Rechtbank Overijssel, 15-09-2015 / 08/770008-15


ECLI:NL:RBOVE:2015:4273

Inhoudsindicatie
Verdachte heeft ontucht gepleegd met een zeer jong meisje door haar op zijn verzoek naaktfoto’s van zichzelf te laten maken, waarbij zij – op zijn verzoek - ook handelingen met zichzelf verrichtte. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaar. De rechtbank legt daarbij de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact met daarnaast een ambulante behandeling op. Ook moet de verdachte het slachtoffer een schadevergoeding van € 250,= betalen.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-09-15
Publicatiedatum
2015-09-15
Zaaknummer
08/770008-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht


Zittingsplaats Almelo


Parketnummer: 08/770008-15

Datum vonnis: 15 september 2015


Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] , [adres] .


1Het onderzoek op de terechtzitting


Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

1 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J. Ruarus, advocaat te Delden, naar voren is gebracht.


2De tenlastelegging


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 8 tot en met 17 september 2013:

feit 1: ontucht heeft gepleegd met iemand die toen nog geen zestien jaar oud was.

feit 2: een afbeelding van zijn penis heeft getoond aan een persoon die toen nog geen zestien jaar oud was.


Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:


1.


hij in of omstreeks de periode van 8 september 2013 tot en met 17 september

2013, in de gemeente(n) Hengelo (O) en/of Enschede, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand beneden de leeftijd van

zestien jaren, te weten met [slachtoffer] (geboren op [geboortedag] 2004),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd en/of die [slachtoffer]

tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt (met een

derde) heeft verleid,

namelijk het via internet contact zoeken met die [slachtoffer]

en/of via Hyves- en/of whatsappgesprekken vragen aan die [slachtoffer] of ze

haar shirt omhoog kan doen en/of uit kan trekken en/of haar kleren uit kan

trekken en/of (naakt)foto's van haar zelf kan maken

en/of haar schaamlippen een beetje uit elkaar kan doen en/of haar

borst(en) kan laten zien, waarna die [slachtoffer] (al dan niet) haar shirt

omhoog heeft getrokken/geschoven en/of, althans, haar kleren heeft uitgetrokken

en/of met haar mobiele telefoon een of meer foto's heeft genomen/gemaakt van

haar

borst(en) en/of vagina, althans naakte lichaam, en/of deze (vervolgens)

(digitaal) heeft doorgestuurd en/of toegestuurd aan hem, verdachte;

art 247 Wetboek van Strafrecht


2.


hij in of omstreeks de periode van 8 september 2013 tot en met 17 september

2013, in de gemeente(n) Hengelo (O) en/of Enschede, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, een of meer afbeelding(en) waarvan de vertoning

schadelijk -is te achten- voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar

(telkens) heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond en/of verzonden aan

[slachtoffer] (geboren op [geboortedag] 2004), van wie hij, verdachte, wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet

had bereikt,immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens) middels een

mobiele telefoon (een) afbeeldingen van zijn, verdachtes, penis

getoond/verzonden, waarbij het/de beeld(en) rechtstreeks werd(en) verstrekt

en/of aangeboden en/of getoond aan die [slachtoffer] (geboren op [geboortedag]

2004);

art 240a Wetboek van Strafrecht



3De vordering van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 200 uren bij niet verrichtten te vervangen door 100 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht en vier maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met oplegging van de navolgende bijzondere voorwaarden:

  • - dat de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering;
  • - dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal melden bij de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
  • - dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd ambulant laat behandelen bij “Transfore” te Deventer, althans soortgelijke ambulante forensische zorg.

4De voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


5De beoordeling van het bewijs


Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het ten laste gelegde feit bewezen verklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die daarbij worden genoemd. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie eenheid Oost Nederland met registratienummer PL0600-2014162813 d.d. 3 december 2014. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.


5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank


Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte de ten laste gelegde feiten sub 1 en sub 2 heeft gepleegd.


Als bewijsmiddelen daarvoor gelden:

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 1 september 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (Sv);

2. Het proces-verbaal van aangifte van 4 oktober 2013 gedaan door [aangever]

(blz. 23 t/m blz. 32);

3. Het proces-verbaal onderzoek GSM-telefoon Samsung GT-S5660 met bijlagen van 15 oktober 2013 (blz. 36 t/m 101);

4. Het proces-verbaal van bevindingen “Beschrijving kinderpornografisch afbeeldingen van slachtoffer d.d. 8 november 2013 (blz. 103 t/m 106)

4. Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 18 november 2014

(blz. 156 t/m 161).


