Rechtbank Rotterdam, 08-04-2015 / C/10/467438 / KG ZA 15-12


ECLI:NL:RBROT:2015:4446

Inhoudsindicatie
Overeenkomst tussen tennisvereniging Victoria en tennisschool TAG/TAR. Exclusiviteit. Uitleg. Partiële opzegging. Aanpassing van de overeenkomst. Vorderen van nakoming niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-04-08
Publicatiedatum
2015-06-23
Zaaknummer
C/10/467438 / KG ZA 15-12
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel



Vonnis in kort geding van 8 april 2015


en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/10/467438 / KG ZA 15-12 van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TENNIS ACADEMY GROUP B.V.,

gevestigd te Rockanje,

eiseres,

advocaat mr. A.W. Brantjes te Amsterdam,


tegen


de vereniging

TENNISVERENIGING VICTORIA,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M. van Dijk te Utrecht.


Partijen zullen hierna TAG en Victoria worden genoemd.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 de dagvaarding, met producties 1 tot en met 12,

 een brief d.d. 23 maart 2015 van Victoria, met producties 1 tot en met 15,

 een brief d.d. 24 maart 2015 van TAG, met producties 13 tot en met 26,

 een brief d.d. 24 maart 2015 van TAG, met producties 27 tot en met 29,

 een brief d.d. 24 maart 2015 van Victoria, met producties 16 tot en met 20,

 een brief d.d. 24 maart 2015 van Victoria, met productie 21,

 de mondelinge behandeling,

 pleitnotities van TAG,

 pleitaantekeningen van Victoria.


1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

2.1.

TAG houdt de aandelen in Tennis Academy Rotterdam B.V. (hierna: TAR). TAR is een professionele tennisschool die tennistalenten en recreatieve tennissers opleidt.


2.2.

In maart 2004 hebben TAR en Victoria een overeenkomst gesloten voor de periode 1 april 2004 tot en met 31 maart 2014 ten behoeve van het ter beschikking stellen in de zomermaanden van buitenbanen door Victoria aan TAR voor het verzorgen van tennistrainingen voor leden van Victoria.


2.3.

Op 7 december 2012 hebben TAG en Victoria een overeenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst) die in de plaats is getreden van de overeenkomst van maart 2014. In deze overeenkomst is onder meer het volgende bepaald:


“In aanmerking nemende dat:

[…]

De uitvoering van deze overeenkomst namens TAG zal geschieden door de aan TAG gelieerde besloten vennootschap Tennis Academy Rotterdam (TAR). Daar waar in deze overeenkomst TAG is genoemd is tevens bedoeld TAR;

[…]

Artikel 1

Deze overeenkomst eindigt 31 maart 2019. Indien de overeenkomst niet schriftelijk uiterlijk één jaar voor de einddatum door één van partijen is opgezegd zal de overeenkomst automatisch met 1 jaar worden verlengd.

[…]

Artikel 6

TAG heeft gedurende de looptijd van deze overeenkomst exclusiviteit om lessen, trainingen, clinics, tennisdagen en tennisvakanties te verzorgen op de tennisbanen van Victoria. […] De enige uitzondering op deze exclusiviteit zijn KNLTB trainingen voor jeugdspelers.

[…]

Artikel 18

Victoria kan de overeenkomst wegens gewichtige reden tussentijds opzeggen.”


2.4.

In een e-mail van 10 januari 2015 bericht Victoria aan TAR:


“[…]

Wat ons betreft moeten we bijvoorbeeld ook over het contract tussen de Tennisvereniging en TAR in gesprek. […]

TV [afgekort voor Tennisvereniging Victoria, toevoeging voorzieningenrechter] heeft veel minder leden en de positie van TAR in de tenniswereld is afgekalfd. Dat was ten tijde van het afsluiten van het contract heel anders. Wat ons betreft moeten we daar niet onze kop voor in het zand steken. Wij willen daarover in gesprek. […]

Op dit moment is het oplossen van de overcapaciteit op ons park met dito hoge kosten van groot belang; dit is duidelijk onze korte termijn prioriteit voor het komend seizoen. […]

We moeten door en hebben nu de verhuur van onze overtollige banen zo goed als rond. De financiën van de vereniging lijken hiermee voor het komend jaar op orde. […]

Wij benadrukken graag dat we er samen uit komen met jullie, door middel van een contract wijziging […] Als een contractwijziging niet bespreekbaar is voor TAR dan kan de tennisvereniging niet anders dan het contract in totaliteit op zeggen.”


