoond

aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) het lemmet van dat mes

(met kracht) tegen de hals/keel van die [slachtoffer 2] gezet, en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen het hoofd en/of op/tegen de mond

heeft/hebben geslagen, en/of

-die [slachtoffer 1] heeft/hebben vast gepakt en/of (daarbij) (met kracht) aan

voornoemde tas (met daarin een portemonnee met geld en/of een identiteitskaart

en/of een openbaarvervoerskaart) heeft/hebben getrokken en/of die tas heeft/

hebben afgepakt en/of (vervolgens) met een mes achter die [slachtoffer 2] en die

[slachtoffer 1] heeft/hebben aangerend, althans die tas heeft/hebben meegenomen;


EN/OF


hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Zwolle met een ander of anderen, op of aan

de openbare weg, de Enkstraat, in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1],

welk geweld bestond uit het

-meermalen, althans éénmaal, maken van slaande bewegingen in de

richting van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

-versperren van de weg van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) aan die [slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "I'm gonna slap

you" en/of

-(vervolgens) (met kracht) slaan tegen de mond en/of de kaak, althans in het

gezicht van die [slachtoffer 2], en/of

-(vervolgens) pakken van een mes en/of tonen van een mes aan die [slachtoffer 2] en/of

die [slachtoffer 1] en/of

-(vervolgens) zetten en/of drukken van het lemmet van dat mes tegen de

hals/keel van die [slachtoffer 2], en/of

-(vervolgens) (met kracht)stompen en/of slaan tegen het hoofd en/of op/tegen

de mond van die [slachtoffer 2], en/of

-vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) (met kracht) trekken aan

een tas (met daarin een portemonnee met geld en/of een identiteitskaart

en/of een openbaarvervoerkaart) en/of (vervolgens)

-(met dat mes) achter die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] aanrennen;


EN/OF


hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Zwolle,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

-meermalen, althans éénmaal, slaande bewegingen gemaakt in de

richting van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

-die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de weg versperd en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] de woorden toegevoegd: "I'm gonna slap you" en/of

- (met kracht) tegen de mond en/of de kaak, althans in het gezicht

van die [slachtoffer 2] geslagen en/of

-(vervolgens) een mes gepakt en/of dit mes getoond aan die [slachtoffer 2] en/of die

[slachtoffer 1] en/of

- (vervolgens) het lemmet van dat mes (met kracht) tegen de hals/keel van die

[slachtoffer 2] gezet, en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen het hoofd en/of op/tegen de mond

geslagen en/of

-die [slachtoffer 1] vastgepakt en/of

- (vervolgens) met dat mes achter die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1] aangerend;


2.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Zwolle


ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,


met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te

dwingen tot de afgifte van bier en/of (een) joint(s) en/of goederen en/of

geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),


immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)


-meermalen, althans éénmaal, slaande bewegingen gemaakt in de richting van

voornoemde [slachtoffer 2] en/of

-die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de weg versperd en/of (vervolgens) die

[slachtoffer 2] de woorden toe gevoegd: "I'm gonna slap you", en/of (met kracht) tegen

de mond en/of de kaak, althans in het gezicht van die [slachtoffer 2] geslagen, en/of

-(vervolgens) een mes gepakt en/of dit mes getoond aan die [slachtoffer 2] en/of die

[slachtoffer 1] en/of (vervolgens) het lemmet van dat mes (met kracht) tegen de

hals/keel van die [slachtoffer 2] gezet, en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen het hoofd en/of op/tegen de mond

geslagen, en/of

-die [slachtoffer 1] vast gepakt en/of (daarbij) (met kracht) aan voornoemde tas

(met daarin een portemonnee met geld en/of een identiteitskaart en/of een

openbaarvervoerskaart) getrokken en/of die tas afgepakt en/of (vervolgens) met

een mes achter die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1] aan gerend, althans die tas

meegenomen,


terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.





3De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


4De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


4.1

Het standpunt van de officier van justitie.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de diefstal gevolgd met geweld tezamen en in vereniging en het openlijk geweld tegen aangevers zoals onder 1 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden. Voorts kan volgens de officier van justitie het onder 2 ten laste gelegde, de afpersing, wettig en overtuigend bewezen worden. Als bewijs hiervoor dienen de verklaringen van aangevers alsmede de verklaringen van getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] en de letselverklaring.


