Rechtbank Rotterdam, 24-02-2015 / 3762093


ECLI:NL:RBROT:2015:2848

Inhoudsindicatie
Kort geding, discriminerende/kwetsende uitlating van werkneemster vormt geen dringende reden voor ontslag op staande voet
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-02-24
Publicatiedatum
2015-04-23
Zaaknummer
3762093
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied
Civiel recht


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • AR 2015/719
  • Prg. 2015/145
  • RAR 2015/107
  • JAR 2015/124
  • AR-Updates.nl 2015-0356
Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 3762093 / VV EXPL 15-23


uitspraak: 24 februari 2015


vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,



in de zaak van


[eiseres],

wonende te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg,


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Design C. van As “Lijnbaan 64” B.V. h.o.d.n. Red Red,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. L. Hennink te Rotterdam.


Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres]” resp. “Red Red”.


1Het verloop van de procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van de navolgende stukken:

  • - het exploot van dagvaarding in kort geding van 28 januari 2015, met producties;
  • - de brieven van de gemachtigde van [eiseres] d.d. 2 resp. 6 februari 2015, met aanvullende bijlagen.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 februari 2015. [eiseres] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. C.J.M. Veltmaat (werkzaam bij gemachtigde).

Namens Red Red is verschenen [mw. F.], bijgestaan door mr. Hennink. Ter zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht, waarbij mr. Hennink gebruik heeft gemaakt van door hem overgelegde pleitnotities. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden.


1.3.

De uitspraak is bepaald op heden.

2De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken staat tussen partijen – voor zover thans van belang – het volgende vast:


2.1

Red Red maakt onderdeel uit van een groep van 24 detailhandelszaken in de kledingbranche, Eigenaar zijn de heer en mevrouw [A.], zij staan zelf aan de leiding. De diverse winkels, behorend tot het duurdere segment binnen de kledingbranche en (voornamelijk) gevestigd in het centrum van Rotterdam, staan bekend onder de namen Le Mans, Donna Guy, Guess, Supertrash, Hugo Boss, Aspact en Men’s District. Er zijn circa 130 personeelsleden in dienst van het bedrijf, die in wisselende samenstelling worden ingezet in de diverse winkels.


2.2

[eiseres], geboren op 26 april 1981, is sinds 1 augustus 2014 voor de bepaalde duur van 12 maanden in dienst van Red Red, in de functie van bedrijfsleider. Het loon van [eiseres] bedraagt € 2.517,89 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.


2.3

Op zondag 12 oktober 2014 was [eiseres] werkzaam bij Red Red. Terwijl zij bezig was aan de kassa met het helpen van een klant, kwamen vier andere klanten (een groep van 2 mannen en 2 vrouwen met een Antilliaans uiterlijk) tezamen de winkel binnen. Toen bedoelde groep de winkel had verlaten constateerde [eiseres] dat enkele jassen en mutsen waren gestolen. Op 17 oktober 2014 heeft [eiseres] aangifte gedaan van diefstal.


2.4

Op zaterdag 1 november 2014 was [eiseres] samen met een collega aan het werk in de winkel van Red Red. Terwijl zij bezig was een klant te helpen, hielp haar collega een andere klant -een jongeman- met het passen van een jas (van het merk “Canada Goose”). Vervolgens is de betreffende jongeman met die jas de winkel uitgerend, met daarbij 5 jeans van het merk “7 For All Menkind”.


2.5

Op 26 november 2014 heeft [eiseres] aangifte gedaan van diefstal.


2.6

Na de tweede diefstal heeft [eiseres] een door haar geschreven notitie/briefje op het personeelstoilet van Red Red opgehangen. Dat briefje luidt als volgt:

Diefstal preventie Red

  • - nooit meer dan 1 jas per keer los
  • - nooit een jas op een tafel op kassa neerleggen. Altijd meteen naar magazijn brengen
  • - nooit een sleutel ergens neerleggen
  • - loop altijd met klanten mee en laat ‘blinde hoeken’ niet onbemand
  • - laat je niet afleiden, niet iedereen is een klant
  • - telefoon bij je houden, sla nummer op in favorieten zoals politie / Men’s District etc.