2.5.

In een e-mail van 20 januari 2015 bericht Victoria aan TAR:


“[…] Nogmaals, TV Victoria ziet zich genoodzaakt tot wijziging van het contract door een dramatische terugloop van het leden aantal (inmiddels minus 37% sinds september 2012) en een steeds verder verminderde aantrekkingskracht van TV Victoria op talent. De inkomsten zijn dienovereenkomstig gedaald. Dit heeft geresulteerd in een substantieel begrotingstekort voor 2015 en volgende jaren, en een buitengewoon ongunstig toekomstperspectief. De exploitatie móet dus structureel anders worden ingericht, om de vereniging overeind te kunnen houden. Dit is ook in het belang van TAR. […]

In het verlengde van vorig jaar hebben wij meerdere malen gesproken over de mogelijkheid van verhuur van de overtollige banen aan TAR. Structurele herallocatie van deze banen is een van de sleutels voor het oplossen van het begrotingstekort en het verbeteren van de aantrekkingskracht van TV Victoria, en daarmee de toekomst van TV Victoria. Zoals jullie bekend hebben we al een alternatieve bestemming, en de tijd waarop we deze kunnen realiseren is bijna voorbij. Wij hebben met jullie hierover geen begin van een structurele oplossing gevonden. Integendeel, in eerdere gesprekken heb je de optie steeds afgewezen, […]

Resumerend: het bestuur van TV Victoria is van mening dat er sprake is van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 18, althans van onvoorziene omstandigheden, op grond waarvan de overeenkomst tussentijds en per direct kan worden opgezegd. Wij behouden ons in dit kader alle rechten voor. Rekening houdend met de positie van TAR, nodigen wij jullie uit om op korte termijn met ons in onderhandeling te treden over:

het door TV Victoria verhuren van overtollige banen aan derden onder nader te bepalen voorwaarden; dit impliceert wel dat andere partijen, evenals afgelopen jaar, tevens tennistrainingen op het park gaan verzorgen.

Als TAR dit niet aanvaardt, dan worden wij gedwongen om tot daadwerkelijke opzegging ex artikel 18 over te gaan, tenzij TAR alsnog bereid is een constructie te aanvaarden dat derden als huurder worden geaccepteerd. […]”


2.6.

In een brief d.d. 20 februari 2015 schrijft Victoria aan TAR:


“[…] Het bestuur is van oordeel dat er in de huidige situatie sprake is van een van een “gewichtige reden” als bedoeld in artikel 18 van de overeenkomst. Dit rechtvaardigt tussentijdse opzegging van de overeenkomst. In dat kader behoudt TV Victoria zich alle rechten voor.

Gelet op de jarenlange relatie tussen onze vereniging en TAR en de gevolgen van beëindiging van de overeenkomst, geeft het bestuur echter de voorkeur aan een minder vergaande maatregel. Dit betekent dat wij de huidige overeenkomst – met uitzondering van artikel 6, dat komt te vervallen – in stand laten. Het bestuur van TV Victoria zal per direct met derden in gesprek gaan over de verhuur van aanvullende banen. Wij zullen jullie over de voortgang hiervan op de hoogte houden.

[…]

Wij zijn bereid om met TAR in overleg te treden over aanvullende afspraken over de afdracht van een beperkt percentage van de inkomsten uit de aanvullende baanverhuur. […]”



3Het geschil


3.1.

TAG vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Victoria te veroordelen tot nakoming van de overeenkomst, in het bijzonder van de tussen partijen gemaakte exclusiviteitsafspraken, conform het bepaalde in artikel 6 van de overeenkomst,

II. Victoria te verbieden te tennisbanen ter beschikking te stellen c.q. te verhuren aan andere tennisscholen of tennisorganisaties, alsmede de daaraan verbonden individuele trainers, zulks conform het bepaalde in de overeenkomst,

III. Een dwangsom van € 1.000,00 vast te stellen per dag dat Victoria het gevorderde sub I t/m II niet nakomt,

IV. Victoria te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de buitengerechtelijke kosten, alsmede de nakosten.


3.2.

