Rechtbank Rotterdam, 19-05-2015 / 10/730399-11


ECLI:NL:RBROT:2015:9923

Inhoudsindicatie
Publicatie op verzoek Voorwaardelijke beëindiging PIJ-maatregel. Artikel 77tb Sr. zie ook ECLI:NL:RBROT:2015:9922
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2015-05-19
Publicatiedatum
2016-02-24
Zaaknummer
10/730399-11
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd

Parketnummer: 10/ 730399-11

Datum uitspraak: 19 mei 2015

BESCHIKKING


van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel), opgelegd aan:


[Naam veroordeelde] , hierna te noemen de veroordeelde,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

in het kader van een PIJ-maatregel verblijvende in Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt

aan Borgtweg 1, 3202 LJ te Spijkenisse,

raadsvrouw mr. S. Ben Ahmed, advocaat te Rotterdam.



PROCEDURE


Bij op tegenspraak gewezen vonnis van deze rechtbank, uitgesproken op 24 augustus 2012, is aan de veroordeelde ter zake van de eendaadse samenloop van medeplegen van doodslag, vergezeld en voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken en poging tot diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging van geweld tegen personen, gepleegd met het oog om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en/of poging tot afpersing, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, opgelegd de PIJ-maatregel.


Bij beslissing van deze rechtbank van 26 augustus 2014 werd de PIJ-maatregel verlengd met negen maanden.


Bij de griffie van de rechtbank is ingekomen een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, gedateerd 4 mei 2015, betreffende de voorbereiding van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, opgesteld door reclasseringswerker de heer [naam] .


Op 19 mei 2015 heeft de officier van justitie mr. A.P.G. De Beer ter terechtzitting een vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, als bedoeld in artikel 77tb, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht ingediend en verzocht deze vordering toe te wijzen.


De behandeling van de vordering heeft (gelijktijdig met de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel) plaatsgevonden op de besloten terechtzitting van 19 mei 2015. De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer, de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw en de getuige-deskundige mevrouw [naam] , die als gedragswetenschapper verbonden is aan JJI De Hartelborgt, alsmede de heer [naam] , als reclasseringswerker werkzaam bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.


De veroordeelde en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen toewijzing van de vordering tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging.



BEVOEGDHEID


De rechtbank is bevoegd van de vordering kennis te nemen, aangezien zij in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de PIJ-maatregel is opgelegd.



BEOORDELING


De getuige-deskundige mevrouw [naam] , voornoemd, heeft tijdens de behandeling in raadkamer verklaard dat de veroordeelde zijn interne behandeling binnen de Justitiële Jeugdinrichting (hierna: JJI) heeft afgerond, dat hij reeds is gestart met het laatste onderdeel te weten het Scholings en Trainingsprogramma (hierna: STP) en dat zij verwacht dat met de begeleiding door de reclasseringswerker van Reclassering Nederland, de heer [naam] , de overgang van begeleid naar zelfstandig wonen van de veroordeelde goed kan verlopen in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.


In voornoemd advies van Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) is onder meer het navolgende gesteld –zakelijk weergegeven-:


(..)

Tijdens de PIJ-maatregel is gewerkt aan het creëren van inzicht in het eigen gedrag,

het onder controle krijgen en houden van middelengebruik, het werken aan scholing

en dagbesteding en eigen inkomen. Tijdens de PIJ-maatregel heeft de veroordeelde zijn

niveau 1 diploma horeca gehaald. Bij aanvang van het STP gaat de veroordeelde wonen bij RIBW Het Kreekpad (Leger des Heils) in Rotterdam. Dit traject is inmiddels afgebroken en hij zal zich inschrijven op het adres van zijn moeder. Via [Naam detacheringsbedrijf] of [naam stichting] lunchroom is de veroordeelde toe geleid naar een dagbesteding in de vorm van vrijwilligerswerk, wat tot op heden positief verloopt. Inmiddels heeft de veroordeelde ook de beschikking over een bijstandsuitkering. De veroordeelde heeft laten zien een positieve houding te hebben ten aanzien van begeleiding vanuit de reclassering. Hij ervaart dit als ondersteunend en constructief. De veroordeelde heeft aangegeven ook na zijn STP, in het kader van de voorwaardelijke beëindiging PIJ-maatregel, zijn medewerking te zullen blijven verlenen.


De reclassering is van mening dat er op dit moment sprake is van een laag/gemiddeld recidiverisico. De veroordeelde is gemotiveerd, heeft reële en positieve toekomstplannen, heeft in de JJI een positieve ontwikkeling laten zien en heeft dat tijdens zijn STP weten vol te houden. De reclassering is van mening dat er tevens sprake is van een laag risico op onttrekken aan de voorwaarden. De veroordeelde is gemotiveerd, heeft zijn programma in de JJI goed doorlopen en heeft laten zien dat hij zich goed aan de afspraken met de reclassering tijdens zijn STP heeft gehouden.

Op grond van het recidiverisico, de criminogene factoren en de eventuele interventies

in het verleden, is een toezicht op bijzondere voorwaarden geïndiceerd.


Invulling van het toezicht:


Huisvesting en wonen: de veroordeelde woont en schrijft zich in bij zijn

moeder op het adres: [adres]

[adres]

Betrokkene schrijft zich in als

woningzoekende en gaat op zoek naar

eigen huisvesting.

Opleiding, werk en leren: de veroordeelde heeft een zinvolle

dagbesteding in de vorm van

(vrijwilligers)werk en/of opleiding. Vanuit

zijn huidige werk in lunchroom [naam] en

de Pauluskerk van stichting [naam stichting] wordt

hij toe geleid/gaat op zelf op zoek naar

regulier werk.

