Rechtbank Overijssel, 19-03-2015 / 3880926 CV EXPL 15-1412


ECLI:NL:RBOVE:2015:1446

Inhoudsindicatie
Loonvordering na ontslag op staande voet. Bij een opzegging wegens een dringende reden moet die reden gelijktijdig met de opzegging aan de wederpartij worden medegedeeld (7:677 BW). Volgens vaste rechtspraak moet de mededeling van de dringende reden zodanig geschieden, dat het de wederpartij onmiddellijk volkomen duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt de dienstbetrekking te beëindigen. Indien door de mededeling dit doel wordt bereikt, voldoet zij aan de eisen der wet. Ontslagbrief biedt de hiervoor bedoelde duidelijkheid niet. Werkgever trekt geen duidelijk conclusie uit de aan werknemer verweten gedraging.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-19
Publicatiedatum
2015-03-25
Zaaknummer
3880926 CV EXPL 15-1412
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • AR 2015/515
  • AR-Updates.nl 2015-0292
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede



Zaaknummer : 3880926 CV EXPL 15-1412

Uitspraak : 19 maart 2015



Vonnis in kort geding in de zaak van:


[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

hierna ook wel te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. E. Nijhoff

advocaat te Almelo


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Takko Nederland B.V.

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal

gedaagde partij

hierna ook wel te noemen: Takko

gemachtigde: mr. E.F.M. van den Biesen

advocaat te Enschede



1procedure


1.1

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 23 februari 2015 Takko opgeroepen in kort geding te verschijnen ter zitting van donderdag 3 maart 2015 om 10:00 uur.Ter zitting verscheen [eiseres], vergezeld van mr. Nijhoff. Takko is verschenen bij mw. [D], HR Manager Benelux, bijgestaan door mr. Van den Biesen.

Beide partijen hebben hun respectievelijke standpunten mondeling weergegeven, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.


1.2

Vonnis is bepaald op heden.



2feiten


2.1

Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden voorshands als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend dan wel niet of onvoldoende zijn bestreden.


2.2

[eiseres] is vanaf 11 mei 2009 in dienst getreden bij Takko en is werkzaam als teamleidster in het filiaal Oldenzaal, laatstelijk tegen een loon van € 1.872,03 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld.

2.3

Takko heeft een team van revisoren in dienst die getraind zijn in het natrekken van onregelmatigheden. ´Rivisorin [G]´ heeft een rapportage -in de Duitse taal- opgesteld, waarin onder meer het navolgde wordt opgemerkt, voor zover hier van belang:

[…. .]

Datum Klärungsgespräch 26.01.2015

Manipulationsart(en) Verdacht auf Retourenmanipulation:

jeweiliger Wert 4 Belege/ 12 Artikel

#03882 vom 12.07.13 29,38 €

#04396 vom 16.07.13 39,95 €

#11497 vom 05.09.13 19,99 €

#12298 vom 12.09.13 79,96 €

Besondere Merkmale - Alle Retouren haben eine vollständige Inventurdifferenz

- Bei zwei Belegen ( #04329 und #12298) wurde der Kaufbon doppelt verwendet.

- Es ist deutlich zu erkennen, dass die Kaufbons von den Originalretouren abgelöst wurden.

- Die Kundenunterschriften zwischen Originalretoure und manipulierterRetoure weichen stark voneinander ab.

- Das Anschriftenfeld der Retoure #04329 wurde von der Originalretoure #03882 vom 12.07.13 falsch abgeschrieben.

Manipulationszeitraum 12.07.2013 – 12.09.2013

[… .]

Besonderheiten/ Fr. [eiseres] leugnete Retouren manipuliert zu haben, Sie Klärungsgespräch/Verlauf war sehr aufgebracht und konnte die Abffälichkeiten

bei den Retouren nicht erklären.

[… .]

Disziplinarische Fr. [eiseres] wurde fristlose Kündigung, aufgrund des Maßnahmen starken Verdachtes auf Retourenmanipulation,

ausgesprochen. [… .]


2.4

Takko heeft [eiseres] bij brief van 26 januari 2015 op staande voet ontslagen. Takko geeft in deze brief het navolgende aan, voor zover hier van belang:

Middels deze brief bevestigen wij het gesprek dat u op maandag 26 januari 2015, heeft gehad met mevrouw [G] [ktr.: en mevrouw [D]], waarin u is medegedeeld dat u met onmiddellijke ingang op 26 januari 2015 op staande voet bent ontslagen.


Naar aanleiding van de inventarisatie van donderdag 22 januari 2015, zijn opvallend heden in de retouren ontdekt door mevrouw [G]. Na onderzoek is gebleken dat er artikelen retour zijn geslagen zonder dat deze artikelen retour zijn gekomen. Deze artikelen ontbraken dan ook op de balans. Het geld van deze retour geslagen artikelen is verdwenen. Deze retouren zijn allemaal gedaan op uw naam en daarom bent hier op maandag 26 januari 2015 mee geconfronteerd.


