Rechtbank Overijssel, 01-10-2015 / 15/1788 en 15/1843


ECLI:NL:RBOVE:2015:4431

Inhoudsindicatie
Omgevingsvergunning voor kappen eikenboom. Beroep ongegrond. Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-10-01
Publicatiedatum
2015-10-01
Zaaknummer
15/1788 en 15/1843
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechtsgebied
Bestuursrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle


Bestuursrecht


zaaknummers: AWB 15/1788 en AWB 15/1843


uitspraak van de voorzieningenrechter op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen


[eiser] , e.a.,

allen wonende te Holten, eisers,

gemachtigde:


en


het college van burgemeester en wethouders van Rijssen -Holten, verweerder

gemachtigde:


Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:

[belanghebbende 1],

[belanghebbende 2] ;

[belanghebbende 3] ;

allen wonende te Holten,


gemeente Rijssen-Holten.

Procesverloop


Bij besluit van 26 januari 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van een eikenboom tegenover het perceel [straat] 13 te Holten.


Bij besluit van 4 augustus 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.


Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2015. Eisers [eiser], [eiser 2], [eiser 3] en [eiser 4] zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. S.A. Habing en I. Dekker. Derde-partij [belanghebbende 1] is verschenen.





Overwegingen


1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.


2.1

Voor de woning aan de [straat] 13 te Holten staat een grote, beeldbepalende eikenboom. De boom verkeert in goede gezondheid en deze wordt steeds dikker. De boom staat op de hoek van de hoofdrijbaan van de [straat] en een smal toegangspad waarover de percelen [straat] 7 en 15 met de auto bereikbaar zijn. De bestrating van de hoofdrijbaan en van het toegangspad naar de percelen [straat] 7 en 15 wordt door de boomwortels van de eikenboom omhoog geduwd. De gemeente Rijssen-Holten is in 2014 aansprakelijk gesteld voor schade aan een voertuig ten gevolge van de omhooggeduwde bestrating van het toegangspad.


2.2

De gemeente Rijssen-Holten heeft een omgevingsvergunning voor het kappen van de eikenboom aangevraagd. Deze is bij het primaire besluit verleend.


3.1

Verweerder heeft de bij het primaire besluit verleende omgevingsvergunning gehandhaafd, omdat de bestrating omhoog geduwd wordt door de worteldruk, wat een gevaar vormt voor de veiligheid van de weg. Bovendien zijn de percelen [straat] 7 en 15 door het omhoog komen van bestrating slecht bereikbaar, ook voor hulpdiensten. Er is geen reëel alternatief voor de kap van de eikenboom.


3.2

Eisers wijzen er op dat sprake is van een mooie, gezonde eikenboom, die beeldbepalend is voor dit deel van de [straat] . Onvoldoende is onderzocht of er een alternatief is voor de kap van de eikenboom. Het omhoog komen van bestrating op een deel van de hoofdrijbaan van de [straat] is geen groot probleem.


3.3

Derde-partijen stellen zich op het standpunt dat verweerder terecht de verleende omgevingsvergunning voor de kap van de eikenboom heeft gehandhaafd. Als bewoners van de woningen aan de [straat] 7 en 15 ondervinden zij grote hinder van de omhoog geduwde bestrating. Hun percelen zijn slecht bereikbaar geworden.


4.1

Artikel 2, eerste lid, van de Kapverordening gemeente Rijssen-Holten 2010 (hierna: de Kapverordening) bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden binnen een bebouwde kom te vellen of te doen vellen, die staan vermeld op de als zodanig gewaarmerkte kaarten met waardevolle bomen en de bij die kaart behorende lijst met waardevolle boombeplanting, die als bijlagen bij de verordening behoren, uitgezonderd houtopstand met een diameter tot en met 20 centimeter, gemeten op 1,30 meter boven het maaiveld.


4.2

Vast staat dat de eikenboom voor de woning aan de [straat] 13 te Holten vermeld staat op de bij Kapverordening behorende kaart en de daarbij behorende lijst. Aangezien de stam van de boom een diameter heeft van (beduidend) meer dan 20 centimeter, is voor de kap van de eikenboom een omgevingsvergunning vereist.


4.3

Ingevolge het bepaalde in artikel 4 van de Kapvergunning kan de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden worden geweigerd op de in deze bepaling vermelde gronden.


