Rechtbank Overijssel, 23-06-2015 / C/08/171921 / KG ZA 15-180


ECLI:NL:RBOVE:2015:3469

Inhoudsindicatie
Samenwerking die valt te categoriseren als een agentuurovereenkomst en overeenkomst van opdracht – inbreuk handelsnaam – domeinnaam
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-06-23
Publicatiedatum
2015-07-30
Zaaknummer
C/08/171921 / KG ZA 15-180
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht


Zittingsplaats Almelo


zaaknummer: C/08/171921 / KG ZA 15-180

datum vonnis: 23 juni 2015(jk)


Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:


de besloten vennootschap naar Duits recht

STOL Grossraumbestuhlungen GmbH,

gevestigd te Porta Westfalica, Duitsland,

eiseres,

advocaat: mr. A.A.M. Hoogveld te Maastricht,


tegen


1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Green Messenger,

gevestigd te Oldenzaal,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Stol Nederland B.V.,

gevestigd te Oldenzaal,

3. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat: mr. C.G. Mensink te Borne.


Partijen zullen hierna ‘Stol’, ‘Green Messenger’, ‘Stol Nederland’, ‘ [gedaagde 1] ’ en

‘ [gedaagde 2] ’ genoemd worden.



1De procedure

In conventie en in reconventie:
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - de dagvaarding en producties aan de zijde van Stol,
  • - de bij brief van 4 juni 2015 en akte ingediende aanvullende producties zijdens Stol,
  • - de producties aan de zijde van de gedaagden,
  • - de akte wijziging (vermeerdering) van eis, alsmede aanvullende producties zijdens Stol,
  • - de door gedaagden ingediende conclusie van eis in reconventie,
  • - de mondelinge behandeling,
  • - de pleitnota van Stol,
  • - de pleitnota van gedaagden.

1.2.

Het vonnis is bepaald op vandaag.


2De feiten


In conventie en in reconventie:


2.1.

In deze zaak staat het navolgende vast.


2.2.

Stol is in 1994 opgericht en richt zich op de handel, montage en plaatsing van theaterstoelen, theatertribunes, auditoriumstoelen, collegezaalstoelen, stadionstoelen en sporttribunes in grote publieke ruimtes, kortom “Grossraumbestuhlungen”.


2.3.

Stol heeft de stoelen betrokken bij een Sloveense fabrikant, Stol & Stol d.o.o., krachtens een exclusieve distributieovereenkomst (hierna: Stol Slovenië). Stol Slovenië heeft de productie van de ‘Stol-stoelen’ in 2014 gestaakt. De productie is voortgezet door de firma Auditorium, dat door de voormalige (mede)directeur van Stol Slovenië, de heer [J] , wordt geleid. Stol neemt sindsdien van Auditorium af.


2.4.

Stol is in oktober 1998 met [gedaagde 1] in zee gegaan op basis van een zogenaamde mondelinge ‘gentlemen’s agreement’; meer specifiek is sprake van een agentuurovereenkomst en overeenkomst van opdracht.


2.5.

[gedaagde 1] heeft op 12 juli 2007 de onderneming Green Messenger opgericht, waarvan bestuurder en enig aandeelhouder de besloten vennootschap Posta Verde B.V. is, waarvan [gedaagde 1] bestuurder is.


2.6.

Green Messenger richt zich op de groothandel in kantoor- en projectmeubelen, alsmede de im- en export van kantoormeubelen. Green Messenger voert als alternatieve handelsnamen, Mobelli Projectinrichters, Mobelli Agenturen en Stol Nederland.


2.7.

Op 18 september 2008 werd Stol Nederland B.V. opgericht, waarvan bestuurder en enig aandeelhouder de besloten vennootschap RobeMo B.V. is, die bestuurd wordt door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .


2.8.

Bij brief van 15 december 2014 heeft Stol de samenwerking tussen partijen per direct beëindigd.


2.9.

Op 30 januari 2015 is een exclusieve distributieovereenkomst gesloten tussen Auditorium en Mobelli Projectinrichters (een handelsnaam van Green Messenger) ten aanzien van levering van ‘Stol-stoelen’ in de Benelux.


3Het geschil


In conventie:


3.1.

