Rechtbank Overijssel, 03-07-2015 / 4233662 CV EXPL 15-5158


ECLI:NL:RBOVE:2015:3241

Inhoudsindicatie
Kort geding. De kantonrechter wijst de vorderingen in conventie en reconventie af nu eiseres de verkeerde partij heeft gedagvaard.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-07-03
Publicatiedatum
2015-07-07
Zaaknummer
4233662 CV EXPL 15-5158
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede


Zaaknummer : 4233662 CV EXPL 15-5158

Uitspraak : 3 juli 2015 (mjw)


Vonnis in kort geding in de zaak van:


[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres in conventie, verweerster in reconventie

hierna ook wel [eiseres] te noemen

gemachtigde: mr. R.J. Leijssen,

advocaat te Enschede



- tegen -



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Alvast B.V.

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

hierna ook wel Alvast te noemen

gemachtigde: mr. K.J. Coenen,

advocaat te Enschede



1De procedure


1.1

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 24 juni 2015 Alvast opgeroepen in kort geding te verschijnen voor de zitting van woensdag 1 juli 2015 om 11.00 uur. Vooruitlopend op de mondelinge behandeling heeft mr. Leijssen een twaalftal produkties in het geding gebracht en daarbij tevens een aanvullende eis geformuleerd.

Mr. Coenen heeft eveneens op voorhand een aantal produkties in het geding gebracht.


1.2

Ter zitting is verschenen [eiseres], bijgestaan door mr. Leijssen.

Namens Alvast is verschenen mr. Coenen


1.3

[eiseres] heeft haar standpunt laten toelichten door haar gemachtigde, die zich daarbij bediend heeft van een pleitnota.

Alvast heeft tegen de vordering verweer gevoerd, waarbij mr. Coenen eveneens gebruik heeft gemaakt van een pleitnota. Ter zitting heeft Alvast een reconventionele vordering ingesteld.

Van hetgeen verder is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.


1.4

Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten


2.1

Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden voorshands als vaststaand aangenomen omdat zij door één van partijen zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden.


2.2.

Op 24 december 2014 hebben Alvast B.V. (hierna: Alvast), handelend als schriftelijk gevolmachtigde en [eiseres] met betrekking tot het pand aan de [adres] te [plaats], een overeenkomst gesloten, aangeduid als 'Bruikleenovereenkomst'. In deze overeenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

"De ondergetekenden:

1, Alvast BV, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de eigenaar /beheerder

[…], hierna te noemen "de Bruikleengever";

en

2. mevrouw [eiseres], hierna te noemen de Bruiklener";

[…]

komen overeen:


Bruikleen

Artikel 1

De Bruikleengever geeft vanaf 24-12-2014 voor onbepaalde tijd en om niet het Object in – al dan niet gedeeltelijke – bruikleen aan de Bruiklener, en de Bruiklener neemt het Object vanaf 24-12-2014 voor onbepaalde tijd en om niet, van de Bruikleengever in – al dan niet gedeeltelijke – bruikleen aan.

[…]

Overlast

Artikel 11

De Bruiklener en/of personen en/of dieren en/of goederen die zich van zijnentwege of met zijn goedvinden in of nabij het Object bevinden zullen aan medebruikleners, als ook aan omwonenden en andere derden, geen overlast veroorzaken.

Schoonmaak

Artikel 12

1. De Bruiklener verplicht zich zorg te dragen voor het netjes en schoon houden van het Object en haar aanhorigheden. […]


Beëindiging van de overeenkomst

Artikel 16

1. […]

2. Deze overeenkomst kan echter door de Bruikleengever met onmiddellijke ingang worden opgezegd indien sprake is van niet-nakomen door de Bruiklener van enige verplichting voortvloeiend uit deze overeenkomst, […]”


2.3

Eveneens op 24 december 2014 hebben [eiseres] en Alvast een 'Dienstverlenings-overeenkomst’ gesloten, waarbij [eiseres] is aangeduid als 'de Kandidaat'. In deze overeenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:


"in aanmerking nemende:

de Kandidaat wenst, in afwachting van verkoop/verhuur/renovatie/sloop of andere ontwikkelingen, een tijdelijk leegstaand pand in - al dan niet gedeelde - bruikleen te verkrijgen, zulks voor onbepaalde tijd tot wederopzegging door hemzelf of bruikleengever, en om niet, om daar tijdelijk verblijf te houden (te wonen);

[…]

komen overeen:

(…)

Vergoeding

Artikel 4

1. Indien de Kandidaat daadwerkelijk een bruikleenovereenkomst als bedoeld in artikel 1 afsluit, zal de Kandidaat aan Alvast BV voor de tijd dat die bruikleenovereenkomst duurt een maandelijkse vergoeding voldoen van € 185,-- (…)."


