Rechtbank Overijssel, 21-05-2015 / 08.910026-14


ECLI:NL:RBOVE:2015:2442

Inhoudsindicatie
Overval met geweld op bejaarde broers.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-05-21
Publicatiedatum
2015-05-21
Zaaknummer
08.910026-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Zwolle


Parketnummer: 08.910026-14

Datum vonnis: 21 mei 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[M],

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1],

nu verblijvende in PI Arnhem-De Berg, Arnhem Noord



1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 24 juni 2014, 16 september 2014, 11 november 2014, 20 januari 2015, 21 april 2015, 8 mei 2015 en 19 mei 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A.P.J.J. Lousberg en van wat door de [M] en zijn raadsman mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [M]:

- feit 1: op 11 maart 2014 al dan niet samen met een ander een diefstal met geweld te Olst-Wijhe heeft gepleegd ten aanzien van de broers [slachtoffers], dan wel deze heeft afgeperst

- feit 2: op 11 maart 2014 met voorbedachte raad [slachtoffer 1] te Olst-Wijhe zwaar letsel heeft toegebracht, dan wel heeft geprobeerd hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel hem heeft mishandeld- feit 3: op 11 maart 2014 met voorbedachte raad geprobeerd heeft [slachtoffer 2] te Olst-Wijhe zwaar letsel toe te brengen, dan wel hem heeft mishandeld.- feit 4: op 2 april 2014 al dan niet samen met een ander geprobeerd heeft een diefstal met geweld te Vaassen te plegen;.

- feit 5: op 2 april 2014 een fiets te Vaassen heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de [M], dat:

1.

hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Wijhe in de gemeente Olst-Wijhe, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (vrijstaande) woning aan [adres 1]

[adres 1] heeft weggenomen een portemonnee en/of geld en/of (een) bankpas(en)

en/of een bloedsuikermeter en/of een klok/uurwerk en/of een horloge

(zilverkleurig), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [M] en/of

zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)dat hij,

[M] en/of één of meer van zijn mededader(s)

- (terwijl hij, [M] en/of één of meer van zijn mededader(s) een

bivakmuts droeg)

- meermalen, althans éénmaal heeft/hebben aangebeld bij de woning aan [adres 1]

[adres 1] en/of

- (nadat die [slachtoffer 1] de deur had geopend),

- (hard/ met kracht) met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp op/tegen liet hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of

(vervolgens) de woning is/zijn binnen gegaan en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd “je loopt niet weg want dan schiet ik je

dood” en/of “als je nou niet rustig bent dan schiet ik je dood” en/of

- tegen die [slachtoffer 2] (die op de bovenwoonkamer zat) heeft/hebben geroepen

“meekomen!” en/of “naar beneden” en/of (daarbij) een pistool, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (kort) voor/op het hoofd en/of gezicht

van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of

- meermalen, althans éénmaal, die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]

op de grond lag(en)) (hard/met kracht) (met gebalde vuisten) in/op/tegen

het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben gestompt en/of

geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- (met kracht) de voet en/of knie op de borstkast van die [slachtoffer 1]

heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 1] naar beneden (zodat je het benauwd krijgt)

heeft/hebben gedrukt en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] in een klem heeft/hebben

genomen/vastgepakt en/of

- meermalen, althans éénmaal, die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]

op de grond lag(en) en/of gekneveld/vastgebonden was/waren) (hard/met

kracht) met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- (telkens als die [slachtoffer 2] overeind wilde komen) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben

geroepen “Blijf liggen” en/of

- (telkens als die [slachtoffer 1] zijn broer [slachtoffer 2] wilde helpen) tegen die [slachtoffer 1] heeft/

hebben gezegd “en nou is het afgelopen anders schiet ik je dood” en/of “dan

schiet ik je dood” en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] met (electriciteits)draden/snoeren/kabels en/of tie-wraps

en/of ducktape/plakband heeft/hebben gekneveld/vastgebonden (om de

polsen/handen en/of benen/enkels/voeten) en/of een doek/lap in de mond van

die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft/hebben gestopt en/of

- (telkens) heeft/hebben geroepen “Waar heb je de bankpas” en/of “Waar zijn de

sieraden, heeft u nog goud” en/of “geld, geld, goud, goud” en/of “schiet op”

en/of

- die [slachtoffer 2] de pincode van zijn bankpas of een banknummer op een briefje/kaartje

heeft/hebben laten opschrijven en/of tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd “Ik

wil die kaartjes van je hebben van de bank zodat ik al je geld kan ophalen”

en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] met een mes en/of een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben bedreigd;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, ter zake dat


hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Wijhe in de gemeente Olst-Wijhe tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (geboren[geboortedatum 2]

[geboortedatum 2]) en/of [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 3])

heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van geld en/of goud en/of sieraden en/of

bankpassen en/of de pincode van (een) bankpas(sen), in elk geval van enig goed

en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan [M] en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, [M] en/of één of meer

van zijn mededader(s)

- (terwijl hij, [M] en/of één of meer van zijn mededader(s) een

bivakmuts droeg)

- meermalen, althans éénmaal heeft/hebben aangebeld bij de woning aan [adres 1]

[adres 1] en/of

- (nadat die [slachtoffer 1] de deur had geopend),

- (hard/ met kracht) met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of

(vervolgens) de woning is/zijn binnen gegaan en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd “je loopt niet weg want dan schiet ik je

dood” en/of “als je nou niet rustig bent dan schiet ik je dood” en/of

- tegen die [slachtoffer 2] (die op de bovenwoonkamer zat) heeft/hebben geroepen

“meekomen!” en/of “naar beneden” en/of (daarbij) een pistool, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (kort) voor/op het hoofd en/of gezicht

van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of

- meermalen, althans éénmaal, die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]

op de grond lag(en)) (hard/met kracht) (met gebalde vuisten) in/op/tegen

het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben gestompt en/of

geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- (met kracht) de voet en/of knie op de borstkast van die [slachtoffer 1] heeft/hebben

gezet en/of gedrukt en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 1] naar beneden (zodat je het benauwd krijgt)

