Rechtbank Rotterdam, 29-07-2015 / C/10/12/558 R


ECLI:NL:RBROT:2015:5627

Inhoudsindicatie
Tijdens de looptijd is een nieuwe schuld ontstaan aan de Belastingdienst. Nu voldoende financiële ruimte aanwezig is om deze schuld binnen afzienbare tijd te voldoen en het niet aannemelijk is dat een nieuwe terugvordering zal ontstaan, wordt de tekortkoming buiten beschouwing gelaten en de schone lei verleend.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-07-29
Publicatiedatum
2015-08-03
Zaaknummer
C/10/12/558 R
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak Rechtbank Rotterdam

Team insolventie


verlening schone lei


insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 29 juli 2015


Bij vonnis van deze rechtbank van 19 juli 2012 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:


[naam] ,

[adres]

[woonplaats] ,

schuldenares,

bewindvoerder: J.F. Stobbe.


1De procedure


De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Bij brief van 7 juli 2015 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken aan de rechtbank gezonden.


De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 15 juli 2015. De schuldenares en de bewindvoerder zijn verschenen.


De uitspraak is bepaald op heden.


2De standpunten


De bewindvoerder heeft in het eindverslag van 17 april 2015 geadviseerd de schone lei te verlenen, mits schuldenares voor het einde van de looptijd haar verplichtingen heeft hersteld. In de brief van 7 juli 2015 heeft de bewindvoerder bericht dat schuldenares haar verplichtingen nog niet heeft hersteld. Er is sprake van een nieuwe schuld aan de Belastingdienst. Deze nieuwe schuld kan deels met de voorstand worden betaald en mogelijk deels vanuit het saldo van de beheerrekening.


Ter terechtzitting van 15 juli 2015 heeft de bewindvoerder verklaard dat alle ontbrekende stukken zijn nagezonden. Echter, schuldenares heeft ook een terugvordering toeslagen over het jaar 2014 van de Belastingdienst ontvangen. Na verwerking van de nieuwe gegevens is er sprake van een boedelvoorstand van € 1.179,79. Wanneer dit bedrag wordt aangewend voor de nieuwe schuld resteert een bedrag van € 2.180,21 aan nieuwe schuld aan de Belastingdienst. Door de budgetbeheerder is medegedeeld dat het huidige saldo op de beheerrekening niet kan worden aangewend voor deze schuld. De bewindvoerder heeft voorts verklaard dat schuldenares haar overige verplichtingen is nagekomen, dat er thans geen sprake is van een afloscapaciteit en dat de kinderopvangtoeslag voor 2015 is stopgezet. De bewindvoerder is van mening dat er geen sprake van verwijtbaarheid is ten aanzien van het laten ontstaan van de nieuwe schuld. Derhalve heeft de bewindvoerder geadviseerd de schuldsaneringsregeling te beëindigen met verlening van de schone lei.


Schuldenares heeft ter terechtzitting verklaard dat zij wisselende uren werkt, waardoor het moeilijk is in te schatten wat haar jaarinkomen zal zijn. Sinds zes jaar maakt schuldenares gebruik van budgetbeheer. Schuldenares heeft verklaard dat zij hiervan gebruik wil blijven maken totdat alle schulden zijn voldaan. Schuldenares heeft voorts verklaard dat haar budgetbeheerder niet verwacht dat de Belastingdienst over het jaar 2015 een terugvordering zal opleggen en dat de huidige nieuwe schuld kan worden opgelost door een maandelijkse aflossing.


3De beoordeling


De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient een schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen.


De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat schuldenares tekort is geschoten in de nakoming van een uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichting. Schuldenares heeft een nieuwe schuld laten ontstaan aan de Belastingdienst, die in beginsel aan verlening van de schone lei in de weg staat.


Gelet op het gegeven dat er volgens de budgetbeheerder van schuldenares voldoende financiële ruimte aanwezig is om de nieuwe schuld in maandelijkse termijnen te voldoen en schuldenares voor het jaar 2015 geen kinderopvangtoeslag ontvangt, zodat er niet opnieuw een aanzienlijke terugvordering kan ontstaan, is de rechtbank van oordeel dat schuldenares weliswaar toerekenbaar in de nakoming van een uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten, maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft. De rechtbank gaat er vanuit dat de nieuwe schuld aan de belastingdienst binnen een redelijke termijn na afloop van de wettelijke schuldsanering zal worden ingelost.


Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.


De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.


4De beslissing


De rechtbank:


- stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft;


- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigden op 19 juli 2015;


- verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;


- stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 795,84 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt deze bedragen, voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan, ten laste van schuldenares.


Dit vonnis is gewezen door mrs. R. Kruisdijk, voorzitter, en A. Lablans en C. de Jong, rechters, en in aanwezigheid van G.H. ten Have, griffier, in het openbaar uitgesproken op

29 juli 2015.



1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.