Rechtbank Overijssel, 16-04-2015 / 08/730567-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:1945

Inhoudsindicatie
De rechtbank Overijssel veroordeelt drie minderjarige jongens uit Enschede wegens hun aandeel in een vechtpartij in het centrum van hun woonplaats. De hoogste straf is voor een 15-jarige jongen uit Enschede, die het meeste geweld gebruikte van de drie. De rechtbank veroordeelt hem wegens dubbele poging tot doodslag tot tweeënnegentig dagen jeugddetentie waarvan negentig dagen voorwaardelijk plus een taakstraf van honderdtwintig uur. De andere twee verdachten, 15 en 14 jaar oud, krijgen straf wegens respectievelijk zware mishandeling en openlijke geweldpleging. De rechtbank veroordeelt deze 15-jarige tot 32 dagen jeugddetentie waarvan 30 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 90 uur. De 14-jarige verdachte moet een taakstraf van 24 uur uitvoeren. De zaak tegen een vierde, 16-jarige verdachte wordt op een later moment behandeld.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-04-16
Publicatiedatum
2015-04-16
Zaaknummer
08/730567-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/730567-14

Datum vonnis: 16 april 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte 2],

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van 2 april 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.P. Dronkers en van hetgeen door verdachte en diens raadsvrouw mr. M.S. Flokstra, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: heeft geprobeerd samen met anderen [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) te doden, dan wel heeft geprobeerd die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen die [slachtoffer 1] of samen met anderen die [slachtoffer 1] heeft mishandeld;


feit 2: heeft geprobeerd samen met anderen [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) te doden, dan wel die [slachtoffer 2] samen met anderen zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, heeft geprobeerd die [slachtoffer 2] samen met anderen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen of samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen die [slachtoffer 2].


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.

hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 1] meermalen althans eenmaal (telkens) (zeer) (gewelddadig en/of krachtig) met (een van) zijn/hun al dan niet tot vuisten gebalde handen in/op/tegen de/een (rechter)oogkas en/of in het gezicht althans tegen het hoofd heeft gestompt/geslagen en/of (terwijl die [slachtoffer 1] al dan niet op de grond lag) in/op/tegen het hoofd en/althans het gezicht

en/of/althans (elders) in/op/tegen het lichaam heeft geschopt of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat


hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 1] meermalen althans eenmaal (telkens) (zeer) (gewelddadig en/of

krachtig) met (een van) zijn/hun al dan niet tot vuisten gebalde handen in/op/tegen de/een (rechter)oogkas en/of in het gezicht althans tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of (terwijl die [slachtoffer 1] al dan niet op de grond lag) in/op/tegen het hoofd en/althans het gezicht en/of/althans (elders) in/op/tegen het lichaam heeft geschopt of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat


hij op of omstreeks 17 oktober 2014, in de gemeente Enschede, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Kalanderstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) persoon genaamd [slachtoffer 1] welk geweld bestond uit het opzettelijk geweldadig indringen op en/of aanvallen van die persoon en/of schreeuwen en/of schelden naar die [slachtoffer 1] en/of uit het opzettelijk (zeer) (krachtig en/of gewelddadig) schoppen en/althans trappen van/tegen het hoofd en/althans in/op/tegen het gezicht en/althans (elders) in/op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of uit het opzettelijk gewelddadig slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1], waarbij hij, verdachte (met kracht) tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestompt en/of getrapt/geschopt en welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (oogletsel en/of blauwe plekken en/of wonden op het

lichaam) voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat


hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 1] heeft mishandeld door genoemde [slachtoffer 1] meermalen althans eenmaal (telkens) in/op/tegen het gezicht althans tegen het hoofd en/althans (elders) tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of genoemde [slachtoffer 1] tegen het hoofd en/of/althans (elders) tegen het lichaam te schoppen

en/of te trappen;


2.

hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven,

- die [slachtoffer 2] (terwijl die [slachtoffer 2] al dan niet op de grond lag) meermalen althans eenmaal (telkens) (zeer) (gewelddadig en/of krachtig) in/op/tegen het hoofd en/althans het gezicht en/althans het/een (linker)oog en/althans (elders) in/op/tegen het lichaam heeft geschopt of getrapt en/of die [slachtoffer 2] meermalen althans eenmaal (telkens) tegen het hoofd en/of/althans (elders) tegen het lichaam heeft gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;



ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat


hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, (te weten een gebroken oogkas en/of oogletsel), heeft toegebracht, door deze meermalen althans eenmaal (telkens) (met kracht) tegen het hoofd en/of in het gezicht te schoppen en/of te trappen en/of tegen het hoofd te stompen;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat


hij op of omstreeks 17 oktober 2014 te Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 2] meermalen althans eenmaal (telkens) (zeer) (gewelddadig en/of krachtig) met (een van) zijn/hun al dan niet tot vuisten gebalde handen in/op/tegen de/een (rechter)oogkas en/of in het gezicht althans tegen het hoofd en/of/althans tegen het lichaam heeft/hebben gestompt/geslagen en/of (terwijl die [slachtoffer 2] al dan niet op de grond lag) in/op/tegen het hoofd en/althans het gezicht en/althans (elders) in/op/tegen het lichaam

heeft/hebben geschopt of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat


hij op of omstreeks 17 oktober 2014, in de gemeente Enschede, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Kalanderstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 2]

welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig indringen op en/of aanvallen van die persoon en/of schreeuwen en/of schelden naar die [slachtoffer 2] en/of uit het opzettelijk (zeer) (krachtig en/of gewelddadig) schoppen en/althans trappen van/tegen het hoofd en/althans in/op/tegen het gezicht en/althans (elders) in/op/tegen het lichaam van die persoon en/of uit het opzettelijk gewelddadig slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 2], waarbij hij, verdachte, genoemde [slachtoffer 2] (met

kracht) tegen het hoofd en/of/althans tegen het lichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of gestompt, en welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel (gebroken oogkas) althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het onder 1 primair en subsidiair en voor het onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde wordt vrijgesproken.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte ter zake tweemaal een openlijke geweldpleging wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van negen dagen, waarvan zeven dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht en een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen jeugddetentie.

De officier van justitie heeft daarnaast hoofdelijke toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 3.328,00 en [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 2.200,00, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5. De beoordeling van het bewijs


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 meer subsidiair en de onder 2 nog meer subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldplegingen wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Uit de bewijsmiddelen – met name de aangiftes, de camerabeelden, de verklaringen van de getuigen en de verklaringen van verdachten – is naar het oordeel van de officier van justitie af te leiden dat verdachte op de openbare weg geweld heeft gepleegd tegen aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Verdachte heeft een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld.


Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken nu onvoldoende vaststaat dat verdachte aangever [slachtoffer 1] tegen het hoofd heeft getrapt en geslagen. Er kan niet zonder meer worden aangenomen dat een aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer 1] bestond en dat verdachte die kans heeft aanvaard, aldus de raadsvrouw.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] een klap heeft gegeven voordat de opnamen van de vechtpartij beginnen. Verdachte heeft echter geen deel uitgemaakt van het uitgeoefende geweld op aangever [slachtoffer 2] door medeverdachten [verdachte 1] en [verdachte 4], waardoor bij [slachtoffer 2] het letsel is ontstaan, aldus de raadsvrouw.

De verdediging heeft bepleit dat de onder 1 meer subsidiair en onder 2 nog meer subsidiair tenlastegelegde openlijk geweldplegingen wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Verdachte heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij op 17 oktober 2014 samen met [verdachte 1] (hierna: [verdachte 1]), [verdachte 4] (hierna: [verdachte 4]) en [verdachte 3] (hierna: [verdachte 3]) op de Kalanderstraat in Enschede heeft gefietst. Aldaar zijn zij in botsing gekomen met twee mannen: een lange man (naar later bleek aangever [slachtoffer 2]) en een kleine man (naar later bleek aangever [slachtoffer 1]). Aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn gestopt en zijn op verdachte en medeverdachten [verdachte 4], [verdachte 1] en [verdachte 3] afgelopen.

Ook de medeverdachten [verdachte 4], [verdachte 1] en [verdachte 3] hebben dit verklaard.


Getuige [getuige 1] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij zag dat er een heftige woordenwisseling gaande was tussen twee mannen en vier jongens. Getuige [getuige 1] vond de woordenwisseling zodanig heftig dat hij is gaan filmen met zijn smartphone. Op de camerabeelden is te zien wat zich toen heeft afgespeeld. Op de beelden zijn behalve beide aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], een jongen in een grijze joggingbroek, zwarte jas/vest met capuchon en zwarte sportschoenen, een jongen met zwarte spijkerbroek, zwart jas/vest met capuchon en zwarte schoenen, een jongen met een grijze joggingbroek, grijs vest met zwarte vlakken bij de schouders en zwarte schoenen en een jongen met zwarte broek, zwarte jas en lichtkleurige schoenen te zien.

