Rechtbank Overijssel, 05-03-2015 / 08.770095-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:1096

Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel oordeelt dat er geen ontucht heeft plaatsgevonden tijdens het voetbalkamp van de D1 van SV Schalkhaar in de zomer van 2014. Drie begeleiders van 44, 25 en 20 jaar oud, die werden beschuldigd van ontucht met twee minderjarige jongens en de mishandeling van één jongen, worden daarvan vrijgesproken. De 25-jarige begeleider is veroordeeld voor het vloeren van een jongen, maar krijgt hiervoor geen straf.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-05
Publicatiedatum
2015-03-05
Zaaknummer
08.770095-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08.770095-14

Datum vonnis: 5 maart 2014


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1994 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 februari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J. Timmer en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met anderen ontucht heeft gepleegd met twee aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige jongens, subsidiair ten laste gelegd als het wederrechtelijk dwingen van deze jongens om zich, onder meer, te ontkleden.

feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 juni 2014 tot en met 09 juni 2014 te Vlodrop, gemeente Roerdalen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) ontucht heeft gepleegd met één of meerdere aan zijn/hun zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige(n), te weten[slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2001 en/of [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2002, immers heeft/hebben verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s);


a)voornoemde [slachtoffer 1] vast- en/of opgepakt en/of (vervolgens) in een afgesloten ruimte gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: 'binnen 10 seconden je kleding uit' en/of 'doe alles maar uit', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) die naakte [slachtoffer 1] een plastic bekertje aangereikt en/of (vervolgens) die naakte [slachtoffer 1] voornoemd bekertje voor zijn geslachtsdeel laten houden en/of (vervolgens) voornoemd bekertje (met tape) op het naakte lichaam van die [slachtoffer 1] vastgetaped en/of (daarbij) eveneens de armen en/of benen en/of enkels van die naakte [slachtoffer 1] vastgetaped en/of (vervolgens) voornoemde naakte [slachtoffer 1] in een naastgelegen en voor overig publiek toegankelijke ruimte gelegd en/of geplaatst;


en/of


b) voornoemde [slachtoffer 2] vast- en/of opgepakt, althans doen meelopen en/of (vervolgens) in een afgesloten ruimte gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] de woorden toegevoegd: 'binnen 10 seconden je kleding uit' en/of 'ook je onderbroek uitdoen', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) de armen van die naakte [slachtoffer 2] op diens rug vastgetaped en/of (vervolgens) de enkels van die naakte [slachtoffer 2] vastgetaped en/of (daarna) een (thee)doek om het geslachtsdeel, althans aan de voorzijde van het naakte lichaam van die [slachtoffer 2] bevestigd en/of vastgetaped en/of (vervolgens) voornoemde naakte [slachtoffer 2] in een naastgelegen en voor overig publiek toegankelijke ruimte gelegd en/of geplaatst;


althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, ter zake dat:


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 juni 2014 tot en met 09 juni 2014 te Vlodrop, gemeente Roerdalen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], (telkens) door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s):


a. a) voornoemde [slachtoffer 1] vast- en/of opgepakt en/of (vervolgens) in een afgesloten ruimte gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: 'binnen 10 seconden je kleding uit' en/of 'doe alles maar uit', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] een plastic bekertje aangereikt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] voornoemd bekertje voor zijn geslachtsdeel laten houden en/of (vervolgens) voornoemd bekertje (met tape) op het lichaam van die [slachtoffer 1] vastgetaped en/of (daarbij) eveneens de armen en/of benen en/of enkels van die [slachtoffer 1] vastgetaped en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] in een naastgelegen en voor overig publiek toegankelijke ruimte gelegd en/of geplaatst


en/of


b) voornoemde [slachtoffer 2] vast- en/of opgepakt, althans doen meelopen en/of (vervolgens) in een afgesloten ruimte gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] de woorden toegevoegd: 'binnen 10 seconden je kleding uit' en/of 'ook je onderbroek uitdoen', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) de armen van die [slachtoffer 2] op diens rug vastgetaped en/of (vervolgens) de enkels van die [slachtoffer 2] vastgetaped en/of (daarna) een (thee)doek om het geslachtsdeel, althans aan de voorzijde van het lichaam van die [slachtoffer 2] bevestigd en/of vastgetaped en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] in een naastgelegen en voor overig publiek toegankelijke ruimte gelegd en/of geplaatst;


