Rechtbank Overijssel, 07-04-2015 / 08/731065-13


ECLI:NL:RBOVE:2015:1688

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een café-eigenaar en diens zoon. Verdachte heeft zijn ongenoegen over het feit dat hem werd verzocht het café te verlaten op zeer agressieve wijze laten blijken. Hij heeft de café-eigenaar en diens zoon een vuistslag in het gezicht gegeven, waardoor de zoon een gebroken jukbeen heeft opgelopen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 93 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een taakstraf van 90 uur.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-04-07
Publicatiedatum
2015-04-07
Zaaknummer
08/731065-13
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/731065-13

Datum vonnis: 7 april 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 30 september 2014 en 24 maart 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. van Veen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.D. Onland, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 23 november 2013 met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welk geweld zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2] heeft veroorzaakt dan wel dat hij met anderen die [slachtoffer 2] zwaar heeft mishandeld dan wel dat hij met anderen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld;

feit 2: op 23 november 2013 [slachtoffer 3] heeft bedreigd.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

hij op of omstreeks 23 november 2013,

in de gemeente Hengelo (O),

met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in

een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [café] aan het

[straat] aldaar, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een

persoon, genaamd [slachtoffer 1], en/of een persoon, genaamd [slachtoffer 2],

welk geweld bestond uit:

- het opzettelijk gewelddadig indringen op - en/of aanvallen van - en/of

duwen tegen - en/of trekken aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], en/of

- het opzettelijk gewelddadig slaan en/of stompen in het gezicht en/of tegen

het hoofd en/of (elders) tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], en/of

- het opzettelijk gewelddadig schoppen en/of trappen tegen de borst, althans

het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2],

waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, met de al dan

niet tot vuist gebalde hand in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft

gestompt en/of geslagen, welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk

letsel (een gebroken jukbeen en/of een gebroken oogkas), althans enig

lichamelijk letsel, voor die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat


hij op of omstreeks 23 november 2013,

in de gemeente Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

aan een persoon, genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een

gebroken jukbeen en/of een gebroken oogkas) heeft toegebracht,

door deze met de al dan niet tot vuist gebalde hand(en) (met kracht) in het

gezicht en/of tegen het hoofd te stompen en/of te slaan;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat


hij op of omstreeks 23 november 2013,

in de gemeente Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en/of een persoon,

genaamd [slachtoffer 1], met de al dan niet tot vuist gebalde hand (krachtig) in het

gezicht en/of tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen, en/of

opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [slachtoffer 2], en/of een persoon,

genaamd [slachtoffer 1], met de al dan niet geschoeide voet(en) tegen de borst,

althans het lichaam, heeft geschopt en/of getrapt,

tengevolge waarvan deze [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel (een gebroken

jukbeen en/of een gebroken oogkas), althans enig lichamelijk letsel, heeft

bekomen en/of pijn heeft ondervonden, en/of

tengevolge waarvan deze [slachtoffer 1] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;


2.

hij op of omstreeks 23 november 2013,

in de gemeente Hengelo (O),

een persoon, genaamd [slachtoffer 3], en/of het dochtertje van genoemde [slachtoffer 3]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden

toegevoegd: "Ik ga vanavond naar Boekelo en ik steek je dochtertje dood" en/of

"Ik kom nog wel terug, ik weet je nog wel te vinden, ik krijg je nog wel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.



3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de civiele vorderingen van

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toewijsbaar zijn tot een bedrag van € 575,00 respectievelijk

€ 1.000,00. De officier van justitie heeft daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de aangifte van

[slachtoffer 2] en de getuigenverklaringen van [slachtoffer 3], [getuige 1] en [getuige 2], het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard met inbegrip van de strafverzwarende omstandigheid van het zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2], nu de klap van verdachte bij die [slachtoffer 2] een gebroken jukbeen veroorzaakt heeft. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 2 wettig en overtuigend bewezen is, gelet op de aangifte van [slachtoffer 3] en de getuigeverklaringen van [getuige 3] en [getuige 4].