Verdachte heeft verklaard dat hij de jongen is in een grijze joggingbroek, grijs vest met zwarte vlakken bij de schouders en zwarte schoenen. Medeverdachte [verdachte 3] heeft verklaard dat hij de jongen is met een zwarte broek, zwarte jas en lichtkleurige schoenen, dat medeverdachte [verdachte 4] de jongen is met de zwarte spijkerbroek, zwarte jas/vest met capuchon en zwarte schoenen, en dat medeverdachte [verdachte 1] de jongen is met een grijze joggingbroek met zwarte jas/vest met capuchon en zwarte sportschoenen.

De camerabeelden - die deel uitmaken van het dossier - zijn ter terechtzitting bekeken in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsvrouw en de officier van justitie. De officier van justitie en de raadsvrouw alsook de rechters hebben zich omtrent de waarneming van de beelden uitgelaten. Ook verdachte heeft hiertoe gelegenheid gehad. In het dossier bevindt zich voorts een proces-verbaal van bevindingen waarin een verbalisant een zogenaamde beeld-voor-beeld-weergave heeft beschreven.


De rechtbank stelt vast dat op de beelden die getuige [getuige 1] voorafgaand aan de vechtpartij heeft gemaakt het volgende te zien is.


Op de beelden is te zien dat aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bij verdachte en zijn medeverdachten [verdachte 4], [verdachte 1] en [verdachte 3] staan. Er is een woordenwisseling gaande tussen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] enerzijds en verdachte en medeverdachte [verdachte 1] anderzijds. Medeverdachten [verdachte 4] en [verdachte 3] hebben een telefoon in hun handen en bemoeien zich niet met de woordenwisseling. Vervolgens lopen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] uit beeld. Verdachte en medeverdachte [verdachte 1] lopen achter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aan. Even later lopen ook medeverdachten [verdachte 3] en [verdachte 4] achter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aan.


Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat de beide mannen de jongens de rug toedraaiden en weg liepen. Als verdachte en [verdachte 1], en vervolgens [verdachte 3] en [verdachte 4] achter aangevers aanlopen, zoeken zij naar het oordeel van de rechtbank de confrontatie.


Verdachte heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij zag dat [slachtoffer 2] op medeverdachte [verdachte 1] af kwam lopen en dat hij hierop [slachtoffer 2] heeft geslagen op de kaak. Verdachte verklaart verder dat hij weet dat aangever [slachtoffer 2] op de grond is gevallen, maar dat hij niet weet of dat door zijn klap is gekomen. [slachtoffer 2] is knock-out gegaan.


Medeverdachte [verdachte 1] heeft – zakelijk weergegeven - verklaard dat [slachtoffer 2] naar hem uithaalde. [verdachte 1] heeft de klap kunnen ontwijken. Vervolgens heeft een van hen [slachtoffer 2] een klap gegeven. Toen is het uitgelopen op vechten.


Medeverdachte [verdachte 4] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij met de telefoon van [verdachte 3] zijn oudere broer heeft gebeld en tegen zijn broer heeft gezegd dat er twee junkies voor hem stonden in de stad en dat zij op de vuist wilden. [verdachte 4] zag dat aangever [slachtoffer 1] een slaande beweging maakte richting verdachte en medeverdachte [verdachte 1]. [verdachte 4] heeft vervolgens [slachtoffer 2] met de vuist tegen de zijkant van het hoofd geslagen, dit was op ooghoogte. Getuige [getuige 2] merkt hierover op dat jongen 1 (dat zou medeverdachte [verdachte 1] zijn, maar de rechtbank meent dat het [verdachte 4] betreft) de man met zijn rechterhand, met gebalde vuist op de zijkant van het hoofd sloeg. De vuist kwam vol in (lees: op) de slaap van de man terecht.


Medeverdachte [verdachte 3] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat [verdachte 4] zijn broer heeft gebeld met de mobiel van [verdachte 3]. [verdachte 3] hoorde [verdachte 4] tegen zijn broer zeggen “Er staan hier twee junkies voor ons en die willen met ons vechten”. Beide mannen werden boos omdat [verdachte 4] hen uitmaakte voor junkies. Aangever [slachtoffer 2] heeft [verdachte 4] geduwd.


Getuige [getuige 3] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat niet op de beelden te zien is dat [verdachte 2] ([verdachte 2]) [slachtoffer 2] neerhaalde. Verdachte had de man om de nek vast en werkte hem tegen de grond. Vervolgens kwamen de anderen en die trapten die man tegen zijn rug en achterhoofd en gezicht. [getuige 3] zag toen dat verdachte ook de andere man vloerde.


Getuige [getuige 1] heeft - zakelijk weergegeven – over de vechtpartij verklaard dat hij zag dat aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] werden aangevallen door verdachte en zijn medeverdachten [verdachte 4], [verdachte 1] en [verdachte 3]. Hij heeft gezien dat aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] terwijl zij al op de grond lagen respectievelijk zaten werden geslagen en getrapt. Volgens de getuige werd door twee jongens met geschoeide voet met volle snelheid en kracht op de op de grond liggende man (aangever [slachtoffer 2]) ingetrapt. De man werd vol met geschoeide voet op het hoofd geraakt. De getuige heeft van dit gebeuren met zijn smartphone opnamen gemaakt. Op de camerabeelden is te zien wat zich toen heeft afgespeeld.

De camerabeelden - die deel uitmaken van het dossier - zijn ter terechtzitting bekeken in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsvrouw en de officier van justitie. De officier van justitie en de raadsvrouw, alsook de rechters hebben zich omtrent de waarneming van de beelden uitgelaten. Ook verdachte heeft hiertoe gelegenheid gehad. In het dossier bevindt zich voorts per verdachte een proces-verbaal van bevindingen waarin een verbalisant een zogenaamd beeld-voor-beeld-weergave heeft beschreven.


De rechtbank stelt vast dat op de beelden die getuige [getuige 1] met betrekking tot de vechtpartij heeft gemaakt het volgende te zien is.


Op de beelden is te zien dat [slachtoffer 2] languit op de grond ligt en dat [slachtoffer 1] met zijn knieën op de grond zit. Medeverdachten [verdachte 1] en [verdachte 3] staan bij [slachtoffer 1]. Verdachte en medeverdachte [verdachte 4] rennen van [slachtoffer 2] naar [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] pakt medeverdachte [verdachte 3] bij zijn benen vast en [verdachte 3] komt ten val. Verdachte slaat [slachtoffer 1] vervolgens drie keer met de vuist op zijn lichaam en op zijn hoofd. Medeverdachte [verdachte 1] geeft [slachtoffer 1] met geschoeide voet een trap. Vervolgens rennen medeverdachten [verdachte 1] en [verdachte 4] samen naar [slachtoffer 2], die nog steeds op de grond ligt met de rug naar hen, toe. Medeverdachte [verdachte 1] rent naar de voorzijde van [slachtoffer 2] en trapt [slachtoffer 2] twee keer met geschoeide voet tegen het hoofd. Medeverdachte [verdachte 4] maakt al rennend een trappende beweging en trapt met geschoeide voet tegen de rug van [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] blijft stil op de grond liggen en beweegt niet. Medeverdachten [verdachte 1] en [verdachte 4] draaien zich om en rennen weer richting [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] zit op dat moment nog steeds met zijn knieën op de grond en pakt verdachte vast. Verdachte komt ten val. Medeverdachte [verdachte 3] loopt om het gevecht heen. Medeverdachte [verdachte 4] trapt met geschoeide voet [slachtoffer 1] ter hoogte van zijn middel en trapt vervolgens met een low kick [slachtoffer 1] ter hoogte van zijn borstkas. Medeverdachte [verdachte 1] trapt [slachtoffer 1] met geschoeide voet op het bovenlichaam. Medeverdachte [verdachte 4] rent terug naar [slachtoffer 2], die nog steeds op de grond ligt. Wat er gebeurt is niet te zien op de beelden, maar direct hierna is te zien dat [slachtoffer 2] op zijn rug ligt en dat zijn handen naar beneden vallen op zijn lichaam. Meteen daarop rent medeverdachte [verdachte 4] terug naar [slachtoffer 1] en trapt [slachtoffer 1] nogmaals. Medeverdachte [verdachte 1] pakt [slachtoffer 1] vast en geeft hem nogmaals een trap op de onderzijde van het bovenlichaam. Direct daarna slaat medeverdachte [verdachte 1] [slachtoffer 1] tweemaal op zijn hoofd. Vervolgens trapt medeverdachte [verdachte 1] [slachtoffer 1] nogmaals tegen het hoofd. [slachtoffer 1] belandt hierdoor languit op zijn rug op de grond en heft hierbij zijn handen omhoog om zijn gezicht te beschermen. Medeverdachte [verdachte 4] slaat [slachtoffer 1] op het achterhoofd en trapt [slachtoffer 1] daarna, terwijl hij omhoog probeert te komen, tegen het bovenlichaam. Vervolgens lopen verdachte en zijn medeverdachten [verdachte 4], [verdachte 3] en [verdachte 1] weg. Op de beelden is te zien dat [slachtoffer 1] overeind komt en dat [slachtoffer 2] stil op de grond blijft liggen en dat omstanders om hem heen staan en zich over hem ontfermen.


