Rechtbank Overijssel, 30-03-2015 / 08/760185-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:1548

Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 20-jarige man uit Zwolle tot een celstraf van 4 jaar en het betalen van een schadevergoeding van ruim 12.300 euro. De man is samen met een andere medeverdachte schuldig aan diefstal door grote bedragen te pinnen met een gestolen pinpas. De mannen maakten misbruik van een alleenstaande en kwetsbare man in Zwolle. Zij voerden hem dronken en troggelden zijn pinpas en pincode af. Daarnaast heeft deze verdachte met andere medeverdachten een woningoverval gepleegd in Zwolle. De verdachten hebben enkel en alleen met het oog op hun eigen financiële gewin het slachtoffer in een voor hem buitengewoon beangstigende situatie gebracht. De man is vrijgesproken van het stelen van 40.000 euro uit een kluis. Daarvoor is onvoldoende bewijs.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-30
Publicatiedatum
2015-03-30
Zaaknummer
08/760185-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08/760185-14

Datum vonnis: 30 maart 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats 1],

verblijvende in PI Almelo, locatie De Karelskamp.


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting 29 januari 2015 en van 16 maart 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.M. Bruggen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. T. Volckmann, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


Aan de verdachte is tenlastegelegd:


1.

hij op of omstreeks 15 oktober 2014 te Zwolle tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een playstation met controller en/of een geldkistje, inhoudende ongeveer 100 Euro en/of (een) geldbedrag(en) en/of een laptop en/of een spaarvarken (inhoud: kleingeld) en/of een of meer andere goederen, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s) met (een) bivakmuts over het hoofd en/of met gelaatsbedekkende kleding bij de woning van die [slachtoffer 1] (gelegen aan de [adres 1]) heeft aangebeld en/of (nadat die [slachtoffer 1] de voordeur had geopend) onverhoeds een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen om naar de woonkamer te lopen en/of aldaar op een bank te gaan liggen en/of

met een boksbeugel in de hand naast die [slachtoffer 1] is gaan en/of blijven staan en/of daarbij (meermalen) op dreigende toon aan die [slachtoffer 1] heeft gevraagd waar de kluis was en/of

(meermalen) dat vuurwapen/voorwerp op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of daarbij gezegd dat die [slachtoffer 1] moest zeggen waar het geld was of anders die [slachtoffer 1] door zijn knie zou schieten en/of dat ze (hij en/of zijn mededaders) de zoon van [slachtoffer 1] hadden en dat deze niets zou overkomen als [slachtoffer 1] hen(hem en/of zijn mededaders) het geld zou geven;


2.

hij in of omstreeks de periode van 20 september 2014 tot en met 23 september 2014 te Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in/uit een kluis in een woning, perceel [adres 2]) een geldbedrag (ongeveer 40.000 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);


3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 september 2014 tot en met 23 september 2014 te Zwolle en/of te Apeldoorn en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van (een) valse sleutel(s), te weten door met een –tevoren gestolen dan wel zonder toestemming of instemming van de rechthebbende in gebruik genomen- bankpas (van ING, op naam van rekeninghouder voornoemde [slachtoffer 2], rekeningnummer [nummer 1]) (een) PIN betalingstransaktie(s) te verrichten bij een of meer bedrijven/winkels voor de aanschaf van (een) goed(eren) door (telkens) deze bankpas in de betaalautomaat van voornoemde bedrijven en/of winkels in te voeren en/of vervolgens de PIN-code, welke een unieke combinatie met het nummer op voornoemde bankpas vormt, in te toetsen, waarna de aldus gedane (electronische PIN) betaling (telkens) ten laste van

die [slachtoffer 2] is/zijn gekomen.


3De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


4De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.



4.1

Het standpunt van de officier van justitie.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft zij aangevoerd dat het bewezen kan worden op grond van de aangifte van [slachtoffer 1], de verklaring van getuige [getuige 1], het aantreffen van verdachte in de vluchtauto en de in de woning aangetroffen schoensporen. Voor het onder 2 ten laste gelegde kunnen onder meer de aangifte van [slachtoffer 2], de verklaring van getuige [getuige 2] en de fotoconfrontatie als bewijs gebezigd worden. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde ligt er voldoende bewijs in de aangifte van [slachtoffer 2], de verklaringen van getuigen [getuige 2], [getuige 3] (1991) en [getuige 4] en de verklaring van verdachte.