Wij hebben aangegeven dat wij uw handelen absoluut niet kunnen accepteren. De hierboven beschreven situatie vormt voor ons een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW op grond waarvan wij uw arbeidsovereenkomst per direct beëindigd hebben.

[… .]

2.5

[eiseres] heeft bij brief van 27 januari 2015 zich beroepen op de vernietigbaarheid van het gegeven ontslag op staande voet en zich beschikbaar gehouden voor het verrichten van haar werkzaamheden.


2.6

Op 10 februari 2015 heeft Takko zich tot de kantonrechter gewend met een schriftelijk verzoek de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden, voor zover in rechte zou komen vast te staan dat het op 26 januari 2015 gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig zou zijn gegeven.



3geschil


3.1

[eiseres] vordert Takko te veroordelen het aan haar toekomende loon te betalen, naar de kantonrechter begrijpt vanaf de datum van het ontslag op staande voet 26 januari 2015, tot dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn beëindigd, vermeerderd met de wettelijke rente, alsmede vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW. [eiseres] vordert voorts dat zij wordt toegelaten tot haar werkplek om haar werkzaamheden te hervatten, zulks op straffe van een op te leggen dwangsom. [eiseres] legt aan haar vordering de hiervoor opgenomen vaststaande feiten ten grondslag en voert daartoe het navolgende aan. [eiseres] betwist uitdrukkelijk dat zij zich op een of andere wijze schuldig heeft gemaakt aan fraude. Zij is op maandag 26 januari 2015 onder valse voorwendselen naar kantoor gelokt om vervolgens te worden geconfronteerd met één retourbon van anderhalf jaar geleden. [eiseres] stelt dat zij vanzelfsprekend op dat moment niet direct een volledige uitleg kon geven, doch dat dat ook werd veroorzaakt doordat Takko weigerde om alle feiten op tafel te leggen. Eerst na ontvangst van het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor zover vereist, is haar duidelijk geworden welke feiten haar worden verweten. [eiseres] stelt dat zij nimmer de mogelijkheid heeft gekregen om een verklaring te geven voor de feiten die haar worden verweten. [eiseres] kan zich niet aan de indruk onttrekken dat haar zwangerschap en in het verlengde daarvan haar ziekteverzuim, aanleiding is geweest voor Takko om te zoeken naar argumenten om de arbeidsovereenkomst met haar te beëindigen.


3.2

Takko betwist de vordering van [eiseres] en concludeert tot afwijzing daarvan. Takko voert primair daartoe aan dat elk filiaal wordt geanalyseerd na een balansuitslag, ongeacht de beoordeling van die balansuitslag. Van de 15 maanden controle is [eiseres] bijna 11 maanden afwezig geweest wegens haar zwangerschap. In die vier maanden dat [eiseres] wel gewerkt heeft zijn alleen bij haar onregelmatigheden opgemerkt in de periode juli tot en met september 2013. [eiseres] is op 26 januari 2015 geconfronteerd met de bevindingen van onderzoeker mw. [G]. Uit het onderzoek blijkt dat er opvallend veel kleding die [eiseres] had omgeruild was verdwenen. Bij geen enkele omruiling van een collega is dat het geval geweest. Daarnaast werden aankoopbonnen dubbel gebruikt èn was er sprake van verschillende handtekeningen van klanten. Deze drie dubbele samenloop, die noch samen noch apart bij andere collega’s is aangetroffen, heeft Takko tot de conclusie gebracht dat [eiseres] heeft gefraudeerd. [eiseres] is bekend met deze handelwijze, nu deze fraude op exact dezelfde wijze een paar jaar geleden is voorgevallen in de vestiging Oldenzaal. [eiseres] is dan ook op juiste gronden op staande voet ontslagen.

Takko stelt subsidiair dat, indien de kantonrechter onverhoopt van mening zou zijn, anticiperend, het ontslag op staande voet van 26 januari 2015 in een bodemprocedure geen stand houdt dan vordert zij: primair dat het heden op staande voet verstrekte ontslag op staande voet wel stand houdt en als dan niet mogelijk zou zijn dat per heden de arbeidsovereenkomst per heden of per eerst mogelijke datum wegens een dringende reden, niet voor zover vereist, wordt ontbonden”.

Meer subsidiair concludeert Takko tot afwijzing van de nevenvorderingen van [eiseres] ter zake de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de vordering tot toelating tot de werkplek van [eiseres] op straffe van een dwangsom. Immers op grond van het feit dat [eiseres] in de ontbindingsprocedure verzoekt om een vergoeding met C=2,5 blijkt dat [eiseres] niet meer bij Takko wil werken. Het verzoek om een exhorbitant hoge vergoeding staat haaks op de vordering van [eiseres] om verder te werken bij Takko.



4beoordeling


4.1

Vooropgesteld dient te worden dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn.


4.2

Bij een opzegging wegens een dringende reden moet die reden gelijktijdig met de opzegging aan de wederpartij worden medegedeeld (7:677 BW). Volgens vaste rechtspraak moet de mededeling van de dringende reden zodanig geschieden, dat het de wederpartij onmiddellijk volkomen duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt de dienstbetrekking te beëindigen. Indien door de mededeling dit doel wordt bereikt, voldoet zij aan de eisen der wet.


4.3

Vooralsnog is de kantonrechter van oordeel dat de ontslagbrief van 26 januari 2015 de hiervoor bedoelde duidelijkheid niet biedt. De kantonrechter begrijpt niet waarom Takko in haar ontslagbrief geen duidelijke conclusie trekt uit de aan [eiseres] verweten gedragingen. Deze duidelijkheid wordt door Takko eerst geboden in het verzoekschrift onder de punten 6 t/m 12, waarbij de verweten feiten uitvoerig aan de orde worden gesteld. Een en ander betekent dat, nu de inhoud van de ontslagbrief niet voldoet aan de eisen der wet, de kantonrechter er dan ook voorlopig van uit gaat dat de bodemrechter tot de conclusie zal komen dat het aan [eiseres] gegeven ontslag op staande voet geen stand zal houden.


4.4

Uit het voren overwogene volgt dat, nu er vooralsnog geen rechtsgeldig einde is gekomen aan de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, in beginsel de loonvordering van [eiseres] kan worden toegewezen, vermeerderd met de hierover verschuldigde wettelijke rente.


4.5

Ter mondelinge behandeling heeft Takko, voor zover de kantonrechter onverhoopt tot de voorlopige conclusie komt dat het eerste ontslag op staande voet niet overeind zal blijven, [eiseres] opnieuw op staande voet ontslagen, op grond van het feit dat zij zich bedrijfsinformatie van Takko, te weten alle planningen vanaf mei 2014 tot en met november 2014, heeft toegeëigend. Een en ander is Takko daags voor de mondelinge behandeling gebleken.


4.6

[eiseres] heeft ter mondelinge behandeling erkend dat zij de planningen, om haar stellingen te kunnen onderbouwen, heeft gekopieerd bij een in de omgeving van de Takko bevindende supermarkt. Zij geeft aan de planningen te hebben teruggelegd op de gebruikelijke plaats in de kluis.


4.7

Vooralsnog gaat de kantonrechter er van uit dat ook dit gegeven ontslag op staande voet het uiteindelijk niet zal houden. Op voorhand is er niets vreemd aan dat een bedrijfsleider kopieën maakt van de planningen, ook wanneer deze ten doel hebben een tegen de werkgever ingestelde vordering te kunnen onderbouwen. Daarbij komt dat [eiseres] heeft aangegeven waar de planningen liggen. Voorlopig is er van de zijde van de kantonrechter geen reden hieraan te twijfelen, nu gesteld noch gebleken is dat Takko aan [eiseres] heeft gevraagd waar de planningen liggen. Een en ander betekent dat de loondoorbetalingsverplichting van Takko voortduurt totdat aan de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst een rechtsgeldig einde is gekomen. In de gegeven omstandigheden komt het de kantonrechter billijk voor de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW te beperken tot 10%.


4.8

De medegevorderde tewerkstelling zal de kantonrechter afwijzen. Een gedwongen terugkeer van [eiseres] op de werkvloer bij Takko, dat wil zeggen tegen de wil van de werkgever, zal slechts escalerend werken en is noch in het belang van [eiseres], noch in het belang van Takko. Zulks neemt niet weg dat [eiseres], voor zover Takko hiertoe mocht besluiten, op eerste afroep door [eiseres] zich beschikbaar moet te stellen haar werkzaamheden te verrichten.


4.9

Takko zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.



5rechtdoende


5.1

Veroordeelt Takko om aan [eiseres], totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, tijdig en volledig het aan haar toekomend salaris c.a. te voldoen op de daarvoor bij Takko bekende bankrekening van [eiseres], vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening.


5.2

Veroordeelt Takko in de kosten van dit geding tot op heden aan de zijde van [eiseres] gevallen en begroot op € 581,27, waarvan te betalen aan:

 de griffier van deze rechtbank:

- € 70,64, € 70,64, ter zake in debetgestelde exploitkosten;

 aan de gemachtigde van [eiseres]:

  • - € 32,63, ter zake niet in debetgestelde exploitkosten;
  • - € 400,00, ter zake gemachtigde salaris.
5.3

Verklaart dit vonnis tot hier uitvoerbaar bij voorraad.


5.4

Wijst af wat meer of anders is gevorderd.




Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. H.R.K. Valk, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 maart 2015 in aanwezigheid van de griffier.