Victoria voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van TAG, met veroordeling van TAG in de kosten van deze procedure.


3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



4De beoordeling

4.1.

TAG kan in haar vorderingen worden ontvangen. Zij heeft daarbij een spoedeisend belang. TAG vreest dat Victoria het tussen partijen overeengekomen exclusiviteitsbeding zal schenden en dat zij daardoor aanzienlijke schade zal lijden. TAG heeft gegronde reden voor deze vrees omdat uit de correspondentie van Victoria blijkt, en Victoria ter zitting ook heeft erkend, dat zij met andere tennisscholen, waaronder de met TAR concurrerende tennisschool Focus, in overleg is getreden om met ingang van 1 april 2015 tennisbanen aan hen ter beschikking te stellen. Van TAG kan derhalve niet worden gevergd dat zij een bodemprocedure afwacht.


4.2.

TAG baseert haar vorderingen op het exclusiviteitsbeding in artikel 6 van de overeenkomst. Op grond van dit artikel is het Victoria niet toegestaan om haar tennisbanen ter beschikking te stellen aan derden om lessen, trainingen, clinics, tennisdagen en tennisvakanties te verzorgen (met uitzondering van KNLTB trainingen voor jeugdspelers welke in het kader van deze procedure echter geen onderdeel van het geschil vormen). TAG stelt dat Victoria bij brief d.d. 20 februari 2015 de exclusiviteit eenzijdig heeft beëindigd, terwijl daarvoor geen wettelijke grondslag is en geen sprake is van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 18 van de overeenkomst. TAG wijst op het zwaarwegende belang van TAR bij instandhouding van de exclusiviteit omdat haar bestaansrecht hiervan afhangt.


4.3.

Victoria betwist dat zij de overeenkomst heeft opgezegd. Victoria stelt dat zij in de e-mails van 10 en 20 februari 2015 en de brief d.d. 20 februari 2015 aan TAR kenbaar heeft gemaakt dat zij de overeenkomst zou willen wijzigen, in die zin dat artikel 6 omtrent de exclusiviteit zou komen te vervallen, en dat zij daarbij heeft aangegeven dat zij – als TAR niet met haar voorstel zou instemmen – de overeenkomst op zou zeggen. Zij heeft voorts aan TAR meegedeeld dat zij verkennende gesprekken zou gaan voeren met andere tennisscholen over de verhuur van tennisbanen. Wat Victoria betreft waren partijen nog niet uitgepraat over een wijziging van de overeenkomst. In afwachting van de uitkomst van het kort geding heeft Victoria de gesprekken met andere tennisscholen on hold gezet.


4.4.

De voorzieningenrechter is op grond van de inhoud van de overgelegde correspondentie van oordeel dat Victoria de overeenkomst niet heeft opgezegd. In de brief d.d. 20 februari 2015 schrijft Victoria aan TAR over haar voornemen om de overeenkomst op grond van artikel 18 van de overeenkomst in zijn geheel op te zeggen, in het geval TAR niet bereid is om in onderling overleg de overeenkomst te wijzigen, in die zin dat het exclusiviteitsbeding in artikel 6 komt te vervallen. Artikel 18 van de overeenkomst geeft Victoria het recht om de overeenkomst tussen partijen op te zeggen wegens een gewichtige reden. Anders dan TAG stelt, is Victoria tot een daadwerkelijke opzegging nog niet overgegaan. Ook in de overige correspondentie, met name de e-mails van 10 en 20 januari 2015 van Victoria aan TAR, heeft Victoria slechts haar voornemen om de overeenkomst op te zeggen uitgesproken.

In de brief d.d. 20 februari 2015 schrijft Victoria dat zij “de huidige overeenkomst – met uitzondering van artikel 6, dat komt te vervallen – in stand [wil] laten”. Uit de toelichting ter zitting blijkt dat Victoria hiermee niet heeft bedoeld om de overeenkomst eenzijdig te wijzigen of (partieel) op te zeggen. Opmerking verdient in dit verband dat Victoria geen bevoegdheid toekomt om de overeenkomst eenzijdig te wijzigen of partieel op te zeggen. Een partiële opzegging komt in praktische zin neer op een wijziging van de overeenkomst. Voor een dergelijke wijziging is in beginsel wilsovereenstemming tussen de contractspartijen vereist. Een uitzondering op deze regel vormt het bepaalde in artikel 6:258 BW dat onder bepaalde (uitzonderlijke) omstandigheden wijziging of gedeeltelijke ontbinding door de rechter op verlangen van een der partijen mogelijk maakt.


