Rechtbank Rotterdam, 10-06-2015 / C/10/419100 / HA ZA 13-215


ECLI:NL:RBROT:2015:4448

Inhoudsindicatie
Toewijzing van een verzoek tot het openstellen van tussentijds hoger beroep op grond van processuele doelmatigheid.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-06-10
Publicatiedatum
2015-06-23
Zaaknummer
C/10/419100 / HA ZA 13-215
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • S&S 2015/107
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel


Vonnis van 10 juni 2015


in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/419100 / HA ZA 13-215 van


de vennootschap onder firma

[eiseres] ,

gevestigd te Kruiningen,

eiseres,

advocaat mr. J.E. Polet,


tegen


1. de naamloze vennootschap

HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

XL INSURANCE COMPANY PLC, voorheen genaamd XL Insurance Company Limited,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. E.J.W.M. van Niekerk,



Partijen zullen hierna [eiseres], HDI-Gerling en XL Insurance genoemd worden.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:- het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 29 april 2015;- het faxbericht van mr. Van Niekerk d.d. 20 mei 2015;- het faxbericht van mr. Polet d.d. 22 mei 2015;- het faxbericht van mr. Van Niekerk d.d. 26 mei.


1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.



2De beoordeling


2.1.

In bovengenoemd tussenvonnis heeft de rechtbank HDI-Gerling en XL Insurance toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling, dat de op 29 april 2011 geconstateerde vervuiling binnen fase 1 van het vrieshuis het gevolg is van een hevige uitstoot van koolstof uit de PSA op of omstreeks 26 april 2011.


2.2.

Hdi-Gerling en Xl Insurance verzoeken thans tot het openstellen van tussentijds hoger beroep tegen genoemd vonnis. Het is in hun visie niet doelmatig om in eerste aanleg verder te procederen over de vraag of zij kunnen voldoen aan de opdracht tot het leveren van tegenbewijs. Indien hun beroep op de in de polis opgenomen uitsluitingen alsnog slaagt is het immers niet relevant om verder te procederen over de vraag of sprake is van “sudden and accidental direct material damage” in de zin van de polis. Voorts achten Hdi-Gerling en Xl Insurance het opportuun om ook hun bezwaren ten aanzien van de voorshands bewezen geachte stelling in hoger beroep te laten toetsen.


2.3.

[eiseres] meent dat het verzoek van Hdi-Gerling en Xl Insurance moet worden afgewezen. Volgens haar zijn bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen geven om af te wijken van de hoofdregel, dat hoger beroep van tussenvonnissen in beginsel slechts is toegestaan tegelijk met hoger beroep van het eindvonnis, gesteld noch gebleken. Het is volgens haar vaste jurisprudentie dat processuele doelmatigheid geen uitzondering rechtvaardigt en bovendien leidt tussentijds appel tot onnodige vertraging en werkt het kostenverhogend.


2.4.

Het betoog van [eiseres], dat volgens vaste jurisprudentie processuele doelmatigheid geen uitzondering op de hoofdregel rechtvaardigt, berust naar het oordeel van de rechtbank op een onjuiste lezing van het arrest van de Hoge Raad (H.R. 14 juli 2006; ECLI:NL: HR:2006:AV9442). In dit geval acht de rechtbank het processueel doelmatig om eerst een nieuw oordeel over de uitsluitingen te verkrijgen. Indien in appel een ander oordeel wordt geveld over de uitsluitingen, dan wordt de exercitie van het leveren van tegenbewijs/bewijs over de dekkingsomvang overbodig. De vertraging die met tussentijds hoger beroep wordt opgelopen indien het Hof het oordeel van de rechtbank over de uitsluitingen in stand houdt, weegt niet op tegen de vertraging die partijen (en vooral [eiseres]) al hebben laten ontstaan. Op deze bijzondere gronden acht de rechtbank het maken van een uitzondering op de hoofdregel van artikel 337 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gerechtvaardigd en zal zij tussentijds hoger beroep openstellen.



3De beslissing

De rechtbank:


3.1.

wijst toe het verzoek van Hdi-Gerling en Xl Insurance om tussentijds hoger beroep in te stellen tegen het tussenvonnis van 29 april 2015.



Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema, mr. W.P. Sprenger en mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2015.


32/1928/2477