De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte van het hem tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, gelet op de ontkenning van verdachte. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met dien verstande dat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2]. Door het gebroken jukbeen is medisch ingrijpen weliswaar noodzakelijk geweest, maar uit het onderhavige dossier volgt niet dat het slachtoffer langer dan zes weken zijn werkzaamheden niet heeft kunnen uitvoeren. Op 12 december 2013 heeft een controle bij de kaakchirurg plaatsgevonden, maar van een vervolgbehandeling blijkt niet. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging subsidiair gesteld dat, als de woorden al door verdachte zouden zijn geuit, dat [slachtoffer 3] die woorden dan niet kan hebben gehoord gelet op de afstand tussen verdachte en die [slachtoffer 3].


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Op grond van de hierna opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.


Verdachte was op 23 november 2013 samen met zijn zoon [betrokkene 1] en diens vriend [betrokkene 2] in [café] aan het [straat] in Hengelo (O). De eigenaar, [slachtoffer 1], is naar verdachte gelopen om hem duidelijk te maken dat hij het café moest verlaten, aangezien zij daar niet welkom waren. Daar was verdachte het niet mee eens waarop verdachte en [slachtoffer 1] over en weer begonnen te duwen en te trekken, waarna ook [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zich met de ruzie begonnen te bemoeien en begonnen te duwen en te trekken. Vervolgens sloeg verdachte met zijn vuist [slachtoffer 1] op het rechteroog. [getuige 1], de echtgenote van [slachtoffer 1], probeerde de ruzie te sussen, hetgeen niet lukte, waarop zij ook in de ruzie betrokken werd. Vervolgens probeerde [slachtoffer 2] zijn moeder, zijnde voornoemde [getuige 1], te beschermen, waarna hij van verdachte een vuistslag in zijn gezicht kreeg. Op enig moment vroeg [slachtoffer 3] of zij de politie moest bellen, waarna verdachte tegen haar riep “ik ga vanavond naar Boekelo en ik steek je dochtertje dood”. Daarop hebben verdachte, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] het café verlaten. Ten gevolge van de vuistslag in zijn gezicht heeft [slachtoffer 2] een gebroken jukbeen opgelopen.


Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en aan bedreiging van [slachtoffer 3].

Voorts acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2]. Uit een letselbeschrijving van 23 november 2013, opgemaakt door

R. Prudhomme van Reine, chirurg bij de Ziekenhuis Groep Twente, blijkt dat [slachtoffer 2] zijn linker jukbeen heeft gebroken. De botbreuk is geopereerd en gefixeerd door middel van een plaatje en schroeven. Gelet op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is lichamelijk letsel als zwaar te beschouwen indien dit letsel naar normaal spraakgebruik voldoende ernstig is om als zodanig aangemerkt te worden. Gelet op het feit dat een operatie nodig is geweest en een plaatje en schroeven zijn geplaatst om de breuk te fixeren, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel.


5.3

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.

hij op 23 november 2013 in de gemeente Hengelo (O) met anderen in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [café] aan het [straat] aldaar, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit:

- het opzettelijk gewelddadig indringen op en aanvallen van en duwen tegen en trekken aan die [slachtoffer 1] en

- het opzettelijk gewelddadig slaan en/of stompen in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2],

waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 2] met de tot vuist gebalde hand tegen het hoofd heeft geslagen, welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel (een gebroken jukbeen) voor die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op 23 november 2013 in de gemeente Hengelo (O) [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik ga vanavond naar Boekelo en ik steek je dochtertje dood".


De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 141 en 285 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1 primair

het misdrijf: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad;


feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een café-eigenaar en diens zoon. Verdachte heeft zijn ongenoegen over het feit dat hem werd verzocht het café te verlaten op zeer agressieve wijze laten blijken. Hij heeft de café-eigenaar en diens zoon een vuistslag in het gezicht gegeven, waardoor de zoon een gebroken jukbeen heeft opgelopen. De rechtbank rekent verdachte dit gedrag aan. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijk geweld, of personen die hebben gezien dat dergelijk geweld werd uitgeoefend, lichamelijke en/of psychische gevolgen daarvan kunnen dragen. Daarnaast draagt openlijk geweld bij aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door te dreigen met het doden van het dochtertje van [slachtoffer 3]. Dergelijke bedreigingen kunnen leiden tot langdurige gevoelens van angst bij de slachtoffers.


De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf en de hoogte hiervan enerzijds rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, die tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) zijn voor de categorie openlijke geweldpleging begaan tegen personen oriëntatiepunten vastgesteld, waarbij onderscheid wordt gemaakt in de mate van lichamelijk letsel dat het geweld teweeg heeft gebracht. Bij het onderhavige feit is sprake van zwaar lichamelijk letsel, waarbij als uitgangspunt een gevangenisstraf van zes maanden wordt gehanteerd. Afgezet tegen de ernst van dit geval is de rechtbank van oordeel dat met een minder zware straf dan voornoemd uitgangspunt kan worden volstaan. De rechtbank zal dan ook de strafoplegging in soortgelijke zaken bij haar overwegingen betrekken.

Door het LOVS is daarnaast voor een verbale bedreiging als uitgangspunt een geldboete van € 250,- vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat dat uitgangspunt in deze zaak geen recht doet aan de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder die bedreiging is geuit, zodat de rechtbank voor dit feit eveneens de strafoplegging in soortgelijke zaken bij haar overwegingen zal betrekken.


De rechtbank heeft anderzijds bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan rekening gehouden met het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van

24 februari 2015, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven. In dat kader is het bepaalde in artikel 22b Sr van belang. Blijkens voornoemd uittreksel is aan verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de thans bewezenverklaarde en door hem begane feiten wegens een soortgelijk misdrijf een taakstraf opgelegd, namelijk op

26 mei 2011 ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte deze taakstraf ook heeft verricht. De oplegging van enkel een taakstraf behoort ingevolge het bepaalde in artikel 22b, tweede lid onder 1 en 2 Sr in onderhavige strafzaak niet (meer) tot de mogelijkheden.

De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de over verdachte opgemaakte rapportage van de reclassering van 31 januari 2014 en de toelichting die de reclasseringswerker, mevrouw Ter Wengel, daarop ter terechtzitting heeft gegeven. In dat verband heeft de rechtbank ten slotte rekening gehouden met het tijdsverloop in onderhavige zaak en het feit dat verdachte zich gedurende dat tijdsverloop goed aan de strikte schorsingsvoorwaarden heeft gehouden.


Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in combinatie met een gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zal een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk doen zijn om verdachte er in de toekomst van te weerhouden zich andermaal aan strafbare feiten schuldig te maken.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


Vordering [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 900,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.


Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - nieuw laken biljarttafel € 325,00
  • - immateriële schade € 575,00

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de immateriële schade voor toewijzing vatbaar is en dat de benadeelde partij wat betreft de materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat die schade geen rechtstreeks verband houdt met het bewezenverklaarde feit 1 primair.


De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij wat betreft de post “nieuw laken biljarttafel” niet-ontvankelijk moet worden verklaard, dan wel dat de vordering moet worden afgewezen, omdat die schade geen rechtstreeks verband houdt met het ten laste gelegde onder 1. De post immateriële schade dient te worden gematigd tot een bedrag van maximaal € 300,00.


De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade heeft geleden en dat de vordering ter zake van die schade zich naar maatstaven van billijkheid leent voor toewijzing tot een bedrag van € 300,00. De rechtbank is van oordeel dat de post “nieuw laken biljarttafel” geen schade is die redelijkerwijs kan worden toegerekend aan het bewezenverklaarde feit 1 primair, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank zal het gevorderde dan ook toewijzen tot een bedrag van € 300,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.


Vordering [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.677,55 (tweeduizend zeshonderdzevenenzeventig euro en vijfenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - reiskosten café-ziekenhuis € 1,04
  • - reiskosten [woonplaats]-ziekenhuis € 1,51
  • - immateriële schade € 2.675,00

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade voor toewijzing vatbaar is en dat de immateriële schade toewijsbaar is met dien verstande dat deze dient te worden gematigd tot een bedrag van € 1.000,00.