4.5.

Uit het voorgaande volgt dat vooralsnog de overeenkomst, inclusief het exclusiviteitsbeding in artikel 6 daarvan, onverkort van kracht is gebleven. In het geval Victoria uitvoering geeft aan haar voornemen om haar tennisbanen zonder toestemming van TAG aan andere tennisscholen te verhuren, zal zij tekortschieten in de nakoming van de overeenkomst. De voorzieningenrechter overweegt dat TAG recht heeft op nakoming van de overeenkomst. Op dit moment bestaat geen reden om TAG haar vordering strekkende tot nakoming te ontzeggen. Dat nakoming wordt gevorderd, acht de voorzieningenrechter niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Waar evident is dat Victoria er belang bij heeft om extra inkomsten te kunnen genereren door zonder gebonden te zijn aan het exclusiviteitsbeding tennisbanen aan derden te kunnen verhuren, is evenzeer evident dat het niet in het belang van TAG is om daar zonder meer en onvoorwaardelijk mee in te stemmen. De voorzieningenrechter zal derhalve op grond van artikel 3:296 lid 1 BW het gevorderde verbod toewijzen zoals onder de beslissing geformuleerd. De vordering om het verbod met een dwangsom te versterken zal eveneens worden toegewezen, zij het dat de bij overtreding per dag te verbeuren dwangsom op een lager bedrag zal worden bepaald en dat het totaalbedrag aan te verbeuren dwangsommen zal worden gemaximeerd. De voorzieningenrechter ziet geen reden om naast de vordering onder II ook het gevorderde onder I tot nakoming van de overeenkomst, in het bijzonder het exclusiviteitsbeding in artikel 6, toe te wijzen. De vordering onder I is te algemeen van aard. Indien een verbod op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt opgelegd, dient helder te zijn wat de partij aan wie het verbod is opgelegd precies dient na te laten om te voorkomen dat zij dwangsommen verbeurt.


4.6.

Aan het vorenstaande doet niet af dat de positie waarin Victoria is komen te verkeren als gevolg van de steeds verder teruglopende ledenaantallen en de financiële problemen die daaruit voortvloeien naar voorshands oordeel, mede afhankelijk van de verdere omstandigheden, een gewichtige reden zou kunnen opleveren die tussentijdse opzegging van de overeenkomst met TAG zou kunnen rechtvaardigen. Bij beoordeling van de vraag of eventuele tussentijdse opzegging gerechtvaardigd is, zou een belangenafweging dienen plaats te vinden. In dat kader kan mede van belang zijn of, in welke mate en op welke wijze TAG zich in 2015 en ten aanzien van de resterende looptijd van de overeenkomst concreet bereid heeft getoond om Victoria tegemoet te komen bij het gezamenlijk vinden van praktisch uitvoerbare oplossingen en of tegen die achtergrond een rendabele exploitatie haalbaar is.


4.7.

Victoria wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.



5De beslissing

De voorzieningenrechter,


verbiedt Victoria vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis de tennisbanen ter beschikking te stellen of te verhuren aan andere tennisscholen of tennisorganisaties, alsmede aan de daaraan verbonden individuele trainers, om daarop lessen, trainingen, clinics, tennisdagen en tennisvakanties te verzorgen, met dien verstande dat dit verbod niet geldt ten aanzien van KNLTB trainingen voor jeugdspelers, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Victoria in strijd met dit verbod handelt, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 30.000,00,


veroordeelt Victoria in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van TAG begroot op € 613,00 aan griffierecht, € 77,84 aan dagvaardingskosten en € 816,00 aan salaris voor de advocaat,


veroordeelt Victoria tot betaling van € 131,00 aan nakosten, verhoogd met € 68,00 aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt;


verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;


wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2015.

[2031/1729]