heeft/hebben gedrukt en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] in een klem heeft/hebben

genomen/vastgepakt en/of

- meermalen, althans éénmaal, die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]

op de grond lag(en) en/of gekneveld/vastgebonden was/waren) (hard/met

kracht) met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- (telkens als die [slachtoffer 2] overeind wilde komen) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben

geroepen “Blijf liggen” en/of

- (telkens als die [slachtoffer 1] zijn broer [slachtoffer 2] wilde helpen) tegen die [slachtoffer 1] heeft/

hebben gezegd “en nou is het afgelopen anders schiet ik je dood” en/of “dan

schiet ik je dood” en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] met (electriciteits)draden/snoeren/kabels en/of tyraps

en/of ducktape/plakband heeft/hebben gekneveld/vastgebonden (om de

polsen/handen en/of benen/enkels/voeten) en/of een doek/lap in de mond van

die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft/hebben gestopt en/of

- (telkens) heeft/hebben geroepen “Waar heb je de bankpas” en/of “Waar zijn de

sieraden, heeft u nog goud” en/of “geld, geld, goud, goud” en/of “schiet op”

en/of

- die [slachtoffer 2] de pincode van zijn bankpas of een banknummer op een briefje/kaartje

heeft/hebben laten opschrijven en/of tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd “Ik

wil die kaartjes van je hebben van de bank zodat ik al je geld kan ophalen”

en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] met een mes en/of een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben bedreigd;

2.

hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Wijhe in de gemeente Olst-Wijhe, tezamen

en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te

weten [slachtoffer 1]), opzettelijk en met voorbedachten rade,

althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (meerdere botbreuken,

schedelbreuken, waarvoor die [slachtoffer 1] al meermalen is geopereerd), heeft

toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk

- meermalen, althans éénmaal, die [slachtoffer 1] (terwijl die

[slachtoffer 1] op de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, althans éénmaal, die [slachtoffer 1] (terwijl die

[slachtoffer 1] op de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) (met gebalde vuisten) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, ter zake dat


hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Wijhe in de gemeente Olst-Wijhe, tezamen

en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van

het door [M] voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet na kalm

beraad en rustig overleg, althans met dat opzet

- meermalen, althans éénmaal, die [slachtoffer 1] (terwijl die

[slachtoffer 1] op de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, althans éénmaal, die [slachtoffer 1] (terwijl die

[slachtoffer 1] op de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) (met gebalde vuisten) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, meer subsidiair, ter zake dat


hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Wijhe in de gemeente Olst-Wijhe, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1])

- meermalen, althans éénmaal, (terwijl die [slachtoffer 1] op

de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) met een

pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd

heeft/hebben geslagen en/of

- meermalen, althans éénmaal, (terwijl die [slachtoffer 1] op

de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) (met

gebalde vuisten) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam

heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;


3.

hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Wijhe in de gemeente Olst-Wijhe, tezamen

en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van

het door [M] voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, na kalm

beraad en rustig overleg, althans met dat opzet

- meermalen, althans éénmaal, (terwijl die [slachtoffer 2] op

de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) (met

gebalde vuisten) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam

heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- meermalen, althans éénmaal, (terwijl die [slachtoffer 2] op

de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) met een

pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd

heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


althans, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, ter zake dat


hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Wijhe in de gemeente Olst-Wijhe, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2])

- meermalen, althans éénmaal, (terwijl die [slachtoffer 2] op

de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) (met

gebalde vuisten) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam

heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- meermalen, althans éénmaal, (terwijl die [slachtoffer 2] op

de grond lag en/of gekneveld/vastgebonden was) (hard/met kracht) met een

pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd

heeft/hebben geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 2]

letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;


4.

hij op of omstreeks 2 april 2014 te Vaassen in de gemeente Epe ter uitvoering

van het door [M] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning/pand/winkel/magazijn (Tabakszaak [X])

aan de [adres 2] weg te nemen goederen/geld van zijn/hun gading,

geheel of ten dele toebehorende aan Johanna Elisabeth Maria Klarenbeek, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan [M] en/of zijn mededader(s), en

daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen

en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die Johanna

Elisabeth Maria Klarenbeek, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s) , althans alleen

- (terwijl hij, [M] en/of zijn mededader(s) mutsen en/of capuchons over

hun hoofden droegen en/of sjaals voor hun gezichten hadden, althans hun

hoofden en/of gezichten bedekt hadden)

- om/rondom de/het woning/pand/magazijn heeft/hebben gelopen en/of

- door het raam van de/het woning/pand/magazijn heeft/hebben gekeken en/of

- meermalen, althans éénmaal, (langdurig en/of indringend) op beide bellen bij

de achterdeur van die/dat woning/pand/winkel/magazijn heeft/hebben aangebeld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


5.

hij in of omstreeks de periode van 2 april 2014 tot en met 3 april 2014 te

Vaassen in de gemeente Epe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een fiets (merk Giant, frame grijs met zwarte letters,

voorzien van dubbele canvas fietstassen) , in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan J. Van den Burg, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan [M].



3De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.



4. De vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging


De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, onder overlegging van zijn schriftelijke requisitoir, gevorderd dat [M] wordt veroordeeld voor het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van de periode die [M] in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen niet ontvankelijk te verklaren nu benadeelde partijen recent zijn overleden en niet duidelijk is of de vorderingen tot de nalatenschap behoren.

Met betrekking tot de onder [M] in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld geen bezwaar te hebben tegen teruggave aan [M].


Het standpunt van de verdediging

De raadsman van [M] heeft ten aanzien van de 1 tot en met 4 tenlastegelegde feiten vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat voor de feiten 1, 2 en 3 onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van voornoemde feiten te komen.

Met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman daartoe aangevoerd dat [M] wel in Vaassen is geweest op die dag, maar dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard omdat niet is komen vast te staan dat [M] de intentie had een inbraak te plegen. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat er naar de uiterlijke verschijningsvorm geen begin van uitvoering heeft plaatsgevonden.