4.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsvrouw heeft primair vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde bepleit. Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft zij aangevoerd dat er geen sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ter zake een diefstal. Verdachte heeft geen tas weggenomen. Uit het dossier kan niet worden opgemaakt wat er daadwerkelijk is gebeurd, te meer nu aangevers wisselend hebben verklaard. De geweldshandelingen zoals deze ten laste zijn gelegd worden door verdachte ontkend. Verdachte heeft een mes getoond, maar dit was omdat hij zich in een situatie bevond van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een afpersing nu er geen ‘verzoek’ of ‘voorwaarde’ is gesteld aan het dreigement dat verdachte zou gaan slaan.


4.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde


Uit de bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank het volgende worden geconstrueerd. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] lopen in de Enkstraat te Zwolle evenals aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Op een bepaald moment spreekt verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan en maakt slaande bewegingen in de richting van [slachtoffer 2]. Verdachte verspert vervolgens de weg voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en zegt tegen [slachtoffer 2] ‘I’m gonna slap you’. Vervolgens pakt verdachte een mes en toont dit aan [slachtoffer 2] waarna hij het lemmet van het mes op de keel van [slachtoffer 2] zet. Na een worsteling weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te vluchten. Medeverdachte [medeverdachte] slaat aangever [slachtoffer 2] in het voorbijgaan tegen de mond. Medeverdachte [medeverdachte] trekt bij [slachtoffer 1] diens portemonnee (tasje) van de schouder.


Diefstal met geweld

Op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat in de Enkstraat een worsteling heeft plaatsgevonden tussen aan de ene kant aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en aan de andere kant verdachte en de medeverdachte [medeverdachte]. In deze worsteling heeft medeverdachte [medeverdachte] de portemonnee (tasje) van de schouder van [slachtoffer 1] gerukt. Naar het oordeel van de rechtbank is hier strikt genomen sprake van een wegnemingshandeling, Gelet op de verklaring van [medeverdachte], namelijk dat het zo kan zijn dat hij de tas heeft afgerukt maar dat het hem niet om het tasje te doen was, en het feit dat het tasje een eind verderop, bij de Jumbo is aangetroffen, is in de gegeven omstandigheden onvoldoende gebleken van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Het tasje is weliswaar uit de beschikkingsmacht van aangever geraakt, maar het is niet bij de verdachten aangetroffen. Voorts blijkt ook niet uit de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen dat de getuigen uit eigen waarneming hebben verklaard dat verdachte [medeverdachte] uit was op het tasje van aangever. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van een oogmerk op wederrechtelijke toe-eigening en zal verdachte derhalve van dit deel van het onder 1 ten laste gelegde vrijspreken.


Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] op de openbare weg geweld heeft gepleegd tegen aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].


Bedreiging

Met betrekking tot de bedreiging overweegt de rechtbank dat het pakken van een mes om dit vervolgens te tonen en tegen de keel van aangever [slachtoffer 2] te zetten, een eenmansactie van verdachte is geweest. Niet kan worden vastgesteld dat medeverdachte [medeverdachte] wist dat verdachte een mes bij zich had en dat verdachte dit zou gaan gebruiken. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer 2] heeft bedreigd door hem een mes op de keel te zetten.


Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde

Uit de voorhanden zijnde stukken stelt de rechtbank vast dat verdachte op een gegeven moment de woorden ‘I’m gonna slap you’ jegens aangever [slachtoffer 2] heeft gebruikt. Weliswaar was de actie van de beide verdachten en dan met name het gedrag van verdachte zeer bedreigend voor de aangevers, maar naar het oordeel van de rechtbank is hier geen sprake geweest van afpersing. De rechtbank overweegt hiertoe dat het gedrag van verdachten veeleer als excessief dronkenmansgedrag valt aan te merken, waarbij zij hebben lopen jennen, agressief waren en van waaruit zij de ongewenste confrontatie hebben gezocht met aangevers. In de woorden van verdachte is niet de wil te ontdekken om aangevers iets af te dwingen. Uit het gedrag van verdachte valt naar het oordeel van de rechtbank daarom niet het oogmerk tot afpersing af te leiden. De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.