Hoe spot je een dief?

  • - antillianen / gouden tanden etc.
  • - armmoedige kleding : kapotte schoenen etc.
  • - mensen die zenuwachtig lijken
  • - mensen die lang blijven hangen op een plek
  • - vragen stellen over items waar ze niet eens naar gekeken hebben = afleiden “

2.7

Op dinsdag 9 december 2014 na werktijd heeft mevrouw [A.] nadat zij had vernomen van het briefje via enkele andere medewerkers die het betreffende briefje als discriminerend en/of aanstootgevend hebben bestempeld, [eiseres] aangesproken en berispt.


2.8

De volgende dag, woensdag 10 december 2014, was [eiseres] vrij en heeft mevrouw [A.] polshoogte genomen bij Red Red en het briefje (dat nog op het personeelstoilet hing) weggehaald.

2.9

In een gesprek op donderdag 11 december 2014 heeft mevrouw [A.] [eiseres] op staande voet ontslagen.


2.10

Bij brief van 15 december 2014 van de gemachtigde van Red Red wordt aan [eiseres] het ontslag op staande voet bevestigd. Die brief luidt, voor zover relevant, als volgt:

“(…) Namens cliënte bevestig ik hierbij, dat u op 11 december jl. op staande voet bent ontslagen in verband met discriminatie. Om precies te zijn, heeft u bijgaande notitie in het bedrijfspand van cliënte opgehangen. Op deze notitie staat onder andere vermeld: “Hoe spot je een dief? Antillianen/ gouden tanden etc”. Deze uitlating is zonder meer discriminerend. Discriminatie is nimmer aanvaardbaar, vanzelfsprekend ook niet binnen de onderneming van cliënte. De door u opgestelde tekst, die hiervoor is geciteerd, is bijzonder kwetsend voor een groot aantal klanten en medewerkers van cliënte.

De reden voor het ontslag op staande voet is het doen van discriminerende uitlatingen in uw functie als werkneemster van cliënte en derhalve mede namens cliënte. Dit kan cliënte niet accepteren. (…)”


2.11

Namens [eiseres] heeft haar gemachtigde bij brief gedateerd 18 december 2014 tijdig een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet.


3De vordering

3.1

[eiseres] heeft overeenkomstig de dagvaarding bij wege van voorlopige voorziening gevorderd Red Red te veroordelen tot wedertewerkstelling van [eiseres] op straffe van een dwangsom en voorts tot betaling van het overeengekomen maandloon van bruto € 2.517,89, te vermeerderen met emolumenten, vanaf 12 december 2014 zo lang als het dienstverband voortduurt, vermeerderd met de wettelijke verhoging over het loon, dit alles vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als in de dagvaarding omschreven.


3.2

Aan haar vordering heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat het zeer waarschijnlijk is dat het aan haar gegeven ontslag op staande voet in een bodemprocedure geen stand zal houden, aangezien geen sprake is van een dringende reden. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft [eiseres] (samengevat weergegeven) het volgende aangevoerd.


Dat de betreffende notitie van de hand van [eiseres] is en zij die notitie ook heeft opgehangen (naar eigen zeggen reeds in de eerste week van november 2014) op het personeelstoilet -waar geen klanten komen-, is op zichzelf genomen juist, maar zij heeft daarbij nimmer de bedoeling gehad om te discrimineren/kwetsen. Achteraf bezien kan [eiseres] erkennen dat de formulering in de notitie niet handig is geweest. Zij begrijpt ook dat enkele van haar collega’s dit als kwetsend hebben ervaren, in het bijzonder haar collega [S.]. Zij heeft op de avond van

9 december 2014 haar excuses aan die collega gemaakt; die excuses zijn aanvaard en daarmee was de zaak afgedaan, aldus [eiseres].

