Rechtbank Overijssel, 01-12-2015 / 07.450155-01


ECLI:NL:RBOVE:2015:5288

Inhoudsindicatie
De rechtbank verlengt de TBS met voorwaarden voor de duur van één jaar.
Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2015-12-01
Publicatiedatum
2015-12-01
Zaaknummer
07.450155-01
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht – Strafraadkamer


Locatie Zwolle


Parketnummer : 07.450155-01

Uitspraak : 1 december 2015


Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:


[veroordeelde],

geboren op 10 juli 1962 te [geboorteplaats] (Turkije),

thans verblijvende in de Pompekliniek te Nijmegen,

hierna te noemen: betrokkene,


ter beschikking is gesteld.


Betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Zwolle, van 7 februari 2002 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, van welke terbeschikkingstelling de termijn is ingegaan op 29 mei 2002. Bij beslissing van 3 december 2013 is de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd. De terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beschikking van deze rechtbank d.d. 30 september 2014 en eindigt behoudens nadere voorziening op 29 mei 2015.


Het openbaar ministerie heeft op 5 maart 2015 een vordering tot wijziging van de voorwaarden ingediend. Vervolgens heeft het openbaar ministerie op 9 april 2015 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met één jaar. Tenslotte heeft het openbaar ministerie op 1 juli 2015 een schriftelijke vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege ingediend, nadat de officier van justitie dit reeds mondeling op de zitting van 25 juni 2015 had gevorderd. De onderhavige beslissing heeft betrekking op deze drie vorderingen.


Het onderzoek in raadkamer heeft plaatsgevonden op 17 november 2015.

In raadkamer zijn in het openbaar gehoord:

  • - betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. E. van der Meer, advocaat te Leeuwarden,
  • - de officier van justitie mr. H.C.C. Berendsen,

- H. Winkels, reclasseringswerker, als deskundige.


Op 20 april 2015 heeft de psychiater, L.H.W.M. Kaiser, rapport en advies uitgebracht over de eventuele verlenging van de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Geadviseerd is om deze maatregel met de duur van één jaar te verlengen.

Op 30 juni 2015 en op 13 juli 2015 is er een rapport opgemaakt door Reclassering Nederland. Geadviseerd is de dwangverpleging te hervatten.

Op 5 oktober 2015 heeft de psychiater Kaiser, voornoemd, nadere rapportage en advies uitgebracht. Geadviseerd is de maatregel met de duur van twee jaar te verlengen en de dwangverpleging te hervatten.

De officier van justitie heeft in raadkamer gevorderd dat:

  • - de vordering tot hervatting van de dwangverpleging zal worden toegewezen;
  • - de vordering tot wijziging van de voorwaarden wordt afgewezen;
  • - de vordering tot verlenging van de maatregel wordt toegewezen met de duur van twee jaar.

Betrokkene en zijn raadsman hebben zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat:

  • - de vordering tot hervatting van de dwangverpleging moet worden afgewezen;
  • - de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden met de duur van één jaar kan worden verlengd;
  • - de vordering tot wijziging van de voorwaarden kan worden toegewezen met dien verstande dat de wijziging inhoudt dat betrokkene in de Pompekliniek zal verblijven.

De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - onder meer aangevoerd:

De beslissing in maart 2015 van de psychiater om de antipsychotische medicatie te staken, lijkt cruciaal te zijn geweest voor het daarna ontremde en ontregelde gedrag van betrokkene en het verdere verloop van de maatregel. Betrokkene heeft op deze beslissing geen invloed gehad en de gevolgen daarvan kunnen hem niet worden aangerekend. Bij verlenging van de maatregel met voorwaarden met de duur van één jaar en een voortdurend verblijf in de Pompekliniek kan betrokkene goed op andere medicatie worden ingesteld en verder gestabiliseerd raken. Na ommekomst van dat jaar kan bekeken worden of de TBS met voorwaarden kan worden voortgezet. Indien de dwangverpleging thans zal worden hervat, zal dit tot gevolg hebben dat betrokkene weer terug bij af is.


OVERWEGINGEN


De rechtbank dient op grond van het bepaalde in artikel 38d van het Wetboek

van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS-maatregel) moet worden verlengd.


De TBS-maatregel is toegepast ter zake van onder meer verkrachting.


De vordering tot verlenging is op 9 april 2015 en derhalve tijdig ingediend.


De rechtbank overweegt op grond van de rapporten van de psychiater, de rapporten van de reclassering en het verhandelde ter zitting, waaronder de door de deskundige gegeven toelichting, het volgende.