4.4

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij op 30 mei 2014 te Zwolle met een ander, op de openbare weg, de Enkstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1],

welk geweld bestond uit het

-meermalen, althans éénmaal, maken van slaande bewegingen in de

richting van voornoemde [slachtoffer 2] en

-versperren van de weg van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en (vervolgens) aan die [slachtoffer 2] toevoegen van de woorden: "I'm gonna slap you" en

-(vervolgens) pakken van een mes en tonen van een mes aan die [slachtoffer 2] en

-(vervolgens) zetten van het lemmet van dat mes tegen de keel van die [slachtoffer 2], en

-(vervolgens) (met kracht) slaan tegen de mond van die [slachtoffer 2], en

-vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) (met kracht) trekken aan

een tas (met daarin geld en/of een identiteitskaart en/of een openbaarvervoerkaart).


en


hij op 30 mei 2014 te Zwolle, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes gepakt en dit mes getoond aan die [slachtoffer 2] en vervolgens het lemmet van dat mes tegen de keel van die [slachtoffer 2] gezet.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


5.1

Het standpunt van de verdediging


Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw van de verdachte met betrekking tot het mes wat onder 1 ten laste is gelegd een beroep gedaan op noodweer. Zij heeft daartoe aangevoerd verdachte heeft gehandeld uit zelfverdediging. Op het moment dat beide aangevers de confrontatie met verdachte wederom opzochten heeft verdachte gemeend dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waarop hij zijn mes heeft getoond. Verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.


5.2

Het standpunt van de officier van justitie.


De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen gelet op haar requisitoir.



5.3

Het oordeel van rechtbank


Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat er sprake moet zijn geweest van een noodweersituatie, dat wil zeggen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding gericht tegen eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed, waarbij de verdediging noodzakelijk en proportioneel moet zijn. Voor de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat op enig moment sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte.

De rechtbank verwerpt daarom het beroep op noodweer.


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 141 en 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen,

en

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.


6De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


7De op te leggen straf of maatregel


7.1

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 362 dagen waarvan 70 dagen voorwaardelijk met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest en met een proeftijd van twee jaar onder de door de reclassering genoemde voorwaarden. Zij heeft gevorderd de proeftijd met betrekking tot de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 18/930334-13 te verlengen met twee jaar.

Voorts heeft zij gevorderd toewijzing van de civiele vorderingen van de benadeelde partijen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], hoofdelijk, tot een bedrag van respectievelijk € 770,- en € 850,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr voor voornoemde bedragen en de wettelijke rente.


7.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsvrouw heeft aangevoerd dat gelet op de oriëntatiepunten van het LOVS maximaal een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden kan worden opgelegd. Zij verzoekt een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest inclusief de ten uitvoer te leggen drie maanden gevangenisstraf. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht een deels voorwaardelijke straf op te leggen zodat verdachte reclasseringstoezicht behoudt en op

17 maart 2015 bij de J.P. van den Bentstichting terecht kan.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de immateriële schade onvoldoende onderbouwd is en dat de tas niet door verdachte is kapotgetrokken. Daarom dienen de vorderingen niet ontvankelijk verklaard worden.


7.3

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging waarbij hij en zijn mededader willekeurige slachtoffers pijn en/of letsel hebben toegebracht zonder dat hiertoe enige aanleiding bestond. Verdachte heeft daarbij ook een van de slachtoffers bedreigd door deze een mes op de keel te zetten. Daarmee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De rechtbank rekent dit verdachte aan.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:- een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 27 november 2014 waaruit blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest;

- een pro justitia rapport over de persoon van verdachte d.d. 7 februari 2015, opgemaakt door drs. T. van den Hazel, klinisch psycholoog;

- adviesrapportages over de persoon van verdachte d.d. 8 juli 2014, 22 augustus 2014, 4 november 2014, 29 december 2014 en 13 februari 2015, opgemaakt door M. Huisman en L.E. Willems, reclasseringswerkers Leger des Heils, jeugdbescherming & reclassering.