De notitie is slechts gebaseerd op haar eigen ervaringen in de winkel (in het bijzonder de recente diefstallen in het najaar van 2014) en zij beoogde daarmee haar collega’s alert te maken op hetgeen in de winkel gebeurt (terugkerende groepen die kleding stelen). Bovendien was [eiseres] na de eerste diefstal streng toegesproken door mevrouw [A.]; het personeel moest alerter zijn en optreden tegen ‘verdachte klanten’. [eiseres] is bedrijfsleider en heeft zich dat in het bijzonder aangetrokken.


Red Red heeft bovendien het ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven (namelijk 2 dagen later) en voorts daarbij verzuimd gelijktijdig in dat gesprek mededeling te doen van de reden van het ontslag. Pas later, bij brief van 15 december 2014, is dat aan [eiseres] kenbaar gemaakt. Los daarvan, volstaan had kunnen worden met minder vergaande maatregelen zoals een waarschuwing of andere sancties, in plaats van een dergelijk, ingrijpend ontslag met vergaande consequenties voor [eiseres]. Tot slot betoogt [eiseres] dat sprake is van een spoedeisend belang, voortvloeiend uit de aard van de vordering.


4Het verweer

4.1

Red Red heeft zich op het standpunt gesteld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven en dat daarmee een einde is gekomen aan het dienstverband van [eiseres].


4.2

De dringende redenen zijn gelegen in het feit dat [eiseres] een notitie/briefje op het personeelstoilet van Red Red heeft opgehangen, met daarin de zinsnede “Hoe spot je een dief? Antillianen/ gouden tanden etc”. Dat is het schoolvoorbeeld van discriminatie.

Red Red kan en mag dat onder geen enkele omstandigheid accepteren. Verschillende medewerkers die op dat toilet zijn geweest hebben het briefje zien hangen en daar foto’s van gemaakt. Enkele medewerkers hebben geklaagd bij mevrouw [A.]; zij zijn gekwetst door de tekst op het briefje en ervaren het als discriminatie. Daar komt bij dat als de notitie nog verder wordt verspreid via social media, dit voor de bedrijfsvoering van Red Red ([A.]) desastreuze gevolgen kan hebben.


Een en ander vormde voor Red Red de directe aanleiding om [eiseres] op staande voet te ontslaan; dat heeft zij op de eerste werkdag van [eiseres] na de constatering gedaan.

De reden van het ontslag is wel degelijk onverwijld in het gesprek op 11 december 2014 door mevrouw [A.] aan [eiseres] medegedeeld. Dat ontslag houdt volgens Red Red in een eventuele bodemprocedure ongetwijfeld stand.


4.3

Op hetgeen door partijen verder nog is aangevoerd wordt, voor zover althans van belang voor de beoordeling van het geschil, hierna teruggekomen.


5De beoordeling van het geschil

5.1

Genoegzaam is gebleken dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij de door haar ingestelde vorderingen, zodat zij in zoverre ontvankelijk is.


5.2

In deze procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten zonder nader onderzoek naar die feiten, beoordeeld worden of de vorderingen van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat, vooruitlopend daarop, gelet op de wederzijdse belangen, toewijzing van de vorderingen reeds nu gerechtvaardigd is.

Dienaangaande wordt het volgende overwogen.


5.3

Het debat tussen partijen betreft het antwoord op de vraag of het aan [eiseres] gegeven ontslag op staande voet overeind kan blijven, meer in het bijzonder of de reden die Red Red daaraan ten grondslag heeft gelegd, -in de gegeven omstandigheden- dat ontslag rechtvaardigt.


