Rechtbank Rotterdam, 12-02-2015 / ROT 10/730052-13


ECLI:NL:RBROT:2015:916

Inhoudsindicatie
De rechtbank spreekt verdachte vrij van – kort gezegd- betrokkenheid bij een schietpartij. Voor het bewijs is van belang dat minstens kan worden vastgesteld, dat verdachte heeft geschoten, en wel in de richting van een (andere) auto met inzittenden. De rechtbank stelt vast dat alleen personen wiens identiteit niet blijkt hierover hebben verklaard. Zij komt bovendien tot de slotsom dat onvoldoende andersoortig bewijsmateriaal als bedoeld in art. 344a derde lid van het Wetboek van Strafvordering voorhanden is.
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-02-12
Publicatiedatum
2015-02-12
Zaaknummer
ROT 10/730052-13
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • NJFS 2015/74
Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/730052-13

Datum uitspraak: 12 februari 2015

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres],

raadsvrouw mr. C.G.Th. van de Weerd, advocaat te Dordrecht.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING


Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 januari 2015.



TENLASTELEGGING


Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.



EIS OFFICIER VAN JUSTITIE


De officier van justitie mr. J. Boender heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaar met aftrek van voorarrest

- gevangenneming van de verdachte op de terechtzitting bij de uitspraak.



STANDPUNT VERDEDIGING


De raadvrouw heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair een beroep gedaan op noodweer danwel noodweerexces.





MOTIVERING VRIJSPRAKEN


Uit het onderzoek op de terechtzitting is het volgende gebleken.


In de vroege ochtend van 26 januari 2013 is er op en rond het Piet Paaltjensplein in Rotterdam meermalen met een of meer vuurwapens geschoten.

Omwonenden hebben diverse auto’s gezien waarvan zij vermoeden dat die betrokken zijn geweest bij die schietpartij, waaronder een witte Volvo en een donkere/grijze VW Golf.

De Volvo werd even later door de politie aangetroffen met een groot aantal kogelinslagen en zonder inzittenden. Op basis van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte als bestuurder in deze Volvo heeft gezeten, hetgeen door de verdachte niet is weersproken.


Voor het bewijs van het onder 1 ten laste gelegde is van belang dat minstens kan worden vastgesteld, dat verdachte heeft geschoten, en wel in de richting van een (andere) auto met inzittenden.

De rechtbank stelt vast dat hierover alleen personen wiens identiteit niet blijkt hebben verklaard. Het is een anoniem gebleven getuige die heeft verklaard gezien te hebben dat de bestuurder van een witte Volvo twee keer schoot in de richting van de VW Golf, die vervolgens wegreed vanaf de Jan Luykenstraat in de richting van de Spaanse bocht.

Het zijn anoniem gebleven getuigen die hebben verklaard gezien te hebben dat de bestuurder van de witte auto een vuurwapen in de hand had. Eén heeft gezien dat de bestuurder daarmee heeft geschoten in de richting van de Spaanse bocht; een ander hoorde dit van een ander. Een vierde anoniem gebleven getuige heeft verklaard dat hij zag dat de bestuurder van de auto begon te schieten.


Volgens het eerste lid van art. 344a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend of in beslissende mate worden gegrond op schriftelijke bescheiden houdende verklaringen van personen wier identiteit niet blijkt.

Volgens het derde lid van artikel 344a Sv kan een dergelijke anonieme getuigenverklaring alleen meewerken tot het bewijs indien:

- de bewezenverklaring in belangrijke mate steun vindt in andersoortig bewijsmateriaal en

- de verdediging niet op enig moment te kennen heeft gegeven de persoon wiens identiteit niet blijkt te (doen) ondervragen.

Het bovenstaande geldt eveneens in de situatie dat verklaringen van anonieme getuigen zijn opgenomen in een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar.


De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende ander soortig bewijsmateriaal als in voornoemde bepaling genoemd voorhanden is. Meer in het bijzonder acht zij de vondst van een lege huls in de voetenbak rechtsvoor in de Volvo hiertoe ontoereikend.

Zij heeft hierbij tevens acht geslagen op de conclusie van het NFI over het aantreffen van deze huls in de Volvo, namelijk dat slechts niet uit te sluiten is dat in of uit de personenauto Volvo, met een vuurwapen is geschoten.

Het aantreffen tenslotte van een foto van verdachte in de aan hem toegeschreven telefoon, waarop hij te zien is met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, acht de rechtbank onvoldoende redengevend om als bewijs te kunnen dienen in dit verband.

Voor het onder 2 ten laste gelegde verboden wapenbezit zijn geen andere bewijsmiddelen dan voornoemde voorhanden.


Gelet op het voorgaande is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de aan verdachte ten laste gelegde feiten. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.



VERZOEK BEVEL GEVANGENNEMING


Gelet op de door de rechtbank te nemen beslissing, wordt het verzoek van de officier van justitie tot gevangenneming van de verdachte bij uitspraak afgewezen.



IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN


De rechtbank zal het op de beslaglijst genoemde voorwerp, te weten een patroon Sellier&Bellot 9mm, G4299603, onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.



BESLISSING

De rechtbank:


verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;


wijst af de vordering tot gevangenneming van de verdachte;


beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- verklaart onttrokken aan het verkeer: een patroon Sellier&Bellot 9mm, G4299603.




Dit vonnis is gewezen door:

mr. L.C. van Walree, voorzitter,

en mrs. E.A. Poppe-Gielesen en M.K. Asscheman-Versluis, rechters,

in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2015.



Bijlage bij vonnis van 12 februari 2015



TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING.


Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat


1.

hij op of omstreeks 26 januari 2013 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door hem, verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven

perso(o)n(en) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet met een vuurwapen één of meer kogels heeft/hebben afgevuurd op

en/of in de richting van een (wegrijdende) auto waarin zich die [slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen bevonden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


(artikel 287 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)


Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:


dat hij op of omstreeks 26 januari 2013 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

(meermalen) met een vuurwapen geschoten in de richting van een (wegrijdende) auto

waarin zich die [slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen

bevonden;


(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)


2.

hij op of omstreeks 26 januari 2013 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een semiautomatisch werkend pistool van het kaliber 9 mm Parabellum, merk

Glock en/of

- één of meer semiautomatisch werkend(e) pisto(o)l(en) van het kaliber 9 mm

Parabellum, merk onbekend en/of

- een semiautomatisch werkend vuurwapen van het kaliber 6,35 mm Browning,

althans een of meer (ander(e)) (vuur)wapens van categorie II en/of III,

voorhanden heeft gehad.


(artikel 26 Wet wapens en munitie)