Stol vordert - verkort weergegeven - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk te veroordelen:


I. om aan Stol alle aan Stol toebehorende (elektronische) documenten (op gegevensdrager of via e-mail ter beschikking gesteld), schriftelijke stukken en fotokopieën daarvan te retourneren, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

II. te bevelen het (rechtstreeks) gebruik van het Stol-logo, alsmede de handelsnamen Stol, Stol Nederland en Stol Grossraumbestuhlungen en de domeinnaam Stol-Nederland.com, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden en meer in het bijzonder het gebruik hiervan op internet en/of als metatag te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

III. te bevelen om binnen 5 dagen na betekening van het vonnis, alles te doen wat noodzakelijk is om te bewerkstelligen dat de domeinnaam ‘Stol-Nederland.com’ op naam wordt gezet van Stol of aan een nader door Stol aan te wijzen derde, waaronder het geven van opdracht aan SIDN en/of Eurid tot de registratie van de domeinnaam op naam van Stol of een nader door Stol aan te wijzen derde, alsmede de domeinnaam te verhuizen naar een nader door Stol aan te wijzen internetserviceprovider, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

IV. te bepalen dat het in deze te wijzen vonnis, voor het geval een of meer gedaagden iet binnen 14 dagen aan het bovenstaande sub III. voldoen, op de voet van artikel 3:300 BW dezelfde kracht heeft als een opdracht van gedaagden of een van hen aan SIDN en/of Eurid;

V. om alle verwijzingen naar de (handels)namen Stol en/of Stol Nederland en/of Stol Grossraumbestuhlungen op hun website(s) en sociale media (zoals LinkedIn, Facebook en Twitter) of anderszins onmiddellijk te verwijderen en verwijderd te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

VI. om binnen 5 dagen na betekening van het vonnis, zo nodig op grond van het bepaalde in artikel 843a Rv, de in de dagvaarding opgesomde gegevens aan Stol te verstrekken;

VII. om alle foto’s en verwijzingen naar projecten van Stol, zoals gespecificeerd in productie 29, van haar website(s) met onmiddellijke ingang te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

VIII. te gebieden zich, alleen en/of tezamen met enige (rechts)persoon, gedurende de periode van één jaar na het wijzen van dit vonnis te onthouden van ieder contact met klanten en relaties van Stol, en voorts te gebieden zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere met de activiteiten van Stol concurrerende activiteiten, voor de duur van twee jaren, waaronder mede is begrepen de verkoop en levering van stoelen van de firma Auditorium, met of zonder gebruikmaking van de handelsnamen Stol, Stol Nederland en Stol Grossraumbestuhlungen, en met of zonder gebruikmaking van Stol-catalogi en –prospectussen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

IX. te verbieden gebruik te maken van alle bijzonderheden die Stol betreffen of daarmede verband houden en/of door het doen van mededelingen hierover aan derden, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

X. te veroordelen om binnen 5 dagen na betekening van het vonnis aan Stol bij wijze van voorschot een bedrag van € 50.000,- op de door Stol geleden en nog te lijden schade te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente;

XI. tot betaling van de daadwerkelijk gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke proceskosten, waaronder alle proceskosten ex artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente;

XII en met bepaling van de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op 6 maanden of een andere in goede justitie te bepalen termijn;

3.2.

Stol heeft deze vorderingen gebaseerd op de hiervoor weergegeven vaststaande feiten en op, voor zover hier van belang, de navolgende stelling; dat [gedaagde 1] , als gewezen agent van Stol, zich ten onterechte op het standpunt heeft gesteld dat hij met zijn eigen onderneming(en) de Nederlandse markt kan bedienen met gebruikmaking van de handelsnaam van Stol, namelijk Stol Nederland. Zo heeft hij onder meer, eveneens ten onrechte, de domeinnaam Stol-Nederland.com in gebruik.


3.3.

Gedaagden voeren gemotiveerd verweer en concluderen tot niet ontvankelijkheid, dan wel afwijzing van de vorderingen van Stol.


In reconventie:


3.4.

Gedaagden vorderen - kort samengevat - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Stol te gebieden om, binnen 3 dagen na betekening van het vonnis, alle medewerking te verlenen die nodig is voor de volledige en onvoorwaardelijke overdracht van de domeinnaam www.stol-nederland.nl aan Green Messenger, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

II. Stol te gebieden om, binnen 3 dagen na betekening van het vonnis, het gebruik van de handelsnaam Stol Nederland en Stol-Nederland te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

III. Stol te gebieden om het zonder toestemming van Green Messenger kopiëren en/of gebruiken en/of publiceren, via welk medium dan ook, van afbeeldingen, foto’s en teksten van Green Messenger, althans waarvan Green Messenger de auteursrechten heeft, te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

IV. Stol te veroordelen om een voorschot van € 750,- te voldoen aan Green Messenger voor het zonder toestemming gebruiken en publiek maken van foto’s, teksten en afbeeldingen van Green Messenger;

V. Stol te veroordelen in de werkelijk gemaakte proces- en advocaatkosten voor onderhavige procedure;


3.5.

Stol voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van gedaagden.


4De beoordeling


In conventie en in reconventie:


Spoedeisend belang

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van het gevorderde. Het meest verstrekkende verweer van gedaagden, dat geen sprake zou zijn van enig spoedeisend belang aan de zijde van Stol, zal worden gepasseerd nu reeds een beroep van Stol op het voortdurende karakter van de inbreukmakende handelingen van gedaagden het onderhavige geding een spoedeisend karakter geeft. Dat gedaagden een exclusieve distributieovereenkomst hebben gesloten met Auditorium op grond waarvan Stol geen ‘Stol-stoelen’ meer zal kunnen leveren in Nederland, maakt dit niet anders.


Inbreuk handelsnaam

4.2.

Tussen partijen staat vast dat [gedaagde 1] en Stol een jarenlange samenwerking heeft bestaan, die valt te karakteriseren als een agentuurovereenkomst en overeenkomst van opdracht. In dat kader heeft [gedaagde 1] , al dan niet via zijn vennootschappen, voor rekening en risico van Stol, overeenkomsten gesloten met afnemers houdende de verkoop en levering van de zogenaamde Stol-stoelen. [gedaagde 1] contracteerde voor Stol, onder andere ook met gebruikmaking van de handelsnamen Stol en Stol Nederland.


4.3.

Tussen partijen is wel discussie over de vraag bij wie de rechten op de handelsnamen Stol en Stol Nederland, met name laatstgenoemde, berusten. Op grond van artikel 5 van de Handelsnaamwet (Hnw) is het verboden een handelsnaam te voeren die, “vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard van beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen is te duchten“.


4.4.

Gedaagden beweren dat zij de rechten op de handelsnaam Stol Nederland hebben, nu [gedaagde 1] en [gedaagde 2] met hun voormalige vennootschap onder firma Stol Nederland vof als eerste zijn begonnen met het gebruik van de handelsnaam Stol Nederland. Een andere handelsnaam met daarin de naam ‘Stol’ is niet gebruikt door gedaagden. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat Stol voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde 1] (dan wel gedaagden), al dan niet via Green Messenger ofwel voormalige vennootschappen, in zijn (hun) hoedanigheid van agent voor Stol en onder gebruikmaking van de handelsnaam Stol Nederland (B.V.) voor Stol in Nederland handelde.


4.5.

Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat de rechten op de handelsnamen Stol, Stol Nederland en Stol Grossraumbestuhlungen bij Stol liggen. Een gewezen agent kan niet zonder meer profiteren van de naamsbekendheid die Stol, al dan niet met gebruikmaking van de diensten van de agent, in Nederland heeft opgebouwd. Ook al gebruikte de gewezen agent de handelsnaam Stol Nederland (B.V.) als handelsnaam voor zijn eigen onderneming, het neemt niet weg dat hij in opdracht en voor rekening en risico van Stol handelde en de oudere rechten op de handelsnamen Stol en Stol Nederland bij Stol liggen. Het is in dat kader dan ook onbehoorlijk om als gewezen agent gebruik te maken van een handelsnaam, al dan niet met een toevoeging, die nog steeds wordt gebruikt door de principaal. In zoverre kan de vordering van Stol tot het staken van het gebruik van die handelsnamen dan ook worden toegewezen. Daarbij merkt de voorzieningenrechter wel op dat dit niet geldt ten aanzien van het logo, nu dit niet valt onder de bescherming van de Handelsnaamwet en (eventuele) merkenrechten ten aanzien hiervan niet bij Stol liggen. Gelet op het voorgaande zal de vordering in reconventie sub II. worden afgewezen.


4.6.

Ten aanzien van het gebruik van de domeinnaam Stol-Nederland.com geldt het volgende. Allereerst moet worden vastgesteld of de (jongere) domeinnaam ook als handelsnaam wordt gebruikt (artikel 1 Hnw). In de rechtspraak wordt het navolgende criterium gehanteerd: “vooropgesteld zij dat een domeinnaam in beginsel niet meer of anders is dan een (internet) adres van de domeinnaamhouder en dat het registratiesysteem van domeinnamen werkt volgens het principe ‘die het eerst komt, het eerst maalt'. De registratie of reservering van een domeinnaam op zich zelf is in beginsel niet aan te merken als het ‘voeren' van een handelsnaam. De omstandigheden die bepalen of een domeinnaam wordt gevoerd als handelsnaam zijn enerzijds, of de domeinnaam overeenkomt met een handelsnaam en gebruikt wordt ter aanduiding van de bedrijfsactiviteiten van een onderneming en anderzijds, wat de inhoud van de betreffende website is. Afhankelijk van de op die website weergegeven informatie kan de domeinnaam ‘gekleurd' worden tot handelsnaam.”