Uit de processtukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat in een relatief korte tijd

(2 maanden) [eiseres] in haar functie van bedrijfsleider tweemaal is geconfronteerd met diefstal van (dure) kleding uit de winkel en dat zij daarop is aangesproken door mevrouw [A.]. [eiseres] heeft desgevraagd ter zitting toegelicht dat zij zich verantwoordelijk voelde omdat zij bedrijfsleider is en bovendien kort in dienst was (vanaf 1 augustus 2014), waardoor zij een zekere druk heeft ervaren na de eerste diefstal. De opdracht van de directie was om ‘alerter te zijn’. Na de beide diefstallen voelde [eiseres] de druk toenemen. Zij was onder de indruk van de opmerkingen van mevrouw [A.] en zij heeft (onder die omstandigheden) haar collega’s met het betreffende briefje willen attenderen op bepaalde groepen die diefstallen plegen en die (zo is door Red Red erkend) kunnen terugkeren in de winkel. Bovendien staat de opmerking over “Antillianen/ gouden tanden etc” in een reeks van aandachtspunten/gedragingen van klanten waarop zij haar collega’s heeft willen wijzen, dit alles bezien in het licht van de eerdere gebeurtenissen in de winkel.


Dat briefje heeft [eiseres] vrij kort na de tweede diefstal, omstreeks de eerste week van november 2014, opgehangen op het personeelstoilet. Toen zij werd aangesproken door mevrouw [A.] op 9 december 2014, hing dat briefje er al een maand. Nimmer is [eiseres] (gedurende die maand) door de directie of een collega aangesproken op het mogelijk aanstootgevende of discriminerende karakter van dat briefje en op het personeelstoilet komen geen klanten, zo heeft zij onweersproken betoogd.


Tegen de achtergrond van de hiervoor geschetste omstandigheden, vormt de enkele zinsnede uit de notitie “Hoe spot je een dief? Antillianen/ gouden tanden etc”, hoe discriminerend en/of kwetsend een en ander op zichzelf genomen ook is, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen dringende reden voor een ontslag op staande voet.

Dit alles tezamen, een en ander in het licht van hetgeen partijen over en weer in het geding hebben gebracht en in onderlinge samenhang beschouwd, leidt de voorzieningenrechter tot de slotsom dat voorshands voldoende aannemelijk is geworden, dat de bodemrechter de vordering tot -kort gezegd- wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon, zal toewijzen. Die vordering is in kort geding daarom toewijsbaar, zoals hierna in het dictum bepaald, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd tot € 10.000,-.

De vordering tot vergoeding van de wettelijke rente is op de wet gegrond en zal worden toegewezen. Dit geldt eveneens voor de vordering tot vergoeding van de wettelijke verhoging, zij het dat dit percentage -gelet op de omstandigheden van het geval- zal worden gematigd tot 20%.


5.4

De door [eiseres] gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, nu niet althans onvoldoende is gesteld dat er van haar zijde daadwerkelijk buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht van dien aard dat het redelijk is daarvoor van Red Red, naast een eventuele proceskostenveroordeling, een vergoeding te verlangen.


5.5

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij wordt Red Red veroordeeld in de kosten van dit geding.

6De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende bij wege van voorlopige voorziening,


- veroordeelt Red Red om [eiseres] binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis toe te laten op het werk en haar in staat te stellen de bedongen arbeid te verrichten op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat

Red Red in gebreke blijft daaraan te voldoen, tot een maximum van € 10.000,-;


- veroordeelt Red Red tot betaling aan [eiseres] van het overeengekomen loon van

€ 2.517,89 bruto per maand, vermeerderd met alle emolumenten, vanaf 12 december 2014 zo lang als het dienstverband voortduurt, met toepassing van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 20% vanaf 12 december 2014 tot en met 31 januari 2015 en het geheel vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf de vervaldatum van iedere salaristermijn, telkens tot de dag der algehele voldoening;


- veroordeelt Red Red in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 177,99 aan verschotten en € 400,- aan salaris voor de gemachtigde;


- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. L.A. van Son en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

741