De afgelopen periode van ruim anderhalf jaar is voor betrokkene turbulent verlopen. Op 26 februari 2014 heeft FPA Forence te Deventer, alwaar betrokkene in het kader van de bijzondere voorwaarden verbleef, besloten dat betrokkene niet naar de afdeling terug kon keren. Betrokkene was niet leerbaar en gezien zijn grensoverschrijdende gedrag had een opname in Forence op dat moment geen meerwaarde meer in het resocialisatietraject. Na een lange time-out opname in de Pompekliniek is betrokkene op 5 januari 2015 voor een herkansing in Forence opgenomen. Nadat de antipsychotische medicatie in maart 2015 was gestaakt, is de neerwaartse spiraal van ontremming en deviant gedrag in een stroomversnelling geraakt. Het gedrag van betrokkene bleek in de FPA niet langer hanteerbaar te zijn, waardoor betrokkene op 24 april 2015 wederom voor een time-out in de Pompekliniek is geplaatst. Op 9 juni 2015 is de time-out beëindigd en is betrokkene in de FPA in Almelo opgenomen. Ook in de FPA te Almelo heeft betrokkene grensoverschrijdend gedrag vertoond en was er sprake van softdrugsgebruik. De opname in de FPA te Almelo is op 26 juni 2015 beëindigd en betrokkene is vervolgens weer voor een time-out in de Pompekliniek geplaatst.


De reclassering heeft in de rapportages van juni en juli 2015 aangegeven dat betrokkene psychiatrisch gezien ontregeld is. Betrokkene is verward, dreigend, seksueel ontremd en kan zich niet aan afspraken houden. Betrokkene is sinds zijn opname in de Pompekliniek in juni 2015 opnieuw ingesteld op antipsychotische medicatie. Ten tijde van de opmaak van de rapportages is er geen effect zichtbaar; integendeel, betrokkene lijkt verder te destabiliseren. Daarnaast smokkelt betrokkene bij de inname van zijn medicatie. Volgens de reclassering is in het verleden gebleken dat het lang duurt alvorens betrokkene op de juiste medicatie is ingesteld. De verwachting is dat zijn algehele functioneren na een psychotische episode - waarvan sprake is - verslechterd zal zijn. Gezien het onvrijwillige karakter van de opname, de ernstige destabilisatie van het psychische functioneren en de verwachting dat herstel lang op zich zal laten wachten, adviseert de reclassering in deze rapportages directe hervatting van de verpleging om risico’s te beperken.


De rechter-commissaris heeft op vordering van de officier van justitie bij beslissing van 17 juli 2015 de voorlopige hervatting van de dwangverpleging bevolen. Betrokkene verblijft sindsdien in de Pompekliniek. Na een periode in de separeer te hebben verbleven, wordt hij nu in afzondering verpleegd. Volgens de deskundige doet de structuur en de rust binnen de Pompekliniek betrokkene goed. De deskundige heeft ter zitting verklaard dat de reclassering hoopt dat betrokkene goed op de medicatie ingesteld raakt, waardoor hij stabieler wordt en verder kan gaan met de resocialisatie. De deskundige heeft daaraan toegevoegd dat de reclassering blijft bij het advies de dwangverpleging te hervatten.


De psychiater heeft in het rapport van 5 oktober 2015 geconcludeerd dat sprake is van een al langer durende manifeste psychotische toestand na het staken van de antipsychotische medicatie. Betrokkene vertoont kenmerken van een paranoïde psychose, waarbij hij vooral achterdocht heeft naar medebewoners. Daarbij heeft betrokkene grootheidswanen. Volgens de psychiater zijn er aanwijzingen dat de kans op herhaling van het indexdelict naar zijn vrouw hoog is als betrokkene nu zonder TBS-maatregel zou zijn. Betrokkene vindt dat vrouwen aan hem, als profeet (zijn waan) onderworpen dienen te zijn. Zonder TBS-kader is de kans aanwezig dat het indexdelict zich herhaalt of dat betrokkene zijn seksuele ontremming naar een andere vrouw richt. Het gevaar voor recidive is volgens de psychiater vooral groot omdat betrokkene, ondanks dat hij medicatie gebruikte, seksueel ontremd en seksueel gefixeerd is geweest.


In het eerdere rapport van 9 april 2015 heeft de psychiater geadviseerd de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging voort te zetten. De psychiater heeft daarbij toentertijd overwogen dat het de verwachting is dat het grensoverschrijdende gedrag zal blijven en dat betrokkene telkens weer correcties nodig zal hebben, maar dat dit gedrag geen reden is om de huidige behandelsituatie te beëindigen in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De psychiater heeft wat betreft het voortzetten van de TBS met voorwaarden in het rapport van 5 oktober 2015 echter geconcludeerd dat dit kader thans niet voldoende is om recidivepreventie te bewerkstelligen. Volgens de psychiater heeft betrokkene voortzetting van de klinische behandeling nodig, omdat hij te gedesorganiseerd is en te veel driftgestuurd gedrag heeft om zich buiten de kliniek te kunnen handhaven. Het aanvankelijke plan om toe te werken naar een verblijf bij zijn vrouw is door de incidenten en zijn toestand niet mogelijk. De psychiater overweegt daarbij dat betrokkene zich in het verleden nooit aan voorwaarden heeft gehouden, zich niet goed heeft laten begeleiden en zich vanwege een gebrek aan ziektebesef niet aan afspraken lijkt te kunnen houden.