4.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsman heeft aangevoerd dat het onder 1 ten laste niet wettig en overtuigend bewezen kan worden nu hier onvoldoende bewijs voor is, want niet bewezen kan worden dat verdachte in de woning is geweest. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaring van getuige [getuige 2] onbetrouwbaar is waardoor deze niet als bewijsmiddel kan dienen. Er is geen direct bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal uit de kluis van aangever [slachtoffer 2].

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat hier geen sprake is geweest van diefstal, maar dat er sprake is geweest van vrijwillige verstrekking van de pinpas door [slachtoffer 2] aan verdachte, waardoor er geen sprake is van diefstal van geld van de rekening van het slachtoffer.

Verdachte dient van de gehele tenlastelegging te worden vrijgesproken.


4.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde


Op woensdag 15 oktober 2014 werd bij de woning van aangever [slachtoffer 1] aan de [adres 1] te Zwolle aangebeld waarop aangever de deur heeft geopend. Hierop stormden drie mannen zijn woning binnen. Aangever kreeg direct een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op zijn hoofd gericht en werd naar de woonkamer geleid waar hij op de bank moest plaats nemen. De drie mannen droegen een bivakmuts. Medeverdachte [medeverdachte 1] is naast aangever blijven staan met een boksbeugel in zijn hand, terwijl verdachte en de andere medeverdachte samen in de woning op zoek zijn gegaan naar waardevolle goederen en/of geld. Aangever is meermalen onder bedreiging met het vuurwapen gevraagd naar de kluis, waarbij een van de verdachten heeft gedreigd hem in zijn knie te schieten of dat de zoon van aangever iets zou overkomen als hij hen het geld niet zou geven. Vervolgens zijn de verdachten de woning van aangever uitgerend, waarbij zij een Playstation met controller, een geldkistje met € 100,-, een geldbedrag, een laptop en een spaarvarken van aangever hebben meegenomen. De drie verdachten werden bij het verlaten van de woning en het wegvluchten in een auto opgemerkt door getuigen waarbij één getuige het kenteken van de auto waarin verdachten zijn gevlucht heeft genoteerd. Deze getuige heeft de politie gebeld en een half uur later is verdachte in de vluchtauto aangetroffen. Verdachte heeft verklaard die bewuste middag en avond de hele tijd met medeverdachte [medeverdachte 1] te zijn geweest, maar heeft ontkend iets met de woningoverval te maken te hebben. In de woning van aangever zijn na de overval onder meer schoensporen aangetroffen die weliswaar geen karakteristieke kenmerken hebben die passen bij de schoenen van verdachte, maar die qua schoenmaat en profiel wèl overeenkomen met de schoenen van verdachte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat onder al deze omstandigheden van verdachte een verklaring verwacht had mogen worden voor zijn aanwezigheid in de auto bij de aanhouding kort na deze overval in combinatie met het gegeven dat hij wel zegt dat hij de hele avond samen is geweest met medeverdachte [medeverdachte 1], terwijl deze juist verklaart de overval met drie man te hebben gepleegd en er ook getuigen zijn die drie mannen hebben zien vluchten. De loutere verklaring van verdachte dat hij die avond onder de weed zat en niet precies doorhad wat er allemaal gebeurde, acht de rechtbank in het licht van het voorgaande volstrekt ontoereikend. De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde.


Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde

Aangever [slachtoffer 2] heeft op 20 september 2014 twee jongemannen in zijn woning aan de [adres 2] te Zwolle ontvangen, waarna een groot geldbedrag in contanten uit zijn kluis bleek te zijn verdwenen. Aangever kan zich weliswaar niet alle details van de avond herinneren, maar wel dat hij met één van de jongemannen op zijn slaapkamer is geweest en aldaar een klap van die jongeman heeft gehad. Bij een fotoconfrontatie heeft aangever medeverdachte [medeverdachte 2] aangewezen als de jongen die bij hem op de slaapkamer is geweest. In deze slaapkamer bevond zich de kluis waaruit het geld is weggenomen. Uit de voorhanden zijnde stukken kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer worden opgemaakt dat het verdachte is geweest die de bewuste avond samen met [medeverdachte 2] bij aangever in de woning is geweest én dat hij wetenschap heeft gehad van het wegnemen van het geld uit de kluis op de slaapkamer van aangever. Te meer omdat aangever heeft verklaard dat één van de jongemannen boven is geweest. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde.


Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde

Aangever [slachtoffer 2] heeft voorts aangifte gedaan van diefstal van geldbedragen door middel van een valse sleutel, te weten diverse pintransacties. Hij heeft hiertoe onder meer verklaard dat dezelfde jongemannen die later – het onder 1 ten laste gelegde – zijn kluis hebben leeggehaald, ook zijn pinpas moeten hebben gebruikt zonder dat hij hiervoor toestemming heeft gegeven. Uit het dossier kan worden opgemaakt dat verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 2], [getuige 4] en [getuige 3] op 11 september 2014 naar Amsterdam zijn geweest en hier diverse uitgaven hebben gedaan welke zijn betaald met de pinpas en of het opgenomen geld van aangever. Verdachte heeft blijkens de verklaringen van [getuige 4] en [getuige 3] telkens afgerekend met de pinpas. Verdachte heeft verklaard gebruik te hebben gemaakt van de pinpas van aangever al dan niet met zijn toestemming. Hij zou toestemming hebben gehad om voor een bedrag van € 300,- à € 400,- kleding te mogen kopen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte – als deze toestemming door aangever zou zijn gegeven – op het moment waarop hij méér geld dan het afgesproken bedrag opnam - dan wel boven dat bedrag goederen met de pinpas van aangever heeft betaald - dat geld met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft opgenomen . De rechtbank is derhalve van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met een ander door middel van de pinpas van aangever geldbedragen van aangever heeft weggenomen door middel van een valse sleutel. Blijkens de verklaringen in het dossier hebben zowel verdachte als [medeverdachte 2] betalingen verricht waardoor de rechtbank van oordeel is dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.



4.4

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.

hij op 15 oktober 2014 te Zwolle tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een playstation met controller en een geldkistje, inhoudende ongeveer 100 Euro en geldbedragen en een laptop en een spaarvarken (inhoud: kleingeld) toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en zijn mededaders met een bivakmuts over het hoofd en/of met gelaatsbedekkende kleding bij de woning van die [slachtoffer 1] (gelegen aan de [adres 1]) heeft aangebeld en nadat die [slachtoffer 1] de voordeur had geopend onverhoeds een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen om naar de woonkamer te lopen en aldaar op een bank te gaan liggen en met een boksbeugel in de hand naast die [slachtoffer 1] is gaan en blijven staan en daarbij (meermalen) op dreigende toon aan die [slachtoffer 1] heeft gevraagd waar de kluis was en/of (meermalen) dat vuurwapen/voorwerp op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en daarbij gezegd dat die [slachtoffer 1] moest zeggen waar het geld was of anders die [slachtoffer 1] door zijn knie zou schieten en dat ze (hij en/of zijn mededaders) de zoon van [slachtoffer 1] hadden en dat deze niets zou overkomen als [slachtoffer 1] hen(hem en/of zijn mededaders) het geld zou geven;


3.

hij in de periode van 11 september 2014 tot en met 23 september 2014 te Zwolle en te Apeldoorn en te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen/geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met een –tevoren gestolen dan wel zonder toestemming of instemming van de rechthebbende in gebruik genomen- bankpas (van ING, op naam van rekeninghouder voornoemde [slachtoffer 2], rekeningnummer [nummer 1]) PIN betalingstransakties te verrichten bij bedrijven/winkels voor de aanschaf van goederen door telkens deze bankpas in de betaalautomaat van voornoemde bedrijven en/of winkels in te voeren en vervolgens de PIN-code, welke een unieke combinatie met het nummer op voornoemde bankpas vormt, in te toetsen, waarna de aldus gedane (electronische PIN) betaling (telkens) ten laste van die [slachtoffer 2] is gekomen.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 juncto 311 en 312 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: Diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.


feit 3

het misdrijf: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.


6De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


7De op te leggen straf of maatregel


7.1

Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft op grond van wat zij bewezen heeft geacht gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest. Voorts heeft zij gevorderd toewijzing van de civiele vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] tot een bedrag van respectievelijk € 28.857,79 en € 8.300,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr voor het door de rechtbank te bepalen bedrag en de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft gevorderd de op de beslaglijst genoemde inbeslaggenomen goederen verbeurd te verklaren.