2.4

Bij brief van 22 juni 2015 deelt [naam], vastgoedconsulente van Alvast Zwolle, [eiseres] het volgende mee:


Helaas moeten wij je mededelen dat de eigenaar van het door jou bewoonde pand aan de [adres] de bruikleenovereenkomst wil beëindigingen per 2015-06-22. Deze beslissing is voortgekomen uit de crisissituatie die afgelopen weekend heeft plaatsgevonden tussen jou en je medebewoner waarbij tevens de politie is ingeschakeld.

Wij verzoeken je dan ook de door jou bewoonde ruimte leeg, schoon en in goede staat op te leveren per 2015-06-22 om 17:00 uur. […]


2.5

Op 24 juni 2015 heeft [eiseres] aangifte gedaan van mishandeling van haar door een mede- bruiklener d.d. 20 juni 2015. In het proces-verbaal van aangifte is o.a. het volgende opgenomen:


“Ik ben woonachtig in het Abn Amro bank gebouw aan de [adres] te [plaats]. Ik woon hier ‘anti-kraak’.


2.6

Bij brief van 22 juni 2015 deelt de gemachtigde van [eiseres], mr. Leijssen, Alvast Zwolle het volgende mee:


Ten titel van bruikleenovereenkomst huurt cliënte woonruimte in het pand aan de [adres] te [plaats].

[…]

Heden heeft zij te horen gekregen dat ze onmiddellijk, vandaag nog, het gehuurde moet verlaten en ontruimen.

Ik heb cliënte erop attent gemaakt dat dit in strijd met de wet is, nu voor beëindiging van de huurovereenkomst de toestemming nodig is van de kantonrechter.

[…]

Anders dan u cliënte bij brief van heden heeft laten weten zal zij heden de woning/woonruimte niet verlaten en houdt zij uw organisatie aansprakelijk voor elke schade die uit de ongeldige opzegging voortvloeit.


2.7

Op 22 juni 2015 zijn andere sloten op de door Koerst bewoonde ruimte gezet en is haar de toegang tot die woonruimte ontzegd.





3Het geschil


De vordering in conventie:

3.1

[eiseres] vordert veroordeling van Alvast om haar binnen 24 uur na betekening van dit vonnis toegang te verschaffen tot de door haar gehuurde woonruimte aan de [adres] te [plaats] zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag.

Daarnaast vordert zij veroordeling van Alvast tot een dwangsom van € 5.000,00 voor elke handeling waarbij [eiseres] de toegang tot de woonruimte wordt ontzegd.

Voorts vordert zij, middels een vermeerdering van eis, de voorwaardelijke veroordeling van Alvast tot betaling van een voorschot van € 10.000,-- op de schade, voor zover blijkt dat Alvast de inboedel van [eiseres] uit het gehuurde heeft verwijderd.

Tenslotte vordert zij veroordeling van Alvast in de kosten van deze procedure.


3.2

[eiseres] stelt daartoe - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende.

[eiseres] betwist overlast te hebben veroorzaakt. Die overlast werd veroorzaakt door de medebewoner. Alvast pleegt op haar beurt ernstige wanprestatie door het gebruik van het gehuurde aan [eiseres] te ontzeggen en het gebruik met onmiddellijke ingang te beëindigen. [eiseres] is van mening dat de overeenkomst van partijen geen overeenkomst van bruikleen is maar een huurovereenkomst. Er is sprake van een brutale daad van eigenrichting op basis waarvan Alvast veroordeeld moet worden om het gehuurde weer te beschikking te stellen.


Het verweer en de reconventionele vordering


3.3

Alvast concludeert primair tot het niet-ontvankelijk verklaren van [eiseres] in haar vorderingen althans die vorderingen af te wijzen met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

Aangevoerd wordt dat ANB AMRO Bank N.V. eigenaar is van het object [adres] te [plaats], een kantoorpand dat thans leeg staat in afwachting van verkoop.

Alvast heeft in haar hoedanigheid van vertegenwoordiger van de eigenaar van dat object met [eiseres] een bruikleenovereenkomst gesloten. Alvast is geen bruikleengever en zij is dan ook ten onrechte in rechte aangesproken.

Alvast betwist dat er sprake is van een huurovereenkomst en zij verwijst in dat kader naar de jurisprudentie waarin inmiddels uitgemaakt is dat dergelijke bruikleenovereenkomst geen huurovereenkomsten zijn.

[eiseres] heeft overlast veroorzaakt waardoor zij wanprestatie heeft geleverd. Met name wordt verwezen naar de artikelen 11 en 16 lid 2 van de Bruikleenovereenkomst. Om die reden vordert zij bij wijze van reconventionele vordering veroordeling van [eiseres] om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het perceel aan de [adres] te [plaats] te verlaten op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag.

Voor het geval Alvast als bruiklener (bedoeld zal zijn bruikleengever, ktr) wordt aangemerkt vordert Alvast een boetebedrag van € 500,00 per dag vanaf 22 juni 2015 tot aan de dag dat [eiseres], door verwijdering van haar spullen uit het perceel aan de [adres] te [plaats], niet meer in gebreke zal zijn.