Getuige [getuige 2] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat het slaan en schoppen van de man (aangever [slachtoffer 2]) met veel kracht gebeurde. [slachtoffer 2] werd met veel kracht geschopt aan de rechterzijde van zijn hoofd ter hoogte van zijn slaap. De getuige zag dat [slachtoffer 2] achterover viel en levenloos bleef liggen. De getuige is naar [slachtoffer 2] toegelopen omdat hij bang was dat de man het niet zou overleven als hij nog een schop zou krijgen.


De getuige [getuige 4] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat de jongen met de zwarte trui (de rechtbank leest hier: [verdachte 4]) naar de man op de grond, aangever [slachtoffer 2], rende en hem toen voluit tegen zijn hoofd schopte.


De getuige [getuige 5] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat de lange man, [slachtoffer 2], op de grond viel. De getuige zag dat dat één van de jongens de man schopte in zijn ribben. Het leek op een beweging alsof hij een voetbal hard wegtrapte. De lange man werd meerdere keren met kracht geschopt. De getuige heeft op een gegeven moment niet meer gekeken, nu het er zeer akelig uit zag, het was erg heftig allemaal.


[slachtoffer 2] is vervolgens met de ambulance naar het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente gebracht. Daar is blijkens de medische informatie geconstateerd dat hij een gebroken oogkas, een gebroken bovenkaakholte en licht traumatisch hersenletsel heeft opgelopen.


[slachtoffer 1] heeft blijkens de medische informatie een zware ribbencontusie en beschadigde urinewegen.


Verdachte heeft verklaard dat hij het erg spijtig vindt wat er is gebeurd en dat de ruzie volledig uit de hand is gelopen. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] heeft geslagen op zijn kaak met de muis van zijn rechterhand. Verdachte heeft verder verklaard dat hij [slachtoffer 1] drie keer heeft geslagen.


feit 1 ten aanzien van [slachtoffer 1]

De rechtbank is evenals de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot doodslag.


De rechtbank is van oordeel dat de handelwijze van verdachte is te kwalificeren als een poging tot zware mishandeling. Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat verdachte [slachtoffer 1] meermalen heeft geslagen waaronder op het hoofd. Het met kracht slaan tegen het hoofd brengt naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans met zich dat iemand daardoor zwaar lichamelijk letsel oploopt. Door aldus te handelen heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Deze geweldshandelingen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust heeft aanvaard. De rechtbank acht het onder 1 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.


feit 2 ten aanzien van [slachtoffer 2]

De rechtbank is evenals de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot doodslag.


De rechtbank is van oordeel dat de handelwijze van verdachte is te kwalificeren als zware mishandeling. Dat de gedragingen van zijn medeverdachten zijn te kwalificeren als andere geweldsdelicten dan zware mishandeling doet daar niet aan af. Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat [slachtoffer 2] meermalen tegen het hoofd en lichaam is geslagen en geschopt. Verdachte heeft in dat geweld een substantiële bijdrage geleverd. Uit onderzoek is gebleken dat [slachtoffer 2] een gebroken oogkas en een gebroken kaakholte heeft opgelopen. Dit letsel is naar het algemeen spraakgebruik te beschouwen als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank zal dit ook als zodanig kwalificeren. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.




Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat voor medeplegen een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachten vereist is. Die samenwerking dient gericht te zijn op de totstandkoming van het strafbare feit. Aan de totstandkoming van dit feit dient de medepleger substantieel bij te dragen om als zodanig te kunnen worden aangemerkt. Niet nodig is dat de rollen van verdachten vóór het plegen van het delict in overleg worden verdeeld, bijvoorbeeld door het maken van een plan. Ook op het moment van het plegen van het feit kan een bewuste samenwerking ontstaan. Voldoende is een wederzijds begrijpen, ook zonder woorden, een op het moment van de handeling weten samen te werken tot hetzelfde resultaat. Niet vereist is dat alle medeplegers uitvoeringshandelingen verrichten. Wel dient de samenwerking tussen hen intensief te zijn, om medeplegen te onderscheiden van medeplichtigheid. In het algemeen zijn de medeplegers ‘lijfelijk’ aanwezig op de plaats waar het strafbare feit gepleegd wordt, maar dat hoeft niet. Evenmin is nodig dat de medeplegers een vaste rolverdeling hebben. Het kan van toevallige omstandigheden afhangen wie welke handelingen verricht. Ook kan er sprake zijn van medeplegen wanneer een verdachte zich niet heeft gedistantieerd van de gedragingen van één of meer mededaders, hoewel daartoe wel de mogelijkheid bestond.


Verdachte en zijn medeverdachten hebben verklaard dat zij al in de middag van 17 oktober 2014 in elkaars nabijheid verkeerden. Verdachte en zijn medeverdachten fietsen gezamenlijk op de Kalanderstraat in Enschede en komen aldaar in botsing met aangevers [slachtoffer 2] en

[slachtoffer 1]. Medeverdachte [verdachte 4] keert zijn fiets en loopt op aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] af. Er ontstaat een woordenwisseling tussen aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] enerzijds en verdachte en zijn medeverdachten anderzijds. Medeverdachte [verdachte 4] belt met de mobiel van medeverdachte [verdachte 3] zijn broer en zegt dat er twee junkies voor hem staan in de stad en dat zij willen vechten. Verdachte en zijn medeverdachten lopen achter aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan. Aangever [slachtoffer 1] wordt boos als hij het woord junkies hoort en maakt een slaande beweging naar medeverdachte [verdachte 1]. [verdachte 4] ziet dit en slaat [slachtoffer 2] met opzet en met kracht op ooghoogte op het hoofd. Verdachte slaat aangever [slachtoffer 2] eveneens en haalt hem neer. Vervolgens lopen verdachte en medeverdachte [verdachte 4] naar aangever [slachtoffer 1]. Verdachte haalt aangever [slachtoffer 1] eveneens neer. Uit de beelden is gebleken dat medeverdachten [verdachte 4] en [verdachte 1] samen terug lopen naar aangever [slachtoffer 2] en hem tegen het hoofd en lichaam trappen. Vervolgens wordt aangever [slachtoffer 1] door verdachte en zijn medeverdachten geslagen en geschopt. Verdachte slaat aangever [slachtoffer 1] drie keer met de vuist op het lichaam en op zijn hoofd.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben gezamenlijk geweld uitgeoefend op aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Vervolgens zijn verdachte en zijn medeverdachten samen op de fiets weggegaan.

Gelet op dit gezamenlijk optreden is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de geweldsmomenten jegens [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en derhalve van medeplegen.

Gelet op hetgeen hiervoor omtrent het handelen van verdachte en zijn medeverdachten en het voorwaardelijk opzet is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer van zijn medeverdachten, de ten laste gelegde poging tot zware mishandeling en zware mishandeling heeft gepleegd.


5.3

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en onder 2 primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat verdachte het onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.

hij op 17 oktober 2014 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 1] meermalen (gewelddadig en/of krachtig) met al dan niet tot vuisten gebalde handen tegen de (rechter)oogkas en/of tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en (terwijl die [slachtoffer 1] al dan niet op de grond lag) tegen het hoofd en (elders) tegen het lichaam heeft geschopt of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


2.

hij op 17 oktober 2014 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, (te weten een gebroken oogkas en/of oogletsel), heeft toegebracht, door deze meermalen (met kracht) tegen het hoofd te schoppen en/of te trappen en tegen het hoofd te stompen.


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde onder 1 subsidiair is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Het bewezenverklaarde onder 2 subsidiair is strafbaar gesteld bij de artikelen 47 en 302 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: medeplegen van poging tot zware mishandeling;


feit 2

het misdrijf: medeplegen van zware mishandeling.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan medeplegen van poging tot zware mishandeling van het slachtoffer [slachtoffer 1] en medeplegen van zware mishandeling van het slachtoffer [slachtoffer 2]. Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] diverse malen geschopt en geslagen tegen het hoofd en het lichaam.

Op de camerabeelden is te zien dat het slachtoffer [slachtoffer 2], terwijl hij weerloos op de grond ligt, diverse trappen krijgt tegen zijn hoofd en lichaam. Ook het slachtoffer [slachtoffer 1] krijgt diverse trappen en wordt meermalen geslagen terwijl hij al zittend op de grond probeert zijn gezicht te beschermen tegen het slaan en trappen. De rechtbank heeft geconstateerd dat de beelden schokkend zijn. Verschillende omstanders hebben tegenover de politie verklaard dat het akelig was om te zien, zeer heftig en extreem. Getuige [getuige 2] meende zelfs dat de man (aangever [slachtoffer 2]) er zo erg aan toe was dat hij het niet zou overleven als hij nog een schop kreeg. De rechtsorde is hierdoor duidelijk geschokt.


Beide slachtoffer hebben geen enkele kans gehad zich tegen dit geweld te verweren. Na het plegen van het geweld hebben verdachte en zijn medeverdachten het slachtoffer [slachtoffer 2]

- bewusteloos liggend op straat - achtergelaten.