7.2

Het standpunt van de verdediging


De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over een mogelijk op te leggen straf gelet op de door hem bepleite vrijspraak. Hij heeft voorts verzocht de benadeelde partijen niet ontvankelijk te verklaren.


7.3

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 13 februari 2015 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake een vermogensdelict;

- een brief d.d. 3 november 2014 van L. de Vries, reclasseringswerker Reclassering Nederland, waaruit blijkt dat verdachte niet heeft willen meewerken aan het opmaken van een rapportage.


De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van een groot bedrag middels diverse pintransacties. De verdachten zijn hiervoor in contact getreden met aangever, [slachtoffer 2]. Het slachtoffer betreft een alleenstaande, kwetsbare man van wie verdachten misbruik hebben gemaakt. Ze zijn op een geraffineerde wijze te werk gegaan door het slachtoffer veel alcohol te laten drinken om vervolgens zijn pinpas met bijbehorende pincode te verkrijgen. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woningoverval. De verdachten hebben enkel en alleen met het oog op hun eigen financiële gewin het slachtoffer in een voor hem buitengewoon beangstigende situatie gebracht. Uit de onderbouwing van de civiele vordering komt naar voren dat de overval een grote impact op het slachtoffer heeft gehad. De weken na de overval had het slachtoffer slechte nachtrust onder meer door nachtmerries, was vermoeid en prikkelbaar en kon hierdoor vier weken niet werken. De rechtbank rekent dit verdachte aan.


Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaar met aftrek van de dagen doorgebracht in voorlopige hechtenis, passend en geboden is, omdat aard en ernst van het bewezen verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.


8De inbeslaggenomen voorwerpen


De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde inbeslaggenomen voorwerpen moeten worden verbeurdverklaard, omdat het goederen betreffen die betaald zijn met de door de bewezenverklaarde feiten verkregen gelden.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer 2], wonende te [woonplaats 2], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van een bedrag van in totaal € 47.050,79, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de strafbare feiten zijn gepleegd. Deze schade bestaat uit het weggenomen geldbedrag en de gepinde transacties alsmede immateriële schade van € 175,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij voor een gedeelte in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het onder 3 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De met dat feit samenhangende en opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en aannemelijk zodat die posten voor toewijzing in aanmerking komen.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering voor wat betreft het deel met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde nu verdachte daarvan wordt vrijgesproken. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


De rechtbank zal het door [slachtoffer 2] gevorderde daarom deels toewijzen en wel voor een bedrag van € 7.050,79, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het onder 3 strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.


[slachtoffer 1], wonende te [woonplaats 3], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 8.300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is voldoende komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van [slachtoffer 1] voor wat betreft de gemiste werkuren deels onvoldoende is onderbouwd om exact te kunnen vast stellen hoe hoog het gederfde inkomen zou bedragen. Daarentegen acht de rechtbank wel aannemelijk dat de benadeelde partij – als zelfstandig ondernemer – enig inkomen heeft gederfd en acht zij een bedrag van € 3.000,- aannemelijk en zal zij daarom de vordering in totaal toewijzen tot een bedrag van € 5.300,-, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.


De gestelde schade voor wat het meer gevorderde betreft is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van dit bedrag (€ 3.000,-) niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 en 3 is toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 33a, 33b, 36f en 57 Sr.



11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- kwalificeert dit als hiervoor vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 3 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding
  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 7.050,79 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 september 2014 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 7.050,79 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 70 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overig gevorderde niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 5.300,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2014 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.300,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 61 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 1], voor een deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde voorwerpen;


opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.


Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Leeuwen, voorzitter, mr. H.W.H. Oude Aarninkhof en mr. G.A. Versteeg, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2015.





Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.



Met betrekking tot feit 1.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 04ROT14011. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1. Een proces-verbaal aangifte d.d. 25 september 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 1]:

Vandaag, woensdag 15 oktober 214 was ik alleen in mijn woning aan de [adres 1] te Zwolle. (…) Er werd aan de voordeur aangebeld. (…) Op het moment dat ik de deur open deed zag ik dat er drie mannen de hal van mijn woning binnen stormden. Ik kreeg direct in de hal een vuurwapen op mijn hoofd gericht. Ik werd naar de bank in de woonkamer gedirigeerd. (…) Ik lag op mijn zij op de bank met mijn hoofd aan de zijde van het raam. (…) Een (1) van de drie had een boksbeugel in zijn hand en hij bleef constant naast mij staan bij de bank. (…) De man met de boksbeugel bleef mij maar vragen waar de kluis was, waar het geld was en meer van dat soort vragen. De twee andere mannen doorzochten mijn woning. Dit deden ze op aanwijzing van de man met de boksbeugel. De man met het vuurwapen had het vuurwapen constant in zijn hand. Ik weet zeker dat hij het in zijn rechterhand had. Tijdens het zoeken heeft hij het vuurwapen meerdere keren op mij gericht met daarbij de bedreiging dat ik moest zeggen waar het geld was omdat hij mij anders door mijn knie zou schieten. Tevens werd mij gezegd dat ze mijn zoon hadden en dat hem niks zou overkomen als ik hen het geld zou geven. Ik heb de mannen verteld waar mijn portemonnee was. Ook heb ik ze verteld dat er een klein geldkistje in huis was. (…) de volgende goederen meegenomen zijn:

- zwarte Playstation 4 met 1 controller

- Grijs geldkistje met daarin 100 euro in 2 biljetten van 50 euro

- 60 à 70 euro uit de portemonnee van mijn zoon

- 500 euro uit mijn portemonnee in 10 briefjes van 50 euro

- zwarte laptop van het merk Compaq

- roze spaarvarken met wat kleingeld daarin.

Ik kan de 3 mannen als volgt omschrijven:

De man met het vuurwapen:

- zwarte bivakmuts met 2 gaten voor de ogen en een (1) gat voor de mond (…)

De man met de boksbeugel:

- gestreepte bivakmuts. Volgens mij met geel. 2 gaten voor de ogen en een (1) voor de mond (…)

Nummer 3:

- zwarte bivakmits met 2 gaten voor de ogen en een (1) gat voor de mond. (…)

Ik kan het vuurwapen als volgt omschrijven:

- zwart van kleur

- geen revolver

- fors/groot

- het was een hoog wapen (…)

De aangever verstrekte over de bij het incident betrokken voertuig de volgende aanvullende informatie:

Voertuig : Personenauto

Merk/type : Opel Corsa- B X1.2sz (…)

Kenteken : [kenteken]

(…)


2. Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 16 oktober 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [getuige 1]:

U vond dit zo verdacht dat u het kenteken, te weten [kenteken] heeft genoteerd.

Gisteren, dinsdag 15 oktober 2014, omstreeks 20.15 uur, parkeerde ik mijn auto in de [adres 3] in Zwolle. (…) Toen ik uitstapte zag ik uit de richting van de [adres 1] 3 jongen aan komen rennen. Ik zag ze om de hoek komen. Vanuit mijn positie bevond ik mij op ongeveer 50 meter van de [adres 1]. (…) Ik hoorde de jongens roepen: “Snel wegwezen, wegwezen, schiet op schiet op.” (…) Ik zag dat de jongens naar een kleine grijze auto renden en snel instapten. (…) Ik besloot het kenteken te noteren. (…)


3. Een proces-verbaal aanhouding d.d. 16 oktober 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisanten:

Op donderdag 15 oktober 2014 waren wij verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] met de noodhulpsurveillance in Zwolle belast. (…) Om 20.21 uur kregen wij verbalisanten de melding van de meldkamer Oost Nederland dat er een woningoverval met vuurwapens had plaatsgevonden aan de [adres 1] te Zwolle. (…) Kort hierna hoorde wij via de portofoon dat het kenteken van de betrokken grijze auto zou zijn: [kenteken]. (…) Om 21.59 uur zagen wij verbalisanten op de Zwartewaterallee, komende uit de richting van de Ceintuurbaan een zilvergrijze Opel Corsa staan. (…) Wij zagen dat het de Opel Corsa voorzien van het kenteken [kenteken] betrof. (…) Ik ben vervolgens met mijn vuurwapen gericht de bestuurder gelopen. (…) Vervolgens heb ik de verdachte geboeid. (…) Deze verdachte bleek later te zijn: [verdachte], geboren op [geboortedatum]-1993 te Zwolle. (…)


4. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 oktober 2014, inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant:

In de processen-verbaal van aanhouding van verdachten [verdachte] en [medeverdachte 1] is abusievelijk een verkeerd tijdstip omschreven. Wij verbalisanten zagen het betrokken voertuig op de Zwartewaterallee op 15 oktober 2014 om 20.59 uur in plaats van 21.59 uur.


5. Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 28 oktober 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van verdachte:

(…)

V: Ik heb je eerder gevraagd naar het kenteken van de auto van jouw oma. Als ik zeg dat het kenteken [kenteken] is, kan dit kloppen?

A: Ik zou het niet weten.

V: Jij weet dat dit kenteken is gezien bij een overval.

A: Ik zeg zwijgrecht. Ik heb de hele avond in die auto rondgereden met [medeverdachte 1].

(…)

V: Is [medeverdachte 1] die woensdag 15 oktober 2014 steeds bij jou geweest?

A: Vanaf dat ik heb opgehaald wel. Vanaf dat moment zijn we steeds samen geweest.

(…)


6. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant:

(…) Uit het onderzoek is te herleiden dat [medeverdachte 1] op 15 oktober 2014 om 16.22.04 uur, 17.08.48 uur en 17.18.41 uur door het nummer [nummer 2] wordt gebeld en dat [getuige 3] op 15 oktober 2014 om 18.15.20 uur en 18.45.54 uur door het nummer [nummer 2] wordt gebeld. Vervolgens is er onderzoek verricht naar dit telefoonnummer. Dit nummer blijkt op naam te staan van [naam 1]. (…)


7. Een proces-verbaal verhoor verdachte, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [medeverdachte 1]:

(…)V: We hebben de beelden opgevraagd van de flat, en dan word je opgehaald door [verdachte]. A: Ja dat had ik wel gedacht. [verdachte] heeft een auto en kan mij ophalen. (…)

U vraagt of die jongen later ook met [verdachte] heeft gebeld. Dat klopt. Dat was rond 19.00 uur die avond voor de overval. (…)


8. Een proces-verbaal, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant:

Op maandag 27 oktober werd aan de Forensische opsporing van Politie Oost Nederland door team Zwolle-Centrum/Zuid te Zwolle namens verbalisant [verbalisant] een vergelijkend schoensporenonderzoek aangevraagd. Op deze datum werd bij mij aangeboden:

(…)

[2]. een paar schoenen, merk Antony Morato, maat niet bekend, kleur zwart, door mij gewaarmerkt AAFR7751NL, in beslag genomen onder [getuige 3], geboren op [geboortedatum] 1993.

Verzocht werd het profiel van de zolen van de schoenen [1] en [2] te vergelijken met de schoensporen AAHJ3188NL [3]; AAHJ3189NL [4] en AAHJ3190NL [5], welke bij het onderzoek naar aanleiding van een diefstal met geweld aan de [adres 1] e Zwolle werden aangetroffen als omschreven in BVH proces 2014086504. (…)

Tijdens het vergelijkend onderzoek bleek mij, dat het profiel en de maat van de veiliggestelde schoensporen [4] en [5] overeenkomst vertonen met het profiel en de maat van de linkerschoen [2]. (…)



Met betrekking tot feit 3.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland, team Zwolle-Noord met nummer PL0400 2014079848. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1. Een proces-verbaal aangifte d.d. 25 september 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 2]:

(…) Verder wil ik nog opmerken dat er in de week vanaf 11 september 2014 meerdere malen geld werd gepind met behulp van mijn bankpasgegevens in winkels in Amsterdam. Het gaat hier om een slordige euro 8.000,-. Ik ben nog gewoon in het bezit van mijn eigen ING-bankpas voorzien van het rekeningnummer [nummer 1] waarmee de geldbedragen zouden zijn gepind/betaald.(…)


2. Een proces-verbaal verhoor aangever d.d. 21 oktober 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [slachtoffer 2]:

(…)

V: Die avond moeten ze dan ook jouw ING-bankpas hebben gestolen?

A: Ja, mijn bankpas zat in de portemonnaie die op de eettafel lag. Waarschijnlijk hebben ze in een onbewaakt ogenblik de bankpas uit mijn portemonnaie weggenomen.