In voornoemd rapport van psycholoog Van den Hazel staat onder meer opgenomen dat verdachte een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens kent in een zwakbegaafd niveau van cognitieve ontwikkeling met een disharmonisch intelligentieprofiel. Verdachte is relatief zwak in zijn vermogen tot overzien, plannen en organiseren van gedrag en zijn informatieverwerkingssnelheid. Hij functioneert op een gemiddeld niveau wat betreft zijn geheugentaken en verbale woordproductie. Verdachte kent antisociale trekken in zijn gedrag. Hij kent een ziekelijke stoornis in zijn misbruik van met name alcohol en cannabis. De deskundige adviseert op grond van de duurzame cognitieve beperkingen en de gevolgen door zijn emotieregulerende vermogens en probleemoplossingsvaardigheden verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.


Het risico op recidive van agressie is hoog. Behandeling en begeleiding zijn geïndiceerd om het hoge risico op een geweldsdelict af te wenden. Begeleiding en training moeten zijn gericht op de duurzame beperkingen, het opbouwen van regulatievaardigheden, taalvaardigheden, het vasthouden van invulling en structuur, beroepsvaardigheden en sociaal-culturele vaardigheden. Behandeling moet zijn gericht op het aanvaarden van zijn ‘learning disability’- zwakke begaafdheid - en het aanvaarden van de noodzaak tot begeleiding en behandeling, zijn emotie-,stemmings- en frustratietolerantie, agressiemanagement, zijn misbruik van alcohol en cannabis, een meer evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling.

De rechtbank neemt de conclusie van de psycholoog op de door hem genoemde gronden over en maakt die tot de hare. De rechtbank zal bij de straftoemeting rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.


Mevrouw Willems, reclasseringswerker, heeft in haar rapportages onder meer geschreven dat sprake is problemen binnen meerdere leefgebieden. Verdachte beschikt niet over enige stabiliteit. Hij heeft geen zicht op huisvesting en werk. Er zijn schulden. Verdachte beschikt niet over een positief en steunend netwerk. Ter zitting heeft mevrouw Willems meegedeeld dat zij contact heeft gehad met de J.P. van de Bentstichting te Ureterp. Zij hebben plek voor verdachte en zijn bereid hem te begeleiden. Er dient eerst een strak plan opgezet te worden alvorens verdachte er terecht kan. Het gaat dan om een intern verblijf voor de duur van maximaal één jaar. De behandeling kan bij Trajectum plaatsvinden, op locatie of bij Trajectum.


Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest passend en geboden is. Een voorwaardelijk deel met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden acht de rechtbank niet opportuun gelet op de nog lopende proeftijd in de zaak met parketnummer 18/930334-13 in welke zaak aan het voorwaardelijk deel van de opgelegde straf vrijwel gelijkluidende voorwaarden zijn gesteld als in de onderhavige zaak worden geadviseerd. De rechtbank overweegt dat met het inmiddels geplande traject van behandeling en begeleiding bij die voorwaarden kan worden aangesloten.


8De schade van benadeelden


8.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 770,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit € 20,- voor de portemonnee (tasje) en € 750,- aan immateriële schade.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost met betrekking tot het tasje is door de raadsvrouw betwist daar het niet door verdachte is kapotgetrokken. De immateriële schade is door de raadsvrouw van verdachte betwist in die zin dat deze onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat de opgevoerde schade van het tasje niet voor rekening van verdachte komt. Met betrekking tot de immateriële schade is de rechtbank van oordeel dat een bedrag ter hoogte van € 500,- redelijk is. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, een bedrag groot € 500,-, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.


De gestelde schade voor wat overig gevorderde betreft is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schade niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


[slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 850,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat immateriële schade van € 850,-.


Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De immateriële schade is door de raadsvrouw van verdachte betwist in die zin dat deze onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat een bedrag ter hoogte van € 500,- redelijk is. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, een bedrag groot € 500,-, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.


De gestelde schade voor wat overig gevorderde betreft is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schade niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


8.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.


9De vordering tenuitvoerlegging

Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van een bij vonnis d.d. 11 maart 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie maanden overweegt de rechtbank dat de proeftijd van deze voorwaardelijk opgelegde straf blijkens een uittreksel justitiële documentatie d.d. 27 november 2014 zal eindigen op 25 maart 2017.