Inkomen en omgaan met geld: de veroordeelde heeft de beschikking over een

eigen inkomen in de vorm van een

uitkering of salaris.

De veroordeelde heeft overzicht van zijn in- en

uitgaven en voert een adequate

administratie.

Relaties met vrienden

en kennissen: De veroordeelde laat zich niet negatief

beïnvloeden door zijn vrienden/kennissen.

De veroordeelde kan in contact met

Vrienden/kennissen zijn eigen keuzes

maken en zijn grens aangeven.

De omgang met vrienden/kennissen leidt

niet tot justitiecontacten.

Drugsgebruik: De veroordeelde gebruikt geen cannabis of

gebruikt gereguleerd.

Zijn cannabisgebruik heeft geen negatieve

invloed op zijn dagelijks functioneren.

Zijn cannabisgebruik leidt niet tot negatief

gedrag of verkeerde keuzes in omgang

met zijn vrienden/kennissen.

Denkpatronen, gedrag en

vaardigheden: De veroordeelde maakt dilemma’s en

problemen waar hij in het dagelijks leven

tegenaan loopt bespreekbaar en vraagt

daarbij om hulp.


Geadviseerd wordt om de PIJ-maatregel van de veroordeelde niet te verlengen en de

PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen.


Hierbij worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd:

- Meldplicht

- andere voorwaarden het gedrag betreffende.

(..)

De officier van justitie heeft tijdens het onderzoek op de besloten terechtzitting verzocht om middels de vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel te bepalen dat de veroordeelde vanaf het tijdstip van de ingang van de voorwaardelijke beëindiging van PIJ-maatregel, te weten 5 juni 2015, zich zal houden aan/ zal voldoen aan de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht; wonen op het adres van de moeder van de veroordeelde [adres] ); een zinvolle dagbesteding in de vorm van (vrijwilligers)werk en/of opleiding en een aantoonbaar inkomen en daar openheid over geven aan de reclassering.


Door en namens de veroordeelde is ter terechtzitting verklaard dat hij bereid is om zich te houden aan de bijzondere voorwaarden zoals die zijn opgesteld in de vordering vaststellen voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, zoals die ter terechtzitting is ingediend door de officier van justitie.


De rechtbank overweegt het volgende:


Op grond van de informatie uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde de behandeling tijdens de PIJ-maatregel positief heeft doorlopen en dat hij toe is aan de laatste fase van het verloftraject bestaande uit STP. Bij afzonderlijke uitspraak van heden heeft de rechtbank de verlenging van de PIJ-maatregel afgewezen. Daardoor en ingevolge het met ingang van 1 juli 2012 geldende en op de onderhavige zaak van toepassing zijnde artikel 77s lid 7 van het Wetboek van Strafrecht eindigt de PIJ-maatregel met ingang van 5 juni 2015 van rechtswege voorwaardelijk, waarbij op grond van artikel 77ta eerste lid onder a en b, de algemene voorwaarden komen te gelden dat de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten mag plegen en dat hij zijn medewerking dient te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit alsmede aan het toezicht door de jeugdreclassering of -indien hij inmiddels achttien jaar oud is-, de reclassering. Ingevolge het met ingang van 1 juli 2012 geldende en op de onderhavige zaak van toepassing zijnde artikel 77tb lid 3 onder a van het Wetboek van Strafrecht kan worden bepaald dat de veroordeelde zich binnen het jaar van de voorwaardelijke beëindiging PIJ-maatregel dient te houden aan te stellen bijzondere voorwaarden die het gedrag van de veroordeelde betreffen, zoals zijn medewerking verlenen aan het plan van aanpak dat de reclassering, in samenspraak met de JJI, heeft opgesteld.


De rechtbank acht het van belang dat de veroordeelde zich met ingang van de periode van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel zal houden aan de bijzondere voorwaarden, zoals die door Reclassering Nederland zijn geadviseerd en door de officier van justitie zijn gevorderd en waar verdachte mee akkoord is gegaan.

Daarnaast zal de rechtbank op grond van artikel 77tb lid 3 onder a van het Wetboek van Strafrecht ambtshalve de bijzondere voorwaarde stellen dat de veroordeelde geen verdovende middelen zal gebruiken en dat hij ter controle hierop zal meewerken aan urinecontroles.


De vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging zal daarom worden toegewezen.






BESLISSING


De rechtbank


wijst toe de vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, opgelegd aan de veroordeelde [Naam veroordeelde] voornoemd, in die zin dat deze bijzondere voorwaarden komen te luiden dat deze veroordeelde met ingang van 5 juni 2015 en voor de duur van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel:


- zich op door Reclassering Nederland te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht;


- zal wonen op het adres van de moeder van de veroordeelde, te weten [adres] en niet zal veranderen van huisvesting zonder toestemming van de reclassering;


- een dagbesteding zal hebben in de vorm van (vrijwilligers)werk en/of een opleiding

en zich inzet in om deze te behouden en daar openheid over geeft aan de reclassering en niet zal veranderen van dagbesteding zonder toestemming van de reclassering;


- een aantoonbaar inkomen zal hebben en daar openheid over zal geven aan de reclassering;


- zich zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek.



Deze beslissing is genomen door

mr. O.E.M. Leinarts, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. C.N. Melkert en A.B. Baumgarten, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. K.J. Berke, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 mei 2015.


De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.













Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Arnhem.