De psychiater concludeert in het rapport van 5 oktober 2015 dat het noodzakelijk is de TBS met dwangverpleging te hervatten. Binnen het juridisch kader van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege is het terugdringen van de kans op recidive volgens de psychiater maximaal gewaarborgd. Binnen een TBS-setting is men ook voldoende toegerust om op passende wijze om te gaan met de beheersproblematiek, waarbij gedurende lange tijd stabilisatie bereikt kan worden. Nadeel van dit kader is volgens de psychiater dat betrokkene weer teruggeplaatst wordt in de TBS-kliniek en dat betrokkene zich daar in eerste instantie tegen zal verzetten en dat hij het zelf als onrechtvaardig zal beschouwen.


Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen onverkort eisen dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. De rechtbank wordt voor de moeilijke keuze gesteld de TBS met voorwaarden voort te zetten of de dwangverpleging te hervatten. Aan de ene kant blijkt uit de rapportages en het verhandelde ter zitting dat gezien de huidige stand van zaken voortzetting van de TBS met voorwaarden niet haalbaar lijkt. Aan de andere kant moet rekening worden gehouden met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, waarbij uitgangspunt is dat de belangen van betrokkene zwaarder moeten wegen naarmate de maatregel langer duurt. De rechtbank overweegt in dat kader allereerst dat zowel de kliniek, de reclassering als de deskundigen in 2013 redenen hebben gezien tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te adviseren. Deze voorwaardelijke beëindiging is, ondanks herhaaldelijk en voortdurend grensoverschrijdend gedrag van betrokkene, tot begin 2015 redelijk verlopen. Psychiater Kaiser heeft in april 2015 nog geadviseerd de voorwaardelijke beëindiging voort te laten duren. De rechtbank acht ten tweede van groot belang dat het besluit in maart 2015 om de antipsychotische medicatie stop te zetten, de neerwaartse spiraal in het gedrag van betrokkene in gang lijkt te hebben gezet die tot de vordering tot hervatting van de dwangverpleging heeft geleid. Dit besluit tot staking van de medicatie is buiten de macht en invloedsfeer van betrokkene genomen en de gevolgen daarvan kunnen betrokkene daarom niet zonder meer aangerekend worden. Tenslotte acht de rechtbank van belang dat, indien de dwangverpleging zal worden hervat, betrokkene zodanig zal worden terugzet in zijn behandeling dat het niet onwaarschijnlijk is dat op een verblijf op een longstay afdeling wordt afgestevend.


Gezien het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat bij een afweging tussen de belangen van betrokkene als terbeschikkinggestelde en van de maatschappij, het belang van betrokkene in dit geval zwaarder moet wegen. Betrokkene moet de kans worden geboden om in de komende periode op de juiste medicatie ingesteld te worden en daarbij van de gestructureerde en rustgevende setting van de Pompekliniek te kunnen profiteren. Daarbij overweegt de rechtbank dat in deze setting het recidiverisico afdoende gehanteerd kan worden. De rechtbank spreekt de hoop uit dat betrokkene in de komende periode zodanig gestabiliseerd zal worden dat weer invulling kan worden gegeven aan de TBS met voorwaarden. De rechtbank zal de maatregel van TBS met voorwaarden met de duur van één jaar verlengen, wat concreet inhoudt dat dit tot aan 29 mei 2016 zal zijn. Alsdan zal beschouwd kunnen worden of de restabilisatie inmiddels is ingezet en of de eerder ingezette weg naar resocialisatie hervat kan worden. De bijzondere voorwaarden zullen worden gewijzigd in die zin dat betrokkene in de Pompekliniek zal verblijven. De vordering tot hervatting van de dwangverpleging zal worden afgewezen.

De rechtbank stelt tot slot vast dat op de vordering tot verlenging niet uiterlijk binnen twee maanden na de dag van indiening van de vordering kon worden beslist ten gevolge van de omstandigheid dat het nadere rapport van de psychiater moest worden afgewacht.


De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e Sr, alsmede de artikelen 509o, 509p, 509s en 509t van het Wetboek van Strafvordering.


BESLISSING


De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [veroordeelde] voornoemd ter beschikking is gesteld met één jaar.


De rechtbank wijst de vordering tot hervatting van de dwangverpleging af.


De rechtbank wijzigt de (bijzondere) voorwaarden:

1. Betrokkene is opgenomen in Forence of een soortgelijke instelling, zolang Forence en de reclassering dat noodzakelijk oordelen.

2. Betrokkene houdt zich aan de behandelafspraken en huisregels van Forence.


in de (bijzondere) voorwaarden:

Betrokkene zal verblijven in de Pompekliniek te Nijmegen;

Betrokkene houdt zich aan de behandelafspraken en huisregels van de Pompekliniek.


Aldus gegeven door mr. M. van Bruggen, voorzitter, mrs. F. van der Maden en J.H.W.R. Orriëns-Schipper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2015.