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het beslag heeft de raadsman de rechtbank verzocht de in beslag genomen goederen aan [M] te retourneren.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft de raadsman niet ontvankelijkheid bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de benadeelde partijen zijn overleden en op dit moment niet duidelijk is of de vorderingen tot de erfenis behoren.



5De beoordeling


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat [M] de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat [M] het tenlastegelegde heeft begaan.



5.1

De overwegingen van de rechtbank


Feiten 1, 2 en 3

Op dinsdag 11 maart 2014 te 22.03 uur ontvangt de politiemeldkamer een melding van een oudere man die aangeeft in zijn woning aan de [adres 1] te Wijhe te zijn overvallen. Op dat adres blijken twee mannen, broers woonachtig te zijn. De broers [slachtoffers], respectievelijk 82 en 85 jaar oud.


Naar aanleiding van deze overval heeft het Nederlands Forensisch Instituut onderzoek verricht naar de aanwezigheid van sporen op de plaats van het delict en op de tijdens het onderzoek in beslag genomen handschoenen, bivakmuts en schoenen. Dit onderzoek heeft geen, althans te weinig (relevante) de [M] betreffende resultaten opgeleverd om te kunnen bijdragen tot het bewijs. De aanwijzingen, die er aan hebben bijgedragen dat jegens [M] de verdenking is gerezen dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan voornoemde overval, hebben dus niet geleid tot het vereiste wettige bewijs. Ook ander redengevend bewijs ontbreekt. De overige door het openbaar ministerie aangedragen omstandigheden dragen evenmin bij aan het bewijs dat [M] een van de daders van de overval zou zijn.


Dat betekent dat [M] van het onder 1, 2 en 3 tenlastelegde moet worden vrijgesproken.


Feit 4


Op 4 april 2014 heeft [slachtoffer 3] te Vaassen aan de [adres 2] (tabakswinkel) aangifte gedaan van een poging diefstal met geweld.

Aangeefster heeft verklaard dat op 2 april 2014 omstreeks 22.20 uur lang en indringend aan de achterdeur werd gebeld. Het bellen ging met tussenpozen. Toen ook de sensor aanging welke linksachter naast het huis is gemonteerd, vertrouwde ze het niet. Toen zij uit het raam keek ontwaarde zij haar buren, die vertelde dat er twee personen met een capuchon op rond haar huis hadden gelopen.


Medeverdachte [K] heeft bij de politie verklaard dat hij, samen met medeverdachten [C] en [M] in de avond op 2 april 2014, in zijn auto naar Vaassen is gereden met als doel bij een tabakszaak c.q. woning in te breken. Op 25 maart 2014 heeft een voorverkenning plaatsgevonden om te bezien hoe men de woning/winkel het makkelijkst kon benaderen voor een inbraak. Medeverdachte [K] zou 1/5 deel van de buit krijgen voor zijn aandeel. [C] en [M] hebben tijdens die voorverkenning met elkaar afgesproken dat het raam geen optie zou zijn. Er zou gewoon worden aangebeld.


[K] heeft verder verklaard dat hij, op aangeven van [C], de avond van 2 april 2014 rond 22.00 uur de auto heeft geparkeerd op een parkeerplaats aan de [adres 2] te Vaassen. Hierna zijn [C] en [M] uitgestapt. [K] zou twee uur wachten. Als [C] en [M] dan nog niet terug waren zou hij naar huis rijden.

Zo rond 22.45 uur is [K] zonder de [M] en medeverdachte [C] weggereden. Hij reed langs de tabakszaak/winkel en zag dat daar de politie aanwezig was. [K] is toen doorgereden richting huis. Toen hij bijna thuis was, is hij door de vriendin van [C] gebeld met het verzoek [C] op te halen in Vaassen. [C] was door de politie aangehouden wegens openbare dronkenschap. [K] is toen teruggereden en heeft [C] opgehaald. Tijdens die rit heeft [C] verteld hoe het een en ander was verlopen. [C] en [M] zouden om de betreffende winkel/woning zijn heengelopen en meerdere keren hebben aangebeld. Er werd echter niet gereageerd. Daarna hebben zij nogmaals aangebeld. Niet veel later werd er gereageerd door een van de buren en zijn [C] en [M] weggegaan.

[K] heeft verklaard dat [C] hem heeft verteld dat hij daarbij door een van de buren met een zaklantaarn in zijn gezicht zou zijn geschenen. Vanaf de sigarenboer zijn zij over de Laan van Fasna gelopen en toen de [adres 2] ingegaan. Zij zagen toen politie aankomen. [M] (verdachte) is toen de bosjes ingedoken en [C] deed alsof hij dronken was en ging midden op straat lopen.


De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van medeverdachte [K], inhoudende dat het de bedoeling was om een inbraak te gaan plegen, voldoende door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund. De verklaringen sluiten aan op die van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] die verklaard hebben - kort gezegd - dat er rond 22.30 uur 2 mensen met capuchons bij de tabakszaak rondhingen en naar binnen keken, en van aangeefster, zodat de rechtbank concludeert dat de opzet erop was gericht om een diefstal te plegen in de tabakswinkel/woning.


Op basis van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan niet worden geconcludeerd dat bij of ten behoeve van de voorgenomen diefstal geweld zou worden gebruikt, dan wel gedreigd zou worden met geweld. Bij verdachten zijn geen wapens en/of andere dreigmiddelen aangetroffen en ook de getuigen verklaren daar niet over. Ook valt niet op te maken dat tussen verdachten vooraf is gesproken over het eventueel toepassen van geweld. Het rondhangen bij de woning, het aanbellen en door het raam kijken acht de rechtbank onvoldoende voor de aanname dat bij de diefstal geweld zou worden gebruikt of dat daarmee zou worden gedreigd. De rechtbank acht dit onderdeel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen en zal [M] daarvan vrijspreken.


Voor een strafbare poging is vereist dat het voorgenomen misdrijf zich heeft geopenbaard door een begin van uitvoering van dat misdrijf. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad geldt een gedraging als een begin van uitvoering als zij naar haar uiterlijke verschijningsvorm geacht moet worden te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf.


Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de vastgestelde gedragingen, te weten: het laat op de avond rondhangen bij een winkelpand/woning, met capuchons op door de ramen kijken en langdurig meerdere malen aanbellen, naar haar uiterlijke verschijningsvorm geacht moet worden te zijn gericht op de voltooiing van de diefstal. De rechtbank acht dus een strafbare poging diefstal bewezen.


Uit de door de getuigen en medeverdachte [K] geschetste omstandigheden volgt dat verdacht en medeverdachte [C] beiden naar de betreffende woning zijn gelopen. Hun rollen lijken inwisselbaar te zijn geweest; zowel [M] als de medeverdachte [C] hebben een volwaardige rol gespeeld in het begin van de uitvoering van de diefstal. De rechtbank zal [M] daarom veroordelen voor het medeplegen van poging diefstal.


Feit 5

[M] heeft met betrekking tot de diefstal van de fiets een bekennende verklaring afgelegd. Nu sprake is van een bekennende [M] in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv) zal de rechtbank daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, in de bijlage, die tot de bewezenverklaring hebben geleid.



5.2

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de [M] onder 1, 2 en 3 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de [M] het onder 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


4.

hij op 2 april 2014 te Vaassen in de gemeente Epe ter uitvoering

van het door [M] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/pand/winkel/magazijn (Tabakszaak [X])

aan de [adres 2] weg te nemen goederen/geld van hun gading,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3],

- (terwijl hij, [M] en/of zijn mededader(s) mutsen en/of capuchons over

hun hoofden droegen en/of sjaals voor hun gezichten hadden, althans hun

hoofden en/of gezichten bedekt hadden)

- om/rondom de/het woning/pand/magazijn hebben gelopen en

- door het raam van de/het woning/pand/magazijn hebben gekeken en

- meermalen, althans éénmaal, (langdurig en/of indringend) hebben aangebeld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


5.

hij in of omstreeks de periode van 2 april 2014 tot en met 3 april 2014 te

Vaassen in de gemeente Epe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een fiets (merk Giant, frame grijs met zwarte letters,

voorzien van dubbele canvas fietstassen), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4].


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. [M] wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de [M] onder 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 310 en 311 Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 4

het misdrijf: poging tot diefstal, terwijl dit feit door twee of meer verenigde personen wordt gepleegd


feit 5

het misdrijf: diefstal


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [M] uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat [M] strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de [M] zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Volgens de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS is het uitgangspunt voor een dergelijk (voltooid) feit een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. In dit geval is het bij een poging gebleven. Daar staat tegenover dat het feit in de late avond is gepleegd en dat er een voorbereiding in de vorm van voorverkenning aan vooraf is gegaan. [M] heeft daarnaast nog een fiets gestolen. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden acht de rechtbank daarom een passende straf.


8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen


Met betrekking tot de in beslag genomen goederen overweegt de rechtbank het volgende.

In het dossier ontbreekt een beslaglijst. Gelet op de vordering van de officier van justitie dat de in beslag genomen goederen worden teruggegeven aan [M], zal de rechtbank teruggave van de in beslag genomen goederen gelasten, nu het strafvorderlijk belang zich daartegen kennelijk niet verzet.



9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer 2], wonende te Wijhe aan de [adres 1], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de [M] tot betaling van in totaal € 7.545,69 (zevenduizend en vijfhonderd en vijfenveertig euro en 69 cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - materiële schade: € 4.545,60;
  • - immateriële schade: € 3.000,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


[slachtoffer 1], wonende te Wijhe aan de [adres 1], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de [M] tot betaling van in totaal € 10.679,59 (tienduizend en zeshonderd en negenenzeventig euro en 59 cent ), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • - materiële schade: € 2.179,59;
  • - immateriële schade: € 8.500,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Nu [M] door de rechtbank zal worden vrijgesproken van de aan de vorderingen ten grondslag liggende feiten zal de rechtbank bepalen dat deze niet-ontvankelijk zijn.



10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en 27 Wetboek van Strafrecht.





11De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

  • - verklaart niet bewezen dat [M] het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • - verklaart bewezen, dat verdachte het onder 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan [M] onder 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het onder 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het onder 4 en 5 bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 4:

het misdrijf:

poging tot diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen


feit 5:

het misdrijf:

diefstal


- verklaart [M] strafbaar voor het onder 4 en 5 bewezenverklaarde;


straf

  • - veroordeelt [M] tot een gevangenisstraf van 3 maanden;
  • - bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partijen: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], wonende te Wijhe, aan de [adres 1] in het geheel niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen.


de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van de in beslag genomen goederen.



Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. S. Taalman en

mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2015.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen


Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.


Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 04TGO14004. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


Het onder 4 tenlastegelegde


Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3], [adres 2] te Vaassen, bij politie d.d. 4 april 2014. P.1105 t/m 1107.

(..)

Ik wil aangifte doen van een mogelijke poging roofoverval op mij, waarbij mogelijk geweld

of bedreiging met geweld zou worden gepleegd.

Ik verklaar u hierover het volgende.

Afgelopen woensdag 2 april 2014 tussen 22:20 uur en 22:30 uur was ik in huis en zou

naar bed gaan. (..)

Toen de honden binnen waren hoorde ik na enige minuten de bellen bij de achterdeur.

(..)

Ik had de achterdeur al afgesloten.

(..)

Er werd langdurig en indringend op beide bellen bij de achterdeur gedrukt.

(..)

Het bellen ging door met tussenpozen.

(..)

Onder de overkapping linksachter naast het huis zit een sensor. Bij beweging gaat er binnen een zoemer af. Dit is indringend. Toen dit gebeurde vertrouwde ik het allemaal niet. Ik heb niet gereageerd op het aanhoudende bellen.

(..)

De zoemer ging af en bleef af gaan. Ik wist dat er dus nog steeds iemand bij of achter mijn woning liep.

(..)

Hierop ben ik naar de voorkant naar mijn slaapkamer gegaan en heb daar het raam opengedaan. Ik kijk dan op de [adres 2] te Vaassen. Ik zag toen mijn overburen aankomen. Mijn buurman riep naar mij en zei, dat het niet goed was. De buurman zei, het zijn er twee en ze hebben een capuchon en hij dacht dat ze iets voor hun gezicht hadden. Eén had hij zien weglopen richting de rondweg, de Laan van Fasna.


Proces-verbaal van verhoor (met bijlagen) van verdachte [K] bij de politie d.d. 8 april 2014. P.432 t/m 445.

(..)

Volgens mij de volgende dag, dinsdag 25 maart, kwam [C] samen [M] bij mij

thuis. (..) Dezelfde dag ben ik met hem en [M] naar Vaassen gegaan. [C] kwam met dat idee.

V: Waarom naar Vaassen?

A: Dat weet ik niet. Dat wist hij. Toen ben ik op dezelfde plek gestopt als waar ik op woensdag 2 april ben gestopt.

V: Was dit een soort van voorverkennen?

A: Ja denk het wel. Ze waren aan het kijken wat de mogelijkheden waren en zo.

V: Waar gingen jullie in Vaassen heen?

A: [C] gaf de aanwijzingen waar ik heen moest rijden.

V: Wat zouden jullie in Vaassen gaan doen?

A: Hun wilden gaan kijken. Blijkbaar wilden ze naar binnen. Ze hebben gezegd dat er

wat te halen viel in een woning boven een sigarenboer.

(..)

V: Wat is de reden dat jullie daar waren?

A: Ze gaven aan dat er wat te halen viel. [C] wist dat er geld te halen viel. En hij wilde dat gaan pakken.

V: Hoe wist hij dat?

A: goeie vraag. Hij heeft tegen mij gezegd dat hij dat zelf heeft gezien. En hij heeft opgezocht en wist dat deze sigarenboer nog nooit was overvallen, dat er nooit wat was gebeurd.

(..)

V: En toen?

A: Ik heb toen [C] en [M] aan het voorverkennen waren bij de auto gewacht. Ze waren ongeveer een half uurtje weg. Daarna zijn we weggereden.

V: Hoe zijn jullie weggereden?

A: Heb je een papier om te tekenen?

0: Verdachte maakt een situatieschets welke als bijlage bij dit verhoor wordt

gevoegd.

A: Ik heb de auto geparkeerd op een parkeerplaats. Zij zijn rechtsaf richting de sigarenboer gelopen en toen ze de hoek omgingen, waren ze uit het zicht. Ze kwamen dezelfde weg weer teruglopen.

0: De auto is in de [adres 2] geparkeerd en [C] en [M] zijn over de

[adres 2] richting de Laan van Fasna gelopen. Op de Laan van Fasna zijn

ze rechtsaf gelopen richting de sigarenwinkel. Dezelfde weg zijn ze teruggelopen.

(..)

V: Na de voorverkenning, rijden jullie terug. Wat wordt er verteld in de auto?

A: [M] en [C] hadden het over dat ze er een goed gevoel over hadden. Er was een raam dat open stond onder een afdakje aan de zijkant van de woning. Er was wel een hond zeiden ze, die was groot, maar ook oud. Er was in de tuin een bewegingscensor zeiden ze, dat er een alarm op de slaapkamer af zou gaan als er iemand in de tuin zou lopen. Maar die ging ook al af als er een kat door de tuin heen liep. Althans dit alles is wat [C] en [M] vertelden tegen elkaar in de auto. Ook vertelden ze nog dat het geen zin had met het raam en dat het makkelijker was om gewoon aan te bellen en dan via die manier naar binnen te gaan.

(..)

Hij belde met de huistelefoon van [R] naar mijn mobiele telefoon toe. (..)

Hij vroeg wanneer. De dinsdag of de woensdag. Ik zei dat het de woensdag moest worden. (..)

[C] kwam ‘s middags langs. (..) Ik heb met hem gesproken en heb afgesproken om

acht uur bij mij thuis, samen met [M]. (..) Ze kwamen tussen 8 en half 9 bij mij

thuis. Ze kwamen met de scooter van [C]. We hebben wat gedronken bij mij thuis. Ik heb niks gedronken, maar zij hadden een fles whisky bij zich waar nog een centimeter of 3 of 4 inzat, in een 0,7 literfles. Rond half 10 zijn we vertrokken.

(..)

Via de weg waar ik tijdens de voorverkenning had geparkeerd reden we in Vaassen. Ik

wilde op dezelfde plek parkeren, maar ze zeiden, nee, nee, rij maar door. Ik ben toen doorgereden richting en voorbij de Laan van Fasna. Bij een soort tuincentrum ben ik gekeerd en reed weer terug over dezelfde weg. Ik heb geparkeerd op de tweede of de derde parkeerplek die daar aan de weg staat. Dit was ongeveer dezelfde parkeerplaats als tijdens de voorverkenning. Dit was om 10 uur ‘s avonds. Ik heb daar heel lang gestaan.

(..)

Ik ben rond kwart voor elf weggereden. Gelijk het eerste zijstraatje rechts en toen de eerste links richting de sigarenboer. En ik rij die straat in en zie allemaal politie. Ik wist niet wat er allemaal gebeurde. Ik wilde alleen maar weg hier. Ik reed door en reed langs de sigarenboer weg over de Apeldoornseweg.

(..)

Ik bleef gewoon doorrijden, totdat ik een bordje Deventer zag. Ik ben via Teuge, Twello, over de IJsselbrug, via het centrum en politiebureau naar huis gereden.

V: En toen?

A: Ik werd gebeld toen ik vlak bij het politiebureau was. Dit was [R]. Ze vertelde dat [C] was opgepakt voor openbare dronkenschap. En hij zat nu in een politieauto terug naar Vaassen. Hij zou daar afgezet worden bij de bushalte in Vaassen en ik wist waar het was.

(..)

Hij was niet bij de bushalte, maar was vlak bij de plek waar ik de auto had geparkeerd eerder op de avond. Hij kwam in de auto en hij vroeg of ik [M] had gezien.

(..)