De verdediging heeft zich wat betreft de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wat betreft de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat die post toewijsbaar is tot een bedrag van € 500,00.


De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden en dat de vordering ter zake van die schade zich naar maatstaven van billijkheid leent voor toewijzing tot een bedrag van € 1.002,55. De rechtbank zal het gevorderde dan ook tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij telkens de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 primair is toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 27 en 57 Sr.

11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1 primair

het misdrijf: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad;

feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 93 (drieënnegentig) dagen, waarvan 90 (negentig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
  • - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 90 (negentig) uren;
  • - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 45 (vijfenveertig) dagen;

schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 300,00 (driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 november 2013, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 300,00 (driehonderd euro) ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 6 (zes) dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 600,00 (zeshonderd euro) niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 1.002,55 (duizend en twee euro en vijfenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 november 2013, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.002,55 (duizend en twee euro en vijfenvijftig eurocent), ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 (twintig) dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 1.675,00 (duizend zeshonderdvijfenzeventig euro) niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.



Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en

mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2015.

Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer 2013121531. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 24 november 2013, pagina 12, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

Op zaterdag 23 november 2013 omstreeks 22.15 uur bevond ik mij in mijn café, genaamd [café], gevestigd aan het [adres] te Hengelo. Op een gegeven moment zie ik [verdachte] en zijn zoon [betrokkene 1] het café binnen komen. Kort hierop komt [betrokkene 2] ook het café binnen lopen. Ik ben toen in de richting van [verdachte] gelopen en heb hem duidelijk gemaakt dat hij het café moest verlaten en dat hij geen bier kreeg van mij. [verdachte] nam meteen een agressieve houding aan en deed zijn jas uit. Hij zei tegen mij dat hij dit niet accepteerde en hij het met mij wilde uitvechten. Ik zag dat mijn vrouw er ook bij kwam staan om te proberen de heren het café uit te praten. Ook mijn zoon [slachtoffer 2] kwam erbij. Het praten liep op niets uit en langzamerhand ontstond er een handgemeen. Op een gegeven moment kreeg ik een harde klap op mijn rechter oog.


2. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 24 november 2013, pagina 15, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

Op zaterdag 23 november 2013 omstreeks 22.15 uur zat ik in het café van mijn ouders, [café], aan het [adres] te Hengelo. Ik zag dat er 3 personen binnenkwamen. Dit waren [verdachte], [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Ik zag dat mijn moeder ruzie kreeg met deze personen en ik ben toen voor mijn moeder gaan staan zodat zij mijn moeder niets aan konden doen. Ik zag dat [verdachte] met zijn rechter gebalde vuist op mijn linker slaap sloeg. Ik voelde meteen een hevige pijn. Ik voel de pijn nu nog steeds.


3. De medische verklaring betreffende [slachtoffer 2] van 23 november 2013, opgemaakt door R. Prudhomme van Reine, chirurg bij ZGT locatie Hengelo, pagina 17, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Diagnose (hoofdbehandelaar):

zygoma fractuur links


4. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 24 november 2013, pagina’s 18 en 19, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

Op zaterdag 23 november 2013 omstreeks 22.15 uur zat ik in het café van mijn ouders, [café], aan het [adres] te Hengelo. Ik zag dat [verdachte], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] het café binnenkwamen. Ik zag dat mijn vader naar [verdachte] toe liep om hem de deur te wijzen. Ik zag dat [verdachte] en [betrokkene 1] op een gegeven moment begonnen te duwen en trekken met mijn vader. Daarna zag ik dat [verdachte] met zijn rechter gebalde vuist mijn vader op zijn rechteroog sloeg. Ik ben toen achter de bar van het café gaan staan. Ik zag dat mijn broer [slachtoffer 2] voor mijn moeder ging staan omdat ook zij betrokken raakte bij de ruzie. Ik zag dat [verdachte] vervolgens mijn broer [slachtoffer 2] met zijn rechter gebalde vuist tegen zijn hoofd sloeg. Ik vroeg toen aan mijn moeder of ik de politie moest bellen. Op dat moment riep [verdachte] naar mij: "Ik ga vanavond nog naar Boekelo en ik steek je dochtertje dood".

5. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 26 november 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van die getuige:

Een moment later zag ik twee manspersonen het café binnen lopen. Ik hoorde dat er een discussie ontstond over het wel of niet geven van drank aan de twee klanten. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] aan de twee gasten mededeelde dat ze niet welkom in het café waren en dat ze geen drank bij [slachtoffer 1] in het café kregen. Ik zag tijdens deze discussie dat er over en weer geduwd werd tussen [slachtoffer 1] en de twee manspersonen. Ik zag dat de manspersonen begonnen en dat ze riepen dat ze drank wilden hebben. De ene bleek [verdachte] te zijn. De andere bleek [betrokkene 1] te zijn. Toen kwam er een derde persoon op een gegeven moment bij. Dat bleek [betrokkene 2] te zijn. Toen begonnen ze alle drie te duwen en te trekken wederom in het café in de richting van [slachtoffer 1]. Dit gebeurde in het hoekje bij de kachel naast het biljart. Ik zag dat dit duwen wel hevig ging en met enige kracht. Ik zag dat [verdachte] en [betrokkene 2] voornamelijk aan het duwen waren. Op dat moment zag ik dat [verdachte] met een vuist in het gezicht van [slachtoffer 1] sloeg. Dit was op het rechter oog van [slachtoffer 1]. Toen wilde [verdachte] [getuige 1] slaan en op dat moment kwam [slachtoffer 2] er

tussen staan om [getuige 1] te beschermen. Toen kreeg [slachtoffer 2] een vuistslag in zijn gezicht van [verdachte]. [verdachte] sloeg met zijn rechterhand tegen het gezicht van [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] werd rond zijn oog geraakt. Ik hoorde na of ten tijde van deze klap gekraak. [slachtoffer 3] stond achter de bar en die zei dat ze de politie ging bellen. [verdachte] zei toen tegen [slachtoffer 3] als je dat doet dan rij ik naar Boekelo om je kind neer te steken!


6. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] van 25 november 2013, pagina’s 60 en 61, voor zover inhoudende, zakelijk weergeven, als verklaring van die getuige:

Op zaterdag 23 november 2013 zat ik aan de bar in de kroeg [café]. Op een gegeven moment gaat de deur van de kroeg open. Ik zag een wat oudere kale man. Ik heb van horen zeggen dat dat [verdachte] was. [verdachte] riep gelijk toen hij binnen was dat hij bier wilde hebben. Ik zag gelijk dat de eigenaar van de kroeg, [slachtoffer 1] tegen deze [verdachte] zie "je krijgt geen bier, je bent hier niet welkom, ik wil dat je het pand verlaat". Ik zag toen, dat [betrokkene 1], ook de zaak binnen kwam gelopen. Op een gegeven moment zie ik dat [slachtoffer 1] en [verdachte] over en weer aan het duwen zijn. Ik zag dat ze elkaar tegen de borst duwden. Ik weet nog goed dat [betrokkene 1] vlak naast zijn vader stond. Ik zag dat de gehele groep, [slachtoffer 1], [getuige 1], [slachtoffer 2], [verdachte] en [betrokkene 1] aan het duwen en trekken waren.

Ik weet niet of [verdachte] of [betrokkene 1] de eerste klap had uitgedeeld, maar een van deze twee had de eerste klap uitgedeeld. Ik weet wel zeker dat zowel [verdachte] als [betrokkene 1] met volle kracht vuistslagen plaatsten tegen het lichaam van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Ik kon goed zien zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] meerdere keren tegen het hoofd werden geslagen en tegen het lichaam. Ik zag dat op een gegeven moment [slachtoffer 1] zo hard werd geraakt, dat hij naar achteren viel. Ik zag toen dat die [slachtoffer 2] er tussen kwam staan, nadat [getuige 1] door

[verdachte] of door [betrokkene 1] was weggedrukt en een klap in het gezicht kreeg. Hierna vertrokken ze alle drie.