4.7.

Het registreren of reserveren van een domeinnaam geldt volgens vaste rechtspraak aldus niet als het voeren van een handelsnaam. Daarvoor is bepalend of op commerciële wijze wordt deelgenomen aan het handelsverkeer. Dat is hier het geval. Immers, hier is niet sprake van ‘slechts’ een internetadres nu op de website de handelsnaam Stol Nederland veelvuldig gebruikt wordt, de website heeft ook een bedrijfsmatig karakter en er wordt gebruik gemaakt van een gelijknamige e-mailadres. De voorzieningenrechter is aldus van oordeel dat in dit specifieke geval sprake is van handelsnaamgebruik en gelet op het voorgaande kunnen ook de vorderingen die zien op de domeinnaam worden toegewezen, met dien verstande dat vordering sub IV. niet kan worden toegewezen, gelet op het declatoire karakter hiervan en de vordering in reconventie sub I aldus voor afwijzing gereed ligt.


Nevenvorderingen en onrechtmatige concurrentie 4.8. Vooropgesteld moet worden dat nevenvorderingen in kort geding slechts kunnen worden toegewezen, indien en voor zover afzonderlijk het spoedeisend belang ervan aannemelijk is gemaakt. Terughoudendheid is temeer geboden, nu het in zaken betreffende een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht in de eerste plaats gaat om het toeroepen van een halt aan een onrechtmatige situatie, waartoe een verbod in de regel toereikend zal zijn.


4.9.

Voor toewijzing in kort geding van het door Stol gevorderde voorschot op de door haar geleden schade is onder meer vereist dat het bestaan en de omvang van die vordering in hoge mate aannemelijk is. Stol heeft in dat kader gesteld dat zij al diverse orders is misgelopen ten bedrag van ruim € 130.000,-. Stol heeft enig spoedeisend belang hierbij niet gesteld, noch aangetoond. Daarbij is voorts van belang dat niet duidelijk is gesteld en gemotiveerd in hoeverre vast staat of deze schade voortvloeit uit het inbreukmakende handelsnaamgebruik dan wel de ‘concurrerende activiteiten’. Om die reden zal het gevorderde voorschot worden afgewezen.


4.10.

Het staat een gewezen agent vrij om op dezelfde markt dan zijn voormalig principaal te opereren. Het is slechts dan onrechtmatig wanneer de grens van het onbetamelijke wordt overschreden, maar daarvan is onvoldoende gebleken. Het is geoorloofd dat een agent na afloop van de agentuurovereenkomst aan zijn klanten een concurrerend product aanbiedt en de agent mag ook zijn oude klanten en de klanten met wie hij voor Stol zaken heeft gedaan benaderen. Dit volgt uit de vrijheid om te concurreren. Zijn positie als voormalig vertegenwoordiger van Stol maakt dit in beginsel niet anders. Na afloop van de agentuurovereenkomst staat mededinging vrij.


4.11.

Er is in deze zaak ook geen sprake van geheime of vertrouwelijke klantgegevens. Het staat een gewezen agent ook vrij om zijn (werk)ervaring op social media te gebruiken, al dan niet met gebruik van eigen fotomateriaal. In dat kader is het niet onrechtmatig om te verwijzen naar Stol, Stol Nederland dan wel Stol Grossraumbestuhlungen. Aangezien er verder ook geen bijkomende omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan de concurrentie door gedaagden ongeoorloofd zou zijn, wordt deze vordering afgewezen.


4.12.

Dit geldt evenzo ten aanzien van de vordering tot afgifte van de in de dagvaarding genoemde bescheiden. Deze vorderingen zijn zo ruim en vaag geformuleerd dat toewijzing daarvan gemakkelijk tot executieproblemen zou leiden.


4.13.

Voor afwijzing liggen ook gereed de vorderingen in reconventie sub III. en IV., nu onduidelijk is wie wat (al dan niet in opdracht van) heeft geproduceerd en waar de auteursrechten rusten. Meer in zijn algemeenheid geldt dat de (overige) over en weer aangevoerde standpunten en stellingen zijn nog veel te discutabel om op basis daarvan in een - met onvoldoende waarborgen omklede - kort geding procedure als de onderhavige nog meer vergaande maatregelen te treffen die de verhoudingen tussen partijen (nog meer) op scherp zullen zetten. De overige stellingen en verweren kunnen derhalve onbesproken blijven.


4.14.

De gevorderde dwangsommen worden gematigd en gemaximeerd, als hierna vermeld.


proceskosten

4.15.

Gedaagden zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van het geding. Ten aanzien van de hoogte van die kosten overweegt de voorzieningenrechter als volgt.


4.16.

Stol heeft met een beroep op artikel 1019h Rv veroordeling van gedaagden gevorderd tot vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten, die blijkens de door Stol als productie 42 overgelegde specificatie € 23.793,25 (exclusief BTW) bedragen. Artikel 1019h Rv is de implementatie van artikel 14 van Richtlijn 2004/48/EG van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deze richtlijn neemt als uitgangspunt dat de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij zullen worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. De termen 'redelijk en evenredig' en 'billijkheid' geven hierbij aan dat de veroordeling in de proceskosten enerzijds afhankelijk is van de complexiteit van de vordering en anderzijds van de mate van verwijtbaarheid van de inbreuk. Voorts dienen de gevorderde kosten tijdig te worden opgegeven en gespecificeerd zodat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren (HR 30 mei 2008, NJ 2008/556).


4.17.

Om te beoordelen wat onder redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten moet worden verstaan, wordt aansluiting gezocht bij de ‘Indicatietarieven in IE-zaken’. Volgens deze tarieven zijn in eenvoudige kort gedingen kosten ter hoogte van maximaal

€ 6.000,-- redelijk en evenredig te noemen. In de onderhavige zaak moet worden geoordeeld dat de vordering niet als gecompliceerd kan worden aangemerkt, nu de intellectuele eigendomsrechtelijke aspecten van deze zaak van zeer eenvoudige aard zijn. De door Stol gevorderde salariskosten worden tot een bedrag van € 3.600,-- (exclusief BTW) redelijk en evenredig geoordeeld en toegewezen, nu volgens Stol een percentage van zestig procent is toe te rekenen aan de intellectuele eigendomsaspecten van deze zaak. De overige veertig procent zal conform het normale liquidatietarief worden toegekend, meer specifiek een bedrag van € 326,40. De kosten aan de zijde van Stol worden derhalve begroot op totaal

€ 5.945,12, bestaande uit:- dagvaardingskosten € 109,72- vast recht € 1.909,--- salaris advocaat € 3.926,40.


Termijn instellen hoofdzaak

4.18.

De gevorderde termijn van zes maanden ex artikel 1019i Rv zal worden toegewezen nu gesteld noch gebleken is dat een termijn van zes maanden om een bodemprocedure aanhangig te maken in dit geval een onredelijke termijn zou zijn, en een dergelijke termijn de voorzieningenrechter ook anderszins niet onredelijk voorkomt.


De beslissing


De voorzieningenrechter:


In conventie:


I. beveelt gedaagden het rechtstreeks, dan wel door middel van een op enigerlei wijze met hen verbonden (rechts)persoon, gebruik van de handelsnamen Stol, Stol Nederland en Stol Grossraumbestuhlungen en de domeinnaam Stol-Nederland.com en/of enig ander gebruik met vergelijkbare (domein)namen als handelsnaamgebruik, binnen 5 dagen na betekening van het vonnis te staken en gestaakt te houden en meer in het bijzonder het gebruik hiervan op internet en/of als metatag te staken en gestaakt te houden;


II. beveelt gedaagden om binnen 5 dagen na betekening van het vonnis, alles te doen wat noodzakelijk is om te bewerkstelligen dat de domeinnaam ‘stol-nederland.com’ op naam wordt gezet van Stol of aan een nader door Stol aan te wijzen derde, waaronder het geven van opdracht aan SIDN en/of Eurid tot de registratie van de domeinnaam op naam van Stol of aan een nader door Stol aan te wijzen derde;


III. bepaalt dat gedaagden, hoofdelijk, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij in strijd handelen met het onder I. en II. bepaalde, aan Stol een dwangsom verbeuren van

EUR 5.000,- per overtreding en EUR 1.000,- per dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van EUR 50.000,-;


IV. bepaalt de termijn bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na heden;


In reconventie:


V. wijst af de vorderingen;


In conventie en in reconventie:


VI. veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Stol begroot op € 5.945,12;


VII. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.


VII. wijst af het meer of anders gevorderde.



Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.

1 Zie de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 maart 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC5696.