Het verweer in reconventie:

3.4

Koerst stelt zich op het standpunt dat Alvast niet ontvankelijk moet worden verklaard nu het procesreglement voorschrijft dat daarvan voorafgaand aan de terechtzitting schriftelijk mededeling moet worden gedaan en Alvast aan dat vereiste niet voldaan heeft.




4De beoordeling in kort geding


4.1

Vooropgesteld dient te worden dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn. Gelet op het primair gevoerde verweer zal in het onderhavige geval evenwel voor alles geoordeeld moeten worden of [eiseres] wel de juiste tegenpartij heeft gedagvaard.


4.2

[eiseres] stelt in dat kader dat uit de ‘bruikleenovereenkomst’ blijkt dat Alvast in eigen naam op heeft getreden. De kantonrechter deelt die opvatting niet. In de ‘bruikleenovereenkomst’ staat dat Alvast B.V. handelt als schriftelijk gevolmachtigde van de eigenaar/beheerder van het pand. Alvast verricht derhalve een rechtshandeling (aangaan van een bruikleenovereenkomst) welke ontleend is aan een andere rechtshandeling verricht door de vertegenwoordigde, namelijk het geven van een volmacht aan Alvast. Dat betekent dat er sprake is van vertegenwoordiging: het verrichten van een rechtshandeling in naam van een ander door iemand die daartoe bevoegd is, met als gevolg dat de rechtsgevolgen intreden voor die ander (de vertegenwoordigde).


4.3

Het moet voor de wederpartij, in dit geval [eiseres], duidelijk zijn geweest dat Alvast handelde ‘in naam van’. Bij het verrichten van rechtshandelingen ‘in naam van’ gaat het er niet om of de naam van de ander is genoemd maar dient de vraag te worden beantwoord of de tussenpersoon al dan niet in hoedanigheid van gevolmachtigde is opgetreden. Daartoe is beslissend hetgeen de feitelijk handelende personen over en weer hebben verklaard en hetgeen zij uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden (zie het Kribbebijter-arrest, NJ 1977, 521).

Voormelde vraag laat zich als volgt beantwoorden.

In de ‘bruikleenovereenkomst’ wordt Alvast aangeduid als ‘schriftelijk gevolmachtigde’ welke omschrijving voldoende duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Daarnaast en voorafgaand is tussen [eiseres] en Alvast een ‘dienstverleningsovereenkomst’ tot stand gekomen waarvan de essentie is dat overeengekomen werd dat Alvast [eiseres] behulpzaam zou zijn met het vinden van een tijdelijk leegstand pand om daar om niet tijdelijk te wonen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan bij [eiseres] er dan ook geen twijfel hebben bestaan in welke hoedanigheid Alvast bij het aangaan van de ‘bruikleenovereenkomst , (zijnde het resultaat vanuit de dienstverleningsovereenkomst) is opgetreden, namelijk als gevolmachtigde.


4.4

Nu de rechtsgevolgen van het aangaan van de ‘bruikleenovereenkomst’ niet voor Alvast zijn ingetreden maar voor de eigenaar van het pand en het voor [eiseres] van meet af aan duidelijk was althans duidelijk had kunnen zijn in welke hoedanigheid Alvast handelde, kan een vordering tot het verschaffen van toegang tot de woonruimte als omschreven in de ‘bruikleenovereenkomst’ alleen ingesteld worden tegen de eigenaar van het pand, en niet tegen de gevolmachtigde. Met andere woorden, voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de rechter tot de conclusie komt dat [eiseres] de verkeerde partij in rechte heeft aangesproken.


4.5

Het ter zitting gevoerde verweer van [eiseres] dat het haar niet duidelijk was wie de eigenaar van het pand was, wordt gepasseerd. Zoals hiervoor overwogen hoeft de naam van de eigenaar van het pand niet vermeld te worden. Bovendien geldt dat indien op voorhand niet geheel duidelijk was wie de eigenaar van dat pand was, het voor de hand had gelegen dat de Kadastrale registers geraadpleegd waren.


4.6

Wat daar ook verder van zij, de voorshandse conclusie in rechte dat [eiseres] de verkeerde partij heeft gedagvaard, leidt er toe dat de vordering moet worden afgewezen. Daaruit volgt ook dat Alvast op grond van de ‘bruikleenovereenkomst’ geen reconventionele vordering jegens [eiseres] kan instellen. Hetgeen verder door partijen naar voren is gebracht kan derhalve onbesproken blijven.


4.7

[eiseres] zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Alvast zal in reconventie als de in het ongelijk gestelde partij daartoe worden veroordeeld.


5de beslissing in kort geding


in conventie:


Wijst de vordering af.


Veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alvast begroot op € 400,-- wegens gemachtigde salaris.


in reconventie:


Wijst de vordering af.


Veroordeelt Alvast in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 200,-- wegens gemachtigde salaris.


Aldus gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.