[C] wilde weten waar [M] was. Hij wilde dat ik ging parkeren. Hij zei dat hij

wist dat [M] de bosjes in was gedoken. Ze waren vanaf de sigarenboer over de

Laan van Fasna gelopen en toen de [adres 2] ingegaan. Ze zagen politie

aankomen. [M] is de bosjes ingedoken en [C] deed alsof hij dronken was en

ging midden op straat lopen. Ik ben hier niet bij geweest. Dit heb ik van [C] gehoord toen hij weer bij mij in de auto zat. (..) Maar hij was zeker niet dronken.

(..)

We zijn hierop naar huis gereden. [R] heeft nog naar mijn telefoon gebeld en [C] heeft met mijn telefoon met haar gesproken. Hij had het over een afterparty. Dit is sluiertaal.

(..)

[C] vertelde aan mij hoe het gegaan was. Hij vertelde dat ze erheen waren gelopen, en hebben aangebeld bij de sigarenwinkel. Er werd niet op gereageerd. Ze zijn weggelopen en zijn ze het nog een keer geprobeerd. Ze hebben nog een keer aangebeld. Toen reageerde er een van de buren geloof ik.

(..)

Daarna zijn ze naar de overkant gelopen en zijn ze tegen een hek aan gaan staan en deed alsof hij dronken was. Een buurman heeft hem toen in zijn gezicht geschenen met een lamp en vroeg wat hij daar deed. [C] zei dat hij de bus naar Apeldoorn moest hebben.

De man zei tegen hem dat hij aan de andere kant moest zijn, de bus komt er net aan. Hij is daarnaartoe gelopen. En in de bus gestapt en vroeg of hij kon pinnen. De buschauffeur zei nee en hij is toen de bus weer uitgestapt en richting de plek gelopen waar ik zou wachten. Maar daar stond ik dus niet meer. Daarna is de politie aan komen rijden en is hij opgepakt.

Dit heeft [C] allemaal verteld toen hij bij mij in de auto zat.

(..)

V: en toen heb je hem thuis afgezet en jij gaat naar huis?

A: Ja daar zag ik [M] in een deken gewikkeld voor mijn huis.

V: Wat is er met hem besproken?

A: Ik vroeg waar hij was geweest. Hij legde uit, dat hij in de bosjes was gesprongen en op een gegeven moment hoorde hij dat [C] was opgepakt. Hij vertelde het zelfde verhaal als wat [C] had verteld.

(..)

V: Hoeveel geld zou je hiervoor krijgen?

A: Volgens hem lag daar een paar duizend euro.

V; Wat was de afspraak?

A: Aan de hand van hoeveel het was, zouden we kijken wat ik kreeg. Ik zou een deel krijgen. Zij zouden het grootste deel krijgen en ik wat minder dan hun.

V: Hoe was de verdeling dan?

A: Stel dat er 500 euro zou zijn, zouden zij ieder 200 euro krijgen en ik 100 euro. Zoiets zou dat zijn.

V: Oke dus jij zou dan 1/5 deel krijgen en zij ieder 2/5 deel.

A: Ja, zo zou dat zijn dan.

(..)


Proces-verbaal van verhoor van verdachte [K] bij politie d.d. 9 april 2014. P. 446 t/m 474.

(..)

A: Ik vroeg hoelang ik moest wachten. [C] zei maximaal 2 uur. Als het langer zou

duren dan zou er wel wat gebeurd kunnen zijn. Dus kon ik weggaan. [M] vulde aan en zei, maximaal twee uur, want de vorige keer heeft het ook 1,5 uur geduurd dat we binnen zijn geweest.

(..)


Proces-verbaal van verhoor van verdachte [C] bij politie d.d. 5 april 2014. P. 165 t/m 169.

(..)

V:Gisteren na het verhoor vertelde jij toen wij op weg terug waren naar je cel, dat jij in Vaassen was aangehouden voor openbare dronkenschap. Wat kun je daarover vertellen?

A: Het klopt dat ik ben aangehouden voor openbare dronkenschap. Ik heb daarvoor een

boete gehad en ook voor het niet tonen van ID. (..) Dit was op woensdag 2 april tussen 21.00 —23.00 uur.

V:Dus jij was op woensdag 2 april 2014 in Vaassen?

A: Ja.

V: Dat klopt toch?

A: Ze hebben me zelfs teruggebracht naar de kruising bij die sigarenboer daar hij

die bushalte.


Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 23 april 2015 inhoudende de verklaring van verdachte [K].


Proces-verbaal van verhoor van verdachte [M] bij politie d.d. 6 april 2014 p. 306 t/m 312.

(..)

A: Ik ben woensdag de 2e april in Deventer geweest. Bij een vriend van mij. We hadden een feestje in Vaassen. Daar zijn we naar toe gegaan.

(..)

V: Met wie was jij op dat feest [M]?

A: Met een vriend van mij, [C].

(..)

V: Wie was er nog meer bij in Vaassen?

A: Een andere vriend van mij, [K].

(..)

V: Hoe ben je op dat feest gekomen?

A: Met de auto van [K]. Een grote auto. Zo’n grote familieauto. Volgens mij was die auto donkerblauw of zwart.

(..)

A: (..) Ik schrok van het feit dat [C] door de politie werd aangehouden. ik zag dat.. (..) Ik ben door een coniferenhaag gedoken. Ik kwam achter een woning terecht. Ik ben om het huis heen gelopen. (..) Ik zag toen een openstaande fiets bij dat huis staan. Ik heb die fiets gepakt en ben toen op die fiets teruggereden naar Deventer. Ik kwam om ongeveer 01.00 uur in die nacht van woensdag op donderdag aan in Deventer bij de woning van [K].


Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] bij politie d.d. 4 april 2014. P. 1118 t/m 1121.

(..)

Op woensdagavond 2 april 2014 ben ik samen met mijn vriendin Yvonne Stephan bij vrienden geweest. Omstreeks 22.20 uur zijn we daar weggegaan. Mijn vriendin reed en ik zat er naast. We wilden rechtsaf slaan de [adres 2] op. We moesten stilstaan omdat het verkeerslicht op rood stond. Dit was op de hoek waar de sigarenwinkel van [slachtoffer 3] is. We reden de hoek om en ik zag een (1) persoon naast de winkel staan op de parkeerplaats.

(..)

Ik kan de persoon als volgt omschrijven:

Olijfgroen vest, capuchon van vest had hij op.

Man/jongen begin 20.

Halfbloed niet echt buitenlands.

Joggingbroek grijs, geen bijzonderheden.

Sportschoenen Nike, lichte met Nike teken, dit zag ik toevallig.

De persoon keek mijn kant op maar ik heb zijn gezicht niet gezien omdat hij een capuchon op had. Het was donker. Persoon 1 stond onder een soort afdakje van de winkel. Er brandde

straatverlichting. Ik draag geen bril en kan goed zien.

We zijn de hoek omgereden de [adres 2] in. Mijn vriendin zag nog een persoon en

vertrouwde het niet. Verderop zijn we daarom gestopt en gekeerd om nogmaals langs de winkel van [slachtoffer 3] te rijden en te kijken.

(..)

Toen we voor de winkel langsreden, heb ik goed gekeken. Ik zag het volgende:

Ik zag een jongeman (persoon 2) staan op de oprit naast de winkel, deze oprit hoort bij de winkel. Via deze oprit kun je bij de achterdeur komen. Ik zag dat hij tegen de muur van de winkel stond. Ik zag dat hij om het hoekje keek naar de weg. Ik denk om te kijken waar die andere persoon was, daarmee bedoel ik persoon 1.

Ik kan persoon 2 niet goed omschrijven. Ik weet alleen dat hij een zwart vest droeg met capuchon die hij op had.

(..)

We zijn doorgereden en gestopt bij de bloemist ergens. Daar hebben we de politie gebeld. We zijn doorgereden en kwamen uit op de [adres 2] weg en via de Laan van Fasna zijn we weer naar de winkel van [slachtoffer 3] gereden.

Onderweg op de Laan van Fasna, ter hoogte van de bushalte, zag ik dezelfde persoon lopen als persoon 1 maar nu met de capuchon af en bellend. Ik weet zeker dat het dezelfde persoon was als persoon 1 want hij had hetzelfde vest aan, dit was een aparte kleur groen, olijfkleur. Ik zag dat hij aan het bellen was, ik kon niet horen wat hij zei. Volgens mij had hij een witte telefoon in zijn handen en hij had kort gemillimeterd haar.


Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] bij politie d.d. 4 april 2014. P. 1110 t/m 1112.


“Ik weet dat ik hier ben voor een verhoor vanwege een incident dat zich heeft

afgespeeld op woendag 2 april 2014, omstreeks 22:30 uur. Ik woon aan de

[adres 3] te Vaassen. Ik woon daar samen met mijn man, [naam 1].

(..)

Direct tegenover mijn woning is de Tabakswinkel van [X] gelegen. (..) Ik schat dat de afstand tussen de voorzijde van mijn woning en de tabakswinkel ongeveer 100 meter is.

(..)

Op die dag, omstreeks 22:30 uur ging ik met onze hond wandelen. Ik doe het hekje van het slot en ik kijk vooruit richting van [X]. Ik zag 2 mannen op de oprit voor de garage van van [X] lopen. (..) De 2 mannen stonden in het licht van de lamp die onder de carport zit. Door de lichtgesteldheid en de afstand van ongeveer 100 meter was het wel lastig om de mannen te zien.

Ik kan de mannen als volgt omschrijven:

Man 1:

— man droeg een lichtkleurige jas.

— kwam lomp op mij over.

— Man liep iets voorover

— Zijn loopje kwam slungelig op mij over

— Ik schat de deze man ongeveer 180 cm is. Net zo lang als ik.

— Huidskleur kan ik niets over verklaren

— Ik kon zijn gezicht door de afstand niet zien

— Verder over schoenen en broek kan ik niets zeggen

— Ook leeftijd of iets dergelijks kan ik niets over zeggen

— Ik weet niet of hij een muts of iets dergelijks op had.

Man 2:

— deze man droeg donkere kleding

- Getinte huidskleur.

— Ik ben geen expert, maar ik zou zeggen noord—afrikaans. Geen indonesische huidskleur of iets dergelijks.

— Ik schat deze jongeman rond de 25 jaar oud.

— Ik vond het een mooie jongen om te zien, met een verzorgd uiterlijk.

— Kwam sportief op mij over

— Actieve houding, liep vlotter

— Kwam zelfs beetje bijdehand over. Hij liep echt zelfverzekerd rond, alsof hij helemaal op zijn gemak was.

— Hij was iets kleiner dan man 1. Ik schat hem 170 cm lang

— Slank postuur.

— Droeg een zwarte losse muts. Geen capuchon over zijn hoofd.

(..)

Ik ben direct omgedraaid en weer naar binnen gelopen. (..) Ik zag dat man 1 richting de achterdeur van de woning van van [slachtoffer 3] liep. Ik zag dat hij daarna terugliep, naar het keukenraam liep en naar binnen keek. Ik zag dat hij alleen met zijn gezicht naar het raam stond, hij heeft hierbij zijn handen niet gebruikt. Het keukenraam zit aan de zijde van de garage. Ik zag dat man 2 een beetje heen en weer liep over de oprit.

(..)

Ik heb direct mijn man, [naam 1] geroepen. [naam 1] heeft zijn jas aan gedaan en is direct mee naar buiten gekomen. Ik schat dat we hooguit een minuut weer buiten stonden. We zijn samen de voortuin ingelopen. Ik zag dat er weinig aan de posities van de mannen veranderd was. De mannen liepen weer een beetje rond alsof ze aan het zoeken waren.

(..)

Ik zag dat mijn man [naam 1] met zijn zaklamp in de richting van de mannen scheen.

(..)

Ik kwam weer bij [naam 1] en ik hoorde hem zeggen dat de mannen rustig aan richting de bushalte aan de Laan van Fasna zijn gelopen.


Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 4 april 2104, wonende aan de [adres 4], P.1125 en 1126.


Woensdagavond, 2 april 2014, ben ik vroeg naar bed gegaan. Toen ik in mijn eerste slaap was, ongeveer tussen 22.30 en 22.45 uur, hoorde ik iemand vloeken of schreeuwen.

(..)

De volgende dag ontdekte mijn vrouw om ongeveer 15.30 uur een groot gat in de heg.


Proces-verbaal van bevindingen inzake aanhouding verdachte [C] d.d. 2 april 2014. P. 1071 t/m 1073.

(..)

Op woensdag 2 april 2014 omstreeks 22:38 uur hoorden wij van de regionale meldkamer

de melding dat er twee mannen met mutsen of capuchons rond het pand liepen van

[X] sigaren magazijn, gelegen aan de [adres 2] te Vaassen.

Op het moment dat wij in Vaassen over de Laan van Fasna reden en de kruising met de

[adres 2] passeerden zagen wij dat een manspersoon vanuit de richting van

de Laan van Fasna de [adres 2] weg in liep, in de richting van het centrum

van Vaassen. Wij, verbalisanten van der Heijden en Van den Bosch zagen dat deze man

aan de linkerzijde van de [adres 2] liep en schuin de weg overstak om aan

de rechterzijde van de weg te gaan lopen. Wij zagen dat deze man gekleed was in een

spijkerbroek en een trui of vest voorzien van een capuchon aan de achterzijde. Wij

zagen dat de man sportschoenen droeg.

(..)

Wij hoorden hen zeggen dat zij twee personen bij het pand hadden gezien. Zij konden

niet goed zeggen of de mannen donker getint waren of dat zij bivakmutsen op hadden

gehad. Wij hoorden hen zeggen dat zij gekleed waren in een donkere capuchontrui. De

tweede persoon was gekleed in een olijfgroene trui en zou sportschoenen dragen.

Wij hoorden hen zeggen dat de mannen waren weg gelopen in die richting, en zagen

dat zij hierbij met hun hand wezen in de richting van de Laan van Fasna.

(..)

Op dat moment besloten wij, verbalisanten Van der Heijden en Van den Bosch om

direct terug te rijden naar de [adres 2] met de bedoeling om de persoon

die wij even daarvoor hadden zien lopen, te controleren. Hiertussen zaten ongeveer

3 a 4 minuten.

(..)

Wij zagen dat hij gekleed was in een donkerblauwe spijkerbroek met hierboven een donkerblauwe/ groene trui of vest voorzien van een capuchon. Wij zagen dat de capuchon was voorzien een licht gekleurde, één centimeter brede veter, die aan de voorzijde ongeveer 20 tot 25 centimeter lang was. De man droeg licht gekleurde gymschoenen.

Wij zagen dat de man onvast ter been liep en verkeerde in een kennelijke staat van dronkenschap.

(..)

Aangekomen op het politiebureau overhandigde de man een op zijn naam staand geldig Nederlands paspoort met paspoortnummer [nummer], welke was afgegeven op 23 oktober 2012 door de Burgemeester van Apeldoorn. Het paspoort is geldig tot 23 oktober 2017 en staat op naam van: Achternaam : [C]; Voornaam: [C]; Geboortedatum en plaats: [geboortedatum 4] te [geboorteplaats 2] (Joegoslavië).


Het onder 5 tenlastegelegde

Proces-verbaal van aangifte door[slachtoffer 4], [adres 5]te Vaassen, bij politie d.d. 3 april 2014. P. 1150 t/m 1152.

“vanmorgen ontdekte ik dat de fiets weg was. Hierbij werden de goederen, zoals genoemd op de bijlage goederen, weggenomen.

(..)

Goednummer : PL0670—2014046009—522864

Voertuig : Fiets (Heren)

Merk/type : Giant Stadsfiets

Kleur Grijs.


Proces-verbaal van verhoor van verdachte [M] bij politie d.d. 6 april 2014 P. 306 t/m 312.

(..)

A: Ik ben woensdag de 2e april in Deventer geweest. Bij een vriend van mij. We hadden een feestje in Vaassen. Daar zijn we naar toe gegaan. Dat was rond een uur of acht ‘s avonds. We hebben gedronken en hadden het gezellig.

(..)

A: (..) Ik schrok van het feit dat [C] door de politie werd aangehouden. Ik zag dat.. (..) Ik ben door een coniferenhaag gedoken. Ik kwam achter een woning terecht. Ik ben om het huis heen gelopen. (..) Ik zag toen een openstaande fiets bij dat huis staan. Ik heb die fiets gepakt en ben toen op die fiets teruggereden naar Deventer. Ik kwam om ongeveer 01.00 uur in die nacht van woensdag op donderdag aan in Deventer bij de woning van Bobby.


Proces-verbaal van bevindingen van politie d.d. 6 april 2014. P.1162.

Op verzoek van de teamleiding van liet onderzoek genaamd GROT heb ik verbalisant op

zondag, 6 april 2014, omstreeks 13:15 uur bij de bewoner van liet perceel Gildenburg

224 te Deventer een grijze heren fiets merk Giant opgehaald.


Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] bij de politie d.d. 8 april 2014. P. 1163 t/m 1167.

(..)

Donderdagochtend, 3 april 2014, omstreeks 07.30 uur zag ik een Giant fiets bij mij voor de woning staan. Ik had die fiets nog niet eerder gezien. Ik vroeg aan [K] van wie die fiets was. [K] vertelde mij dat hij die avond ervoor [M] en [C] kwijt was geraakt en dat [C] een tijdje door de politie was opgepakt vanwege openbare dronkenschap. (..)

Vervolgens vertelde [K] dat [M] een fiets had gestolen en naar onze woning

was gefietst. (..)

[K] vertelde mij toen dat ze ook niet in Hengelo waren geweest maar in Vaassen.


Proces-verbaal van verhoor van getuige[getuige 5] bij politie d.d. 8 april 2014. P. 1168.

“Ik herken de fiets die u mij zojuist laat zien als eigendom van mijn man [naam 2]

[naam 2]. Ook de fietstassen die u mij toont zijn zijn eigendom. Mijn man heeft

van de diefstal van de fiets en fietstassen via internet aangifte gedaan bij de politie. Dit was op donderdag 3 april 2014”.