5.2

De conclusie


De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


1.


hij in de periode van 8 september 2013 tot en met 17 september 2013, in Nederland,

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten met [slachtoffer] (geboren op [geboortedag] 2004), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

namelijk het via internet contact zoeken met die [slachtoffer] en via Hyves- en whatsappgesprekken vragen aan die [slachtoffer] of ze haar shirt omhoog kan doen en uit kan trekken en haar kleren uit kan trekken en naaktfoto's van haar zelf kan maken

en haar schaamlippen een beetje uit elkaar kan doen en haar borsten kan laten zien, waarna die [slachtoffer] haar shirt omhoog heeft getrokken/geschoven en haar kleren heeft uitgetrokken en met haar eigen mobiele telefoon foto's heeft genomen/gemaakt van haar borsten en vagina en deze vervolgens digitaal heeft doorgestuurd en/of toegestuurd aan hem, verdachte;


2.


hij in de periode van 8 september 2013 tot en met 17 september 2013 in Nederland,

een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk -is te achten- voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar heeft verstrekt en verzonden aan [slachtoffer] (geboren op [geboortedag] 2004), van wie hij, verdachte, wist dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet

had bereikt, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar middels een mobiele telefoon een afbeelding van zijn, verdachtes, penis verzonden, waarbij het beeld rechtstreeks werd verstrekt en aangeboden aan die [slachtoffer] (geboren op [geboortedag] 2004).


De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.


De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.


6De strafbaarheid van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 240a en 247 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:


feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;


feit 2

het misdrijf: een afbeelding, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken en aanbieden aan een minderjarige van wie hij weet, dat deze jonger is dan zestien jaar.


7De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.


8De op te leggen straf of maatregel


8.1

De gronden voor een straf of maatregel


Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.


Verdachte heeft ontucht gepleegd met een zeer jong meisje door haar op zijn verzoek naaktfoto’s van zichzelf te laten maken, waarbij zij – op zijn verzoek - ook handelingen met zichzelf verrichtte.

Bij dit gepleegde seksuele misbruik heeft hij het belang van het jonge slachtoffer ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen behoeften en is hij daarmee volledig voorbij gegaan aan een van de meest elementaire rechten van het slachtoffer, te weten het recht op onaantastbaarheid van het lichaam.

Voor het slachtoffer zijn deze gebeurtenissen een aantasting van haar lichamelijke integriteit geweest en de ervaring leert dat zij ten gevolge van dit handelen ook op latere leeftijd nog psychische problemen kan ondervinden op het terrein van seksualiteit en relatievorming.

Dit blijkt ook uit de slachtofferverklaring van de moeder van het slachtoffer die zich in het dossier bevindt en waarin zij aangeeft dat haar dochter, door de gebeurtenissen angstiger is geworden en bij het gezin grote emotionele schade is ontstaan.

Dit neemt de rechtbank verdachte, ondanks zijn jeugdige leeftijd, kwalijk.

In het voordeel van verdachte geldt, dat hij niet eerder ter zake van soortgelijke feiten met justitie in aanraking is geweest.

Op 19 augustus 2015 is over verdachte gerapporteerd door de reclassering. Uit de rapportage komt naar voren dat een vrijheidsstraf een negatieve uitwerking op verdachte zal hebben. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke werkstraf met daarnaast bijzondere voorwaarden op te leggen. De rechtbank is van oordeel, ook gelet op wat de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting omtrent de persoon van verdachte is gebleken, dat aan verdachte een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd.

De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact met daarnaast een ambulante behandeling bij de stichting Transfore, poli- en dagkliniek De Tender, te Deventer opleggen. De rechtbank stelt daarbij de proeftijd op drie jaar omdat de ervaring leert dat voornoemde behandelingen langdurig kunnen zijn.


9De schade van benadeelden


9.1

De vordering van de benadeelde partij


[slachtoffer] , wonende te [woonplaats] aan de [adres] , heeft zich voorafgaand via haar gemachtigde, zijnde haar moeder [aangever] , aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 30.000,= .

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.


Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De hoogte van de opgevoerde schadepost is betwist. Voorts ontbreekt de onderbouwing van de vordering met stukken waaruit de gevorderde schade zou kunnen blijken. De rechtbank acht het aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden. De hoogte ervan zal de rechtbank, nu enige onderbouwing ontbreekt, schatten naar redelijkheid en billijkheid. De rechtbank zal het gevorderde toewijzen tot een bedrag van € 250,=. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade is voor wat betreft het overige niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar vordering alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van dit deel van de schade niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.


9.2

De schadevergoedingsmaatregel


De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (Sr) opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit sub 1 en sub 2 zijn toegebracht.


10De toegepaste wettelijke voorschriften


De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 57 Sr.


11De beslissing


De rechtbank:


bewezenverklaring

  • - verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • - verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

feit 2

het misdrijf: een afbeelding, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken en aanbieden aan een minderjarige van wie hij weet, dat deze jonger is dan zestien jaar.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 en sub 2 bewezenverklaarde;


straf;

  • - veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 100 uren;
  • - beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;
  • - beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;
  • - veroordeelt verdachte voorts tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;
  • - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;


  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;
  • - stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd ambulant moet laten onderzoeken en behandelen bij Transfore te Deventer of soortgelijke ambulante forensische zorg in verband met zijn problematiek;

schadevergoeding

  • - veroordeelt de verdachte tot betaling van € 250,-- (tweehonderdvijftig euro) aan de benadeelde partij [slachtoffer]
  • - veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
  • - legt op de maatregel dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten sub 1 en sub 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,= ten behoeve van de benadeelde partij, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;
  • - bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
  • - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. M. Melaard en

mr. H. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2015.


Mr. H. Bloebaum is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen