Rechtbank Overijssel, 11-03-2015 / 167497 / KG RK 15-83


ECLI:NL:RBOVE:2015:1667

Inhoudsindicatie
Wraking.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-03-11
Publicatiedatum
2015-04-03
Zaaknummer
167497 / KG RK 15-83
Procedure
Wraking
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer

Zittingsplaats Almelo


zaaknummer / rekestnummer: 167497 / KG RK 15-83



Beslissing van 11 maart 2015


in de zaak van


[verzoeker],

wonende te [woonplaats] aan de [adres],

verzoeker tot wraking.



1De procedure

1.1.

In de strafzaak tegen verzoeker onder parketnummers 08/088296-14,

08/214504-13; 21/001617-11 (tul) en 08/229544-12 (tul) heeft op 30 januari 2015 een openbare terechtzitting plaatsgevonden, alwaar mr. Stoové, voorzitter, mr. Melaard en mr. Stam, rechters, zitting hadden.


1.2.

Bij gelegenheid van de behandeling ter terechtzitting heeft verzoeker een mondeling verzoek tot wraking van de behandeld voorzitter mr. Stoové gedaan, zoals blijkt uit het proces-verbaal van het wrakingsverzoek van 30 januari 2015.


1.3.

Mr. Stoové heeft niet berust in de wraking en heeft schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek, waarbij hij heeft medegedeeld dat hij niet aanwezig zal zijn bij de behandeling van het verzoek tot wraking, tenzij de wrakingskamer zulks noodzakelijk mocht oordelen.


1.4.

Het wrakingsverzoek van verzoeker is op woensdag 4 maart 2015 in het openbaar behandeld. Bij de mondelinge behandeling is verzoeker verschenen.

De officier van justitie, mr. Timmer, is niet ter mondelinge behandeling verschenen.



2Het wrakingsverzoek

2.1.

Verzoeker heeft, blijkens het proces-verbaal wraking, het navolgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd: “Het gaat om uw houding. U bent bevooroordeeld. Ik zie er misdadig uit en u wilt mij vast veroordelen. Het is niet de eerste keer dat ik u zie. Ik wraak alleen de voorzitter”. Ter mondelinge behandeling heeft verzoeker aangegeven ter terechtzitting niet te hebben verklaard dat hij er misdadig uit zou zien. Verzoeker heeft ter nadere onderbouwing van zijn wrakingsverzoek gesteld dat er gevoelsmatig iets niet klopte in de houding van mr. Stoové ter terechtzitting. Hij kreeg de indruk dat hij vanaf het begin al achterstond. Verzoeker stelt verder dat mr. Stoové hem al eerder heeft veroordeeld en dat mr. Stoové hem nog nooit in het gelijk heeft gesteld.


3Het standpunt van mr. Stoové

3.1.

Mr. Stoové bestrijdt de stellingen van verzoeker - zij het dat hij niet kan uitsluiten dat verzoeker hem wel eens heeft gezien – en hij constateert dat verzoeker geen concrete feiten en omstandigheden aanvoert die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het standpunt dat hij jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, dan wel dat de (kennelijk) bij verzoeker op dat punt gerezen twijfel objectief gerechtvaardigd is.



4De beoordeling

4.1.

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. De vrees dat dit het geval zal zijn, dient objectief gerechtvaardigd te zijn. Dat betekent dat sprake moet zijn van concrete feiten en omstandigheden waaruit objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter kan worden afgeleid.

Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien - geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak - de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn.


4.2

Verzoeker legt aan zijn wrakingsverzoek de houding van mr. Stoové ter openbare terechtzitting van 30 januari 2015 ten grondslag en het feit dat mr. Stoové hem niet voor de eerste keer ziet.


4.3.

De eerste klacht van verzoeker gaat over de manier waarop hij door mr. Stoové is bejegend. Voor een dergelijke klacht is de wrakingsprocedure niet bedoeld. Verzoeker kan daarover desgewenst een klacht indienen. Concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat in deze bejegening partijdigheid van mr. Stoové tegen verzoeker besloten ligt of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, heeft verzoeker verder niet aangevoerd. Het verzoek moet op deze grond dan ook worden afgewezen.


4.4

De tweede klacht betreft het feit dat mr. Stoové al in een eerdere (straf-)zaak over verzoeker heeft beslist. Met verwijzing naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad [ECLI:NL:HR:2011:BU8280] overweegt de wrakingskamer dat de onpartijdigheid van de rechter niet reeds te lijden heeft door de omstandigheid dat die rechter eerder uitspraak heeft gedaan in een zaak waarin verzoeker partij was en daarbij in het ongelijk is gesteld. Uit de enkele omstandigheid dat mr. Stoové verzoeker in een eerdere strafzaak heeft veroordeeld, kan dan ook geen vooringenomenheid of partijdigheid worden afgeleid. Ook op deze grond moet het verzoek worden afgewezen.






5De beslissing


De wrakingskamer:


wijst het verzoek tot wraking af.



Deze beslissing is gegeven door de mrs. Zweers, Keuzenkamp en Taalman in tegenwoordigheid van de griffier en in openbaar uitgesproken op 11 maart 2015.




de griffier de voorzitter








Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.