De rechtbank heeft in ogenschouw genomen dat er in de aanloop naar de vechtpartij een woordenwisseling is geweest en de aangevers zich ook verbaal agressief hebben uitgelaten en (een medeverdachte) hebben geduwd. Dit is echter geen enkele rechtvaardiging om vervolgens, nadat aangevers weg liepen, de gewelddadige confrontatie aan te gaan. Het dient verdachte en zijn medeverdachten ernstig te worden aangerekend dat zij zich zeer agressief hebben gedragen tegenover beide slachtoffers. Verdachte en zijn medeverdachten mogen zich gelukkig prijzen dat beide slachtoffers niet nog veel ernstiger gewond zijn geraakt of het leven hebben gelaten; wel had [slachtoffer 2] een gebroken oogkas en bovenkaakholte en had [slachtoffer 1] een zware ribbenkneuzing en beschadigde urinewegen. Blijkens de verklaring van de medewerker van Slachtofferzorg heeft [slachtoffer 1] tot op heden nog last van bloed in de urine en heeft [slachtoffer 2] nog immer last van vochtophopingen rond zijn oog.


Verdachte en zijn medeverdachten hebben met hun handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Verdachte en zijn medeverdachten hebben geen rekening gehouden met de ernstige gevolgen die hun handelen teweeg kan brengen en de gevoelens van schrik en angst die dergelijke gedragingen bij de slachtoffers kunnen oproepen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben bovendien het veiligheidsgevoel van de slachtoffers aangetast, nu het geweld heeft plaatsgevonden op de openbare weg in een drukke winkelstraat. Het is, zoals gezegd, voor de omstanders die hiervan getuige waren een heftige ervaring geweest. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke misdrijven daar nog lange tijd gevolgen, zoals psychische problemen en gevoelens van angst en onveiligheid, van kunnen ondervinden. Daarnaast veroorzaken feiten als deze ook in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid.


De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met het over verdachte uitgebrachte advies van de Raad voor de Kinderbescherming, opgesteld door E. van Leusen, raadsonderzoeker van 19 november 2014.

De Raad voor de Kinderbescherming maakt zich geen zorgen over het functioneren van verdachte. Verdachte beseft dat wat hij wat heeft gedaan niet acceptabel is en er consequenties zitten aan zijn gedrag. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid en is bereid mee te werken. Daarnaast hebben ouders pedagogisch gereageerd door op eigen initiatief een gedragsinterventie te starten ter zake agressieregulatie. De verwachting is dat verdachte voldoende kan profiteren van de training die ouders en school hebben opgestart. Op dit moment zijn er geen indicaties om begeleiding door de jeugdreclassering op te leggen.


Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte nog maar net vijftien jaar oud was ten tijde van het plegen van de feiten. Verdachte heeft verklaard dat hij spijt heeft van het gebeurde en ziet het ongeoorloofde van zijn handelen wel in.


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte volgens het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 24 februari 2015 in het verleden ter zake voor mishandeling is veroordeeld.


Omdat de rechtbank anders dan de officier van justitie niet openlijke geweldpleging, maar poging tot zware mishandeling en zware mishandeling bewezen acht, komt zij tot oplegging van een hogere straf dan geëist is door de officier van justitie.


Alles afwegende acht de rechtbank een forse werkstraf in combinatie met een grotendeels voorwaardelijke jeugddetentie van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank zal de proeftijd op twee jaren stellen. De deels voorwaardelijke straf die wordt opgelegd, dient als waarschuwing voor verdachte om zich voortaan van het plegen van delicten te onthouden.


9De schade van benadeelden


- [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1], wonende aan de [adres] in [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- Immateriële schade € 2.200,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


De gevorderde immateriële schade van € 2.200,00 acht de rechtbank deels toewijsbaar.

De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en het dossier, dat voldoende vast staat dat [slachtoffer 1] immateriële schade heeft geleden. Verdachte en zijn medeverdachten hebben hem immers meermalen tegen het hoofd geslagen en tegen het hoofd en het lichaam geschopt, waardoor hij letsel heeft opgelopen. Dit letsel bestond uit een zware ribbenkneuzing en beschadigde urinewegen. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van de immateriële schade matigen en naar billijkheid begroten op een bedrag van

€ 1.500,00.


De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] derhalve toe tot een bedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2014, voor zover dit bedrag niet door een mededader is voldaan. Voor het overige deel van de vordering is de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


- [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], wonende aan de [adres] in [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 3.328,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - daggeld vergoeding ziekenhuis € 28,00;
  • - immateriële schade € 3.300,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat de vordering wat betreft de materiële schade van

€ 28,00 toewijsbaar is, nu dit het dagtarief voor een ziekenhuisopname betreft.