(…) Ik zou normaal nooit mijn pincode geven laat staan mijn bankpas uitlenen. (…)


3. Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 18 oktober 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [getuige 3]:

V: Op 23 september 2014 heeft aangever de heer [slachtoffer 2] bij de politie in Zwolle aangifte gedaan van diefstal van geld uit zijn woning aan de [adres 2]

8 te Zwolle. Hij beschuldigd onder andere jou er van dat te hebben gedaan. Waar ken

jij [slachtoffer 2] van?

A:Ik ken deze man wel want ik heb hem leren kennen op de Thomas a Kempisstraat

ongeveer 2 maanden geleden. (…) Ik weet dat hij alcoholist is. (…). Hij gaf mij toen het bankpasje een ING-pas en de pincode [nummer 3]. Ik heb dat geld toen gepind.(…) Ik heb wel ongeveer drie of vier dagen gebruik gemaakt van deze bankpas. Ik denk dat ik wel voor ongeveer zeven of achtduizend Euro heb gepind met behulp van deze bankpas. (…) Ik heb mijn neefje [verdachte], [medeverdachte 2] en [getuige 4] meegenomen om kleding te kopen. Zij hebben ook kleding gekocht die ik betaald heb met de bankpas van [slachtoffer 2]. (…)


4. Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 28 oktober 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [getuige 3]:

(…) Achteraf gezien heb ik spijt dat ik alles heb opgemaakt. Ik had niet de toestemming van [slachtoffer 2] om misbruik te maken van zijn bankpas. (…)


5. Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 22 oktober 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [getuige 4]:

(…) Op woensdag 10 september 2014 omstreeks 23.00 uur liep ik samen met mijn vriend [getuige 3] over de Thomas a Kempisstraat in Zwolle. (…) Volgens mij kwam [medeverdachte 2] op het idee om naar Amsterdam te gaan. (…) [verdachte] en ik wilde ook wel mee naar Amsterdam. (…) [medeverdachte 2] heeft toen een taxi besteld om naar Amsterdam te gaan. (…) [medeverdachte 2] sprak ook een prijs af met dat bedrijf. Ik meende dat er euro 250,- betaald moest worden. (…) [medeverdachte 2] heeft de taxichauffeur betaald. (…) Bij een café op de Dam in Amsterdam hebben wij wat gedronken en gegeten. (…) [verdachte] betaalde de rekening met een bankpas. (…) We zijn ook nog bij de Mac geweest en hebben daar een broodje gegeven. [verdachte] betaalde met een bankpas. (…) Vanaf daar liepen we naar de winkel van Louis Vuitton. Alleen [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn binnen geweest. (…) [medeverdachte 2] heeft daar een groot horloge van Hugo Boss gekocht. (…) [medeverdachte 2], [verdachte] en ik hebben toen ieder een jas gekocht, eigenlijk gekregen van [verdachte]. (…) [verdachte] heeft deze jassen bij de kassa in die winkel afgerekend met een bankpas. (…) Op het station heeft [medeverdachte 2] vier treinkaartjes betaald met cash geld uit zijn zak. (…)


6. Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 23 oktober 2014, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [getuige 3]:

(…) Op verzoek van [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn wij in een taxi gestapt en ons van Zwolle naar Amsterdam laten brengen. Volgens mij kostte dat iets van rond de euro 200,-. Ik heb dat geld niet betaald en [getuige 4] ook niet. Ik vermoed dat dit betaald werd door [medeverdachte 2] of [verdachte]. (…) Ik heb het eten en drinken niet betaald, dat deden [medeverdachte 2] en [verdachte]. (…) We hebben nog op een terras gezeten en nog wat gedronken en gegeten. Ik heb dat natuurlijk niet betaald, dat deden [medeverdachte 2] of [verdachte]. (…)




1 Pagina 83-85
2 Pagina 105-107
3 Pagina 759-761
4 Pagina 762
5 Pagina 789-793
6 Pagina 302-303
7 Pagina 703, d.d. 29 oktober 2014
8 Pagina 712, d.d. 30 oktober 2014
9 Pagina 212-214
10 Pagina 226-229
11 Pagina 99-100
12 Pagina 106
13 Pagina 176-178
14 Pagina 203-205