Column: Als er 1 juridisch schaap over de open access-dam is…

Column: Als er 1 juridisch schaap over de open access-dam is…

Open access moet in 2020 de standaard zijn, besloot de Europese Unie (EU) al in 2016. Dat betekent dat vanaf het genoemde jaar alle met behulp van publieke gelden tot stand gekomen wetenschappelijke publicaties vrij toegankelijk moeten zijn. Terecht. Ik zou nog een stap verder willen gaan en zeggen dat alle publicaties die met publieke middelen gemaakt zijn om niet en online aan het publiek beschikbaar gesteld moeten worden. Het is immers idioot als er wel betaald moet worden voor een niet-wetenschappelijk artikel geschreven door een ambtenaar of wetenschapper. Of als een door een ministerie gefinancierd onderzoeksrapport achter een betaalmuur zou staan. Dat kan echt niet.

De tijd dringt
Inmiddels leven we al in maart 2018. Nog maar een goede 21 maanden te gaan om de doelstelling van de EU te realiseren. Mij beperkend tot het juridische domein durf ik nu al te beweren dat de ambitie van de EU voor het Nederlandse juridische domein te ambitieus is. De juristen gaan dat niet halen. Er is amper enige beweging te bekennen richting open access. En dat is eigenlijk gek als ik kijk naar de bemensing van de redacties van heel veel juridische tijdschriften. De redactie van het Nederlands Juristenblad kent één commerciële advocaat, naast alleen maar publiek gefinancierde rechters en wetenschappers; de redactie van Delikt en Delinkwent bestaat uit 6 hoogleraren; 4 van de 7 redactieleden van de JIN worden met publiek geld gefinancierd; de redactie van Arbeidsrechtelijke Annotaties kent 1 commerciële advocaat, en zo kan ik nog heel lang door gaan. Ook de auteurs in veel juridische tijdschriften zijn vaak afkomstig van publiek gefinancierde instellingen.

Betaalmuur niet van deze tijd
Nu is het natuurlijk goed dat deze met publieke middelen gefinancierde redactieleden doen wat ze doen. Sterker, het is hun taak stukken te beoordelen (en te schrijven) die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het (Nederlandse) recht en de juridische wetenschap. Ze moeten het doen en daarvoor moet binnen een aanstelling ruimte gecreëerd worden. Ook is het mooi en goed dat mensen uit de rechtspraktijk hieraan een bijdrage leveren. Rechtspraktijk en rechtswetenschap zijn immers niet echt te scheiden. Maar het is niet meer van deze tijd om het werk van deze mensen achter een betaalmuur te zetten. En niet alleen omdat het niet klopt omdat zij met publieke middelen gefinancierd worden. Het gaat zeker ook om de zichtbaarheid en het (her)gebruik van de gepubliceerde stukken, wetenschappelijk of niet.

Open access wordt de norm
Ik durf te voorspellen dat het een kwestie van korte tijd is dat open access de norm zal zijn. Misschien iets meer dan 21 maanden, maar niet veel langer. Zeker nu een eerste juridisch tijdschrift de moedige stap heeft gezet en 'geflipt' is naar open access. Dit betekent dat de redactie heeft besloten achter de betaalmuur vandaan te komen en het tijdschrift in het vervolg vrij toegankelijk in het publieke domein te plaatsen. Online, dat wel. Een gratis tijdschrift op papier is niet een business model dat lang stand houdt. Dit eerste tijdschrift is Trema, het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. In het eerste digitale redactioneel staat:

"Dit is het eerste nummer van Trema dat niet op papier wordt uitgebracht. De toekomst is opeens heel dichtbij. Geen exemplaar meer om op de koffietafel te leggen, wel toegenomen gebruiksgemak, bijvoorbeeld doordat hyperlinks in artikelen kunnen worden aangebracht. Nu de digitalisering in KEI doorbreekt—of zo leek het toch—kan Trema niet achterblijven. Het potentiële bereik van Trema neemt daardoor toe, en naar wij hopen zal de waardering niet achterblijven."

Wat het laatste betreft, mijn waardering hebben ze! Ik had niet gedacht dat deze opmerkelijke stap in juridisch uitgeefland uit deze hoek zou komen. Ik kijk nu al uit naar de flippende redacties van het Nederlands Juristenblad, de JIN, Arbeidsrechtelijke Annotaties, de AB Bestuursrechtspraak...

Win-win-win-win-win
Natuurlijk, Trema was altijd al een blad van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVVR) dat slechts gedrukt werd door Sdu. Dat maakt deze flip eenvoudiger te realiseren. Ik zie evenwel geen enkele reden waarom de andere tijdschriften het niet zouden kunnen doen. Van de miljoenen euro's die de juridische gemeenschap daarmee aan abonnementsgelden bespaart, kunnen eigen bureauredacties en open access-officieren aangesteld worden. Een open access tijdschrift moet immers ook gecontroleerd worden op d's en t's en ook de hyperlinks in de teksten moeten blijven werken. En natuurlijk heeft ook het publicatieplatform van de digitale tijdschriften onderhoud nodig. Maar dan nog zullen de totale uitgaven aan juridische publicaties een fractie zijn van wat ze nu zijn en houdt de juridische gemeenschap geld over. Een win-win-win-win-winsituatie: meer publiciteit, meer impact, meer interactie, minder geld. Bij misschien wel een hogere kwaliteit.

Het gaat ook voorjaar worden in het juridische publicatieland.