Verdachte heeft in de hoofdzaak geruime tijd in voorarrest verbleven en na veel moeite heeft de reclassering een passende plek voor verdachte gevonden waar hij binnen afzienbare tijd terecht kan. De rechtbank wil dit pad niet doorkruisen met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Zoals hiervoor is overwogen zijn bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft voorgesteld naar het oordeel van de rechtbank in te passen in de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in voornoemd vonnis d.d. 11 maart 2014. Een verlenging van de proeftijd acht de rechtbank derhalve niet opportuun.


De bijzondere voorwaarden opgelegd door de rechtbank Noord Nederland, locatie Assen, houden onder meer in dat verdachte zal meewerken aan reclasseringstoezicht en zich hier zo frequent zal melden als de reclassering nodig acht. Hij zal meewerken aan een (ambulante) behandeling door een nader te bepalen instelling, aan een aanmelding en verblijf in een nader te bepalen woonvoorziening en zal zich houden aan een drugs- en alcoholverbod.

Deze bijzondere voorwaarden blijven tot 25 maart 2017 ongewijzigd en kunnen naar het oordeel van de rechtbank op die manier worden ingevuld dat verdachte zal verblijven bij de J.P. van den Bentstichting en zich onder behandeling stelt bij Trajectum zoals opgenomen in het rapport d.d. 13 februari 2015, opgemaakt door E.L. Willems, reclasseringswerker Leger des Heils.


Gelet op het voorgaande zal de vordering worden afgewezen.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 36f en 56 Sr.



11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- kwalificeert dit als hiervoor vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf maanden;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

ten aanzien van [slachtoffer 1]

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 500,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2014) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1], in het overige deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
ten aanzien van [slachtoffer 2]
  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 500,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2014) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2], in het overige deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;


tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 18/930334-13

- wijst de vordering af.



Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en

mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2015.


Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland, team Zwolle-Centrum/zuid met nummer PL04ZC 2014071630. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1.

Een proces-verbaal aangifte d.d. 31 mei 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 2]:

(…) Op vrijdag 30 mei 2014, omstreeks 23.10 uur, vertrok ik vanuit mijn studentenkamer aan het [adres] te [woonplaats]. Ik was samen met [slachtoffer 1]. (…) Wij liepen de Enkstraat in. (…) De donkere jongen ging tussen [slachtoffer 1] en mij lopen. (…) Ik zag dat de donkere jongen een slaande beweging maakte met zijn vuist in de richting van [slachtoffer 1]’s hoofd. (…) Ik zag dat [slachtoffer 1] terug week en probeerde de donkere jongen te ontwijken door van hem af te lopen. (…) Ik zag vervolgens dat de donkere jongen op mij af liep. Ongeveer bij de 3e woning in de Enkstraat stopten we met lopen. Dat kwam omdat de donkere jongen mij de weg versperde. Hij ging pal voor mij staan. (…) Ik hoorde hem in het Engels wat stoere zinnen uitspreken zoals: “I’m gonna slap you”. (…) Ik zag dat de donkere jongen plotseling een mes tevoorschijn haalde uit zijn kleding. (…) Ik zag dat hij een soort van beweging maakte waardoor het lemmet openging. (…) Ik zag en voelde dat de donkere jongen het lemmet van het mes tegen mijn hals zette. (…) Ik voelde het lemmet stevig tegen mijn hals drukken. (…) De blanke jongen was inmiddels bij de tuin weggelopen en passeerde mij. Opeens, vanuit het niets, sloeg deze jongen mij opeens tegen mijn hoofd. Hij raakte mij vol op mijn mond. De klap kwam hard aan. (…) Ik voelde pijn en bemerkte dat ik bloedde aan en in mijn mond. . (…)


2.

Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 12 november 2014, opgemaakt door de rechter-commissaris van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 2]:

(…) Hij liep weg, langs mij heen en in het voorbijgaan sloeg de blanke jongen mij in het gezicht. (…)


3.

Een proces-verbaal aangifte d.d. 31 mei 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 1]:(…) Ik was gisteren vrijdag 30 mei 2014 (…) bij mijn vriend [slachtoffer 2]. (…) We liepen naast elkaar de Enkstraat in. (…) Ik zag dat beide jongens onze kant op kwamen lopen. (…) De jongens versperden ons de weg. (…) Plotseling haalde de donkere jongen een mes tevoorschijn. (…) Ik zag dat hij het lemmet van het mes over de breedte tegen de keel van Lars aanhield. (…) De blanke jongen hield mij vast en trok aan mijn kleren en tas. (…) Ik kwam ten val en toen ik op de grond lag trok de blanke jongen met beide handen aan mijn tas. Het lukte hem om de tas los te trekken. (…) Ik bedacht me op dat moment ook dat de jongens mijn tas hadden waarin mijn portemonnee en huissleutels zaten. (…)


4.