2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 juni 2014 tot en met 09 juni 2014 te Vlodrop, gemeente Roerdalen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3] één of meermalen krachtig om/bij diens armen en/of benen en/of enkels heeft/hebben vastgetaped en/of (vervolgens) het lichaam van die [slachtoffer 3] op/aan een tafel krachtig heeft/hebben vastgetaped en/of (vervolgens) een roos, althans een voorwerp voorzien van één of meerdere stekels en/of punten, in de mond, althans op/tegen het gezicht van die [slachtoffer 3] heeft/hebben vastgetaped waardoor voornoemde [slachtoffer 3] (telkens) pijn heeft ondervonden.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis en één maand gevangenisstraf, voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaar.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


Door de raadsman van verdachte is primair betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Hij heeft betoogd dat het onbegrijpelijk is dat het openbaar ministerie ervoor kiest om verdachte, een jeugdige, te vervolgen, terwijl andere oudere volwassenen niet worden vervolgd. Daarmee is volgens de raadsman het verbod van willekeur geschonden.


De rechtbank overweegt dat artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering aan het openbaar ministerie de bevoegdheid toekent zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde, voor zover hier van belang met het verbod van willekeur - dat in strafrechtspraak in dit verband ook wel wordt omschreven als het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging - om de reden dat geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. Van een dergelijk uitzonderlijk geval is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De rechtbank is van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


5.1

Inleiding


In de periode van 7 juni 2014 tot en met 9 juni 2014 is verdachte met het D1-elftal van de voetbalvereniging [naam voetbalvereniging] als begeleider mee geweest op voetbalkamp naar Vlodrop. In het D1-elftal spelen jongens in de leeftijdscategorie van 11 tot en met 13 jaar. Na afloop van het kamp zijn er bij verschillende ouders zorgen ontstaan over bepaalde activiteiten die tijdens het kamp hebben plaatsgevonden. Dit heeft binnen de voetbalvereniging voor onrust gezorgd waarna door de voorzitter van de sportvereniging [naam voetbalvereniging] aangifte is gedaan. Dit heeft geleid tot een politieonderzoek, waarbij verschillende jongens die mee waren op het kamp zijn gehoord.

Uit de verschillende verklaringen in het dossier kan volgen dat iedereen het over het algemeen als een leuk voetbalkamp heeft ervaren. Uit de verklaringen komt ook naar voren dat tijdens het voetbalkamp jongens onder de douche werden gezet. Zij kregen 10 seconden de tijd om zich uit te kleden, maar moesten hun onderbroek aan houden. Dit gebeurde in het kader van een soort spel. Wanneer iemand ‘gepakt’ was werd bij zijn naam een kruisje gezet op de zogenaamde ‘zeeslaglijst’. Om het wat moeilijker te maken om onder de douche vandaan te komen werden sommige jongens getapet aan handen en voeten. Een tweetal jongens, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (hierna ook; [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]), werd gevraagd om, in een afgesloten ruimte, al hun kleding uit te trekken, ook hun onderbroek. [slachtoffer 1] kreeg vervolgens een plastic bekertje voor zijn geslachtsdeel getapet en [slachtoffer 2] kreeg een doek voor zijn geslachtsdeel. Hierna werden ze de kamer uitgestuurd en hebben ze zich aan de groep laten zien.


5.2

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie is van oordeel dat ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] sprake is geweest van ontuchtige handelingen. Zij moesten hun onderbroek uit trekken en kregen een plastic bekertje respectievelijk een doek voor hun geslachtsdeel. De handelingen zijn volgens de officier van justitie daarmee gericht op de genitaliën van de jongens en krijgen daarmee een seksueel karakter. De handelingen hebben naar het oordeel van de officier van justitie te gelden als contact van seksuele aard in strijd met de sociaal-ethische norm. Dat verdachte geen seksuele intentie had is in dit geval, naar het oordeel van de officier van justitie, niet doorslaggevend. Hij acht het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.