Immateriële schade

De gevorderde immateriële schade van € 3.300,00 acht de rechtbank deels toewijsbaar.

De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en het dossier, dat voldoende vast staat dat [slachtoffer 2] immateriële schade heeft geleden. Verdachte en zijn medeverdachten hebben hem immers meermalen tegen het hoofd en lichaam geschopt en geslagen, waardoor hij letsel heeft opgelopen. Dit letsel bestond uit een gebroken bovenkaakholte en een gebroken oogkas. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van de immateriële schade matigen en naar billijkheid begroten op een bedrag van € 2.500,00.


De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] derhalve toe tot een totaalbedrag van € 2.528,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2014, voor zover dit bedrag niet door een mededader is voldaan. Voor het overige deel van de vordering is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y en 77gg Sr.





11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1 het misdrijf: medeplegen van poging tot zware mishandeling; feit 2 het misdrijf: medeplegen van zware mishandeling;
  • - verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair bewezenverklaarde;

straf

  • - veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van tweeëndertig (32) dagen, waarvan dertig (30) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

  • - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van negentig (90) uren;
  • - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van vijfenveertig (45) dagen;

schadevergoeding


[slachtoffer 1]

  • - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende aan de [adres] in [woonplaats] van een bedrag van € 1.500,00 (vijftienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2014, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

[slachtoffer 2]

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende aan de [adres] in [woonplaats] van een bedrag van € 2.528,00 (vijfentwintighonderdachtentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 oktober 2014, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.


Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. C. Verdoold en mr. M.H. van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2015.




1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2014104605 en 2014105038 van 16 december 2014. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
2 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 2 april 2015;
3 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 4] van 18 oktober 2014, pagina’s 34 en 35;
4 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 1] van 18 oktober 2014, pagina’s 57 t/m 59;
5 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 3] van 19 oktober 2014, pagina’s 101 t/m 104;
6 Het proces-verbaal van getuige [getuige 1] van 27 oktober 2014, pagina’s 176 en 177;
7 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 23 oktober 2014, pagina’s 202 t/m 217;
8 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 20 oktober 2014, pagina’s 178 t/m 201;
9 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 23 oktober 2014, pagina’s 218 t/m 228;
10 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 23 oktober 2014, pagina’s 229 t/m 243;
11 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 2 april 2015;
12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 3], van 19 oktober 2014, pagina’s 105 t/m 108
13 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], van 18 oktober 2014, pagina’s 148 t/m 150;
14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 oktober 2014, pagina’s 75 t/m 80;
15 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 1] van 18 oktober 2014, pagina’s 57 t/m 59;
16 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 4] van 18 oktober 2014, pagina’s 34 en 35;
17 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], van 18 oktober 2014, pagina’s 148 t/m 150;
18 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 3] van 19 oktober 2014, pagina’s 101 t/m 104;
19 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 24 oktober 2014, pagina’s 172 t/m 175;
20 Het proces-verbaal van getuige [getuige 1] van 27 oktober 2014, pagina’s 176 en 177;
21 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], van 18 oktober 2014, pagina’s 148 t/m 150;
22 Het proces-verbaal van getuige [getuige 4], van 18 oktober 2014, pagina’s 151 en 152;
23 Het proces-verbaal van getuige [getuige 5], van 18 oktober 2014, pagina’s 158 t/m 160;
24 Een geschrift, te weten een medische verklaring van aangever [slachtoffer 2] van 17 oktober 2014 en 18 oktober 2014;
25 Een geschrift, te weten een medische verklaring van aangever [slachtoffer 1] van 19 oktober 2014 en 20 oktober 2014;
26 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 april 2015;
27 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte 1] van 18 oktober 2014, pagina’s 57 t/m 60;
28 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 3] van 19 oktober 2014, pagina’s 101 t/m 104;
29 Het proces-verbaal van getuige [getuige 1] van 27 oktober 2014, pagina’s 176 en 177;
30 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 3] van 19 oktober 2014, pagina’s 101 t/m 104;
31 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 3 november 2014, pagina’s 253 t/m 259;
32 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 3] van 19 oktober 2014, pagina’s 101 t/m 104;
33 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte 4] van 18 oktober 2014, pagina’s 34 en 35;
34 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 24 oktober 2014, pagina’s 172 t/m 175;
35 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 oktober 2014, pagina’s 75 t/m 80;
36 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 24 oktober 2014, pagina’s 172 t/m 175;
37 De camerabeelden van getuige [getuige 1] bekeken ter terechtzitting d.d. 2 april 2015;