Een proces-verbaal van bevindingen teruggave goederen d.d. 3 juni 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant:

Door mij verbalisant werd op dinsdag 3 juni 2014 omstreeks 13.00 uur de inhoud van het weggenomen eastpaktasje aan aangever [slachtoffer 1] teruggegeven. Hij deelde mij mede dat het volgende verkeerd in de aangifte opgenomen is. Dat in voornoemd tasje geen portemonnee zat, maar dat hij de pasjes, het kleingeld en het zakje weed los in de tas had zitten. (…)


5.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 1 juni 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [medeverdachte]:

(…)

V= Waar komen jullie, dus jij en [verdachte], die twee jongens tegen?

A= De Enkstraat (…)

(…)

V= Slaande bewegingen door [verdachte] gezien?

A= Ja, nu u het zegt. Ja [verdachte] maakte wel slaande bewegingen maar raakte de jongens niet. (…)

A= Ik zie hem dat mes in zijn rechterhand laag vast hebben.

(…)

V= Volgens de aangifte heb jij, de blanke jongen, met kracht de tas met twee handen van de schouder van die jongen getrokken. Waarom?

A= Het kan gebeurd zijn uit natuurlijke reactie. (…) Het kan zijn dat ik toen ik hem afweerde ik die tas van zijn schouder gerukt heb.

(…)

V= Waarom sla je dan die andere jongen?

A= Omdat hij mij heeft aangevallen. (…) Hij kan dan ook een klap van mij verwachten en die kan inderdaad zoals ik van u hoor op zijn mond terecht zijn gekomen met mijn vuist.

(…)


6.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 1 juni 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [verdachte]:

(…) Ik was er wel bij dat er twee jongens werden beroofd. (…) Ik liet zien dat ik een mes in handen had. (…)


7.

Een proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 2 juni 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant:

(…) Op zaterdag 31 mei 2014 te 00.45 uur, werd door mij verbalisant als forensisch onderzoeker op verzoek van de politie district IJsselland een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een overige diefstallen met geweld, gepleegd op vrijdag 30 mei 2014 te 23.04 uur. (…) Op de vluchtweg van de verdachte waren een aantal goederen van hem en collega’s aangetroffen. (…) Tussen de fietsenstandaard, welke geplaatst is langs de gevel van Supermarkt Jumbo, ter hoogte van stalling van de winkelwagens, zag ik een zwart etui, merk Eastpak, liggen. (…) Ongeveer 6 meter verder, tussen de fietsenstandaard en de gevel van supermarkt Jumbo, zag ik een mes liggen met een opengeklapt lemmet. Dit mes is door mij inbeslaggenomen, verpakt, gewaarmerkt en voorzien van Spoor Identificatienummer AAH6834NL. (…)

Goednummer :PL04HK-2014045635-350145

Object : Mes (vouw)

Merk/type : Buck

Kleur : Zwart

(…)Bijzonderheden : Chroom vouwmes met zwart handvat

8.

Een rapport DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 10 oktober 2014, opgemaakt door ing. F. van Gennip, onder meer inhoudende:DNA-onderzoek naar aanleiding van een diefstal met geweld gepleegd in Zwolle op 30 mei 2014.

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

AAGK9417NL#01 een bemonstering (van de buitenzijde van een etui)

AAGK9418NL#01 een bemonstering (van de koordjes aan de ritslabels van een etui)

(…)


SIN beschrijving DNA-profiel/

bloed/celmateriaal kan afkomstig zijn van

AAGK9417NL#01 DNA-mengprofiel van minimaal vier personen

verdachte [medeverdachte], slachtoffer [slachtoffer 1]

en minimaal twee andere personen



1 Pagina 20 t/m 22
2 Pagina 28 t/m 31
3 Pagina 37
4 Pagina 106, 107
5 Pagina 128 t/m 130