De officier van justitie acht eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het tapen van [slachtoffer 3]. Dit tapen heeft pijn veroorzaakt en is op een zodanige wijze gebeurd dat het voorzienbaar was dat het verwijderen van de tape pijn zou veroorzaken, zodat het feit als mishandeling kan worden gekwalificeerd.


5.3.

Het standpunt van de verdediging


De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde heeft hij er allereerst op gewezen dat verdachte niet betrokken is geweest bij de handelingen ten aanzien van [slachtoffer 2]. Voorts heeft de raadsman betoogd dat de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachten niet als ontuchtig kunnen worden betiteld en er geen sprake was opzet op het plegen van ontuchtige handelingen.

Wat betreft het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit, omdat geen sprake was van wederrechtelijke dwang als bedoel in artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).


Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte als pleger of medepleger bij dit feit betrokken is geweest.





5.4

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Feit 1


Aan verdachte is primair ten laste gelegd dat hij tijdens het voetbalkamp samen met anderen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwede minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].


De rechtbank stelt voorop dat het voorstelbaar is dat ouders, toen zij hoorden van de gebeurtenissen op het kamp, de nodige vragen en zorgen hadden. Het is zo bezien ook logisch dat de politie vervolgens onderzoek heeft gedaan naar de gedragingen. De vraag die de rechtbank nu dient te beantwoorden is of de gedragingen ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kunnen worden gekwalificeerd als ontuchtige handelingen in de zin van artikel 249 Sr. Het enkele overschrijden van grenzen van betamelijkheid, waarvan in het onderhavige geval op zijn minst genomen sprake is geweest, brengt niet zonder meer met zich dat ook sprake is geweest van ontuchtige handelingen


Ontuchtig als bedoeld in bovengenoemd artikel is volgens de wetgever ‘seksueel contact in strijd met de sociaal-ethische norm’. Of een handeling kan worden gekwalificeerd als seksueel en strijdig met de sociaal-ethische norm hangt onder meer af van de omstandigheden van het geval, zoals de context en de verhouding tussen betrokkenen. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval, waarbij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in het kader van een soort spel werd gevraagd zich te ontkleden en vervolgens een bekertje respectievelijk een doek voorgebonden gekregen, geen sprake was van ‘seksueel contact’ in de zin van artikel 249 Sr. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet is gebleken dat verdachte of één van de medeverdachten bijzondere aandacht had voor de geslachtsdelen van de jongens en/of seksuele bedoelingen had. Ook door [slachtoffer 2] of [slachtoffer 1] is niets verklaard dat daar op zou duiden. Bovendien waren verdachte en anderen er alert op dat er niets tegen de wil van de jongens gebeurde. De rechtbank zal verdachte reeds om die reden vrijspreken van hetgeen onder 1 primair ten laste is gelegd.


Subsidiair is verdachte ten laste gelegd dat hij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] door middel van geweld of een andere feitelijkheid danwel door middel van bedreiging heeft gedwongen iets te doen of te dulden.


De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet volgt dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] werden gedwongen tot het ondergaan van de handelingen dan wel het meedoen daaraan. Uit hun verklaringen volgt niet dat er iets tegen hun wil is gebeurd. Voorts volgt uit verschillende verklaringen van jongens die hebben deelgenomen aan het kamp dat regelmatig werd gevraagd of ze het nog leuk vonden en dat wanneer dit niet het geval was er niets meer gebeurde. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake was van dwang als bedoeld in artikel 284 Sr en zal verdachte reeds om die reden ook vrijspreken van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde.


Feit 2

De rechtbank is van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt dat verdachte betrokken is geweest bij handelingen die bij [slachtoffer 3] pijn hebben veroorzaakt, zodat verdachte van het onder 2 ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken. De verklaringen over het tapen van [slachtoffer 3] wijzen een andere, niet als verdachte aangemerkte, persoon aan als degene die de tape heeft aangebracht op het lichaam van [slachtoffer 3].


5.5

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.



Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Versteeg, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van A. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2015.


Buiten staat

Mr. B.T.C. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.