Rechtbank Overijssel, 19-06-2015 / 08/993008-13


ECLI:NL:RBOVE:2015:3082

Inhoudsindicatie
Verdachte is ten laste gelegd dat hij feitelijk leiding zou hebben gegeven aan een bedrijf ter zake van het plegen van faillissementsfraude dan wel dat hij faillissementsfraude zou hebben gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte integraal vrij van het ten laste gelegde.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-06-19
Publicatiedatum
2015-06-29
Zaaknummer
08/993008-13
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/993008-13

Datum vonnis: 19 juni 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 mei 2015 en 5 juni 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.J. Bollen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman

mr. N.E. Koelemaij, advocaat te Assen, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan [bedrijf 1] BV terzake van het plegen van faillissementsfraude in het faillissement van [bedrijf 2] BV en/of het faillissement van [bedrijf 3] BV door, al dan niet samen met andere (rechts)personen, een Caterpillar 330B, powerscreen zeef en/of schrootschaar aan de boedels van die BV’s te onttrekken, dan wel dat verdachte, al dan niet samen met andere (rechts)personen faillissementsfraude heeft gepleegd.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


[bedrijf 1] BV tezamen en in vereniging met [bedrijf 2] BV en/of met [bedrijf 3] BV (vanaf 16 april 2010 genaamd [bedrijf 3] BV (ingeschreven KvK-nummer 06065655) en/of met [naam], op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 26 februari 2010 tot 29 november 2012, te Langeveen en/of in de gemeente Hengelo (Ov) en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer andere natuurlijke personen, althans alleen, terwijl [bedrijf 2] BV bij vonnis van de rechtbank Almelo dd. 24 maart 2010 in staat van faillissement is/was verklaard en/of terwijl [bedrijf 3] BV (vóór 16 april 2010 genaamd [bedrijf 3] BV) bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden dd. 08 juni 2010 in staat van faillissement is/was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van [bedrijf 2] BV en/of van [bedrijf 3] BV (voorheen genaamd [bedrijf 3] BV), een of meer van de navolgende goederen aan de boedel(s) van genoemde besloten venootschap (en) had en/of heeft onttrokken,

te weten een kraan, Caterpillar, 330 B, en/of een powerscreen zeef en/of een schrootschaar, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar

feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat


[bedrijf 1] BV op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 26 februari 2010 tot 29 en 24 maart 2010 en/of 08 juni 2010, te Langeveen en/of in de gemeente Hengelo (Ov) en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer andere natuurlijke personen, althans alleen, in het vooruitzicht van het faillisement van [bedrijf 2] BV, welk faillissement bij vonnis van de rechtbank Almelo dd. 24 maart 2010 is gevolgd en/of in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf 3] BV (vóór 16 april 2010 genaamd [bedrijf 3] BV), welke faillissement bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden dd. 08 juni 2010 is gevolgd,

ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van [bedrijf 2] BV en/of van [bedrijf 3] BV (voorheen genaamd [bedrijf 3] BV), een of meer van de navolgende goederen aan de boedel(s) van genoemde besloten

venootschap(en) heeft onttrokken, te weten een kraan, Caterpillar, 330 B, en/of een powerscreen zeef en/of een schrootschaar, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);


ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat


hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 26 februari 2010 tot 29 en 24 maart 2010 en/of 08 juni 2010, te Langeveen en/of in de gemeente Hengelo (Ov) en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging en in vereniging met een of meer andere

rechtspersonen en/of met een of meer andere natuurlijke personen, althans alleen, in het vooruitzicht van het faillisement van [bedrijf 2] BV, welk faillissement bij vonnis van de rechtbank Almelo dd. 24 maart 2010 is gevolgd en/of

in het vooruitzicht van het faillissement van [bedrijf 3] BV (vóór 16 april 2010 genaamd [bedrijf 3] BV), welke faillissement bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden dd. 08 juni 2010 is gevolgd, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van [bedrijf 2] BV en/of van [bedrijf 3] BV (voorheen genaamd [bedrijf 3] BV), een of meer van de navolgende goederen aan de boedel(s) van genoemde besloten venootschap(en) heeft onttrokken, te weten een kraan, Caterpillar, 330 B, en/of een powerscreen zeef en/of een schrootschaar.