5.1

De voorzieningenrechter stelt voorop dat zij het bestreden besluit slechts marginaal kan toetsen. Beoordeeld dient te worden of verweerder, bij afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.


5.2

De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder, in het kader van de behandeling van het bezwaar, belanghebbenden uitgebreid de gelegenheid heeft gegeven om hun standpunten naar voren te brengen en om alternatieven voor de kap van de eikenboom aan te dragen. De aangedragen alternatieven zijn door verweerder op haalbaarheid onderzocht. Zelfs de mogelijkheid van grondaankoop door de gemeente ten behoeve van een eventuele verlegging van de rijbaan in de nabijheid van de boom is onderzocht. De wijze waarop verweerder heeft geprobeerd om rekening te houden met alle betrokken belangen is, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, dan ook zeer zorgvuldig geweest. Verweerder heeft de aangedragen alternatieven evenwel onvoldoende bevonden.


5.3

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aangedragen alternatieven ofwel niet gerealiseerd kunnen worden ofwel dat de problemen voor wat betreft de verkeersveiligheid op de hoofdrijbaan van de [straat] en de bereikbaarheid van de percelen [straat] 7 en 15 hiermee niet duurzaam kunnen worden opgelost.

Verweerder heeft op basis van binnen de eigen gemeente aanwezige deskundigheid mogen concluderen dat de alternatieven 2 (ophogen openbare weg om de worteldruk te compenseren) en 3 (afkappen boomwortels onder het wegdek) niet haalbaar zijn. Dat alternatief 3 niet haalbaar is, is niet in geschil. Voorts heeft verweerder op basis van op deze wijze ingewonnen informatie geconcludeerd dat het ophogen van de weg de leefbaarheid van de boom aantast en dat ophoging van de weg zal leiden tot een zeer groot hoogteverschil ten opzichte van het perceel [straat] 33, waardoor water richting de woning op dat perceel zal stromen. Verweerder was niet gehouden om een externe deskundige in te schakelen. Eisers zelf hebben evenmin een tegenrapport van een dergelijke deskundige overgelegd, waarmee het standpunt van verweerder weerlegd wordt.

Niet in geschil is dat alternatief 5 (verleggen van de [straat] ten koste van particuliere gronden percelen [straat] 33 en 17) niet mogelijk is, omdat de eigenaar van het perceel [straat] 33 niet bereid is om daaraan medewerking te verlenen. Voor wat betreft de alternatieven 1 (realiseren uitweg andere zijde richting [straat] ten gunste van de bewoners [straat] 15 en 7) en 4 (verleggen van de toegangsweg ten koste van particuliere grond via perceel [straat] 17) geldt dat hiermee geen oplossing wordt geboden voor het ten gevolge van worteldruk omhoog komen van een deel van de hoofdrijbaan van de [straat] . Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in dit verband wel degelijk grote betekenis mogen toekennen aan het belang van een veilige weginrichting. De omstandigheid dat dit deel van de [straat] een rustige weg is, waarvan slechts weinig door anderen dan aanwonenden gebruik wordt gemaakt, doet er niet aan af dat sprake is van een openbaar toegankelijke weg. Verweerder heeft, als wegbeheerder, de zorg voor een veilige inrichting van deze weg.


5.4

De voorzieningenrechter is vervolgens van oordeel dat verweerder, bij afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan het belang van een goede bereikbaarheid van de percelen [straat] 7 en 15 en aan de verkeersveiligheid, dan aan het behoud van een mooie en beeldbepalende boom in dit deel van de [straat] .


5.5

De voorzieningenrechter ziet geen reden om de uitkomsten van de meting, waarbij is vastgesteld dat de eikenboom volledig op gemeentegrond staat voor onjuist te houden, nog daargelaten de vraag wat de betekenis van een andere uitkomst in het kader van dit bestuursrechtelijke geschil zou zijn geweest. Eisers hebben niet aan de hand van kadastrale gegevens aangetoond dat de meting die heeft plaatsgevonden ondeugdelijk was.


6.1

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit de rechterlijke toets doorstaat.


6.2

Het beroep is daarom ongegrond.


7. Omdat reeds uitspraak is gedaan op het beroep dient het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen te worden.


8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De voorzieningenrechter:


  • - verklaart het beroep ongegrond;
  • - wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. van Lochem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op





griffier voorzieningenrechter





Afschrift verzonden aan partijen op:


Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan voor zover daarbij is beslist op het beroep binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrecht-spraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningen-rechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.