3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat het primair ten laste gelegde, met uitzondering van de onttrekking van de schrootschaar, bewezen wordt verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en daarnaast tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.


4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.


5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging


Het standpunt van de officier van justitie


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard behoudens daar waar de tenlastelegging ziet op de schrootschaar. Verdachte heeft als bestuurder van [bedrijf 1] BV feitelijk leiding gegeven aan de onttrekking van de Caterpillar 330B en Powerscreen zeef uit het bedrijf van [naam]. Blijkens de bij de doorzoeking aangetroffen afrekening betreffende de Caterpillar, gedateerd 25 februari 2010, in samenhang met het feit dat verdachte door zijn contacten met [naam] goed op de hoogte was van de gang van zaken bij de BV’s van [naam] en hij op 18 februari 2010 de kraan heeft laten ophalen van een werk van [naam]. De powerscreen zeef heeft verdachte op zijn bedrijf voorhanden gehad, terwijl verdachte had moeten weten dat de zeef uit het oude bedrijf van [naam] afkomstig was. De officier van justitie acht het ten laste gelegde medeplegen eveneens bewezen.


Het standpunt van de verdediging


De verdediging heeft zich, samengevat weergegeven, op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat de genoemde goederen niet door verdachte aan de failliete boedels zijn onttrokken.


Ten aanzien van de caterpillar 330B

Wat betreft de caterpillar heeft de verdediging gesteld dat de waarde van deze kraan, als te doen gebruikelijk tussen deze partijen, is verrekend met een openstaande vordering van BRA BV en Zand en Grond BV op [bedrijf 2] BV. Verdachte was op die momenten niet bekend met een naderend faillissement van de bedrijven van [naam]; noch ten tijde van overeenkomst tot verrekening noch ten tijde van de levering op zijn bedrijf.

De kraan is in opdracht van verdachte op 18 februari 2010 opgehaald van een werk van [naam] in Westervoort en afgeleverd op de bedrijfslocatie van verdachte. Hiermee is de caterpillar buiten de tenlastegelegde periode aan BRA geleverd.

De waarde van de kraan was marktconform en verdachte was aanvankelijk voornemens om de kraan zelf in zijn bedrijf te gebruiken. Het bij verkoop hogere getoucheerde bedrag is een gevolg van de door verdachte gedane onderhoudsinvesteringen aan de kraan.

Dat bij de verrekening van de vordering van BRA gebruikt is gemaakt van gescheiden vermogens, daar heeft verdachte niet bij stil gestaan en was hij niet van op de hoogte. Bovendien laat dit onverlet dat in civielrechtelijke zin deze transactie is toegestaan in geval [naam] de kraan uit vermogen van de beheersvennootschap in het vermogen van [bedrijf 2] BV heeft gebracht waarna verrekening wel mogelijk is. Een derde partij kan overigens bevrijdend betalen namens [bedrijf 2] BV.


Ten aanzien van de zeef powerscreen

Wat betreft de zeef heeft de verdediging gesteld dat de zeef eind 2012, kort voor de doorzoeking en inbeslagneming door de Belastingdienst op 29 november 2012, door mensen van [naam] op de locatie van verdachte is gebracht. Verdachte had niet de intentie om zich de zeef toe te eigenen en uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte er voor heeft gezorgd dat de zeef van de locatie van [naam] werd afgevoerd. Ten aanzien van de zeef bestaat dan ook geen nauwe en bewuste samenwerking gericht op onttrekking.


Ten aanzien van de schrootschaar

Wat betreft de schrootschaar heeft de verdediging gesteld dat deze niet tot de activa van [bedrijf 2] BV behoort en ook niet op de activalijst van de onderneming stond. Verdachte heeft de schrootschaar zelf gekocht van een ondernemer in Duitsland.


Voorts heeft de verdediging gesteld dat het primair tenlastegelegde een kwaliteitsdelict betreft, aan welke kwalificatie verdachte niet voldoet. Immers alleen hij die in staat van faillissement is verklaard, kan het feit plegen en voor zover feitelijk leidinggeven mogelijk strafbaar zou zijn, zal dit enkel kunnen zien op het feitelijk leidinggeven aan de gefailleerde entiteit. Nu verdachte niet de kwaliteit van gefailleerde heeft en hij geen feitelijk leidinggever van de gefailleerde vennootschap was, is art. 341 Sr niet op verdachte van toepassing. Evenmin is komen vast te staan dat verdachte wetenschap had van een benadeling van schuldeisers van de bedrijven van [naam], zodat het oogmerk van verdachte op de strafbare gedraging ontbreekt. Tot slot was er geen nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [naam] ten aanzien van een benadeling van faillissementscrediteuren.


Van het subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde dient verdachte eveneens te worden vrijgesproken, nu verdachte in privé niet met de ondernemingen van [naam] heeft gehandeld.


5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Ten aanzien van feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair


Kraan, Caterpillar 330B

Verdachte heeft verklaard dat hij de kraan, Caterpillar 330B, heeft ontvangen ter verrekening van een vordering die zijn bedrijf (BRA) op [bedrijf 2] BV had. Nu de verklaring van verdachte dat deze kraan op een werk in Westervoort stond en vervolgens al op 17 of 18 februari 2010 is opgehaald, niet door bewijsmiddelen uit het dossier wordt weerlegd, is niet uitgesloten dat het zo gegaan is als verdachte heeft verklaard. De rechtbank constateert dat het verwijt in de tenlastelegging zich beperkt tot de periode van 26 februari 2010 tot 29 november 2012 (subsidiair en meer subsidiair: tot 8 juni 2010) en concludeert dat de levering van de kraan op 17 of 18 februari 2010, in geval deze handeling als een onttrekking aan de boedels van de in de tenlastelegging genoemde vennootschappen zou moeten worden aangemerkt, buiten de reikwijdte van de tenlastelegging valt. Verdachte moet derhalve op dit punt worden vrijgesproken van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten last gelegde.


Powerscreen zeef

Verdachte heeft ten tijde van de doorzoeking op zijn bedrijf op 29 november 2012 spontaan ten overstaan van de FIOD verklaard dat hij de powerscreen zeef van [naam] op zijn bedrijfsterrein had staan. Verdachte heeft verklaard dat hij daarvan geen eigenaar is en dat hij het apparaat in opslag voor [naam] onder zich had. [naam] had dit apparaat, zo verklaarde verdachte destijds bij de FIOD, in 2010 gebracht.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat deze zeef in 2012 door [naam] is gebracht en dat de vermelding “2010” destijds een vergissing is geweest.

De rechtbank kan in het midden laten of dit een vergissing is. Ook bij dit bedrijfsmiddel moet de rechtbank constateren dat het verwijt in de tenlastelegging zich beperkt tot de periode van 26 februari 2010 tot 29 november 2012 (subsidiair en meer subsidiair: tot 8 juni 2010). De rechtbank concludeert dat het overbrengen van de zeef, in geval deze handeling als een onttrekking aan de boedels van de in de tenlastelegging genoemde vennootschappen zou moeten worden aangemerkt, zowel in het geval dat verdachte aan zijn oorspronkelijke verklaring wordt gehouden (“in 2010”) als in het geval dat de verklaring van verdachte ter terechtzitting moet worden gevolgd (in “2012”), buiten de reikwijdte van de tenlastelegging kan vallen. Nu het dossier anderszins geen uitsluitsel geeft in die zin dat geen bewijsmateriaal voorhanden is op grond waarvan is vast te stellen dat de vermeende overdracht in de periode van de tenlastelegging heeft plaatsgevonden moet verdachte ook op dit punt worden vrijgesproken van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten last gelegde.


Schrootschaar

Met de officier van justitie en de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het (primair, subsidiair en meer subsidiair) ten laste gelegde voor zover dit betrekking heeft op de schrootschaar, aangezien niet wettig en overtuigend is bewezen dat de door verdachte verhandelde schrootschaar van het bedrijf van [naam] afkomstig was.


De rechtbank komt tot de slotsom dat met betrekking tot alle in de tenlastelegging genoemde bedrijfsmiddelen (de kraan, de zeef en de schaar) het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt dat verdachte het ten laste is gelegde heeft begaan. Verdachte dient derhalve integraal te worden vrijgesproken van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde.


5.3

De conclusie


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair, subsidiair en meer subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.








6De beslissing


De rechtbank:


vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.


Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2015.


Buiten staat

Mr. M. Aksu is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen